Poëzie

Beoordeling 5.7
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 688 woorden
  • 28 april 2005
  • 7 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.7
  • 7 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Poëzie

Poëzie:
- rijm en metrum(maat) spelen grote rol
- veel soorten van herhaling komt voor (woorden,regels,refreinen)
- versregels,meer wit, maat, regels lopen niet tot aan de rechterkant
- meer mogelijkheden om woorden of zinsdelen er extra uit te laten komen, achter of vooraan in versregel zetten, te laten rijmen, metrisch benadrukken, herhalen.
- Geneigd langzaam te lezen
- Gemiddelde tekst korter -> beroep doen op aandacht en nauwkeurigheid vd lezer.

Proza:
- rijm en metrum spelen geen rol

- wordt sneller gelezen
- gemiddelde tekst langer (boek)
- helemaal volgeschreven, niet veel wit, fictie
Epiek: verhalen met een plot, personages en allerlei ontwikkelingen
Lyriek: beschrijven van gevoelens, stemming,beeld of inzicht.
Blance verse: gedichten die niet rijmen
Eindrijm: herhaling van de klank aan het einde van de regel.
Rijm: plaats; waar het in de regel staat : eindrijm, middenrijm,beginrijm
Als je rijm ordent op klank kun je die onderscheiden in:
- volrijm: de rijmende woorden inclusief de beklemtoonde klinker eindigen hetzelfde.
- Alliteratie /beginrijm: verschillende woorden binnen een zin hebben eenzelfde medeklinker aan het begin. ( heerlijk helder heineken)
- Rime riche: de rijmende klanken zijn gelijk

- Staand rijm: de laatste,beklemtoonde lettergreep rijmt.
- Slepende rijm: de beklemtoonde rijmende lettergreep wordt gevolgd door 1 onbeklemtoonde.
- Glijdend rijm: de beklemtoonde rijmende lettergreep wordt gevolgd door 1 onbeklemtoonde.
Rijmschema’s:
Gepaard rijm : a a b b c c
Omarmend rijm: a b b a c d d c
Gekruist rijm: a b a b c d c d
Slagrijm: a a a a a a
Gebroken rijm: a b c b d e f e
Metrum: de regelmatige afwisseling, volgens een vast patroon, van beklemtoonde en minder beklemtoonde klanken
Scanderen: regelmaat aangeven door middel van versvoeten die we tussen staande streepjes zetten, beklemtoond met een liggend streepje, beklemtoond met boogje.
Soorten metrum:
- jambe: afwisselend zwak- sterk
- trochee : afwisselend sterk – zwak
- anapest: zwak- zwak -sterk
Enjambement: als een versregel wordt af gebroken op een plaats waar geen natuurlijke pauze in de zin is.
Effecten van enjambement:
- meer aandacht voor de woorden waarbij het enjambement optreedt
- een aardelender ritme
- een minder eentonig ritme
- opvoeren van spanning

We onderscheiden strofen naar het aantal versregels:
2 regels: distichon
3 r : terzine of terzet
4 r : kwatrijn
5 r: kwintijn of quinter
6 r : sextet
7 r : septet
8 r: octaaf
Oosterse kwatrijn: 4 regels met vast rijmschema: aaba. Het bevat vaak een levenswijsheid.
Sonnet: 14 versregels.
Italiaanse sonnet: verdeeld in 2 kwatrijnen of 1 octaaf gevolgd door 2 terzinen of 1 sextet
* tussen octaaf en sextet bestaat een tegenstelling;’algemeen –bijzonder/persoonlijk, oorzaak-gevolg, optimistisch – pessimistisch, dag - nacht,
Ronddeel: gedicht van 9,12 of 13 regels. Het is gebouwd op 2 rijmklanken en 1 versregel wordt er in herhaald.
Chute = wending = volta
Beeldspraak: ontstaat als er een verbinding wordt gelegd tussen 2 zaken
Beeldspraak op basis van overeenkomst:
1) vergelijking met als
2) vergelijking zonder verbindingswoord
3) metafoor
4) personificatie
beeldspraak kun je onderscheiden in:
- iets wat beschreven moet worden
- een verbindingswoord: als, van
- een beeld
Beeldspraak opb een ander verband
- metonymia: gaat niet om de overeenkomst maar om een ander verband tussen het te benoemen gegeven en het beeld.
2 gevallen van metonymie:
1) pers pro toto: een deel als aanduiding van een geheel
2) totum pro parte: een geheel als aanduiding van een deel
Allegorie: als het hele gedicht of verhaal beeld is.
Stijlfiguren: afwijkingen van gangbaar taalgebruik, ze hebben vaak het effect extra aandacht te vestigen op de woord, zinnen of zinsdelen die erbij betrokken zijn
Voorkomende stijlfiguren:
Inversie: omkering. In hoofdzinnen is de grammaticale volgorde van de zinsdelen: ond-pv – rest
Voorop plaatsing: een wordt of zinsdeel wordt aan het begin van de zin apart genoemd, en met een verwijswoord in het vervolg van de zin herhaald.
Herhaling: een word of zinsdeel wordt ongewijzigd herhaald.
Parallellisme: een aantal opeenvolgende zinnen verloopt op dezelfde wijze, het zinspatroon wordt herhaald.
Opsomming: een aantal woorden of zinsdelen achterelkaar hebben dezelfde grammaticale functie
Retorische vraag: heeft de vorm van een vraag maar is bedoeld als een mededeling
Hyperbool: overdrijving , veel gehanteerd door humoristen
Climax: kracht neemt toe., anti-climax: kracht neemt af. (ook voor een wending in het verhaal, die niet hooggespannen verwachtingen beantwoordt)

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.