Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen

NE: Woordenschat: Stijlfiguren

Beoordeling 10
Foto van Vincent
  • Samenvatting door Vincent
  • 3e klas havo | 308 woorden
  • 24 maart 2018
  • 2 keer beoordeeld
  • Cijfer 10
  • 2 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!

Stijlfiguren – taalgebruik waarbij je gevoel legt in woorden, door te overdijven, afzwakken of een verzachten



Beeldspraak – figuurlijke taalgebruik om tekst mooier, krachtiger of duidelijker te maken

‘’die stijve hark kan nog geen koprol maken’’



Stijlfouten – als je dingen onnodig herhaald

‘’APK Keuring – Algemenen Periodieke Keuring’’



Vergelijking – vergelijkt beeld met object

‘’Maria (o) lijkt wel een prinses (b)



Spreekwoorden meestal vergelijking:

‘’als de kat (o) van huis is dansen de muizen (b) op tafel



Werkwoorden kunnen ook een vergelijking zijn:

‘’de overheid (o) gaat snoeien in de uitgaven



Metafoor – een vergelijking zonder object meer

‘’de prinses (b) van de klas’’



Personificatie – je geeft een levenloos ding persoonlijke eigenschappen

‘’de zon streelde onze wangen’’



Metonymie – bijzonder verband tussen beeld en object




  • Deel in plaats van geheel

    ‘’Even de neuzen tellen’’

  • Geheel in plaats van deel

    ‘’Nederland heeft gewonnen’’

  • Producent

    ‘’Een Apple is fijner dan Samsung’’

  • Eigenschap

    ‘’Hé lange!’’

  • Materiaal

    ‘’Hij won zilver’’

  • Voorwerp

    ‘’Mag ik nog een kopje?’’

  • Aardrijkskundige naam

    ‘’Ik eet het liefs Edammer’’



Hyperbool – als je iets overdrijft:

‘’Hij barst van het geld’’



Understatement – als je iets onderdrijft:

‘’Mijn 10 voor geschiedenis is niet zo slecht’’



Eufemisme – als je iets minder hard laat overkomen

‘’Wij hebben onze hond laten inslapen’’



Tautologie – als je dezelfde soort woorden herhaald:

‘’Haastig liep ik snel naar het vliegtuig’’



Pleanasme – als je een eigenschap of zaak herhaald:

‘’Een houten boomstam’’


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.