Zit je in 4/5 havo en heb je een N&T of N&G profiel? Vul deze korte vragenlijst in over chemie-opleidingen en maak kans op 20 euro Bol.com tegoed.

Meedoen

Literatuurgeschiedenis

Beoordeling 5
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas vwo | 1288 woorden
  • 19 juni 2018
  • 1 keer beoordeeld
  • Cijfer 5
  • 1 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

Nederlands – Literatuur geschiedenis





Middeleeuwen (500-1500)                                                                                                                        



• Vroege middeleeuwen (500-1000)




  • 700 à Karel de Grote, onderwijs was belangrijk



• Hoge middeleeuwen (1000-1300)




  • 1100 à West-Europese literatuur

  • 1250 à Opkomst burgerij



• Late middeleeuwen (1300-1500)



• Na val Romeinse rijk à beschaving en cultuur verdwenen grotendeels



• Theocentrisme = geloof is het belangrijkste



• Standenmaatschappij:




  1. Geestelijkheid

  2. Adel

  3. Burgerij





Ridderromans









































Karelromans/Frankische romans



Arthurromans/hoofse romans



Ridders zijn vechtersbazen.



Ridders zijn verfijnde personen.



Gevecht à echte strijd met wapens, op leven en dood



Gevecht à spel of sport



Idealen: kracht en moed



Idealen: vaardigheid en hoffelijkheid



Onderwerpen: strijd, opstand, bloedwraak



Onderwerpen: helpen, bevrijden, queeste



Karel heeft echt bestaan.



-



Vrouw heeft een ondergeschikte rol.



Vrouw is middelpunt van queeste.



Voorbeelden:




  • ‘Karel en de Elegast’

  • ‘Roelantslied’



Voorbeelden:




  • ‘Lanseloet’

  • ‘Walewein’






Lied in de middeleeuwen



• Liederen werden mondeling overgeleverd, later opgeschreven.



• Liederen schrijven was in eerste instantie een elitaire aangelegenheid (ridders moesten dat dus kunnen/later ook burgers).



• Liederen zingen was voor iedereen.



• Veel soorten onderwerpen: liefdesliedjes, geestelijke liederen, historieliederen.



• Bekende soorten: ballade (danslied) en klaagzang/elegie (egidiuslied).





Toneel in de middeleeuwen



• Ontstaan in kerken à geestelijk toneel




  • Diensten in Latijn

  • Saai en onbegrijpelijk



• Bijbelse verhalen uitgebeeld (Pasen en Kerst) à zo werd het begrijpelijker voor de gewone burgers



• De toneelstukken werden ook opgevoerd buiten de kerk: veel publiek, speciale effecten



• Beroepsspelers, wereldlijk toneel (dagelijkse onderwerpen)



• Rederijkers = schrijvers, dichters, kunstenaars die zich verzamelde in groepen (rederijkers kamers) à literatuur in wedstrijdvorm



• Landjuweel = grote literatuurwedstrijd waar rederijkerskamers tegen elkaar ‘streden’.






 



Belangrijke werken uit de middeleeuwen:



• Van den Vos Reynaerde



• Karel en de Elegast



• Mariken van Nimwegen



• Lied van heer Halewein



• Walewein



• Roelantslied





Renaissance (1500-1700)                                                                                                                           





• Ontstaan in de 14e eeuw in Italië (Florence)



• Renaissance betekend letterlijk ‘wedergeboorte’, wedergeboorte van de klassieken oudheid.



• De klassieken oudheid was een belangrijk voorbeeld in de renaissance



• Afzetten tegen de cultuur van de middeleeuwen.





Historische achtergrond



• Centraal geregeerde staten, het feodale stelsel verdween.



• Opkomst burgerij, zij kregen meer macht (Gouden Eeuw)



• Splitsing van de kerk, katholieken en protestanten



• Tachtigjarige Oorlog met Spanje (1568-1648) à oorlog tussen het katholieken Spanje en het protestantse Nederland



• Republiek der Verenigde Nederlanden (1587-1795)





3 kenmerken van de renaissance



• Antropocentrisme à “carpe diem”




  • Leven op aarde is net zo belangrijk als leven na de dood.



• Individualisme à “zelfbewustzijn”




  • De mens als individu (humanisme)



• Empirisme à “bloei van de wetenschap”




  • Uitvinden hoe de wereld in elkaar zit door experimenten en onderzoek.





• Homo universalis = kenner en beoefenaar van alles (da Vinci)



• Grote namen: Isaac Newton (zwaartekracht), Michelangelo (kunstenaar), Leonardo da Vinci (wetenschapper en kunstenaar)



• Kunst werd erkend als beroep en wetenschap.





3 stromingen in de kunst



• Realisme




  • Anatomie (hoe de mens in elkaar zit)

  • Perspectief

  • Portret en familieschilderijen



• Estheticisme




  • Kunst moet mooi zijn

  • Streven naar symmetrie in de bouw- en schilderkunst

  • Literatuur: eisen aan de vorm



• Classicisme




  • Thema’s en motieven uit de klassieke oudheid

  • Beeldhouwkunst werd weer een aparte kunstvorm (contrapost = bepaalde houding)


 



3 kenmerken in literatuur en taal



• Estheticisme   à regels t.a.v. genres, metrum, verstypen



• Realisme         à literairwerk moest geloofwaardig zijn, gedrag en handelingen moesten natuurgetrouw zijn.



• Classicisme     à Translatio = vertalen uit Grieks en Latijn, Latijn was een internationale taal



                            à Imitatio = navolgen van klassieke schrijvers (epigram = puntdicht)



                            à Aemulatio = oude literatuur overtreffen (nieuwe genres, zoals aforisme en sonnet)



•  Purisme          à Archaïsmen = oude woorden in ere herstellen (bijv. Hooft)



                            à Neologisme = nieuwe woorden maken





Griekse literatuur en filosofen



• Homerus à Griekse schrijver 8e eeuw v.Chr.



• Illias à ‘50 dagen uit oorlog tussen Grieken en Troyanen’  (16.000 versregels epos)



• Odyssee à ‘Odysseus’ zwerftocht na de val van Troje’ (13.000 versregels)



• Socrates à “Mens moet zelfstandig nadenken.”



• Plato à leerling Socrates “Er bestaan vaste ethische waarden onder de dagelijkse werkelijkheid, ideeën. De ziel streeft daarnaar.”



• Aristoteles à leerling van Plato “Het leven heeft tot doel gelukzaligheid (hedonisme), maar de mens moet ook balans vinden tussen uitersten.”



• Stoïcisme à “Het leven is onvermijdelijk.”, “De reactie erop heb je als mens zelf in de hand.”,



“Laat je niet meeslepen door emotie.”





Latijnse literatuur: dichters



• Vergilius à ‘Aeneis’, de Latijnse Odyssee



• Horatius à “Carpe diem”



• Ovidus





Nederlandse literatuur



• Belangrijke schrijvers: Bredero, Hooft, Vondel, Huygens.



• Hollands dialect werd standaardtaal voor literatuur à later ABN



• Statentbijbel (1637): Grote invloed op het Nederlands.





G.A. Bredero (1585-1618)



• Amsterdamse schilder en schrijver uit middenstand.



• Op de grens van Middeleeuwen en Renaissance.



• Volkse dichtkunst in Rederijkerstraditie.



• Werken:




  • ‘Boertig, amoureus en aandachtig groot liedboek’ (1622) à humoristische, liefdes en vrome liederen

  • Toneelstukken: kluchten, treurspelen, blijspelen: ‘Spaanse Brabander Jerolimo’ (1617)





P.C. Hooft (1585-1618)



• Hield zich aan de regels van de renaissance.



• Maakt zijn huis, het Muiderslot, tot kunstkring.



• Werken:




  • Liefdeslyriek (sonetten)

  • ‘Nederlandse Historiën’ à levenswerk over de Nederlandse opstand tegen Spanje




  • In navolging van Romeinse geschiedschrijver Tacitus

  • Belangrijkste werk uit de renaissance

  • Moeilijk leesbaar door Latijnse zinsconstructie


 



Joost van den Vondel (1585-1679)



• Barok



• Autodidact (kennis door zelfstudie0



• Werk:




  • Hekeldichten/protestgedichten

  • Klaagzangen/elegieën

  • Tragedies (20) à ‘Gijsbrecht van Aemstel’ (Griekse tragedie in Amsterdam, een aemulatio)



• Vertalingen uit Grieks en Latijn


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.