Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
Open Dag = online ontdekken en ontmoeten

Bezoek onze Online Open Dag dit jaar vanaf je bank! Ontdek bijzondere verhalen van onze studenten en docenten. Stel je vragen. Én luister naar onze gezellige radioshow! Klaar voor een toekomst als student in het hbo? 

Meld je dan nu aan!

Samenvatting Nederlands



Informatieboek: 9.6 t/m 9.8 + 10.8 t/m 10.16

Werkboek: woorden uit examenteksten



§ 3.4 Informatieve tekstvormen



-bericht: wordt op zakelijke wijze een mededeling gedaan over iets wat pas is gebeurd.

-verslag: beschrijving van een gebeurtenis of activiteit

-uiteenzetting: je geeft niet alleen informatie maar legt ook iets uit. Wel objectief!

-presentatie: mondelinge uiteenzetting



§ 3.8 Recensie



Een recensie bevat o.a:





- zakelijke gegevens

- gegevens over de inhoud

- een oordeel en argumenten van de recensent



Soorten argumenten die daarbij worden gebruikt:



- structurele argumenten (over de opbouw)

- vernieuwingsargumenten (over de oorspronkelijkheid)

- realistische argumenten (over het werkelijkheidsgehalte)

- intentionele argumenten (over de intentie-bedoeling-van de schrijver)

- emotionele argumenten (over het effect op de emoties en gevoelens van de lezer)

- morele argumenten (over de normen en waarden van de samenleving)

- stilistische argumenten (over de stijl)



§ 4.2 Citeren, onderwerp, hoofdgedachte



Onderwerp: bestaat uit enkele woorden



Hoofdgedachte: bestaat uit een zin die je zelf onder woorden moet brengen.



§ 5.1 Verbanden



-herhaling (woordgroepen uit de vorige alinea worden herhaald)

-overgangszinnen (samenvattende zinnen aan het begin of eind van een alinea)

-signaalwoorden (verband of verbinding)

-aankondigende zinnen (geven aan wat men kan verwachten)



§ 5.2 Soorten verbanden



Verband Signaalwoorden

Tegenstellend Maar, daarentegen, toch, echter, integendeel, daar staat tegenover, enerzijds…anderzijds

Opsommend En, ook, niet alleen…maar ook, bovendien, verder, nog, daarnaast, zowel…als, vervolgens, tevens, ten eerste…ten tweede, eerst, dan, daarna

Oorzakelijk Doordat, daardoor, zodat, waardoor, ten gevolge van

Redengevend Omdat, want, daarom, immers

Uitleggend Dat wil zeggen, zo, met andere woorden, bijvoorbeeld, ter illustratie

Concluderend Dus, concluderend

Samenvattend Kortom, samenvattend, om kort te gaan

Voorwaardelijk Als, indien, op voorwaarde dat, mits, tenzij

Vergelijkend Net als, zoals, evenals



§ 5.5 Samenvattend schema



Structuur Hoofdvraag Middenstuk Tekstvorm

Voordelen-en-nadelen Wat zijn de voor en nadelen? -voor en nadelen-voor en nadelen en eigen standpunt Uiteenzetting of beschouwing, betoog

Vroeger-en-nu Wat is er veranderd? -alleen veranderingen-ook eigen standpunt over veranderingen Uiteenzetting of beschouwing, betoog

Probleem-en-oplossing Op welke manieren kan het probleem worden opgelost? -alleen oplossingen-ook eigen keuze van oplossing Uiteenzetting of beschouwing, betoog

Verschijnsel-en-verklaring Welke verklaringen zijn er voor dit verschijnsel te geven? -alleen verklaringen-ook oplossingen of andere keuze Uiteenzetting of beschouwing, betoog

Bewering-en-argument Waarom is…waar? Argumenten Betoog

Verschijnsel-en-bespreking Welke aspecten kent dit verschijnsel? Bespreking van de verschillende aspecten Uiteenzetting of beschouwing



§ 6.1 Argumenten



Argumenten gebruik je om een mening of standpunt te verduidelijken.

Een argument is een beweegreden, dat wil zeggen: het is de reden waarom je iets doet of vindt.



Reden: de mens heeft zelf een keus gemaakt

Oorzaak: de mens zelf kan er niks aan doen



§ 6.2 Objectieve en subjectieve argumenten



Objectieve argumenten

er wordt gebruik gemaakt van feiten. Feiten zijn controleerbaar, ze zijn objectief. We noemen dit: argumenten op de basis van feiten. Een objectief argument noemen we ook wel een ‘bewijs’.



Subjectieve argumenten

Een stelling wordt met zulke argumenten aannemelijk gemaakt, ze zijn oncontroleerbaar. De juistheid hiervan is niet onderzocht. We noemen dit: argumenten op basis van geloof of argumenten op basis van intuïtie of geloof.



§ 6.3 Redeneringen; hoofd- en subargumenten



Eerste hoofdtype



1 Stelling/bewering

2 Argumenten

3 (Conclusie)



Tweede hoofdtype



1 Argumenten

2 Conclusie (=stelling/bewering)



hoofdargumenten: de argumenten zijn gelijkwaardig aan elkaar, ze kunnen onderling van plaats wisselen.



Subargumenten: wordt gebruikt om een eerder genoemd argument te versterken



§ 6.4 Neven- en ondergeschikte argumenten



Bij een bewering kunnen meerdere argumenten gebruikt worden, als deze argumenten gelijkwaardig aan elkaar zijn noemen we deze: hoofdargumenten die nevengeschikt zijn. Ze zijn onderling verbonden door een opsommend verband.



Ondergeschikte argumenten -> subargumenten



§ 6.5 Argumenten en tegenargumenten



Door tegenargumenten wordt een betoog vaak veel afwisselender.



§ 6.6 Logisch redeneren



De opbouw:



1 Bewering/Stelling

2 Waarneming

3 Conclusie



“de stelling is niet exclusief genoeg”: er valt te veel onder de stelling, je kunt geen juiste gevolgtrekkingen maken.



§ 6.7 Soorten argumenten



- voorbeeld

- feit

- empirisch argument (een voorval dat je zelf hebt beleefd)

- beroep op autoriteit (van wie iemand aanneemt dat het ook echt zo is)

- vergelijking

- moreel argument (wordt ontleend aan je persoonlijke idealen)

- emotioneel argument (erg persoonlijk)



§ 6.8 Beoordelen van argumenten en manipuleren



Zwakke argumenten

Hoe objectiever een argument hoe sterker (zwakke + sterke argumenten)



Foute argumenten



· het-op-de-man-spelen: het uitten van persoonlijke kritiek

· het meelopersmotief: beroep op een algemene mening of verschijnsel

· de generalisering: uit een gebeurtenis wordt meteen een conclusie getrokken

· het dreigement: macht wordt gebruikt om door te kunnen zetten

· de ontduiking: probeert de zaak te ontduiken bij gebrek aan bewijs

· de cirkelredenering: het argument is al onderdeel van de stelling/bewering



Drogredenen

Een redeneerfout wordt ook wel een drogreden genoemd



§ 7.2 Samenvatten



Eisen aan een samenvatting:



- bestaat alleen uit hoofdzaken

- de strekking van de tekst is juist weergegeven

- de samenvatting is prettig leesbaar

- de omvang is hoogstens 20% van de basistekst

- de samenvatting moet representatief zijn



Voorwaarden



- je begrijpt de inhoud van de tekst helemaal

- je weer hoe de tekst is opgebouwd

- je kunt de tekst heel beknopt en in je eigen woorden weergeven



In een samenvatting laat je altijd weg



- details

- voorbeelden

- anekdotes

- uitweidingen

- herhalingen



Woorden uit examenteksten:



geflatteerd = te gunstig voorgesteld

globaal = in grote lijnen

hierarchie = stelsel van hogere en lagere plaatsen

humanitaire = menslievende

hypocriet = schijnheilig

ideologie = stelsel van gedachten en ideen

impuls = prikkel

inconsequent = in strijd met wat eerder is gedaan of gezegd

index = inhoudsopgave

infrastructuur = geheel van blijvende onroerende voorzieningen

innoveren = vernieuwen

integratie = eenwording

interactie = wisselwerking

internaliseren = zich eigen maken

interpreteren = uitleggen

intimideren = bang maken

latend = verborgen

legitiem = rechtmatig

lobbyen = druk uitoefenen op iemand die een beslissing moet nemen

marginaal = straatarm

metamorfose = gedaanteverwisseling

modaal = gemiddeld

moraliseren = beleren

narcistische = zeer met zichzelf ingenomen zijnde

nihil = niets

opinie = naar de mening

opportunisme = het van mening veranderen als het goed uitkomt

orthodoxe = rechtzinnige

paradox = schijnbare tegenstelling

pedagogisch verantwoord = opvoedkundig verantwoord

periodiek = regelmatig

perspectief = vooruitzicht

postuum = na de dood

potentiele = mogelijke

pragmatische = zakelijke

pretenderen = beweren

preventieve = bedoeld ter voorkoming

prioriteit = voorrang

privatiseren = het laten uitvoeren door particulieren

prognose = voorspelling

geprolongeerd = langer vertoond dan aangegeven

protectionisme = maatregelen ter bescherming van de eigen handel en industrie van een land

provoceren = uitdagen

rationaliseren = het met verstand proberen te verklaren

stereotiepe = onveranderlijke

gestigmatiseerd = krijgen een etiket opgeplakt

universeel = in alle gevallen passend


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.