Hoe kies jij een studie?

Daar zijn wij benieuwd naar. Vul onze vragenlijst in en bepaal zelf wat voor beloning je daarvoor wilt krijgen! Meedoen duurt ongeveer 7 minuten.

Meedoen

Hoofdstuk 3 en 4

Beoordeling 4.7
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 3e klas vwo | 1102 woorden
  • 30 augustus 2006
  • 21 keer beoordeeld
Cijfer 4.7
21 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Overweeg jij om Politicologie te gaan studeren? Meld je nu aan vóór 1 mei!

Misschien is de studie Politicologie wel wat voor jou! Tijdens deze bachelor ga je aan de slag met grote en kleine vraagstukken en bestudeer je politieke machtsverhoudingen. Wil jij erachter komen of deze studie bij je past? Stel al je vragen aan student Wouter. 

Meer informatie
Nederlands Taallijnen Samenvatting Hoofdstuk 3 en 4 tekstverbanden
Mogelijke tekstverbanden: - opsomming - oorzaak en gevolg - voorbeeld - reden en gevolg - middel en doel - argumenten en conclusie - overeenkomst - probleem en oplossing - tegenstelling (verschil) tekstverbanden komen voor in alinea’s maar ook tussen alinea’s. bijvoorbeeld: - twee alinea’s kunnen een tegenstelling vormen - de eerste alinea geeft het gevolg, de tweede de oorzaken - de tweede alinea geeft een toelichting op, een uitwerking van de eerste alinea - twee, drie alinea’s kunnen samen een oplossing vormen - de tweede alinea geeft een voorwaarde voor de regel in de eerste alinea. functie van de slotalinea
net als de inleiding heeft ook het slot van een tekst een bijzondere functie. Bijvoorbeeld: - het slot presenteert de conclusie - het slot geeft een samenvatting - het slot geeft een advies, wens of waarschuwing - het slot beantwoord de centrale vraag - het slot geeft een oplossing voor het probleem

reclame - probeert het koopgedrag of de denkwijze van mensen te veranderen - komt voor op tv, radio, kranten, tijdschriften, folders en billboards - bewust gebruik van middelen om proberen het koopgedrag te veranderen
alineastructuur
De aanvullende zinnen in een alinea zijn een uitwerking van de kernzin of de kernzin of geven voorbeelden bij de kernzin. Ook de aanvullende zinnen van een alinea bestaat uit een verband. Bijvoorbeeld: - (1) Tropische vlindersoorten worden met uitsterven bedreigd. (2) De luchtvervuiling is een belangrijke oorzaak. (3) Bovendien speelt de ontbossing van de regenwouden de vlinders parten. (4) Dagelijks verdwijnt er een bos ter grootte van de provincie Utrecht. - (1) kernzin vlinderstefte (2) aanvulling oorzaak 1 (3) aanvulling oorzaal 2 (4) aanvulling uitwerking oorzaak 2
vaktaal
Als een beroep een eigen, speciaal woordgebruik heeft, dan heet dat vaktaal. Ook bepaalde hobby’s en sporten hebben vaktaal
pleonasme en tautologie - pleonasme: een deel van de betekenis van het woord wordt herhaald (nat water) - tautologie: de volledige betekenis van een woord wordt herhaald (hij sprak en zei) suggestief taalgebruik
in verkoop gesprekken wordt vaak suggestief taalgebruik gebruikt om de klant te beïnvloeden. - woorden met een positieve of negatieve gevoelswaarde: uniek, bijzonder, afschuwelijk - een mening wordt gegeven als een feit: Die verslijt u de eerste jaren niet! - beeldspraak (vaak in de vorm van clichés): Hij loopt nog als een trein. - suggesties: Dit is echt iets voor een kenner - humor: Dit geurtje maakt u werkelijk onweerstaanbaar
woordkeuze
Net als een schrijver moet een spreker zijn woordkeuze afstemmen op de situatie (formeel of informeel), de luisteraar en het doel van het gesprek. Al deze aspecten moeten in de voorbereiding ruime aandacht krijgen. Immers, een spreker moet zijn gedachten snel in goede en passende zinnen om kunnen zetten. tijdsdocument
Een kunstwerk kan illustratief zijn voor een bepaalde periode uit onze geschiedenis. Het illustreert hoe in die periode geleefd, gedacht en gevoeld werd. Het zien van zo’n kunstwerk, het lezen van zo’n boek geeft inzicht in de tijd waarin het gemaakt of geschreven is. innerlijke monoloog
wanneer de gedachten, het denkproces, van een persoon wordt weergegeven, spreek je van een innerlijke monoloog. Vaak bestaat zo’n stukje tekst uit losse woorden of halfafgemaakte zinnen, want gedachten bestaan nu eenmaal niet uit mooi gevormde, goed geformuleerde zinnen. enquête

de enquête is een methode om informatie te verzamelen bij een grote groep mensen: de hele groep of een deel daarvan. Wil je weten hoe de hele groep erover denkt, maar is het onmogelijk om iedereen de vragen voor te leggen, dan kies je voor een deel van die groep. Er moet dan wel sprake zijn van representatief deel. De gegevens worden samengevat in een enquêteverslag. samenvatting
Vat je voor een ander de tekst samen en wil je een goed beeld van die tekst geven, ga dan als volgt te werk: - lees de tekst eerst verkennend - bestudeer de tekst een haal de hoofdzaken eruit - controleer of de hoofdzaken samenhang vertonen, samen een toelichting vormen op de hoofdgedachte - maak van je aantekeningen een tekst die in goed Nederlands is opgesteld
analyseren
analyseren: uit elkaar halen, met als doel het beter begrijpen hoe iets in elkaar zit. Dit doe je door uit te leggen wat je waarneemt. lexicale variatie - een term uit de taalkunde waarmee aangegeven wordt, dat je met twee ± gelijke woorden toch iets anders bereikt bij de schrijver - eufemismen: verbloemende woorden - dyfemismen: niets verbloemende woorden
open en gesloten vragen
Open vragen zijn vragen waarop uitgebreide antwoorden op kunnen worden gegeven. Het aantal mogelijke antwoorden is vaak groot. Gesloten vragen zijn vragen waarop een kort en bondig antwoord mogelijk is. Het aantal mogelijke antwoorden is beperkt. Bijvoorbeeld: - ga je mee? (gesloten vraag) - wat vind je van zijn nieuwste cd? (open vraag) Meerkeuze vragen zijn gesloten vragen. suggestieve vragen
suggestieve vragen zijn vragen die de ander al in een bepaalde richting dringen. Ze laten zien hoe een vragensteller over een bepaald onderwerp denkt. Op een vraag als: Vind je deze school ook zo vervelend? zal de ander eerder negatief antwoorden dan op een vraag als: Wat vind je van deze school? Suggestieve vragen horen ook niet in een enquête thuis omdat ze de lezer beïnvloeden bij het beantwoorden van de vragen. aangeboren taalvermogen
kinderen hebben een aangeboren taalvermogen waarmee ze de taalregels uit een taal (welke taal maakt niet uit) oppikken. kritische periode
Mensen ontwikkelen hun aangeboren taalvermogen alleen als er voor hun puberteit met hen gepraat wordt. fantacy
Een fantasyverhaal is een verhaal dat zich afspeelt in een verzonnen tijd en wereld. De gebeurtenissen vinden vaak plaats in een magische wereld vol duistere krachten en vreemde wereld vol duister wezens: elfen, kabouters, trollen, fabeldieren en voodoopriesters. In sommige fantasyverhalen is het heel duidelijk dat het niet om een realistische werkelijkheid gaat. Ander fantasyverhalen lijken wel realistischer te zijn tot er iets vervreemdends gebeurt. De werkelijkheid die wij kennen wordt doorbroeken door iets vreemds, bovennatuurlijks, iets magisch. Er lijkt sprake te zijn van twee werelden: onze eigen vertrouwde wereld en een magische, bovennatuurlijke wereld. Je weet als lezer dan niet meer of vreemde dingen nu werkelijk gebeuren of dat het inbeeldingen zijn van de verhaalpersoon. sciencefiction
een sciencefictionverhaal is een verzonnen verhaal dat zich afspeelt in de toekomst of op een ander planeet. Science betekent wetenschap. Veel elementen in een sciencefiction verhaal zijn wetenschappelijk onderbouwd. De gebeurtenissen zouden mogelijker wijs ooit kunnen plaatsvinden. Vaak is er sprake van een machtsstrijd tussen groepen, volken of landen. Je zou kunnen zeggen dat sciencefiction ook een vorm van fantasy is. Want er is sprake van fantastische voorstellingen over de vooruitgang van de toekomst.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.