Cursus 11 &15 Laagland literatuur

Beoordeling 7.2
Foto van Femke
  • Samenvatting door Femke
  • 6e klas vwo | 3977 woorden
  • 6 januari 2016
  • 20 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.2
  • 20 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!

Samenvatting literatuur Nederlands



19e eeuw



11.1. Historische context



Na de nederlaag van Napoleon (1815) wilde iedereen weer de situatie van voor de Franse Revolutie (1789) herstellen. Het nationalisme kwam op:




  • Landen streefden naar eenwording. In 1871 gebeurde dit in Duitsland door Bismarck

  • Meer belangstelling voor eigen volk en volkskarakter



Vanaf 1870 kwam het imperialisme op: landen streefden naar gebiedsuitbreiding (machtsuitbreiding + arbeidskracht + afzetmarkten).



Het was de eeuw van de bourgeoisie; door de industrialisatie en het kapitalisme ontwikkelden zij zich tot een machtige groep waar veel arbeiders afhankelijk van waren.



De Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden werden herenigd in één koninkrijk onder leiding van koning Willem I. Nederland werd steeds moderner. De moderniteit veranderde de samenleving op veel gebieden. Gevolgen:




  • Nieuwe transportmethoden

  • Veel handel (Nederlandsche Handelsmaatschappij met Indië)

  • Toenemende politieke en sociale bewustwording onder de arbeiders en kleine burgerij

  • Ontkerkelijking à verzuiling à “emancipatie” à feminisme (Aletta Jacobs)

  • Verpaupering in de steden (door verstedelijking)

  • Ontvolking van het platteland

  • Toenemend individualisme (traditionele banden met het gezin, dorp worden verbroken) à ontstaan massacultuur (gericht op amusement)



Toch bleef het een maatschappij waarin je geboren was in je eigen positie en daar ook niet uit kon komen. Belangrijke waarden van deze burgerlijke ideologie: eer, deugdzaamheid, respect voor gezag en godsdienst als hoogste goed.



Maar Nederland bleef niet lang één land; na de Junirevolutie (1830) in Parijs kwamen de Belgen in opstand en werd België een zelfstandig koninkrijk in 1839.



1848: Willem II voert een nieuwe grondwet in (gemaakt door Thorbecke). Nederland wordt een parlementaire democratie. Eerst lag de politieke macht alleen bij de gegoede burgerij, maar later ook bij de lagere lagen van de bevolking.



Afscheiding van België + bevrijding van Napoleon à versterkt gevoelens van nationalisme.



11.2 Culturele context



Filosofie en wetenschap:



Materialisme: materiële en economische omstandigheden bepalen het bestaan (W&N) van de mens. Karl Marx bevestigt in zijn ‘Communistisch Manifest’ dat de economie bepalend voor het gehele leven is. Hij stelde dat arbeidsdeling en eigendom tot vervreemding leidde. De mensen onderscheidden zich in twee groepen: de loonarbeiders en de bourgeoisie. Dit leidde tot vervreemding van elkaar. Zijn ideeën waren belangrijk in het socialisme.



August Comte was grondlegger van het positivisme. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat waarheid alleen kan worden berust op empirische wetenschappen. Alles draaide om feiten; als die geordend waren kon de werkelijkheid begrepen worden en zelf te beheersen en te besturen zijn.



Friedrich Nietze reageerde op wat werd beschouwd als de crisis van de burgerlijke mens: de vervreemding en anonimiteit in de massa. Volgens hem waren waarheden illusies, waarvan mensen vergeten waren dat het illusies waren. Alleen de Uebermensch kon dit doorbreken door het vervreemde leven achter zich te laten.  Je moest hiervoor al je waarden en vooroordelen ‘weggooien’.



Charles Darwin was de grondlegger van de evolutietheorie. Wetenschappers streefden naar het leggen van causale verbanden. Dit sluit aan bij het positivisme.



Kunst:



De functie van kunst veranderde; het werd niet meer in opdracht gemaakt, maar het werd koopwaar. Kunstenaars waren nu dus vrij in stijl- en onderwerpkeuze. Er ontstonden twee groepen:




  • De kunstenaars die deden wat de bevolking wilde

  • De kunstenaars die aan hun eigen stijl vasthielden (antiburgers)



Kunst veranderde ook door de uitvinding van fotografie. Om de werkelijkheid te laten zien maakte je nu een foto, in plaats van dat je daar een schilderij van liet maken. Hier ligt de basis van de moderne kunst. Vincent van Gogh was iemand die hiermee begon. Kenmerken van Gogh:




  • Hij stelde kunst in plaats van godsdienst (“schilderen is een geloof”)

  • Hij vond dat kunst nu de verlossende functie had die godsdienst vroeger had

  • Hij verheerlijkte gewone mensen

  • Veel zelfexpressie

  • Kleur om emotie en temperament uit te drukken à kleurcombinaties moeten gevoelens oproepen

  • Veel concrete details

  • Het bijzondere achter het algemene te laten zien

  • Verhevigde kleuren

  • Gebruik van persoonlijke symbolen



Romantiek: kunst is een expressie van eigen gevoelens. Kenmerken:




  • De kunstenaar had vrijheidsdrang en brak met de voorgeschreven regels in de kunst

  • Persoonlijkheidscultus: de kunstenaar beschouwde zichzelf als een ‘ziener’ die in staat was zich zeer persoonlijk en origineel uit te drukken

  • De romanticus leefde in onvrede met de omringende werkelijkheid (Sehnsucht: een verlangen in het leven dat niet te bevredigen was)

  • Kloof tussen ideaal en werkelijkheid

  • Het romantische lijden (Weltschmerz) en melancholie

  • Soms engagement om onvrede met maatschappij te tonen

  • Geen klassieke onderwerpen

  • Vaak het verleden als onderwerp (toevluchtsoord voor onvrede met het heden)

  • Vaak de natuur als onderwerp (onbekend, ongetemd, bovennatuurlijk)



Voorbeelden van kunstenaars: Eugène Delacroix ,Théodore Géricault, Caspar David Friedrich en Barend Cornelis Koekkoek.



Schilderij ‘Het vlot van Medusa’ is gemaakt door Géricault als kritiek op de Franse staat. De Medusa was een schip dat door de schuld van de kapitein was vergaan. Er waren niet genoeg reddingsboten, dus bouwden ze een vlot dat ze aan de boten vastknoopten. Maar de kapitein gaf de opdracht om het touw door de hakken en zo dreef het vlot af. Omdat de proviand snel op was gingen mensen over tot kannibalisme.



Realisme: duidelijke gerichtheid op eigentijdse werkelijkheid en onderwerpen. Het streven mensen af te beelden in de sociale en economische werkelijkheid. Vaak als onderwerp alledaagse werkelijkheid.



Impressionisme: wilden uitwendige, plotselinge indrukken vastleggen à weergaven van een moment. Veel gebruik van de losse penseelstreek, onafheden en schetsmatigheid. Schilders van het moderne stedelijke leven. Vaak schilderden ze ‘ontspanningsmomenten’. Belangrijke impressionisten: Claude Monet (‘Gare Saint-Lazare’) en Edgar Degas (‘Miss La La in het circus Fernando’).  Ze besteedden veel zorg aan het standpunt.



Muziek:



Vooral romantische muziek in de 19e eeuw. Componisten ontwikkelde een eigen muzikaal idioom (eigen stijl). Er waren componisten die wilden vernieuwen (Hector Berlioz) en componisten die bij het verleden wilden blijven (Johannes Brahms). Net als bij kunst gingen componisten minder in opdracht werken. Een favoriete muziekvorm was de symfonie. De piano was het favoriete instrument uit de romantiek (veel gebruikt door Frédéric Chopin en Franz Listz). Aan het eind van de eeuw werd ook veel impressionistische muziek geschreven door Claude Debussy. Kenmerken: niet strengs gestructureerd en vooral een bepaalde sfeer oproepen.





11.3 Literaire ontwikkelingen



Tot ongeveer 1880 hadden literaire teksten in Nederland meestal een didactische functie. Veel schrijvers waren dominees (domineedichters), waarvan Nicolaas Beets de bekendste. Rond 1880 kwam verzet tegen deze didactische functie: de Beweging van Tachtig. Ze waren een voorstander van autonome literatuur: literatuur zonder belerende of opvoedkundige bedoeling.



Vooral in de steden was er een toename van lezers. Ze wilden vooral lezen voor ontspanning. De uitgeverijen wilden uitgeven wat het publiek wilde en zo ontstond massalectuur. Als tegenbeweging kwamen minder commerciële schrijvers (Beweging van Tachtig) op door te zeggen dat literatuur stilistisch moest zijn en dat de didactische functie achterhaald was. Zij noemden hun werk ‘l’art pour l’art’.



Madame Bovary door Gustave Flaubert: over het huwelijk van Emma Bovary. Ze is ongelukkig getrouwd en pleegt (geïnspireerd door populaire romantische literatuur) overspel op zoek naar ware liefde. Boek werd beschouwd als aanslag op de goede zeden. Grootste kritiek was op de manier waarop het boek verteld was; de verteller leverde geen moralistisch commentaar. Ook Charles Baudelaire had met Les fleurs du mal een soortgelijk probleem, zijn gedichten werden als te erotisch beschouwd. Ook schrijvers waren dus antiburgers.



De kenmerken van romantische kunst zijn ook van toepassing op de romantische cultuur. Men had vooral een voorkeur voor lyrische teksten (het gevoel en de emotie staan centraal). Belangrijke onderwerpen: verleden, natuurbeleving, tragische liefde, dood, vriendschapsbanden en aandacht voor het hogere en bovennatuurlijke.  Ada’s bruiloftsfeest  van E.J. Potgieter is een goed voorbeeld van een romantische tekst. De ik-figuur lijdt onder het bestaan, gevoelens van onvrede staan centraal, romantische tragische liefde en dood als onderwerpen en de natuur is het decor. Het is een ballade (verhalend lied met tragische afloop).



Het nationalisme wekte weer belangstelling op voor het verleden, vandaar dat veel verhalen in het verleden gesitueerd zijn. De gebroeders Grimm werden beroemd met hun volkssprookjes. In Nederland richtte de historische belangstelling vooral op de middeleeuwen en de Gouden Eeuw.



De historische roman past perfect in het plaatje waarbij door het nationalisme belangstelling voor het verleden terugkeert. Sir Walter Scott was een voorbeeld voor vele andere historische schrijvers. Hij schreef historische avonturenromans en probeerde hierbij het historische decor zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven. Zijn personages waren erg stereotiep, waardoor de verhalen goed te volgen waren. Voorbeelden van Nederlandse historische romans:




  • Hermingard van de Eikenterpen van Aarnout Drost

  • Het slot Loevenstein van J.F. Oltmans

  • De Roos van Dekema van Jacob van Lennep



In Vlaanderen publiceerde Hendrik Conscience in 1838 de roman De leeuw van Vlaanderen. Deze roman sloot aan bij de Vlaamse beweging, die voor emancipatie voor Vlamingen en de Vlaamse cultuur (en dus taal) stond. De roman gaat over de strijd tussen Vlamingen en de Franse overheersers. De Vlamingen verslaan uiteraard de Fransen. Een belangrijk element in deze roman is de vaderslandliefde.



Veel romantische romans konden door Weltschmerz en gevoeligheid ook humor oproepen. Deze romantische humor komt duidelijk naar voren in Snikken en grimlachjes van Piet Paaltjens (/ François HaverSchmidt). Hij vergroot in zijn roman de Weltschmerz en ironiseert het zo. Onderwerpen: vriendschapsbanden, weemoed en ongelukkige liefdes. Gebruik van: absurde situaties, woordspelingen, vermengen van alledaags met verheven en belangrijk, stijlbreuken en overdrijvingen.



Multatuli (/Eduard Douwes Dekker) schreef Max Havelaar of De koffieveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappij. Het verhaal: koffiehandelaar Batavus Droogstoppel krijgt een stapel verhalen en notities van Sjaalman. Hij beveelt Stern (assistent) hiervan een boek te maken. Het verhaal speelt zich af op Java en gaat over de avonturen van Max Havelaar, die als Nederlands bestuursambtenaar de inlandse vorst aanklaagt bij zijn Nederlands superieuren wegens uitbuiting. Het verhaal van uitbuiting wordt verteld door middel van twee Javaanse jongeren, Saidjah en Adinda. Aan het einde wordt koning Willem III aangesproken: aan de uitbuiting van de Javaan moet een einde komen (à risicovol, pseudoniem). Multatuli wilde met zijn boek ingrijpen in de politieke werkelijkheid (buitenliterair doel). Hij toont hiermee engagement, want hij wil vertellen over de koloniale misstanden. Havelaar is een romantisch personage:  strijder tegen het onrecht, emotioneel, vol verbeeldingskracht en dromer. De lezer moest bij het lezen kiezen: of het standpunt van idealist en dromer Max Havelaar, of het standpunt van Doorgstoppel (belang bij gangbare koloniale politiek). Hier komt ook de titel vandaan. Multatuli hoopte dat de lezers kozen voor Havelaar.



Het is een mengeling van verschillende teksten: humoristisch, exotische natuurbeschrijvingen en romantisch. Alle tekstsoorten staan door elkaar.





Beweging van Tachtig (de Tachtigers):




  • Willem Kloos: schreef sonetten

  • Lodewijk van Deyssel / Cornelis Paradijs: Grassprietjes à gedichten van domineedichters belachelijk maken

  • Frederik van Eeden: De kleine Johannes (cultuursprookje: sprookje bedacht door de dichter) over ontwikkeling van kind tot volwassene

  • Belangrijkste Tachtiger: Herman Gorter: Mei (verhalend gedicht) over Mei die vanuit zee het Hollandse landschap betreedt en April aflost. Mei wordt verliefd op de blinde god Balder, maar de onsterfelijke Balder wil zich niet binden aan de sterfelijke Mei.  + Verzen (gedichtenbundel) weergaven van zeer intense en individuele emoties à moeten ervaren worden als sensaties.



Het was een tegencultuur tegen de massacultuur en dominante burgerlijke cultuur. Gedichten van de Tachtigers waren bedoeld als leespoëzie (niet bestemd voor voordracht, zoals van voorgangers). De Tachtigers leefde vanuit een wereldse levensbeschouwing: niet gelovig, woonachtig in een stad. Een gedicht was stemmingskunst: weergave van stemming of emotie. Het individu staat centraal. Een gedicht werd opgevat als uitdrukking van een unieke dichtersziel.



Realistische literatuur



De belangrijkste Nederlandse toneelschrijver was Herman Heijermans (Op hoop van zegen, over misstanden in de visserij). Realistische schrijvers maakten vaak vooral gebruik van romans (populairst) of toneelstukken om eigentijdse werkelijkheid te beschrijven. Gaan vaak over sociale milieus en het wel of niet klimmen op de maatschappelijke ladder. Personages proberen hun vaste sociale rollen te doorbreken. Veel aandacht voor geld en materiële zaken en details (realisme-effect). Romans zijn typerend voor een burgerlijke en individualistische maatschappij. Het realisme begon met belerend realisme en ontwikkelde zich tot naturalisme.



Belerend realisme



Realistische teksten met moraliserende bedoeling. Kenmerken:




  • Geen schokkende onderwerpen

  • Personages eenvoudig te verdelen in goed en slecht

  • Happy end



Beroemdste voorbeeld in NL: camera obscura van Hildebrand (/Nicolaas Beets). Losse verhalen met gedeelde waarheid tussen schrijver, verteller, personage en lezer (schrijver en lezer delen dezelfde W&N). Verhalen geven op licht ironische toon spot.



‘De familie Stastok’: familieleden worden afgeschilderd als vertegenwoordigers van de ingedutte, rentenierend burgerij in een wereld waar alles vastligt.



‘De familie Kegge’: ‘kritiek’ op het nieuwe geld.



Herkenbare W&N voor burgers toentertijd!



Naturalisme: het zo objectief mogelijk beschrijven van de werkelijkheid, zo neutraal mogelijke tekst (vaak verteller zonder commentaar). Voorbeeld: Madame Bovary. Ook taboeonderwerpen kwamen nu aan bod in de literatuur. Fransman Emile Zola is de grondlegger van het naturalisme, geïnspireerd door wetenschap en positivisme. Het zoeken naar causale verbanden leidt tot determinisme: de vrije wil van mensen wordt beperkt door erfelijkheidsfactoren en invloeden van het sociale milieu. Hij onderscheidde drie determinerende factoren:




  • Erfelijkheid

  • Woon- en leefomstandigheden en opvoeding (milieu)

  • Tijd waarin men leeft



Het gedrag van personages wordt bepaald door deze factoren, ze hebben geen vrije wil.



Naturalisten maken ook gebruik van de temperamentenleer: mensen worden geboren met een bepaalde temperament, medebepaald door erfelijke factoren.  In naturalistische romans komen veel personages voor met een nerveus temperament. De afloop van naturalistische romans wordt vaak bepaald door causale lijnen, ruimte- en tijdsbepalingen zijn concreet en realistisch.



Het naturalisme beïnvloedde ook Nederlands schrijvers, zoals Marcellus Emants. Hij schreef Een nagelaten betekenis over Willem Termeer die zijn vrouw heeft vermoord. Hierop vertelt hij zijn levensverhaal om te achterhalen welke determinerende factoren zijn leven hebben bepaald en hoe hij tot zijn daad is kunnen komen. Verdere schrijvers:




  • Lodewijk van Deyssel: Een liefde

  • Frederik van Eeden: Van de koele meren des doods

  • Louis Couperus



Thematiek noodlot staat centraal bij zijn werk: het leven van de mens wordt bepaald door buiten hem staande omstandigheden waar hij geen grip op kan krijgen. Werken:




  • Eline vere: nerveuze, dromerige Haagse jonge vrouw gaat ten onder door erfelijke factoren en het leven in de hogere Haagse burgerkringen (milieu)

  • Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan: twee oude mensen (Emile en Ottillie) denken terug aan toen ze jong waren in Indië. Emile was Ottillies minnaar en heeft haar echtgenoot vermoord. Ze wonen in Den Haag en komen bij elkaar op bezoek, uit wroeging om hun vroegere daden. Gelukkig weten de kinderen het niet. Zij weten niet dat die het wel weten, maar er niet over spreken (verleden is taboe)

  • Noodlot: over de vrienden Frank, Bertie en Franks geliefde Eve. Bertie is verantwoordelijk voor het feit dat Frank en Eve uit elkaar groeien. Als Frank daarachter komt vermoordt hij Bertie. Frank en Eve kunnen alsnog niet gelukkig worden door de gebeurtenissen en daarom plegen Frank en Eve zelfmoord.

  • De stille kracht: Van Oudijck is bestuursambtenaar in Indië, maar begrijpt niet veel van de denk- en leefwijze daar. Door deze ‘stille krachten’ gaat hij ten onder.

  • De berg van het licht: historische roman over het oude Rome

  • Iskander: historische roman over het leven van Alexander de Grote



20e en 21e eeuw: de jaren ‘90 tot heden



15.1 Historische context



Na de val van de Berlijnse muur (1989) gingen Europese landen samenwerken in de Europese Unie. Ze zijn een monetaire eenheid. In 2004 traden voormalige Oostbloklanden toe.



In 1990 viel Saddam Hoessein (Irak) Koeweit binnen. Dit was het begin van de Golfoorlog. 34 landen o.l.v. de VS eisten dat Irak zich terugtrok. Toen Hoessein niet gehoorzaamde openden de landen een groot luchtoffensief. Hierna trok Irak zich terug. Het verhaal “Het Amerikaanse bedrijf” van Kader Abdolah gaat over het uitbreken van de Golfoorlog. In dit verhaal zijn veel angstgevoelens te herkennen.



Ook de Sovjet-Unie en het Oostblok viel uiteen. Het gebied moest herverdeeld worden en er ontstond een burgeroorlog in het voormalige Joegoslavie. In 1996 was de val van Srebrenica.



Na de Golfoorlog werd geëist dat Irak zich zou ontdoen van massavernietigingswapens, maar Irak weigerde mee te werken aan controles. Op 11-9-2001 waren er terreuraanslagen op het WTC in NYC en op Washington. Bush jr. verklaarde de oorlog aan het terrorisme. Men zocht naar Osama bin Laden in de Taliban in Afghanistan, maar die was niet te vinden. Omdat bin Laden niet wilde meewerken aan de controles startten 30+ landen (waaronder VS & GB) de Irakoorlog. In 2003 werd bin Laden verslagen.



Door deze oorlogen was er een grote toestroom van asielzoekers naar Nederland. Door de migratie ontstond een multiculturele maatschappij. Dit brengt problemen met zich mee, die Paul Scheffer het ‘multiculturele drama’ noemde. In 2002 en 2004 werden Pim Fortuyn en Theo van Gogh vermoord. Hierdoor ontstond een agressievere publieke cultuur.



Ook merken we een proces van globalisering. Sommige landen zijn hierdoor bang hun eigen identiteit te verliezen. Door massamedia en migratie wordt dit gevoel versterkt. Er is een moniale leefwijze ontstaan.



15.2 Culturele context



Filosofie: het streven naar rationele kennis over vraagstukken waar nog geen wetenschappelijke methoden voor bestaan of kunnen worden toegepast. De filosofie houdt zich vooral bezig met actuele vraagstukken met een sterk ethisch karakter. Filosofen:




  • Peter Sloterdijk: regels van het mensenpark (tekst over falen van humanisme en gentechnologie)

  • Alain Badiou: verzet zich tegen postmodernistische filosofie van relativisme en betrekkelijkheid van alle kennis. Begrip ‘waarheid’ heeft geen betekenis.



Kunst: ‘nieuwe onoverzichtelijkheid’: geen dominante stroming of stijl. Media als fotografie en video zijn volledig doorgedrongen en maken deel uit van museumcollecties. Rineke Dijkstra werd bekend met portretten van kinderen en jongvolwassenen bij de zee. Bill Viola maakt een cideo-installatie ‘Five Angels for the Millennium’. Alessandro Mendini bouwde het Groninger museum. De vorm en symbolische functie(kunst, museum) zijn belangrijker dan het praktische aspect.



Muziek: elektronische dansmuziek was erg populair. Voorbeeld van een dj is Tiësto. Ook zijn boy- en girlbands en hitparadepop populair bij tieners. Er kwamen talentenshows zoals Idols. Festivals werden grootschaliger en het aantal bezoekers van live-concerten is groter.



15.3 Literaire ontwikkelingen



Boeken worden erg gecommercialiseerd. Th. W. Adorno beschreef dit eerder al als de cultuurindustrie: lezers zijn ingedeeld in doelgroepen en hun lees- en koopgedrag wordt geregistreerd en gestuurd door marketingoverwegingen.  à veel gemakkelijk leesbare boeken op de markt. Ook op dit gebied gold nieuwe onoverzichtelijkheid.



Een ontwikkeling die naar voren komt is het vervagen van grenzen tussen hoog (literatuur) en laag (lectuur). Dit zorgt voor nieuwe genres: literaire detective en literaire thriller. Schrijvers:




  • Maarten ’t Hart: realistische verhalen en romans, een paar detective romans (De kroongetuige, Het woeden der gehele wereld, De zonnewijzer)

  • Leon de Winter: ging van “moeilijke” boeken (La Place de la Bastille, Zoeken naar Eileen W.) over het zoeken van eigen identiteit naar “lekker leesbare boeken” (De ruimte van Sokolov, God’s Gym, Het recht op terugkeer). Kruising tussen thriller en psychologische roman. Constant is de Joodse identiteit.



Ook grenzen tussen journalistiek en literatuur vervagen.  Bijvoorbeeld Frank Westerman hanteert in zijn journalistieke onderzoek literaire technieken (De graanrepubliek, Ingenieurs van de ziel, El negro en ik, Arat).



Een andere opvallende beweging is de belangstelling voor religie en filosofie. Voorbeeld: De Da Vinci Code van Dan Brown. Je moet als lezer zelf een mening vormen over deze filosofische op religieuze aspecten. Boeken:




  •  De ontdekking van de hemel van Harry Mulisch. Het is te lezen op drie manieren:


    • Tijdbeeld van naoorlogs Nederland

    • Roman over vriendschap tussen Onno Quist en Max Delius

    • Filosofisch en kritisch verhaal over de opdracht van Quinten Quist die het verbond tussen God en mensheid terug moet brengen naar de hemel



  • De procedure van Harry Mulisch: over het scheppen van leven.

  • Siegfried van Mulisch: over WO2. Leven en denken van Friedrich Nietzsche staat centraal

  • Ons mankeert niets van Willem Jan Otten: over problemen van een huisarts

  • Specht en zoon van Otten: over tegenstelling tussen leven en dood, schepping en vernietiging

  • Knielen op een bed violen van Jan Siebelink: over een gelovige tuinder die een godverklaring krijgt in een soort visioen en zich aansluit bij een sektarisch groepje waardoor hij vervreemd van het gezin

  • De engelenmaker van Stefan Brijs: over een arts met moeilijke jeugd die de uitdaging met God aangaat



Aan het eind van de jaren tachtig werden de schrijvers aangeduid als Generatie Nix. Veel vlot geschreven romans vol seks en god weet wat. Voorbeelden:




  • Gimmick van Joost Zwagerman: over kunstenaarswereld en onmogelijke liefde

  • Vals licht van Zwagerman: over prostitutie en onmogelijke liefde

  • Ik ook van jou van Ronald Giphart: over studentenleven en liefde

  • Giph van Giphart: over studentenleven en liefde



Romans daagden lezer niet uit een actieve leeshouding aan te nemen. Een aantal schrijvers begint zich hier tegen af te zetten:




  • Joost Zwagerman met De buitenvrouw over overspel en racisme. Poging tot maatschappelijk probleem in een roman te verwerken

  • Arnon Grunberg met Blauwe maandagen was ook geëngageerd. Literatuur moest weer over de essentie van het leven gaan en een schrijver moest aandacht hebben voor morele en ethische vraagstukken. Andere boeken:

    • Figuranten

    • Fantoompijn

    • De asielzoeker: Christian woont samen met zijn doodzieke vriendin, geleidelijk kom je achter het verleden van Christian. Golfoorlog en Israëlisch Palestijns conflict belangrijk

    • Tirza: over Jörgen Hofmeester die zich voordoet al goede vader, tot hij zin geld verliest door beleggingen en zijn dochter thuiskomt met een vriend die op een terrorist lijkt.

    • De joodse messias

    • Onze oom

    • Huid en haar





Je kunt in hun boeken een streven naar engagement herkennen. Andere engagerende schrijvers:




  • Adriaan van dis met De wandelaar en Tikkop

  • Robert Vuijsje met Alleen maar nette mensen

  • Tom Lanoye met Kartonnen dozen, Sprakeloos en Boze tongen

  • Renate Dorrestein met Ontaarde moeders, Het hemelse gerecht, Verborgen gebreken, Een hart van steen en Het duister dat ons scheidt over feminisme



Een andere beweging is het realisme. Schrijvers:




  • Dimitri Verhulst, De helaasheid der dingen



Maar ook sommige schrijvers zetten zich hier weer tegen af door in te spelen op verbeelding.




  • Margriet de moor, Eerst grijs dan wit dan blauw, Hertog van Egypte, Kreutzersonate, De verdronkene

  • Tomas Lieske, Franklin, Grand Café Boulevard, Dunya



Er is ook veel belangstelling voor historische romans. Ze zetten het verleden in om een bepaalde eigentijdse problematiek te beschrijven. Veel schrijvers laten duidelijk merken dat ze zich baseren op documentatie. Voorbeeld: Hella S. Haasse met Heren van de thee baseerde zich op brieven en andere documenten. Maar ook: Arthur Japin met De zwarte met het witte hart, Nelleke Noordervliet met Tine, of de dalen waar het leven woont. Andere succesvolle historische romans:




  • Publieke werken en De nieuwe man van Thomas Rosenboom

  • Het psalmenoproer van Maarten ’t Hart

  • Mijn soevereine liefde van Tomas Lieske

  • De schilder en het meisje van Margriet de Moor



Een nieuwere trend is de postkoloniale literatuur waarbij je als lezer wordt geconfronteerd met de literaire verwerking van de koloniale periode. Voorbeelden:




  • Sleuteloog van Hella S. Haasse

  • Indische duinen van Adriaan van Dis

  • De laatste tyfoon van Graa Boomsma



Door de multiculturele samenleving is er ook multiculturele literatuur ontstaan. Voor allochtone schrijvers was de Nederlands cultuur een descent culture:  een cultuur waarvoor ze hebben gekozen en daarbij hoort de bewuste keuze voor het Nederlands als taal om in te schrijven. Schrijvers:




  • Kader Abdolah: politiek vluchteling uit Iran. Boeken:


    • De reis van lege flessen over nieuw bestaan opbouwen in NL

    • Spijkerschrift over familiegeschiedenis en geschiedenis van zijn land

    • Het huis van de moskee over politieke en maatschappelijke ontwikkelingen in Iran



  • Abdelkader Benali. Boeken:

    • Bruiloft aan zee over Marokkaanse familie uit NL die terugkeert naar Marokko vanwege een huwelijk

    • De langverwachte over een baby die op het punt staat geboren te worden die het levensverhaal van zijn ouders en hun familie vertelt



  • Mustafa Stitou: Varkensroze ansichten over religie, leven in een nieuwbouwwijk, etniciteit, identiteit



Reageren op nieuwe mondiale politieke situatie na 11-9-2001 (proberen de aanslagen een plek te geven):




  • Michael Cunningham: Stralende dagen

  • Jonathan Safran Foer: Extreem luid & ongelooflijk dichtbij


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door Femke