Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
Open Dag = online ontdekken en ontmoeten

Bezoek onze Online Open Dag dit jaar vanaf je bank! Ontdek bijzondere verhalen van onze studenten en docenten. Stel je vragen. Én luister naar onze gezellige radioshow! Klaar voor een toekomst als student in het hbo? 

Meld je dan nu aan!

Objectief = controleerbare feiten

Subjectief = meningen

Onderwerp : bestaat uit 1 of enkele woorden

Hoofdgedachte : uitspraak van de schrijver over het onderwerp

Termen waarmee je een mening aan kan duiden:

  • Standpunten
  • Stellingen
  • Beweringen
  • Opvattingen

Standpunt is een mening, maar iets nadrukkelijker.

Argumenten gebruik je om een mening te onderbouwen of aannemelijk te maken.

Een redenering is een keten van meningen en argumenten.

Objectieve argumenten zijn op basis van feiten.

Subjectieve argumenten zijn op basis van geloof of intuïtie.

Verschillende soorten argumenten:

  • Voorbeeld
  • Feit
  • Empirisch argument (ervaring)
  • Beroep op autoriteit
  • Vergelijking
  • Moreel argument
  • Emotioneel argument (je voelt dit zo)

Zuiver redeneren is gebaseerd op de principes van de logica.

Opbouw zuivere redenering:

  • Algemene bewering
  • Concreet voorbeeld
  • Waarneming
  • Conclusie

Een redenering kan op twee manieren worden opgebouwd:

  • 'want'-type (oorzakelijk verband)
  • 'dus'-type (concluderend verband)

Als argumenten gelijkwaardig zijn spreken we van nevengeschikte argumenten.

We spreken van een reden als de mens zelf een keus heeft gemaakt. We spreken van een oorzaak als de mens er zelf niks aan kan doen.

Bij het beoordelen van een redenering moet je eerst:

  • Kijken of de redenering zuiver is
  • Kijken of de redenering volledig is

Gebruikte argumenten beoordelen:

  • Zwakke argumenten
  • Foute argumenten
  • Foute redeneringen

Foute argumenten en redeneringen worden drogredenen genoemd.

Drogredenen:

  • Persoonlijke aanval
  • Meelopersmotief
  • Generalisering
  • Dreigement
  • Ontduiking van bewijslast
  • Cirkelredenering
  • Vertekenen van het standpunt
  • Onjuiste oorzaak- gevolgrelatie
  • Beroep op verkeerde autoriteit
  • Valse vergelijking
  • Hellend vlak
  • Vals dilemma

Verbanden tussen alinea's kunnen op 4 manieren worden aangegeven:

  1. Herhaling. Woord of woordgroep worden herhaald
  2. Overgangszinnen. Samenvattend (deze, die, dit, dergelijke)
  3. Aankondigende zinnen. Wat je kan verwachten
  4. Signaalwoorden

Soorten verbanden:

  • Tegenstelling (maar, daarentegen, echter, toch, terwijl, hoewel)
  • Opsommend (ook, verder, nog, zowel, vervolgens, tenslotte)
  • Oorzakelijk (doordat, zodat, waardoor, gevolg)
  • Redengevend (omdat, want, namelijk)
  • Toelichtend (met andere woorden, dat wil zeggen)
  • Concluderend (dus, concluderend, derhalve)
  • Samenvattend (kortom, samenvattend, alles bij elkaar)
  • Voorwaardelijk (op voorwaarde dat, mits, wanneer, tenzij, als)
  • Vergelijkend (zoals, hetzelfde, vergelijk)
  • Doel-middel (om, opdat, met het oog op)

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.