ADVERTENTIE
Open Avond = ontdekken of jij hier past Leren is keuzes maken. Continu blijven zoeken, twijfelen, vallen en opstaan. Dát leren, dat leer je bij Hogeschool Inholland. Tijdens onze Open Avond op woensdag 30 oktober staan onze studenten en docenten klaar om al je vragen te beantwoorden. Kom langs en ontdek of jij hier past.

Meer info!

Schrijfdoel = wat iemand met een tekst wil bereiken.

Spreekdoel = wat iemand wilt bereiken met de tekst die hij spreekt.

Schrijf- en spreekdoel samen heet het tekstdoel.

Tekstdoelen en tekstsoorten:

Informatieve teksten: 

  • Informeren, Informerende tekst
  • Uiteenzetten, Uiteenzettende tekst

Persuasieve teksten:

  • Overtuigen, Betogende tekst
  • Beschouwen, Beschouwende tekst
  • Activeren, Activerende tekst

Objectieve teksten hebben vooral tot doel informatie te verschaffen; ze zijn dus informatief. Ze bevatten hoofdzakelijk controleerbare feiten.

Subjectieve teksten bevatten naast feiten ook een mening van de schrijver of spreker.

Een tekst is verdeeld in alinea's.

Een goede alinea bestaat uit een hoofdmededeling of een hoofdbewering = kernzin. -> Is meestal de eerste zin in een alinea.

Bij een alinea die met een vraag begint, is het het eenvoudigst om vraag en antwoord als kernzin te noteren.

Alinea's zijn met elkaar verbonden door:

  • Herhaling  van woorden of woordgroep. Aan het begin van een nieuwe alinea worden woorden of woordgroepen uit de vorige alinea herhaald.
  • Overgangszinnen. Samenvattende zinnen aan het begin of eind van een alinea.
  • Aankondigende zinnen. Zinnen die aangeven wat de lezer nog kan verwachten.
  • Signaalwoorden:
    • Tegenstelling
    • Opsomming
    • Oorzaak - gevolg
    • Doel - middel
    • Uitspraak - voorbeeld
    • Voorwaarde
    • Argumenten - conclusie

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.