Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen

Technologisch Hoofdstuk 2

Beoordeling 6.7
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 2e klas vwo | 863 woorden
  • 30 januari 2009
  • 15 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.7
  • 15 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!
 Er wordt gebouwd omdat daar behoefte aan is.
 Een maquette wordt gemaakt om in het klein te kunnen zien hoe een gebouw/gedeelte van een stad er uit komt te zien
 Soorten krachten
 Trekkrachten: die willen iets uit elkaar trekken
 Drukkrachten: die willen iets in elkaar drukken
 Wringkrachten: die willen iets kapot wringen
 Buigkrachten: die willen iets krom buigen
 Vormen
 Boog: een boog verdeelt het gewicht gelijkmatig. Daardoor kan een boog een groot gewicht dragen. Denk aan een poort of een brug.
 Driehoek: Met een driehoek maak je een constructie die moeilijk te vormen is (sterk).

 Profielen: Profielen zijn staven met een bepaalde vorm. Je hebt buizen, maar ook bijv. H, I, L, T en U profielen. Met profielen maak je constructies die krachten goed kunnen opvangen en tegelijk licht van gewicht zijn.
 Materialen.
 Hout, steen en beton: Hout en steen zijn nog steeds de meest gebruikte materialen om bouwwerken te maken. Hout kan zowel trek als drukkrachten opvangen. Steen kan veel beter dan hout drukkrachten opvangen, maar heel slecht trekkrachten. Beton is een mengsel van zand, grind en cement, dat na het toevoegen van water zo hard als steen wordt.
 IJzer en staal: Met ijzer en staal maak je lichte maar toch sterke constructies. IJzer en staal vangen heel goed trekkrachten op.
 Samengestelde materialen: Door materialen samen te stellen combineer je de eigenschappen van materialen. In de bouw gebruikt men veel gewapend beton. Bij gewapend beton giet je het nog vloeibare beton in een mal om een vlechtwerk van ijzer. Het uitgeharde beton vangt de drukkrachten op en het betonijzer de trekkrachten.
 Bij het bouwen kies je de juiste vormen en materialen om de krachten op te vangen.
 Mensen ontwerpen bouwwerken voor verschillende behoeften.

 Een bouwwerk moet aan de behoeften voldoen. Een ontwerper vraagt zich dus eerst af wat precies de behoeften zijn en wat er in het gebouw moet gebeuren.
 Programma van eisen is een lijst met eisen waar een product aan moet voldoen.
 Programma van eisen moet je met de volgende dingen bezig houden:
 Activiteiten
 Financiën
 Mensen
 Aankleding
 Ligging
 Energie en milieu
 Voorschriften
 Je hebt verschillende systemen in huis:
 Een elektrisch
 Een verwarming
 Waterleiding en riool
 Communicatie voor radio, tv, telefoon en internet.
 In vochtige ruimtes moet je voorzichtig zijn met elektriciteit. (je kan speciale beveiliging nemen )
 In een situatieschets zie je welke gebouwen in de buurt staan een hoe de straten liggen. Dit hoort bij een bestemmingsplan.
 Je moet rekening houden met de bouwvoorschriften anders krijg je geen bouwvergunning.
 Met een loopschema kan je precies zien waar de kamers komen.
 Als eerste ga je een schets van het huis maken.
 Ook maak je een plattegrond op schaal.
 Om te ontwerpen gebruiken ze vaak computers.
 Onder de binnen en buiten muren zit fundering.
 Werktekeningen worden vooral voor de bouwers gemaakt.
 Bestek: een overzicht van alle onderdelen voor de woning.
 Hoe wordt het huis gebouwd???
 Uitzetten: met piketpaaltjes zet men de bouwkavel uit.
 Heien: soms is de ondergrond niet stevig genoeg. Je moet dan betonnen palen met een zware machine de grond in heien tot op een stevige laag.
 Bekisting: voor het maken van de fundering gebruik je voorgevormd isolatiemateriaal. Daarin komt een geraamte van betonijzer, zodat de fundering één geheel en gewapend wordt.
 Fundering: met een betonpomp stort men de vloeibare beton. Als het beton hard is, komen op de muren fundering.
 Stellen: met stellatten zet je de metselprofielen in de juiste stand. Daarlangs metsel je de muren (je kan makkelijker recht metselen.)
 Kozijnen: de kozijnen voor de ramen en deuren stel je eerst. Daarna metsel je de muren er tegenaan.
 Metselen: steen voor steen worden de muren gemetseld. Met metselspecie plakt men de stenen aan elkaar.
 Isolatie: een huis moet je goed isoleren. Het wordt vast gemaakt aan de binnenmuur.
 Verdieping: je legt betonnen vloerplaten op de muren van de begane grond. Daarop leg je de leidingen en daarover heen stort je weer beton.
 Dakbedekking: het platte dak wordt met isolatiekorrels schuin afgestreken, zodat het regenwater weg kan. Daarop komen isolatieplaten. Daarna maak je het waterdicht met Mastiek.
 Buitenwand: bij de meeste huizen gebruik je voor de buitenwand bak- betonstenen.
 Ramen en deuren: als de ramen en deuren er in zitten, kan de timmerman timmeren. Daarna de schilder.
 Afwerking
 Technische installaties: alle apparaten voor gas, water, elektriciteit, riolering en verwarming worden aangesloten op de leiding.
 Er wordt hoog in de lucht en in de grond gebouwd omdat vaak de grond heel duur is.
 Hoogbouw hele stevige fundering nodig.
 Hoe hoger het gebouw hou meer wind bovenste verdieping. Het bovenste deel kan gaan schommelen door de wind ->daarom ook veel onder de grond.
 Onder de grond moet je wel oppassen voor grondwater.
 Onder grond -> tunnels, metro, tv, telefoon, internet, elektriciteit, water en gas.
 Energie uit stopcontact -> kolen, gas of olie.
 Nul woning even veel energie opgewekt als verbruikt.
 Je moet goed isoleren dan gaat er minder energie verloren.
 EPC: energie prestatie coëfficiënt.
 Formule EPC: 330xgebruiksoppervlak+65xverlies oppervlak.
 Gebruiksoppervlak: totale opp. Van alle ruimtes van het huis.
 Verlies opp.: totale opp. Van het huis waardoor warmte naar buiten gaat.
 Er zijn 4 soorten bruggen. Een vakbrug, een tuibrug, een boogbrug en een hangbrug.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

K.

K.

Wat een super goeie samenvatting ik had hem zelf kunnen maken!!!!!
je had zeker een 10 voor de rep?

13 jaar geleden