Hoofdstuk 4

Beoordeling 7.1
Foto van Kimberly
  • Samenvatting door Kimberly
  • 3e klas vwo | 599 woorden
  • 22 maart 2016
  • 16 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.1
  • 16 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak

Paragraaf 1:

Snelheid (V)= de afstand die je per tijdeenheid aflegt.

                     = symbolen van de eenheden km/h of m/s



Vgem= gemiddelde snelheid, het geeft de snelheid van een periode aan.



Soorten beweging: -constante beweging , gehele tijd dezelfde snelheid.

-versnelde beweging, snelheid neemt eenparig toe of niet eenparig toe.

                               -vertraagde beweging, snelheid neemt eenparig af of niet eenparig af.

* eenparig= constant, niet eenparig= niet constant



Vgem= gemiddelde snelheid, formule : (Vgem)= (Vbegin) + (Veind) : 2






















: 3,6

x 3,6








S= afstand  in  m of km

V= snelheid  in  m/s of km/h          formule : S = V x T

T= tijd  in s of uur



Omrekenen met snelheid  km/h                          m/s



Paragraaf 2:



Aandrijfkracht > tegenwerkende kracht - versnellen

Aandrijfkracht < tegenwerkende kracht - vertragen

Aandrijfkracht = tegenwerkende kracht - constant



Nettokracht= evenwicht van krachten= 0 Newton



V= snelheid in m/s

A= versnelling in m/s2              formule: A= (Veind - Vbegin) : t

T= tijd in seconde

 



Paragraaf 3:



Constante beweging(helling), is een rechte stijgende lijn.

Constante versnelling, een kromme stijgende lijn.

Constante vertraging, een kromme dalende lijn.



Stopafstand= afgelefgde weg die je nodig hebt om tot stilstand te komen

De stopafstand wordt bepaald door: - reactieafstand (tijd tussen waarneming en doen)

                                                          - remweg ( remkracht, snelheid massa)

Formule: stopafstand= reactieafstand + remweg



Constante beweging= V=S:T

Constante versnelling, snelheid bepalen op recht gedeelte van de grafiek met s en t,

               formule: V= S : T





snelheid 2x groter = reactieafstand 2x groter.

snelheid 2x groter = remweg 22 =4x  groter.

snelheid 2x groter = stopafstand 3x groter.



Paragraaf 4:



Kracht heeft een richting, grootte, aangrijpingspunt(beginpunt).



Kracht teken je als een vector(pijl) samen met een krachtenschaal, bijv 1cm= 20 N.



Een kracht is een wisselwerking tussen 2 voorwerpen:

 - bijv, uitrekken van elastiek, werking tussen elastiek en hand.



Soorten krachten:

- Veerkracht, kracht waarmee een elastiekje zich terugtrekt

- Spankracht, hetzelfde als veerkracht maar dan bij touw en andere voorwerpen

- Zwaartekracht, aantrekkingskracht op de aarde.

- Gewicht, kracht van een voorwerp zelf

- Normaalkracht, terugduwende kracht van de ondergrond waar een voorwerp op steunt

- Wrijvingskracht, kracht tussen 2 voorwerpen die wrijven



Formule van zwaartekracht: Fz= m x g

Fz=zwaartekracht,  m= massa in kg,   g= zwaartekrechtconstante in N/kg



Formule van veerkracht: Fv = C x u

Fv = veerkracht in Newton, C = veerconstante in N/m, U = uitrekking in m.

veerconstante= aantal Newton die nodig is om een veer 1 meter op te rekken.




REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door Kimberly