Hoofdstuk 3: Waarnemen

Beoordeling 6.4
Foto van Willemijn
  • Samenvatting door Willemijn
  • Klas onbekend | 988 woorden
  • 4 december 2015
  • 2 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.4
  • 2 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak

Samenvatting Nectar: Hoofdstuk 3 Waarnemen





3.1 Prikkels

Prikkel = invloed uit de omgeving

Zintuig = orgaan dat een prikkel kan opvangen en omzetten in impulsen



Impuls = elektrisch signaaltje

Zenuwstelsel = zenuwen, ruggenmerg en hersenen




  • Zintuig vangt prikkel op en maakt impuls

  • Impuls gaat via zenuwen/ruggenmerg naar de hersenen

  • Impuls komt aan in hersenen  bewustwording van prikkel  reactie

  • Impuls om spier te bewegen gaat van hersenen naar zenuwen/ruggenmerg

  • Impuls komt aan in spier spier beweegt



Leer ook bron 1 en 4



3.2 Ogen

Traanklier > maakt traanvocht aan tegen uitdroging en vuildeeltjes

Traanbuis > voert vocht en vuil af naar je neusholte



Je ogen liggen in je oogkassen.



De wenkbrauwen en oogleden met wimpers beschermen je ogen tegen stof en zweet.



Iris          = gekleurde gedeelte van oog; bevat spiertjes waarmee het regelt hoeveel ligt er door de pupil valt

Pupil      = opening in je iris waar het licht door gaat

Harde oogvlies = buitenste beschermlaag van je oog (oogwit)

Hoornvlies         = voorste gedeelte van harde oogvlies; doorzichtige gedeelte voor de iris

Vaatvlies          = laag met bloedvaatjes (voeren zuurstof en voedingsstoffen aan)

Netvlies           = laag met lichtgevoelige zintuigcellen die de lichtprikkels opvangt. Prikkels worden hier omgezet in impulsen. Bevat kegeltjes (kleur) en staafjes (licht-donker)

Oogzenuw         = vervoert impulsen van het netvlies naar de hersenen

Gele vlek          = plaats op het netvlies recht achter de pupil, waarmee je het beste kunt zien

Blinde vlek         = plaats waar de oogzenuw aan de oogbol vastzit. Op deze plek ontbreekt een stuk netvlies

Lens             = Zorgt door lichtbreking voor een scherp beeld op het netvlies

Glasachtig lichaam   = Doorzichtige gel waarmee de oogbol gevuld is

Oogspieren        = zes spieren per oog om de oogbol te bewegen





3.3 Horen                                                                                                                                                                                  Geluid = luchttrillingen (golven)

Aantal trillingen per seconde = Hertz

De hardheid van geluid meet je in decibels                                                                                                                                    Oor bestaat uit:




  • Oorschelp                    vangt trillingen op.

  • Gehoorgang                holte voor het trommelvlies.

  • Trommelvlies               vangt trillingen op en geeft ze door aan de gehoorbeentjes.

  • Trommelholte              holte achter het trommelvlies waar de gehoorbeentjes liggen.

  • Gehoorbeentjes           trillingen gaan achtereenvolgens via hamer – aambeeld – stijgbeugel.

  • Slakkenhuis                 bevat de zintuigcellen die trillingen omzetten in impulsen.

  • Gehoorzenuw              geven de impulsen van het slakkenhuis door aan de hersenen.



oorschelp → gehoorgang → trommelvlies → trommelholte → gehoorbeentjes → slakkenhuis → gehoorzenuw



Gehoorbeschadiging > haartjes van zintuigcellen in slakkenhuis raken beschadigd                                                                   Buis van Eustachius:




  • loopt tussen trommelholte en keelholte.

  • regelt de luchtdruk in je trommelholte (en de druk op het trommelvlies)



Leer ook bron 1 en 2



3.4 Ruiken en proeven



Neusholte bevat neusslijmvlies > houdt neusholte vochtig en bevat reukzintuig.

Vier smaken: zoet, zuur, zout en bitter

Proeven = samenwerking reuk (neus) en smaak (tong)



Naast je ogen gebruik je ook je koudezintuigen, warmtezintuigen en tastzintuigen.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door Willemijn