1. Stoffen
Stofeigenschappen zijn eigenschappen waaraan je een stof kunt herkennen.
Voorbeeld:
Kleur: Koper is rood, aluminium is grijs.
Geur: Alcohol ruikt anders dan terpentine.
Smaak: Zout smaakt zout en suiker smaakt zoet.
Brandbaarheid: Benzine is brandbaar, water niet.
Sommige stoffen zoals spiritus, benzine, chloor en medicijnen kunnen ook erg gevaarlijk zijn:
- Als je ze inademt.
- Als je ze inslikt.
- Als ze op je kleren of huid of in je ogen komen.
- Als er vuur bij komt.
- Als je de stof mengt met een andere stof.
Een gevarensymbool is een tekentje dat op de verpakking staat en betekend bijvoorbeeld dat het giftig of licht ontvlambaar is.

Extra:
Fabrikanten moeten verplicht aangeven welke stoffen (ingrediënten) er in de levensmiddelen zitten. Zij gebruiken namelijk vaak hulpstoffen zoals kleur- en smaakstoffen, rijsmiddelen en emulgatoren.
Stoffen die geoorloofd(toegestaan) zijn hebben allemaal een E-nummer gekregen. Via een tabel kan je dan opzoeken om welke stof het gaat.

2. Materialen
Materialen zijn stoffen waar voorwerpen van worden gemaakt.
Metalen die staal, aluminium, koper, goud, zilver, ijzer, chroom, zink, nikkel, lood, messing, tin en brons. Voorwerpen die van metaal gemaakt zijn:
- Kunnen meestal verbogen of ingedeukt worden maar zullen niet snel breken.
- Zijn niet doorzichtig.
- Kunnen vaak slecht tegen bijtende stoffen.
- Glanzen.
- Geleiden elektriciteit.
- Zijn goede warmtegeleiders.
Ook zijn er verschillen tussen metalen:
- Sommige metalen worden niet aangetast door vocht en lucht. (goud en zilver, ijzer wel)
- Sommige metalen zijn zacht en gemakkelijk te vormen. (lood, staal niet)
- Sommige metalen zijn licht. (aluminium, lood en kwik niet)
- Sommige metalen smelten bij een lage temperatuur. (lood, ijzer niet)
- Sommige metalen worden aangetrokken door een magneet. (ijzer en nikkel, goud niet)
Een legering is een mengsel van twee of meer metalen. Dat kan je maken door twee metalen te smelten, dan goed te mengen en daarna weer hard laten worden. Dit is handiger voor bepaalde toepassingen.
Glas kom je vaak tegen. Voorwerpen van glas :
- Zijn doorzichtig.
- Worden niet aangetast door bijtende stoffen.
- Kun je niet deuken of buigen maar zijn breekbaar.
- Hebben een glad oppervlak dat je goed schoon kunt maken.
Voorwerpen van een keramisch materiaal zijn gebakken in een oven waardoor ze hard maar ook breekbaar worden. Dit zijn bijvoorbeeld steen, tegels, dakpannen, borden, kopjes of schoteltjes. Dit:
- Kan je niet buigen of indeuken.
- Is breekbaar.
- Is goed bestand tegen hoge tempraturen.
- Is vaak goed beschermd tegen bijtende stoffen.
Extra:
Corroderen is een ander woord voor het aantasten van metalen door water en zuurstof. Hierdoor verdwijnt de metaalglans. Als ijzer corrodeert heet dat roesten.

3. Massa en volume
Een ander woord voor massa is gewicht. Dat meet je met een weegschaal of een balans in de eenheid gram (g) of kilogram (kg).
1 ton = 1000 kilogram
1 kilogram = 1000 gram
1 gram = 1000 milligram
Het volume is de ruimte dat een voorwerp inneemt.
Om het volume van een rechthoekig voorwerp te meten vermenigvuldig je alle lengten met elkaar. De uitkomst is dan in bijvoorbeeld cm3
Om het volume van een cilinder uit te rekenen vermenigvuldig je de straal met twee dat keer π (3,14) en dat weer keer de hoogte.
1 m2 = 100 dm2
1 dm2 = 100 cm2
1 m3 = 1000 dm3
1dm3 = 1000 cm3
Het volume van vloeistoffen kun je bereken met een maatcilinder of maatglas. Hier staan streepjes op waar je van af kunt lezen wat het volume is.
1 L = 1000ml
1 L = 100 cl
1mL = 1cm3
Het volume van voorwerpen met een onregelmatige vorm kan je uitrekenen via de onderdompelmethode. Dat gaat zo: je vult een maatglas met water tot een bepaalde hoeveelheid, bijvoorbeeld 50 ml. Dan doe je er bijvoorbeeld een kiezelsteentje in. Nu komt het water tot 60 ml. Het kiezelsteentje heeft dus een volume van 10 ml = 10 cm3.
Extra:
In Groot-Brittannië en de Verenigde Staten worden nog steeds oude lengten eenheden gebruikt.
1 yard = 36 inch = 0,9144 m.
1 pound = 16 ounce = 7000 grain = 0,45359 kg.

4. Dichtheid.
De dichtheid van een stof in het aantal gram per cm3. Elke stof heeft zijn eigen dichtheid, als je de dichtheid van iets dus weet kan je er achter komen welke stof het is.
Zo kan je de dichtheid bepalen:
1. Neem een voorwerp of een hoeveelheid van die stof.
2. Bepaal de massa en het volume.
3. Deel de massa door het volume.
Nu heb je de gram per cm3. Let er wel op dat de eenheden kloppen, meet dus ook in gram en in centimeter.
De formule voor dichtheid is dichtheid = massa : volume. In symbolen is dat = m : v
De formule voor massa is massa = volume x dichtheid. In symbolen is dat m = v x
De formule voor volume is volume = massa : dichtheid. In symbolen is dat v = m :

Extra:
Legeringen zijn geen zuivere stoffen maar mengsels. De vraag is hoe je van zo’n mengsel de dichtheid kunt berekenen. Deze dichtheid, die we de gemiddelde dichtheid noemen, kun je bepalen door de totale massa van het mengsel te delen door het totale volume.



REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Alisha

Alisha

Ik hoop een goede cijfer

10 maanden geleden

Antwoorden

gast

gast

C.

C.

Wel goeie samenvatting alleen stuk 2 klopt niet vergeleken met mijn boek maar de rest wel thnxx

2 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

Houssam

Houssam

Ik heb morgen een toets hoop dat het goed is

3 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

J.

J.

Echt goede samengatting, alleen jammer dat er een paar dingen in staan die niet in mijn boek staan, heb ik misschien een nieuwere versie?

4 jaar geleden

Antwoorden

J.

J.

Ik bedoel natuurlijk samenvatting ( ;

4 jaar geleden

gast

gast

N.

N.

Door deze samenvatting haalde ik een 8,3! :D

5 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

N.

N.

Super goede samenvatting! Ik krijg namelijk een toets over par. 1, 2 en 3! :D

5 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast