Paragraaf 1
Transversale golf = Een golf die dwars loopt op de trilling.
Longitudinale golf = Een golf die in dezelfde richting loopt als de trilling.
Golflengte = λ = De lengte van een volledige golf (In de lengte)
Periode = De fase van een golf. Fase 0 is het begin (de eerste positieve toename vanuit het nulpunt). Fase 1 is een volledige golf (1x trillen omhoog en 1x omlaag).
Trillingstijd = T = De tijd die benodigd is voor een volledige golf of trilli
v = λ/T

Paragraaf 2
Geluid = een longitudinale golf in de lucht (hierin bevindt zich verdichting en verdunning. 

v = λ . f
v = Een constante snelheid van een golf (Zie: Binas)

Mogelijkheden voor het beperken van geluidshinder:

  1. Verminder het geluid aan de bron

  2. Vergroot de afstand tot de bron

  3. Plaats materiaal tussen de geluidsbron en de ontvanger ervan

  4. Het toepassen van antigeluid

Paragraaf 3
Interferentie = Het samenkomen van twee golven hierdoor kan versterking, verzwakking of uitdoving optreden.

Verzwakken = Bij een verzwakking is het faseverschil ½ of een variatie hierop (1½, 2½ enz.) Verzwakking treedt op door de tegenovergestelde toestand bij fase verschil ½, hierdoor werken de effecten van de golven elkaar tegen.

Versterken = Het faseverschil is 0 of een variatie hierop (1, 2, 3 enz.) Dit is omdat het faseverschil 0 inhoudt dat de golven op één beweging zitten, de effecten van de bewegingen worden versterkt door elkaar.

Het is mogelijk om uit te rekenen of versterking of verzwakking optreedt:

  1. Reken de fase van de golf vanuit Bron 1 uit: Delta x/ λ

  2. Doe dit ook voor de fase van de golf uit Bron 2

  3. Trek deze getallen van elkaar af. Met een rond getal versterking en een getal met ½ verzwakking. (Zoals hierboven beschreven)

Antigeluid = Het tegenover stellen van twee golven met faseverschil is ½ of een variatie hierop

Paragraaf 4 
Instrumenten hebben allemaal hun eigen eigentrilling, dit is een trilling waarbij er volledige trillingen ontstaan.

Trillingstoestand= Hoeveel knopen zich op een snaar bevinden (Bij 2 knopen krijg je een andere trillingstoestand als bij dat je bij 3 knopen zal krijgen)
n = hoeveel knopen er zich bevinden (Dit is altijd een heel getal)
l = n • 0.5λ > is de formule voor het bereken van de golflengtes in deverschillende trillingstoestanden van een instrument
Voor de grondtoon (de toon waarbij er precies 1 trilling op een instrument past) geldt n =1.
Met n > 1 heb je verschillende boventonen (dit zijn meervouden van de grondtoon)
Voor de frequentie van de grondtoon op een instrument geldt > f = v/2•l

paragraaf 5
De eigenfrequentie van de luchtkolom in een buis is de frequentie waarbij er resonantie optreedt. Dit gebeurt wanneer er aan de open zijden van een buis een buik is.
Voor een open pijp geldt:
l = n • 0.5λ
f = n • v/2l

 v = De geluidssnelheid in ms-1

 Voor een buis met gesloten kant geldt:
l = (2n-1) • ¼λ
λ = 4l/(2n-1)
f = (2n-1) • v/4l

Paragraaf 1
Transversale golf = Een golf die dwars loopt op de trilling.
Longitudinale golf = Een golf die in dezelfde richting loopt als de trilling.
Golflengte = λ = De lengte van een volledige golf (In de lengte)
Periode = De fase van een golf. Fase 0 is het begin (de eerste positieve toename vanuit het nulpunt). Fase 1 is een volledige golf (1x trillen omhoog en 1x omlaag).
Trillingstijd = T = De tijd die benodigd is voor een volledige golf of trilling.

v = λ/T

Paragraaf 2
Geluid = een longitudinale golf in de lucht (hierin bevindt zich verdichting en verdunning)
v = λ . f
v = Een constante snelheid van een golf (Zie: Binas)
Mogelijkheden voor het beperken van geluidshinder:

  1. Verminder het geluid aan de bron

  2. Vergroot de afstand tot de bron

  3. Plaats materiaal tussen de geluidsbron en de ontvanger ervan

  4. Het toepassen van antigeluid

Paragraaf 3
Interferentie = Het samenkomen van twee golven hierdoor kan versterking, verzwakking of uitdoving optreden.
Verzwakken = Bij een verzwakking is het faseverschil ½ of een variatie hierop (1½, 2½ enz.) Verzwakking treedt op door de tegenovergestelde toestand bij fase verschil ½, hierdoor werken de effecten van de golven elkaar tegen.
Versterken = Het faseverschil is 0 of een variatie hierop (1, 2, 3 enz.) Dit is omdat het faseverschil 0 inhoudt dat de golven op één beweging zitten, de effecten van de bewegingen worden versterkt door elkaar
Het is mogelijk om uit te rekenen of versterking of verzwakking optreedt:

  1. Reken de fase van de golf vanuit Bron 1 uit: Delta x/ λ

  2. Doe dit ook voor de fase van de golf uit Bron 2

  3. Trek deze getallen van elkaar af. Met een rond getal versterking en een getal met ½ verzwakking. (Zoals hierboven beschreven)

Antigeluid = Het tegenover stellen van twee golven met faseverschil is ½ of een variatie hierop

Paragraaf 4
Instrumenten hebben allemaal hun eigen eigentrilling, dit is een trilling waarbij er volledige trillingen ontstaan.
Trillingstoestand= Hoeveel knopen zich op een snaar bevinden (Bij 2 knopen krijg je een andere trillingstoestand als bij dat je bij 3 knopen zal krijgen)
n = hoeveel knopen er zich bevinden (Dit is altijd een heel getal)
l = n • 0.5λ > is de formule voor het bereken van de golflengtes in deverschillende trillingstoestanden van een instrument
Voor de grondtoon (de toon waarbij er precies 1 trilling op een instrument past) geldt n =1.
Met n > 1 heb je verschillende boventonen (dit zijn meervouden van de grondtoon)
Voor de frequentie van de grondtoon op een instrument geldt > f = v/2•l

Paragraaf 4
Instrumenten hebben allemaal hun eigen eigentrilling, dit is een trilling waarbij er volledige trillingen ontstaan.
Trillingstoestand= Hoeveel knopen zich op een snaar bevinden (Bij 2 knopen krijg je een andere trillingstoestand als bij dat je bij 3 knopen zal krijgen)
n = hoeveel knopen er zich bevinden (Dit is altijd een heel getal)
l = n • 0.5λ > is de formule voor het bereken van de golflengtes in deverschillende trillingstoestanden van een instrument
Voor de grondtoon (de toon waarbij er precies 1 trilling op een instrument past) geldt n =1.
Met n > 1 heb je verschillende boventonen (dit zijn meervouden van de grondtoon)
Voor de frequentie van de grondtoon op een instrument geldt > f = v/2•l

paragraaf 5
De eigenfrequentie van de luchtkolom in een buis is de frequentie waarbij er resonantie optreedt. Dit gebeurt wanneer er aan de open zijden van een buis een buik is.
Voor een open pijp geldt:
l = n • 0.5λ
f = n • v/2l
v = De geluidssnelheid in ms-1

Voor een buis met gesloten kant geldt:
l = (2n-1) • ¼λ
λ = 4l/(2n-1)
f = (2n-1) • v/4l

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.