6.1

  • Scheikundige stoffen: suiker, water, plastic ijzer enz.
  • Onbekende stof leren kennen: eerst goed bekijken, dan op een veilige manier ruiken (niet te dicht bij en de stof naar de toe waaien, dus niet meteen onder je neus). Je mag NOOIT een onbekende stof proeven, want het kan giftig zijn.
  • Voorbeelden van stofeigenschappen: kleur, geur, smaak, vorm, manier van oplossen
  • Elke stof heeft een eigen unieke combinatie van stofeigenschappen.
  • De 3 groepen stoffen: vaste stof, vloeistof en gas
    • Vaste stoffen kun je kapot maken, bewerken, scheuren, breken of soms eten. Een vaste stof heeft een eigen vorm en een eigen volume
    • Vloeistoffen kun je gieten, opdweilen, druppelen of soms opdrinken. Een vloeistof heeft geen eigen vorm, maar wel een eigen volume.
    • Gassen kun je ruiken of inademen. Gas heeft geen eigen vorm en ook geen eigen volume.
  • Water is een bijzondere stof. Het is namelijk ijs als het koud is, water met een normale temperatuur en als het heel warm is verdampt het en krijg je waterdamp.
  • Stoffen lossen sneller op in warm water.
  • Vloeistof waarin iets oplost is het oplosmiddel
  • Het oplosmiddel hangt af van de stof die je wilt oplossen.
  • De snelheid van het oplossen heeft te maken met de stof zelf, de warmte en het oplosmiddel
  • De maximale hoeveelheid stof die je bij een bepaalde temperatuur in een oplosmiddel kunt oplossen, is de oplosbaarheid.
  • Verzadigde oplossing is als je de maximale hoeveelheid die je hebt opgelost.

6.2

  • Diffusie is als een stof zichzelf verspreid in een andere stof
  • Oplossen is als een stof langzaam aan niet meer zichtbaar is en door het hele oppervlakte is verspreidt.
  • Alle stoffen zijn opgebouwd uit kleine deeltjes; moleculen.
  • Moleculen zijn kleiner dan één miljoenste millimeter.
  • Het feit dat stoffen opgebouwd zijn uit moleculen noem je de molecuulvoorstelling.
  • 1. Er zijn heel veel moleculen.
  • 2. Er zit ruimte tussen de moleculen.
  • 3. Moleculen bewegen.
  • 4. Moleculen trekken elkaar aan.
  • 5. Bij hogere temperaturen bewegen moleculen sneller.
  • 6. Moleculen zijn heel erg klein.
  • Warmte à moleculen gaan uit elkaar, de stof zet uit
  • Cohesie à de aantrekking tussen moleculen van dezelfde soort
  • Adhesie à de aantrekking tussen moleculen van een andere soort
  • Een samenspel van adhesie en cohesie veroorzaakt een capillaire werking.
  • Bij een capillair is de adhesie zo sterk dat het water omhooggaat in het capillair
  • Suiker en zout zijn kristallen.
  • Kristalsuiker glinstert omdat de korrel mooie vlakke kanten heeft met scherpe hoeken.
  • In kristallen worden de moleculen regelmatig geordend. Als dat niet gebeurt krijg je geen mooie kristal.

6.3

  • Een mengsel bevat meerdere stoffen. Dus bestaat uit verschillende moleculen.
    • Deeg: water en meel, brons: koper en tin, rook: lucht en roet, suikerwater: suiker en water, muesli: rozijnen en allerlei granen.
  • Een zuivere stof bestaat uit één soort moleculen.
  1. Vaste stof lost op in een vloeistof
  • Een oplossing is misschien wel helder en doorzichtig, maar het hoeft niet kleurloos te zijn. Bijvoorbeeld thee en kraanwater.
  1.  Vaste stof mengt met een vloeistof
  • Een suspensie is troebel. Bijvoorbeeld verse jus d’orange, want als je het een tijdje laat staan zakken er stukjes naar onder
  1. Vloeistof mengt met een vloeistof
  • Bijvoorbeeld limonade siroop en water mengen heel goed samen. Maar er zijn ook stoffen die zich niet makkelijk mengen zoals olie en water. Als je er even mee schud mengen ze wel, maar na een paar uur is het weer uit elkaar.
  • Emulsie is een troebele vloeistof waarin kleine druppels van een andere vloeistof zweven. Een emulgator zorgt ervoor dat dit mengsel blijft bestaan.
  • Soms als je stoffen mengt kan er een helemaal nieuwe stof ontstaan.
  • De beginstoffen veranderen daarbij in reactieproducten. Dat wordt ook wel een chemische reactie genoemd.
    • Beginstoffen à reactieproducten
  • Een heterogeen mengsel is een mengsel waarbij je kunt zien dat het een mengsel is. Bijvoorbeeld bij muesli kun je zien dat het gemengd is met rozijnen en granen.
  • Een homogeen mengsel is een mengsel waarbij je niet kunt zien dat het een mengsel is. Bijvoorbeeld brons, maar toch is het gemengd met koper en tin.

6.4

  • Vaste fase: alle moleculen netjes in een rij, want ze trekken elkaar aan.
  • Vloeibare fase: de moleculen hebben geen vaste plaats. Ze bewegen vrij langs elkaar, maar blijven toch dicht bij elkaar in de buurt
  • Gasvormige fase: de moleculen bewegen door elkaar. Ze trekken elkaar nauwelijks aan.
  • De vaste stof gaat smelten als de moleculen door het warme water zo hard trillen dat ze elkaar los laten.
  • Bij stollen gaat het andersom. De moleculen gaan langzaam bewegen en komen naar elkaar toe, trekken elkaar mee aan en worden uiteindelijk van een vloeistof een vaste stof.
  • Als een vloeistof verwarmd wordt gaan de moleculen sneller bewegen. Daardoor gaan ze nog verder uit elkaar en springen uiteindelijk uit het glas. Dat word verdampen genoemd.
  • Bij condenseren gaat dat andersom. De damp koelt af, de moleculen trekken elkaar weer iets meer aan en het word weer een vloeistof.
  • Van vaste stof naar gas heet sublimeren. Bijvoorbeeld de geur van een blok zeep.
  • Een gas kan ook meteen een vaste stof worden. Dat heet rijpen. Bijvoorbeeld de vorming van ijs uit waterdamp.
  • Smelten en stollen gebeurt bij dezelfde temperatuur. Die temperatuur noem je het smeltpunt.
  • Bij een bepaalde temperatuur gaat de vloeistof koken. Die temperatuur noem je het kookpunt van de stof. Koken en condenseren gebeurt ook bij dezelfde temperatuur.
  • Temperatuurlijn= een grafiek waarin je kunt zien wanneer iets vast, vloeibaar of gas is.
  • Bij een mengsel noem je het kookpunt een kooktraject en het smeltpunt een smelttraject. Zo kun je ook uitzoeken of een onbekende stof een zuivere stof is of toch een mengsel.
  • Bij een bepaalde temperatuur staan alle moleculen stil. Dat noem je het absolute nulpunt.
  • De temperatuur meet je in graden Celsius of in kelvin.
    • K naar C = aantal K + 273
    • C naar K = aantal C – 273
    • Het dauwpunt is het punt waarbij de waterdamp condenseert. 

6.4

  • Vaste fase: alle moleculen netjes in een rij, want ze trekken elkaar aan.
  • Vloeibare fase: de moleculen hebben geen vaste plaats. Ze bewegen vrij langs elkaar, maar blijven toch dicht bij elkaar in de buurt
  • Gasvormige fase: de moleculen bewegen door elkaar. Ze trekken elkaar nauwelijks aan.
  • De vaste stof gaat smelten als de moleculen door het warme water zo hard trillen dat ze elkaar los laten.
  • Bij stollen gaat het andersom. De moleculen gaan langzaam bewegen en komen naar elkaar toe, trekken elkaar mee aan en worden uiteindelijk van een vloeistof een vaste stof.
  • Als een vloeistof verwarmd wordt gaan de moleculen sneller bewegen. Daardoor gaan ze nog verder uit elkaar en springen uiteindelijk uit het glas. Dat word verdampen genoemd.
  • Bij condenseren gaat dat andersom. De damp koelt af, de moleculen trekken elkaar weer iets meer aan en het word weer een vloeistof.
  • Van vaste stof naar gas heet sublimeren. Bijvoorbeeld de geur van een blok zeep.
  • Een gas kan ook meteen een vaste stof worden. Dat heet rijpen. Bijvoorbeeld de vorming van ijs uit waterdamp.
  • Smelten en stollen gebeurt bij dezelfde temperatuur. Die temperatuur noem je het smeltpunt.
  • Bij een bepaalde temperatuur gaat de vloeistof koken. Die temperatuur noem je het kookpunt van de stof. Koken en condenseren gebeurt ook bij dezelfde temperatuur.
  • Temperatuurlijn= een grafiek waarin je kunt zien wanneer iets vast, vloeibaar of gas is.
  • Bij een mengsel noem je het kookpunt een kooktraject en het smeltpunt een smelttraject. Zo kun je ook uitzoeken of een onbekende stof een zuivere stof is of toch een mengsel.
  • Bij een bepaalde temperatuur staan alle moleculen stil. Dat noem je het absolute nulpunt.
  • De temperatuur meet je in graden Celsius of in kelvin.
    • K naar C = aantal K + 273
    • C naar K = aantal C – 273
    • Het dauwpunt is het punt waarbij de waterdamp condenseert. 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Kaaskop

Kaaskop

Geweldig! 😇😇🤓

1 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

Ditispiet

Ditispiet

Prima!

1 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

H.

H.

Thanks Man :)

3 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast