H6 Licht §6.1, §6.2, §6.3 en §6.4

Beoordeling 0
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 2e klas vmbo | 1002 woorden
  • 7 juli 2022
  • nog niet beoordeeld
  • Cijfer
  • nog niet beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!

Hoofdstuk 6 Licht 


§6.1 Licht en Schaduw: 
- Een voorwerp dat zelf geen licht geeft, noem je een lichtbron. De zon en de sterren     zijn natuurlijke lichtbronnen. Kunstmatige lichtbronnen zijn door de mens               gemaakt. 
- Lichtstralen teken je als rechte lijnen, want licht beweegt langs rechte lijnen. 
- De meeste voorwerpen om je heen geven zelf geen licht. Je kunt ze alleen zien             wanneer ze verlicht worden. Het licht dat op het voorwerp valt, wordt dan diffuus        teruggekaatst. Je ziet het voorwerp als een deel van dit teruggekaatste licht in je      ogen valt. 
- Als een voorwerp het licht van de lichtbron tegenhoudt, onstaat er schaduw. 
   Dat is een gebied waar het licht niet rechtstreeks kan komen. 
- De schaduw van een voorwerp kun je als volgt tekenen: 
       - Teken de randstralen. Dat zijn de lichtstralen die net niet door het voorwerp                tegengehouden worden. 
       - Kleur het schaduwgebied. Dat is het gebied achter het voorwerp tussen de                  twee randstralen in ligt. 
- Als een voorwerp door twee lichtbronnen wordt verlicht, ontstaan er twee                     schaduwbeelden. Op de plaats waar die beelden over elkaar heen vallen, is de           schaduw het donkerst. Dit noem je de kernschaduw. Links en rechts van de                   kernschaduw zie je een lichtere halfschaduw


• Diffuus terugkaatsen: In alle richtingen terugkaatsen. 
• Halfschaduw: Het gebied in de schaduw waar slechts een (klein) deel van het licht      kan komen.
• Kernschaduw: Het gebied in de schaduw waar helemaal geen schaduw komt. 
• Kunstmatige lichtbron: Lichtbron die door de mens is gemaakt, bijvoorbeeld:              kaarsen, lampen, tl-buizen. 
• Lichtbron: Voorwerp dat zelf licht geeft. 
• Lichtstraal: Lijn waarlangs licht beweegt. 
• Natuurlijke lichtbron: Lichtbron die niet door de mens is gemaakt, bijvoorbeeld de      zon of bliksem. 
• Randstralen: Lichtstralen die net niet door een voorwerp tegengehouden worden. 
• Schaduw: Gebied waar het licht niet rechtstreeks kan komen. 


§6.2 Spiegelbeelden: 


- In een spiegel zie je een levensecht beeld van je eigen wereld: het spiegelbeeld
- Op de plaats waar een lichtstraal een spiegel raakt, teken je een lijn die loodrecht       op de spiegel staat: de normaal. De hoek tussen de invallende lichtstraal en de           normaal heet de hoek van inval. De hoek tussen de terugkaatste lichtstraal en de       normaal heet de hoek van terugkaatsing
- Bij terugkaatsing door een vlakke spiegel geldt altijd de spiegelwet
   Hoek van inval = hoek van terugkaatsing
- Met de spiegelwet kun je tekenen hoe een lichtstraal door de spiegel teruggekaatst     wordt. 
            - Teken de normaal. De normaal staat altijd loodrecht op de spiegel. 
            - Bepaal de grootte van de hoek van inval. 
            - Geef de hoek van terugkaatsing aan. 
            - Teken de teruggekaatste lichtstraal. 
- Het spiegelbeeld dat je ziet in een spiegel is een virtueel beeld. Het spiegelbeeld           bestaat alleen in je gedachten. 


• Hoek van inval: Hoek tussen de invallende lichtstraal en de normaal. 
• Hoek van terugkaatsing: Hoek tussen de teruggekaatste lichtstraal en de normaal. 
• Normaal: Hulplijn die loodrecht op de spiegel staat. 
• Spiegelbeeld: Virtueel beeld dat je ziet in een spiegel.
• Spiegelwet: Hoek van inval = Hoek van terugkaatsing. 
• Virtueel beeld: Beeld dat in werkelijkheid niet bestaat. Bijvoorbeeld het beeld in een    spiegel. 


§6.3 Licht en kleur: 


- Het witte zonlicht bestaat uit alle kleuren van de regenboog: 
   Rood, Oranje, geel, Groen, Blauw en violet. 
   Dat zie je als zonlicht wordt gesplitst door een prisma. Zo'n reeks kleuren heet een       spectrum
- Met een zakspectroscoop kun je de samenstelling van licht onderzoeken. Als je in      de spectroscoop kijkt, zie je een spectrum van licht. 
- Een gele trui weerkaatst vooral geel licht, een rode trui vooral rood licht, een
  blauwe trui vooral blauw licht enzovoort. Het licht dat niet wordt teruggekaatst,          wordt geabsorbeerd. Het licht wordt daarbij omgezet in warmte. 
- Witte voorwerpen kaatsen bijna al het licht terug. Zwarte voorwerpen kaatsen
   maar weinig licht terug: bijna al het licht wordt geabsorbeerd. 
- Als je een paarse trui bekijkt onder een gele lamp, lijkt hij zwart. Dat komt doordat      de paarse trui vooral paars licht terugkaatst. Het gele licht van de lamp wordt bijna    helemaal geabsorbeerd. De trui kaatst dus bijna geen licht terug, waardoor hij            zwart lijkt. 


• Absorberen: Opnemen; licht dat niet wordt tereuggekaatst, wordt opgenomen. 
• Prisma: Doorzichtig driehoekig stuk glas of kunststof. 
• Spectrum: Reeks opeenvolgende kleuren die bijvoorbeeld zichtbaar is als het licht      door een prisma valt. 
• Zakspectroscoop: Instrument om licht te bestuderen. Je kunt ermee zien uit welke      kleuren licht bestaat. 


§6.4 Infrarode en ultraviolette straling:


- Alle voorwerpen, mensen en dieren zenden infrarode straling (ir-straling) uit. 
  Warmtelampen zenden, behalve een beetje rood licht, vooral veel infrarode                 straling uit. 
- In het spectrum van een ir-lamp vind je de infrarode straling naast het rood. 
- Infrarode straling wordt op verschillende manieren toegepast: 
      - In de afstandsbediening van een tv; 
      - In een buitenlamp die reageert op voorbijlopende mensen. 
      - In alarminstallaties en in winkeldeuren die automatisch openen en sluiten. 
      - In nachtkijkers die ontzichtbare infrarode straling omzetten in een zichtbaar                beeld. 
- De zon straaalt behalve licht ook ultraviolette straling op je huid terechtkomt.
   Als je in de zon ligt, komt die straling op je huid terecht. je huid reageert daarop           door extra kleurstof aan te maken: je huid wordt donkerder. 
- Je moet oppassen dat er niet te veel ultrviolette straling op je huid terechtkomt. Als dat wel gebeurt, kun je last krijgen van zonnebrand (verbranding). Te veel ultraviolette straling vergroot ook de kans op huidkanker. 
- De ozonlaag in de atmosfeer houdt veel ultraviolette straling tegen.
- Er zijn lampen die vooral ultraviolette straling uitzenden, bijvoorbeeld de
   uv-lampen in zonnebanlen en de blacklightlampen in discotheken. 
- In het spectrum van een uv-lamp vind je ultrviolette straling naast het violet, Dat        kun je aantonen met een fluorescerende stof. Zo'n stof gaat zelf licht geven als er      ultraviolette straling op valt. 


• Fluoresceren: Licht geven als er ultraviolette straling op valt. 
• Infrarode straling: Onzichtbare straling die je kunt voelen als warmte. 
• Infraroodsensor: Instrument dat infrarode straling kan waarnemen. 
• Ozonlaag: De luchtlaag waarin ozon voorkomten die ultraviolette straling                     tegenhoudt. 
• Ultravioletter straling: Onzichtbare, schadelijke straling die in zonlicht voorkomt. 
• Uv-lamp: Lamp die vooral ultraviolette straling uitzendt. 
• Warmtelamp: Lamp die vooral infrarode straling uitzendt. 

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.