Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen

Hoofdstuk 9, 10 en 11

Beoordeling 4.6
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 721 woorden
  • 8 april 2004
  • 12 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.6
  • 12 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
M&O
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!
Hoofdstuk 9

Een balans bestaat uit een debet(activa) en uit een credit(passiva) kant. Beide kanten moeten in evenwicht zijn.
Aan de Debet kant staan alle bezittingen die een bedrijf heeft. Deze worden onderverdeelt in:
1. Vaste Activa (Fysieke bezittingen zoals het gebouw, de auto en de inventaris)
2. Vlottende Activa (Tegoeden, zoals de debiteuren, voorraad en banktegoeden
3. Liquide Middelen (Geld dat in huis is, zoals de kas)
Aan de Creditzijde van de balans staan de schulden van een bedrijf. De meest voorkomende:

1. Eigen vermogen (vermogen dat je zelf in een bedrijf hebt geïnvesteerd)
2. Leningen (geleend geld oftewel vreemd vermogen)
3. Crediteuren (geld dat nog betaald moet worden)

De rekening courant is een rekening waarbij de ondernemer geld af mag halen tot een maximumbedrag en ook weer bij mag storten. Het is te vergelijken met een portemonnee.

Als er mutaties in een balans gemaakt worden veranderen er altijd minstens twee posten. Omdat een balans altijd in evenwicht moet zijn moet zowel aan de debet als aan de creditkant de verandering gelijk zijn.

Resultatenrekeningen zijn een overzichtelijke manier om opbrengsten en kosten te laten zien. Ze zijn er in twee vormen, namelijk de paginavorm en de scontovorm. De paginavorm ziet er ongeveer zo uit:
Opbrengsten XXXXX

Inkoopwaarde omzet XXXXX

Brutowinst XXXXX

Kosten XXXXX
Post 1 XXXXX
Post2 XXXXX
Post 3 XXXXX
XXXXX

Nettowinst XXXXXX

De skontovorm ziet er net zo uit als een balans. Aan de linkerkant staan de kosten, aan de rechterkant de omzet

De brutowinst is de winst zonder de aftrek van overige kosten
De Nettowinst is de winst met aftrek van kosten

Een balans geeft slechts een overzicht van een bepaald moment dat tekens kan veranderen.
Balansposten worden ook wel voorraadgrootheden genoemd, de posten op de resultatenrekening hebben de naam stoomgrootheden

Hoofdstuk 10

Transitorische posten zijn posten met bedragen die je al ontvangen hebt of nog moet ontvangen.
Aan de debetzijde staan vooruitbetaalde bedragen en nog te ontvangen bedragen.
Aan de creditzijde staan vooruitbetaalde bedragen en nog te betalen bedragen.

Transitorische posten kun je nog onderverdelen in :
1. Uitstelposten dit zijn de posten waarbij de kosten(opbrengsten) vooruit wordt betaald(ontvangen)
2. Anticipatieposten bij anticipatieposten worden de kosten of opbrengsten later ontvangen

Hoofdstuk 11

Een handelsonderneming is een onderneming die artikelen inkoopt en weer verder verkoopt.
Voorraden zijn een cruciaal punt voor een handelsonderneming. Als ze te weinig hebben moeten ze nee verkopen aan de klanten. Klanten die nee te horen krijgen komen dan minder snel terug om iets te kopen. Een te grote voorraad is ook riskant omdat
· De waarde kan verminderen
· Diefstal en brandgevaar
· Prijsdaling
· Het uit de mode raken van een artikel (veroudering)

Verzekeren tegen sommige risico`s kan wel, bijvoorbeeld tegen brand en diefstal, maar tegen andere weer niet

Om te weten over welke voorraad een prijsrisico is moet je tussen soorten onderscheid maken namelijk:
De technische voorraad, de voorraad die echt in het bedrijf aanwezig is
De economische voorraad, hierbij worden bestelde goederen en nog af te leveren goederen meegerekend.

Als er meerdere partijen goederen tegen andere prijzen zijn ingekocht dan zijn er verschillende systemen om weer verder te verkopen
Het Fifo-systeem (first in, first out) hierbij gaat men ervan uit dat de goederen die het langste in het bedrijf zijn ook weer het eerste verkocht gaan worden.
Kritiek tegen het lifosysteem is dat bij prijsstijgingen een te hoge brutowinst uitkomt
Het Lifo systeem (Last in, First out) gaat ervan uit dat de nieuwste artikelen ook het eerst weer verkocht zullen worden.
Als laatste is er nog de vaste verreken prijs. Hierbij gaat men uit van een gemiddeld prijs en corrigeert later dat bedrag met de echte prijs

Duurzame productiemiddelen zijn middelen die langer dan 1 productieproces meegaan.
Hieraan zitten ook nadelen:
· De interestkosten: hoe langer het meegaat, de te langer telt het mee in het interestvermogen
· De onderhoudskosten
· Risico van prijsdaling
· Verlies deel prestaties door veroudering

Als je duurzame goederen koopt zitten daar kosten aan. Bijv de aankoopkosten, de installatiekosten en bij grond de overdrachtkosten (die ongeveer 10% zijn)
Ook moet je op duurzame productiemiddelen afschrijven zodat je aan het einde van de levensduur weer een nieuwe kunt kopen. Er is dan ook sprake van restwaarde, de waarde waarmee je het afgesproken product weer kunt verkopen.
De afschrijving is afhankelijk van
1. de waarde
2. de levensduur
3. de restwaarde
4. het gebruik

Om de afschrijving uit te rekenen gebruik je A-R/N oftewel aanschafprijs – restwaarde / levensduur

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.