Hoofdstuk 6; De financiering van organisaties

Beoordeling 6.4
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 1240 woorden
  • 4 januari 2003
  • 21 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.4
  • 21 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
M&O
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!
Hoofdstuk: 6
De financiering van organisaties.

6.1 Het eigen vermogen.


Balans:
Een overzicht van bezittingen, schulden en eigen vermogen van een organisatie op een bepaald tijdstip.

Wat vinden we aan de debet en de credit- zijde?
· Debet:
Bezittingen , ook wel de activa
· Credit:
De schulden en het eigen vermogen, ook wel de passiva.

Eigen vermogen:
Bezittingen - schulden.

6.2 Aandelenvermogen ( of aandelenkapitaal)


Aandeel:

De deelname in het eigen vermogen van een BV of NV.

Wat is het verschil met een aandeelbewijs in een BV en in een NV?
De aandeelhouder van een BV staat ingeschreven in een aandeelhoudersregister.
De NV heeft fysieke aandeelbewijzen ( een echt stuk papier waar alles op staat).

Wat staat op de mantel van een aandeel?
De naam van de NV en de nominale waarde van het aandeel.

Wat is de nominale waarde van een aandeel?
De waarde zoals die in de statuten van het bedrijf is vermeld en op het aandeelbewijs staat afgedrukt.

Wat is de beurswaarde van een aandeel?
De prijs waartegen het aandeel op de beurs kan worden verhandelt.

Wat staat er op een dividendblad?
Een aantal genummerde dividendbewijzen die elk recht geven op een aandeel in de winst.

Als je een balans hebt, staat er op de creditzijde een aandelenvermogen vermeld. Hoe wordt dat aandelenvermogen genoemd?

Het maatschappelijk aandelenvermogen. ( dat is het aandelenvermogen wat bij de oprichting in de statuten vermeld wordt)

Wat betekent a pari?
Aandelen die je tegen de nominale waarde plaatst bij beleggers.

Wat is de emissiekoers?
De koers waartegen de aandelen worden geplaatst.

6.3 Dividend.


Dividend:
Een gedeelte van de winst dat wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders.

Wie profiteren allemaal van de winst van een NV?
- de aandeelhouders > dividend
- De belasting > vennootschapsbelasting
- Personeel > winstuitkering ( tantiemes/bonus/13de maand)
- Een gereserveerd deel > er wordt geld binnen het bedrijf gehouden voor slechte tijden of voor de toekomst.

Waar staat de reserve op de balans vermeld?
Op de creditzijde, want het is onderdeel van het eigen vermogen een heeft de naam “algemene reserve”.

6.4 Het vreemd vermogen.


Waaruit bestaat het vreemd vermogen?
Uit de schulden.

Wat verstaan we onder interest/rente?
Een vergoeding voor het geleende bedrag.

Wat is een consumptief krediet?
Leningen aan gezinnen om er consumptieve uitgaven mee te doen.

Wat zijn productieve kredieten?
Deze worden afgesloten door bedrijven en organisaties.

Noem 3 manieren waarop je een lening kan aflossen:
1. Aflossing met annuïteiten: Een annuïteit is een gelijkblijvend periodiek te betalen bedrag, waarmee de aflossing van de schuld plus de vereffening van de verschuldigde interest plaats heeft.
2. Aflossing ineens: Aan het eind van een afgesproken looptijd wordt de lening in 1keer afgelost. In periodes wordt de interest betaald.
3. Aflossing met gelijke periodieke bedragen( lineaire aflossing): Tijdens de duur van de lening wordt periodiek steeds een even groot deel afgelost.

6.5 De hypothecaire lening:

Hypothecaire lening:
Een geldlening waarbij de geldgever het recht van hypotheek verkrijgt.

Wat is het recht van hypotheek?
Het recht dat de geldgever heeft om als zekerheid dienende zaak te verkopen, als de geldnemer niet goed betaalt.

Hoe noemt men de zaak waarop het recht van hypotheek is gevestigd?
Een registergoed.

Wie behoren tot de categorie van registergoederen?
Ontroerende zaken: grond, huizen en andere gebouwen, en ook schepen ( mits ze een bepaalde omvang bezitten)

Openbaar register:
De rechten die op goederen rusten.

De lineaire hypotheek:


Hoe zit een lineaire hypotheek in elkaar?
Elke periode ( elke maand of jaar) wordt steeds hetzelfde bedrag afgelost. En er wordt steeds over de afgelopen periode de verschuldigde interest/rente betaald.

Waarom wordt de te betalen interest steeds kleiner?
Omdat je de interest over de schuld betaald en de schuld wordt steeds kleiner.

Wat is het voordeel van een lineaire hypotheek?
Het is erg overzichtelijk.

Wat is een belangrijk nadeel van een lineaire hypotheek?
De hoogste lasten vallen in de eerste jaren van de lening. Voor starters op de huizenmarkt is dit niet erg gunstig.

Schuldrest:
De schuld die aan het einde van een jaar nog over is.

De annuïteitenhypotheek:


Annuïteit:
Een gelijkblijvend periodiek te betalen bedrag dat een rente- en een aflossingsdeel bevat.

Hoe zit een annuïteitenhypotheek in elkaar?
- Aan het einde van de looptijd is het hele bedrag afgelost.
- Door het aflossen wordt de schuld minder en betaal je ook steeds minder rente.
- Doordat de annuïteit steeds gelijk blijft wordt het bedrag wat je af moet lossen steeds groter.

Noem de 2 voordelen van een annuïteitenhypotheek:
1. Er wordt ieder jaar hetzelfde bedrag betaald. Dat geeft zekerheid bij een financiële planning.
2. In het begin wordt er na verhouding veel rente betaald. Dat is voor starters op de woningmarkt gunstig, omdat de belastingman toestaat om de betaalde interest van het inkomen af te trekken. Dat belastingvoordeel leidt in het begin tot lagere nettohypotheeklasten.

Wat is een nadeel?
Ten opzichte van een lineaire hypotheek vermindert de schuld heel weinig.

De spaarhypotheek:

Hoe zit een spaarhypotheek in elkaar?
Men moet 3 dingen betalen:
1. De interest: blijft gelijk, want er wordt geen schuld afgelast.
2. Verzekeringspremie: Een spaardeel en een verzekeringsdeel.

Spaardeel: Dit is voor het eindkapitaal op te kunnen leveren. ( hieruit wordt de schuld uiteindelijk afgelost.)

Verzekeringsdeel: Dit dient ervoor om de nabestaande van de verzekerde als hij ineens doodgaat een uitkering te geven waarmee ze de schuld ineens kunnen aflossen.

6.6 Consumptieve kredieten:

1. Koop op afbetaling:

Wordt meestal gebruikt bij dure goederen. TV’s etc. De verkoper verstrekt de lening niet zelf maar laat dit meestal over aan een financieringsinstituut. De koper is nu al meteen eigenaar. Dit is wel vervelend want de verkoper kan niets meer doen als de koper niet betaalt. Er moet via een vast schema afbetaald worden.

2. Huurkoop:

Het is een gewone koop op afbetaling. Maar de eigenaar is pas eigenaar van het ding als hij alles heeft afbetaald. Het bedrag wordt via een vast schema betaald.

3. Persoonlijke lening:

Bij deze lening mag je zelf weten waar je het geld aan uitgeeft. Je moet wel aflossen via een vast schema. Voor de geldgever kunnen er problemen komen als de lener niet goed betaald.

4. Doorlopend krediet:

Hetzelfde als de persoonlijke lening, alleen mag de lener de afgeloste bedragen weer opnemen. Alleen de interest MOET dus betaald worden.

6.7 Productieve kredieten:


Lang vreemd vermogen Kort vreemd vermogen
Hypothecaire lening Bankkrediet
Onderhandse lening leverancierskrediet
Gewone obligatielening afnemerskrediet

Welke kredietvorm kan zowel een lange als een korte looptijd hebben?
Leasing.

Leasing:
Het huren van een roerende of ontroerende zaak voor een bepaalde periode.
Benamingen bij leasen:
Huurder : Lessee
Verhuurder : Lessor
Specifieke kennis : techno – lease

Lease kunnen we in 2 onderdelen verdelen:
Operational lease
Financial lease

Operational lease:
Het leasecontract kan op korte termijn worden opgezegd en er moet periodiek een huurtermijn betaald worden.
De lessor blijft economisch en juridisch de eigenaar en neemt het beheer, onderhoud en service voor zijn rekening.

Financial lease:
De financiering van het geleasde ding staat voorop.
Het leasecontract heeft meestal een lange looptijd.
De lessee heeft het economisch eigendom en draagt alle risico’s die aan het object zijn verbonden.

Na afloop van de leaseperiode zijn er 3 mogelijkheden voor de lessee:
1. Het ding teruggeven aan de lessor
2. Het contract voortzetten ( tegen lagere leasetermijn)
3. Het ding kopen van de lessor.

Vorm van financial lease: Sale and lease back:
De lessee verkoopt het product aan de lessor en least het gelijk weer terug.

Voordeel:
De lessee krijgt in liquide vorm de beschikking over het geld dat hij in het product heeft gestoken. Met het geld kan hij bijvoorbeeld leningen aflossen of investeren in andere dingen.

Bankkrediet of rekening-courant

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.