M & O



Hoofdstuk 5: Financiële markten



Vermogensmarkt: is het geheel van vraag en aanbod van financieringsmiddelen (geld)



Vermogensmarkt bestaat uit 2 deelmarkten: * de kapitaal markt

* de geldmarkt



De kapitaalmarkt: het geheel van vraag en aanbod van financieringsmiddelen met een lange looptijd. (2 jaar)



Openbaar vermogen: dat zijn voorwaarden waartegen geld kan worden geleend( rente) die van tevoren openbaar bekend zijn gemaakt. Iedereen kan hieraan deelnemen.



Georganiseerd door effectenbeurzen = bijv Amsterdam Exchanges





Verhandelen van waardepapieren: Aandelen, Obligaties



Onderhand vermogen: onderhandelen van een geld vrager en een geldgever rechtstreeks met elkaar.



Wie in het bezit is van een aandeel van een NV: kan zich mede eigenaar noemen van het bedrijf



Eerste hands markt: nieuwe aandelen: aandeel houder kan zijn aandelen niet terug verkopen aan de nv maar wel doorverkopen op de effectenbeurs aan andere beleggers en dat heet tweedehands markt.



Obligaties: schuldbewijzen van de overheid, bedrijven of instellingen. De koper leent een bedrag uit tegen een jaarlijkse vastgestelde rente. Een obligatie houder is geen mede eigenaar



Nominale waarde: de waarde die op de obligatie staat.



De effectenbeurs: er wordt gehandeld in effecten waaronder aandelen in naamloze vennootschap



Particulieren en beleggingsinstellingen geven hun aan en verkoopopdrachten door aan;



Banken of commissionaires in effecten





Die geven die opdrachten door aan hoeklieden deze mensen mogen alleen op de aex beurs staan.



Hoeklieden:

1: de enige mensen die op de beursvloer mogen komen

2: alle aandelen zijn bij een hoekman ondergebracht

3: zij zorgen ervoor dat alle opdrachten in een bepaald waardepapier samenkomen en die

vraag en aanbod koppelen.

Bekende effectenhuizen: wall street in new york



3 oorzaken van een verschommeling van de aandelenkoersen:



1: de rente (spaartegoeden en obligaties worden minder waard) aandelenkoers zal gaan stijgen

2: de winstgevendheid van bedrijven: veel winst van een bedrijf geeft veel beleggers vertrouwen.

3: het beurssentiment: de verandering van de beurs stemming door wereld schokkende gebeurtenissen.



Institutionele beleggers: instellingen als pensioenfondsen en levensverzekeraars die veel geld hebben en daarvoor een belegging zoeken. Dit doen ze op de openbare en onderhandse markt.



Onderhandse kapitaalmarkt: hypothecaire leningen: is een lening waarmee een onroerende zaak als zekerheid voor de geldgever is verbonden



Financieringskosten: kosten die samenhangen met het aantrekken van geld.

De grootste financieringskosten zijn rentekosten



Emissiekosten: kosten die bij het plaatsen van aandelen en obligaties

Bijv: brochures, beurskosten, en kosten van de tussen persoon.



Geldmarkt: geheel van vraag en aanbod van financieringsmiddelen met een korte looptijd.



Functies van banken:



1: kredietbemiddeling: het bij elkaar brengen van vragers en aanbieders

2: Kredietverlenging: het verstrekken van kredieten uit eigen middelen.

3: beheren van spaargelden: grote variatie van spaar en beleggingsrekeningen

4: Uitvoeren van het betalingsverkeer: 70% van betalingen gaat via bankgiro.

Samenwerking tussen banken

5: Bemiddelen bij het emitteren van aandelen en obligaties: uitzetten van obligaties via diensten banken.

6: Bewaren van effecten voor cliënten: veilig opbergen waardepapieren

7: aan en verkopen van vreemde valuta’s: alleen bij de bank kun je vreemde valuta krijgen.

8: aan en verkopen van effecten in opdracht van cliënten: de bank heeft eigen handelaren op effectenbeurs die orders uitvoert


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.