Management en Organisatie



3.1 Het belang van een goede marketing



3.2 Het productbeleid



Kwaliteit: mate waarin product aan de wensen van de afnemer voldoet.



Onderbouw: technische eigenschappen die product geschikt maken voor hun functie.



Bovenbouw: eigenschappen die onderbouw te versterken voor de consument.



Imago van het product.



Assortiment:totaal aan verschillende artikelen dat een onderneming aanbiedt. Artikel= producten,diensten



Breed assortiment: veel verschillende artikelen,beperkt aantal verschillende





Artikelen.



Diep assortiment: beperkt aantal artikel soorten maar wel groot aantal



verschillende artikelen in die groep.



De vormgeving: = styling heeft technische en commerciele functie.



Het merk: merkartikel=alleen als consument het artikel onder de naam her-



Kent en waardeert.



Fabrikant merken: dragen de naam van de fabrikant en de naam van artikel



Vb. heineken



Detaillisten merken: dragen de naam van de winkel detaillisten.



Winkel merken: dragen de naam van de winkel. Bv:edah huismerk



Private labels: merknamen die per product verschillend zijn en waarbij



Er geen verband is met de onderneming.bv brouwers bier van ah.



Witte merk: Artikelen die merk loos zijn. Dumppartijen enz.





Paraplu merk: artikelen die zelf eigenlijk geen naam hebben maar onder de



Naam van de producent gaan.bv. Hema



De verpakking:-technische functie bescherming tijdens transport



- commerciële functie stimulering verkoop



- communicatieve functie informatie op verpakking



De garantie: bescherming tegen verborgen gebreken



De service: totale ondersteuning die de onderneming de klant kan bieden.



Bv. Artikelen ruilen,terug brengen, aflevering van artikelen



3.3 De vaststelling van de gewenste nettowinst



3.4 Het belang van een goede organisatie



Organiseren: Het op elkaar afstemmen van alle noodzakelijke activiteiten op een manier dat alle doelstelling worden gehaald.



Het sturen van de activiteiten gebeurt door het management.



De directie bepaald de doelstelling en zorgt voor de taak verdeling



Organisatiestructuur: De verdeling van de taken over de personen en de bevoegdheden die ze krijgen om beslissingen te nemen.



Delegeren: Het overdragen van bevoegdheden aan personen die die lager zijn



Functie: Bundeling van taken.



Lijnorganisatie:



Voordelen: eenheid van leiding, directie stuurt alle activiteiten aan



Eenheid van bevel, 1 opdrachtgever voor iedereen



Nadelen: veelvoudige communicatie via de lijn.



Besluitvorming gaat trager



Ondernemer moet overal wat van af weten.



Lijn-staforganisatie



Stafafdelingen hebben als doel advies geven, maar mogen geen opdrachten geven.



Voordelen: eenheid van leiding en bevel blijven, maar toch is er specialistisch kennis aanwezig.



Directie hoeft niet meer overal wat vanaf te weten



Nadelen: staffunctionarissen staan te ver van dagelijkse handelen af.



Stafafdeling is duur



Staf kan opdrachten gaan geven.



3.5 Administratieve Organisatie



Belangrijkste manier om fraude te verkomen is een goede administratie.Personeel moet elkaar ook controleren. Een goede administratieve organisatie geeft een goed overzicht van alles wat er binnen een bedrijf gebeurt.



Bij het opzetten van een goed administratie organisatie moet je rekening houden met het volgende: -Wie heeft aan welke gegevens behoefte?



-Door wie en wanneer worden deze gegevens verzameld?



-Hoe en wanneer moeten gegevens worden verzameld?



-Welke bewerkingen moet gegevens ondergaan om nuttig



Te zijn.



Functiescheiding zorgt er voor dat beter controle plaats vind.



Interne controle wordt door medewerkers van het bedrijf zelf gedaan.



Interne accountants zijn special opgeleid economen.



Externe controle wordt door buitenstaanders gedaan.



Verbandcontroles: voorraad moet inkoop-verkoop zijn



4.1 Resultatenrekening



Brutowinst: bedrag van omzet wat overblijft na aftrekken van de inkoopwaarde.



Nettowinst: bruto - overige kosten. Beloning voor ondernemer



Resultatenrekening: Manier om nettowinst overzichtelijk manier vast te leggen.



Post: een befrag dat in de boekhouding wordt opgenomen.



Voorraadmutatie: toename of afname van de voorraad.



Afschrijving: waardedaling van vb. Een auto.



Afschrijvingskosten: afschrijvingen naar een bepaalde periode.



4.2 De Balans



Balans:Overzicht van de voorraad kapitaalgoederen die op een bepaald tijdstip



Aanwezig zijn en van het vermogen dat daarin is op gesloten.



Vlottende activa: kapitaalgoederen die naar verwachting op korte termijn in geld kan worden om gezet.



Debiteuren: moeten rekening nog betalen



Crediteuren: Krijgen nog geld van bedrijven.



Interest: rente die achter af betaald wordt. Wordt uitgedrukt in % per jaar.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.