Hoofdstuk 2, 3, 8

Beoordeling 4.7
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • Klas onbekend | 907 woorden
  • 25 januari 2002
  • 20 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.7
  • 20 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
M&O

UITTREKSELS MANAGEMENT & ORGANISATIE

HOOFDSTUK 2, PERSONEELSBELEID.

* Personeelsbeleid is een onderdeel van het totale beleid van de onderneming, hiertoe behoren concrete zaken als:
§ Prognose van de personeelsbehoefte.
§ Werving, selectie en introductie.
§ Opleiding en vorming (scholing)
§ Beoordeling en promotie.
§ Beloningssystemen.
§ Ontslag en pensioen.
§ Prognose van de personeelsbehoefte:
§ Prognose van de personeelsbehoefte is in dit geval een uitspraak over het aantal personeelsleden van het vereiste niveau waarover de onderneming in de toekomst wil of moet beschikken.

§ Je moet rekening houden met: pensioen en ontslag.
§ ADV: Arbeidsduurverkorting of werktijdverkorting.
§ Individuele arbeidsovereenkomst: moet passen binnen de CAO.
§ CAO: Collectief ArbeidsOvereenkomst.
§ FNV: Federatie Nederlandse Vakbeweging.
§ CNV: Christelijk Nationaal Vakverbond.
§ VNO-NCW: Verbond van Nederlandse Ondernemingen en het Nationaal Christelijk Werkgeversverbond.
§ Primaire arbeidsvoorwaarden: hebben betrekking op de geldelijke beloning voor het verrichte werk, en daarnaast over zaken als: vakantiegeld en toeslagen voor overwerk en onregelmatige werktijden.
§ Secundaire arbeidsvoorwaarde: kunnen betrekking hebben op werktijden, reiskostenvergoeding, werkkleding, het aantal vakantiedagen, een auto van de zaak, scholingsmogelijkheden en arbeidsduurverkorting.
§ Verplichtingen van de werkgever zijn:

§ Loon op tijd uitbetalen.
§ Een getuigschrift uitreiken aan het einde van de dienstbetrekking.
§ Minderjarige werknemers in de gelegenheid stellen een opleiding te volgen.
§ Verplichting van de werknemers zijn:
§ De arbeid zo goed mogelijk verrichten.
§ De arbeid zélf verrichten.
§ Zich houden aan de voorschriften die betreffende de te verrichten werkzaamheden zijn verstrekt.
§ Zich gedragen zoals van een goede werknemer verwacht mag worden.
§ Selectie, werving en introductie:
§ Headhunter: benadert zelf geschikte kandidaten, en bij hem moeten ook de ‘werkzoekers’ zich melden.
§ Loonsubsidie: één van de middelen die de overheid gebruikt om werkzoekenden weer aan het werk te helpen.
§ Onderneming Raad (OR) en de MedezeggensschapRaad (MR):
§ Het leveren van een bijdrage aan het goed functioneren van de onderneming of de school.
§ Het behartigen van de belangen van de werknemers.
§ Het adviesrecht.
§ Het instemmingsrecht.
§ Het informatierecht.
§ Het adviesrecht: advies uitbrengen over voorgenomen besluiten.
§ Het instemmingsrecht: als ze niet instemmen als het nodig is dan mag het niet, maar je kunt nog in beroep.
§ Het informatierecht: werkgever is verplicht alle informatie te verstrekken die de raad nodig heeft.
§ OR bij meer dan 35 personeelsleden, bij 10 tot 35 personeelsleden moet er eens per jaar een personeelsvergadering worden gehouden.


HOOFDSTUK 3: RECHTSVORMEN.

§ Verschillende rechtsvormen:
§ Eenmanszaak.
§ Vennootschap onder firma (VOF).
§ Naamloze Vennootschap (NV).
§ Besloten Vennootschap (BV) (met beperkte aansprakelijkheid).
§ Vereniging.
§ Stichting.

§ Rechtspersonen: zijn organisaties, waaraan, net als bij natuurlijke personen rechten en verplichtingen worden toegekend.
§ Voordelen van rechtspersonen:
§ De verschaffers van het eigen vermogen zijn beperkt aansprakelijk.
§ De leiding en de kapitaalverschaffers hoeven niet dezelfde personen te zijn. Als directieleden kunnen bekwame mensen worden aangetrokken.
§ Het voorbestaan van de onderneming hangt niet af van het werkzaam leven van de eigenaars.
§ De directie is verzekerd via de sociale wetgeving, is niet zo bij ondernemingsvormen die geen rechtspersoonlijkheid bezitten, zoals een eenmanszaak.

§ Keuze van een rechtsvorm, denk daarbij aan deze zaken:
§ De vermogensbehoefte.
§ De leiding.
§ De aansprakelijkheid.
§ De continuïteit.
§ De besluitvorming.
§ De zeggenschap.
§ Faillissement: kan aangevraagd worden door:
§ Twee of meer schuldeisers.
§ De schuldenaar zelf.
§ Het openbaar ministerie.
§ Surseance van betaling: uitstel van betaling van de schulden.

§ De eenmanszaak:
§ Géén rechtspersoonlijkheid!
§ Eenvoudigste ondernemingsvorm.
§ Één eigenaar, die de leiding heeft en het eigen vermogen heeft ingebracht.
§ Kan ook veel medewerkers in dienst hebben.
§ Middenstandsdiploma.
§ Voordelen:
§ Één eigenaar, daardoor snelle beslissingen.
§ Eigenaar krijgt volledige winst.
§ Nadelen:
§ Voortbestaan hangt af van eigenaar.
§ Als het goed loopt, problemen. Uitbreiden lukt niet, te groot risico.
§ Ook zijn privé vermogen kan worden aangesproken bij liquidatie.

§ De Vennootschap Onder Firma:
§ Twee of meer vennoten onder een gemeenschappelijke naam.
§ Géén rechtspersoonlijkheid!
§ Hoofdelijk aansprakelijkheid, onderhandse akte, authentieke akte.
§ Voordelen:
§ Samen is een groter vermogen.
§ Arbeidsverdeling mogelijk.
§ Nadelen:
§ Hoofdelijk aansprakelijkheid maakt het riskant, doordat het privé vermogen aansprakelijk ook aangerekend kan worden.
§ Expansiemogelijkheden zijn beperkt door beperkt vermogen.
§ Het meer vennoten hoe meer onenigheid er mogelijk is.
§ Bij wegvallen vennoot is het voortbestaan onzeker.

§ De Naamloze Vennootschap:
§ Wél een rechtspersoon!
§ Vermogen verdeelt in aandelen.
§ Vermogen kun je vergroten door meer aandelen uit te geven.
§ Eigen vermogen niet aansprakelijk.
§ Leiding is in handen van de directie.
§ Voordelen:
§ Er kan een groot (eigen) vermogen bijeengebracht worden.
§ Vrij van keuze van directieleden, daardoor de meest bekwame.
§ Voortbestaan niet afhankelijk van managers van onderneming.
§ Minder risico voor de eigenaren.
§ Personeel en ook de directie is verzekerd door de sociale wetgeving.

§ Nadelen:
§ Betrokkenheid van de eigenaren is niet groot.
§ Directie en commissarissen zullen gemakkelijk streven naar expansie, daardoor wordt wel eens in riskante projecten worden geïnvesteerd.

§ De Besloten Vennootschap met beperkte aansprakelijkheid.
§ Een rechtspersoon!, met een in aandelen verdeeld eigen vermogen, waarin iedere vennoot voor één of meer aandelen deelneemt.
§ De vereniging:
§ Rechtspersoon met leden.
§ De stichting:
§ Rechtspersoon zonder leden.


HOOFDSTUK 8: INTERESTBEREKENINGEN.

Brutowinst = verkoopprijs – inkoopprijs ( lekker logisch)

Brutowinst (%) = brutowinst : inkoopprijs (als percentage van de inkoopprijs)
Brutowinst (%) = brutowinst : verkoopprijs (als percentage van de verkoopprijs)

§ Enkelvoudige interest: wordt de interest voor elke periode berekent over het oorspronkelijk geleende bedrag.
§ Samengestelde interest: hier wordt de interest over een periode bij het oorspronkelijke geleende bedrag opgeteld. Over beide bedragen wordt in de periode daarop interest berekend. (rente over rente)

I = interest
K = kapitaal
P = percentage
T = looptijd in jaren

I = K * P * T: 100 of I = KPT : 100 (blz. 133)

T(looptijd in jaren) kan ook in maanden vermeld worden, als het getal onder de breukstreep (de noemer) maar wordt vermenigvuldigd met 12. Ditzelfde geld voor dagen en weken, respectievelijk de noemer maal 360 en 52.

In het algemeen is het:
I = K * P * T : 100 * c

c = 1 bij jaren
c = 12 bij maanden
c = 24 bij halve maanden
c = 52 bij weken
c = 360 (365) bij dagen (dit allemaal natuurlijk bij interestberekeningen)

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.