Hoofdstuk 16 Financiering.



16.1 Consumptief krediet.

Krediet: geld aan iemand lenen onder de afspraak dat die ander het op een later tijdstip terugbetaalt.

Meeste bedrijven vragen rentevergoeding, een vergoeding voor het lenen van geld.

Consumptief krediet: lenen om consumptiegoederen te kopen (niet fiscaal aftrekbaar)

Vormen consumptief krediet: koop op afbetaling, huurkoop, doorlopend krediet, persoonlijke lening (laatste twee door de bank).

Koop op afbetaling:



- Een deel van koopsom bij aanschaf betalen en de rest in termijnen.

- Periodes van vaak een maand, soms 1 of 2 weken.

- Voordeel koper beschikt snel over consumptiegoed en lening.

- Nadeel een tijdlang betalen, meer dan contante betaling.

- Soms is een lening bij de bank beter.

- Voor verkoper is voordeel winst en rentevergoeding.

- Voor verkoper is nadeel risico dat afnemer niet op tijd aflossing en rente betaalt.

- Deurwaarder brengt kosten mee, zo minder winst.

Huurkoop:

- Als koper niet op tijd betaalt, goed kwijt en geen recht op terugbetaling.

- Rente is lager, doordat verkoper minder risico heeft.

- Verkoper blijft eigenaar van goed tot som volledig betaald is.

- Als koper niet helemaal betaalt, kan verkoper goed terughalen, verkoper meer zekerheid.



Effectieve rentepercentage / kredietvergoedingspercentage: rentepercentage waarin alle kosten, ook administratiekosten, zijn verwerkt tot een percentage op jaarbasis à voor leningen te vergelijken.

Wet Consumptief Geldkrediet (WCG) verplicht alle kredietgevers om effectieve rentepercentage in advertenties en prospectussen op te nemen. Anders gaan gevers op allerlei manieren proberen om rentepercentage lager voor te stellen.

Formule:

Eindwaarde berekening (samengestelde interest)

K = B x (1 + i)n

B = K / (1 + I)n

K = Eindwaarde

B = Beginwaarde.

I = Percentage.

N = Aantal termijnen.



16.2 Sparen en lenen bij de bank.

Bij bank sparen tegen rentevergoeding, 1x per jaar rente bijgeschreven.

Rente over rente (samengestelde interest) niet bij de bank.

Betalingsrekening: waar je dagelijkse inkomsten en uitgaven op kunt boeken.

Pinpas: deel van tegoed giro overschrijven op tegoed winkelier.

Overschrijvingsformulier: opsturen naar bank, van giro overmaken naar iemand anders.

Doorlopend krediet:

- Meer geld opnemen dan je tegoed, rood staan, wel rente.

- Krediet in rekening courant.

- Voordeel je kunt geld opnemen als je het nodig hebt, zelf aflossen wanneer je geld beschikt.

Persoonlijke lening:

- Afspraak met bank bepaald bedrag opnemen, op later tijdstip terugbetalen, moet rente betalen.

- Rente vrij hoog, risico voor bank.

Banken handelen in buitenlandse geldsoorten.

Effecten: aandelen en obligaties.

Particulieren beleggen geld door effecten te kopen.

Banken bemiddelen bij aanschaf en verkoop effecten.

Aandelen: bewijzen van deelname in een naamloze vennootschap, recht op deel van de winst (dividend) Hiervoor heeft men een couponblad, bijlage waar genummerde bewijzen op afgedrukt staan. Elke keer als aandeelhouder dividend kan innen, moet hij een coupon inleveren bij de bank.

Obligaties: leningen tegen een vaste rente. Bedrijven of overheidsinstellingen die obligaties uitgeven, betalen jaarlijks het rentebedrag dat voor de obligaties is vastgesteld.

Uitbetalingen via couponbladen, alleen als particulieren zelf aandelen beheren, vaak laat men dit over aan de banken namelijk.

Handelen in effecten vaak via effectenbeurs. Particulieren moeten hulp van banken of effectenkantoren, en betalen vergoeding.

Hoogte van provisie (vergoeding) is percentage van aanschafprijs, er is een minimumbedrag aan kosten verbonden bij koop of verkoop.

Giraal effectenverkeer: eigenaars van effecten wisselen via computer, aantekeningen in administratie van banken is genoeg.

Banken nemen effecten in bewaring, dan kunnen ze direct zorgen voor innen van vergoeding waar je recht op heb als eigenaar van effecten. Bank houdt boeking van dividend zelf bij, net zoals rente over spaarrekening. Hiervoor betaal je wel een vergoeding.

Twee vormen waarin bedrijven hun aandelen en obligaties uitbrengen:

K-stukken: klassieke, een certificaat en een couponblad.

Cf-stukken: centrum fondsenadministratie, geen couponblad, gebruikt bij beleggers die effecten door bank laten beheren.



16.3 Drie soorten hypotheken.

Hypotheek: zakelijk recht op een onroerend goed.

Bij hypotheek geef je het recht om huis te verkopen als je rente en aflossing niet betaalt.

Bij geld lenen twee betalingen: Vergoeding voor lenen (rente) en terugbetaling hele bedrag (aflossing).

Belastingdienst rekent belasting over ontvangen rente en niet over betaalde rente.

Belastbaar inkomen: inkomen + ontvangen rente – betaalde rente (hypotheekrente bijv)

Brutosalaris met rentevoordeel, netto is zonder rente.

Geldlener = hypotheekgever Geldgever = hypotheeknemer.

Drie hypotheekvormen: lineaire, annuïteiten en spaarhypotheek.

Lineaire hypotheek:

- Bedrag lenen en elke maand los je vast bedrag af.

- Na aantal jaren lening afgelost.

- Elke maand betaal je rente, deze wordt elke maand lager omdat je leenbedrag elke maand kleiner is.

- Voordeel aflossing en rente wordt elke maand minder.

- Nadeel in het begin veel betalen (verdient nog niet zoveel) later laag bedrag (verdien je meer)

- Bij jonge leeftijd nog niet in hoge belastingschaal, dus weinig aan vele rente die je in het begin moet betalen.

Annuïteitenhypotheek:

- Vast bedrag per maand betalen voor rente en aflossing.

- Rente over de schuld die nog staat van betaling af, rest om schuld af te lossen.

- Voordeel is dat je elke maand hetzelfde betaalt aan aflossing en rente samen.

- Nadeel is dat rente elke maand lager wordt, en zo komt belastingvoordeel niet goed tot uiting.

(schuld, intrest, aflossing, totaal)

Spaarhypotheek:

- Voordeel is dat je rente in mindering kan brengen op je inkomen.

- Lost lening in 1 keer af.

- Elke maand een bedrag betalen: rente, spaarbedrag, vergoeding voor administratiekosten.

- Rente is telkens over het hele bedrag, zo haal je elk jaar een maximaal rentevoordeel op de belasting.

- Spaarbedrag is premie voor verzekeringspolis. Dit gaat op spaarrekening of in belegging door de bank. Zo neemt gespaarde bedrag toe en lost de bank je schuld daarmee af. Als gespaard bedrag (incl rente) onder normbedrag blijft en betaalt langer dan 20 jaar premie is het belastingvrij.

- Administratiekosten bestaat uit poliskosten en premie voor overlijdensrisicoverzekering, soms flink hoog.



16.4 Financiering door de overheid.

Andere niet-commerciële organisaties komen aan inkomen naast contributies en huurontvangsten door donateurs of financiële steun overheid.

Drie manieren van financiële steun door overheid: budgetfinanciering, lump-sum financiering en subsidies.

Budgetfinanciering:

- Financiering op basis van activiteiten die organisatie moet verrichten.

- Een outputfinanciering: prestaties van organisatie meten, welk uitgave bedrag nodig voor activiteit? Vaak een schatting.

Voor lasten uit goedgekeurde activiteiten bestaan aparte regelingen. Bijvoorbeeld regelingen in CAO. Bij budgetfinanciering kan de organisatie een vergoeding krijgen als zij zich maar aan de landelijke CAO houdt bijv.

Soms een deel van activiteiten wordt een tarief aan gebruikers (afval tarief bijv)

Meestal tarieven lager dan kostprijs, zo maken namelijk de mensen gebruik van die dienst.

Budget: nacalculatorisch aantal prestaties X op voorhand vastgesteld tarief per prestatie.

Bij scholen stegen de salarissen, ministerie probeerde rem hier op te zetten, zo is overheid overgegaan op lumpsum financiering.

Lumpsum financiering:

- Organisaties krijgen vast bedrag per jaar afhankelijk van vaste criteria (aantal personen, grootte oppervlakte)

- Moet maar zorgen dat je met beschikbare geld uitkomt.

Courant: veel geïnteresseerden en kunst om prijs te vinden die voor koper als verkoper aantrekkelijk is.

Naast lumpsum financiering kan men hypotheek bijv nemen, maar bij school gaat dat niet, want onroerend goed is niet courant. Zij kunnen naar financieringsmaatschappij gaan, en lease-overeenkomst sluiten.

Subsidies:

- Bijdragen van de overheid aan vooraf vastgestelde activiteiten of doelen die jaarlijks aangevraagd moeten worden.

- Bijvoorbeeld door verenigingen en culturele organisaties.

- Om voldoende baten binnen te krijgen, zodat men aan de lasten van de activiteiten kan voldoen.

- Overheid kan via subsidies gewenst gedrag op roepen.

Via subsidieregelingen komt er een samenwerking tussen organisaties die bepaalde activiteiten uit willen voeren en de overheid die daar sturing in aan wil brengen.

Ook gemeenten beslissen over subsidiegelden. Via gemeenteraad kan bevolking inspraak krijgen. Toename subsidies heeft tot gevolg dat er minder geld over is voor de ander.

Inputsubsidie (financiering op basis van uitgaven voor prestaties uitvoering) outputsubsidie (financiering op basis van aantal deelnemers) waarderingssubsidie (schenking voor goed doel)



16.5 Huren en Leasen.

Leasing: financieren zonder investeren (huren)

Voordeel: minder vermogen nodig, minder zorg voor onderhoud, snel beschikking over activa.

Nadeel: kosten, is duurder dan aanschaffen met lening.

Operational lease (lijkt op huur):

- Korte termijn.

- Contract opzegbaar.

- Economische risico van veroudering voor rekening van verhuurder.

- Kosten i.v.m onderhoud.

Financial lease (lijkt op koop):

- Langere contracten.

- Niet-opzegbaar.

- Risico meer voor de huurder (vaak aan einde kopen / overnemen)

Operational dus opzegbaar en Financial niet!!

Financieringsmaatschappij heeft bij financial leasing niet eigendom tot doel, maar uitlenen van geld. Eigendom van bijv. gebouw is zekerheidstelling. Huur niet opzegbaar want dan blijven zij met gebouw zitten.

Vorm van Financial lease is Sale and lease back: activa verkopen aan financieringsmaatschappij en direct daarna huren. Doel is om geld te krijgen waar bijv. verbouwing is mee te financieren.

Kosten hoger dan men zelf zou exploiteren bij leasing. Redenen kostenoverwegingen en financieringsweging. Als men weinig reserves beschikt, is financiering groter probleem dan beheer.



16.6 Verschillen en overeenkomsten met commerciële organisaties.

Drie vormen financieringen: lenen en later aflossen (consumptief krediet, rek courant, hypotheek) leasing (kapitaalgoederen, financieren zonder investeren) Financieringsmaatschappij investeert en financiert de aanschaf, als de gebruiker een vergoeding geeft, wel zo hoog dat er winst over blijft.

Subsidie is eigenlijk schenking, organisatie krijgt geld zonder terug te betalen of tegenprestatie. Door stijging banktegoed (debetzijde) stijgt eigen vermogen (creditzijde), daarna omgezet in een toename inventaris (verschuiving twee debetposten).

Budgetfinanciering en Lumpsum financiering via bank binnen en versterkt eigen vermogen, maar als geld gebruikt wordt voor betalingen of goederen neemt dit weer af.



Voor commerciële organisaties ook subsidieregelingen, voor bijvoorbeeld milieumaatregelen, bij bedrijven die bijna failliet gaan. Subsidie voor bedrijven vorm van belastingvrije winst, eigen vermogen stijgt zonder dat er belasting over betaald moet worden.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.