Hoofdstuk 13

Beoordeling 6.5
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas vwo | 594 woorden
  • 11 januari 2004
  • 11 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.5
  • 11 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
M&O
Methode
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Hoofdstuk 13: Voorraadwaardering

13.1

• Op de balans zoals we die in Hoofdstuk 11 besproken hebben, staat aan de debetzijde van de balans van een handelsonderneming de post ‘Voorraad goederen’. Bij een industriële onderneming staan aan de debetzijde van de balans de posten ‘Voorraad grondstoffen’ en ‘Voorraad gereed product’.
• Brutowinst is het verschil tussen de verkoopprijs van de verkochte artikelen en de inkoopprijs ervan. Het is beter om over de inkoopwaarde van de verkochte goederen te spreken.
• Met standaardkostprijs bedoelen we de kostprijs van een product die volgens bepaalde standaarden (normen) is samengesteld.


13.2

• In een handelsonderneming worden goederen (grondstoffen of eindproducten) ingekocht en weer, zonder dat de goederen een verandering ondergaan, verkocht tegen een hogere prijs.
• Een te kleine voorraad kan betekenen dat men ‘Nee’ moet verkopen. Klanten zullen dan niet snel weer komen. Nee-verkopen kost dus klanten.
• Voorraadrisico’s: - diefstal of brand
- bederf
- prijsdaling
- het uit de mode raken van een product/artikel
• Tegen diefstal en brand kan men zich verzekeren.
• Bij de technische voorraad en de economische voorraad loopt een onderneming prijsrisico.
• De technische voorraad is de voorraad die werkelijk in het bedrijf aanwezig is en door tellen (inventariseren) is te bepalen.
• De economische voorraad is de voorraad waarover de onderneming prijsrisico loopt.

13.3

• Bij het fifo-systeem (first in, first out) worden de goederen bij verkoop afgeboekt tegen de prijs van de langst aanwezige partij.

• Bij een dalend prijsniveau kan men de brutowinst drukken, wat fiscaal aantrekkelijk is: hoe lager de winst, des te minder belasting je hoeft te betalen.
• Het belangrijkste bezwaar van de fifo-methode is dat deze bij stijgende prijzen tot een geflatteerde (te gunstige) berekening van de brutowinst leidt, en andersom.

13.4

• Bij de lifo-methode (last in, first out) wordt de inkoopwaarde van de verkopen bepaald door de inkoopprijs van de goederen die het laatst zijn ingekocht.

13.5

• Op de streepjescode (EAN-code) staat wat de prijs is, van welke leverancier het komt en tot welke partij het hoort.
• De vaste verrekenprijs is een schatting van de gemiddelde inkoopprijs voor een komende periode.

13.6

• Bij de vervangingswaardetheorie wordt de voorraad goederen (grondstoffen of eindproducten) gewaardeerd tegen de vervangingsprijs. Het kost alleen wat tijd om op de hoogte te blijven van de vervangingsprijs (nadeel). Het voordeel is dat je op de meest zuivere manier het verkoopresultaat en de waarde van de voorraad berekent.

13.7

• Logistiek houdt zich bezig met hoe goederen worden vervoerd tot aan de consument.
• De bedrijfskolom: Oerproducent –> fabrikant –> groothandel –> winkelier -> consument
• De goederenstroom:

= Informatiestromen bestelling

= Goederen

= Informatie

• Voor onze grossier geldt dat hij de goederen zo moet opslaan dat ze gemakkelijk zijn te verzamelen om de orders van de detaillisten uit te voeren (pickorde).
• Tegenwoordig werkt men bij de kassa (van een supermarkt) met een scanapparaat, waarmee de streepjescode wordt gelezen (scanning).
• Om te realiseren dat goederen, grondstoffen of onderdelen precies op het moment dat ze nodig zijn geleverd worden, wordt het JIT-principe (Just In Time) toegepast.
• Bij de voorraadgestuurde systemen is de nog aanwezige voorraad de maatstaf.
• De grootte van een bestelling noemt men het bestelniveau.
• Ordergestuurde systemen komen voor bij ondernemingen met stukproductie.
• Stukproductie is het voortbrengen van producten naar wens van de afnemer(s).
• Massaproductie is het voortbrengen van een groot aantal identieke producten, zonder dat met de individuele wensen van de afnemers rekening wordt gehouden.
• Een plangestuurd systeem is dat men volgens een bepaalde planning zal produceren.
• Afval bestaat uit grondstof en onderdelen die tijdens productieproces verloren gaan.
• Uitval is gereed product dat niet aan de gestelde eisen voldoet en wordt afgekeurd.
• Via recycling kunnen afval en uitval voor een deel worden gebruikt in een volgend productieproces.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.