ADVERTENTIE
Open Avond = ontdekken of jij hier past Leren is keuzes maken. Continu blijven zoeken, twijfelen, vallen en opstaan. Dát leren, dat leer je bij Hogeschool Inholland. Tijdens onze Open Avond op woensdag 30 oktober staan onze studenten en docenten klaar om al je vragen te beantwoorden. Kom langs en ontdek of jij hier past.

Meer info!

10.1 Het belang van een goede taakverdeling.

Zonder takverdeling zou in veel gevallen complete chaos het gevolg zijn. Het is belangrijk dat één iemand de leiding heeft. Anderen mogen wel ideeën hebben, maar de uiteindelijke beslissing ligt bij één persoon.

10.2 Organisatieschema’s

Een organisatieschema is een vereenvoudigde weergave vd hiërarchische verhoudingen binnen een organisatie. Hierna zullen we enkele organisatieschema’s beschrijven:

  1. de lijnorganisatie: dit is de meest eenvoudige en bekendste. De totale leiding berust bij één persoon, die enkele mensen onder zich heeft. Elke ondergeschikte heeft weer meerdere personen onder zich, tot aan de personen direct op de werkvloer die geen leiding geven. Vb. scholengemeenschap. Het voordeel is dat het voor alle medewerkers duidelijkheid schept. Een nadeel is dat de verschillende afdelingen vaak nogal op zichzelf staan. Ze hebben nauwelijks contact met andere afdelingen.
  2. de lijn-staforganisatie: dit is een variant op de lijnorganisatie. Vb. de grootwinkelbedrijven. Elk filiaal op zich kent dezelfde lijn als hierboven beschreven en boven alle filialen samen staat echter de directeur met een adjunct-directeur. Het heeft vaak ook enkele gespecialiseerde stafdiensten. Bv. financiële zaken, afdeling marketing e promotie. Sommige hebben vooral een adviesfunctie en anderen een uitvoerende functie
  3. de functionele organisatie: vooral bij kleine industriële ondernemingen. Hierbij heeft men het totale pakket aan activiteiten opgesplitst naar functie: inkoop, productie, verkoop. Er kunnen ook nog stafdiensten of hulpdiensten worden toegevoegd.
  4. projectorganisatie. Het begrip project staat centraal. Projecten zijn opgebouwd uit diverse activiteiten, die uitgevoerd worden door verschillende afdelingen of specialisten en die uiteindelijk moeten leiden tot een duidelijk omschreven resultaat. Vb. sportdag school.

- het is een geheel van bij elkaar horende activiteiten, waarbij diverse personen met verschillende deskundigen betrokken zijn.

- het totaal aan activiteiten moet een concreet omschreven einddoel hebben, d.w.z. dat duidelijk is wanneer het project ‘af’ is.

- de totale looptijd vh project is in de tijd begrensd.

Binnen een afdeling werken mensen al onder een baas. Voor hun projectwerkzaamheden krijgen ze tijdelijk een andere baas toegewezen: de projectleider. Twee bazen geeft soms wat spanning op de werkvloer.

10.3 Managementtaken

Als manager moet je de volgende taken vervullen:

- plannen

- organiseren; omvat het zo goed mogelijk regelen en verdelen van taken, bevoegdheden en middelen onder de leden vd organisatie met het oog op de gestelde doelen. Organiseren is een invulling geven ad strategische, tactische en operationele doelstellingen.

- leidinggeven; is het sturen, beïnvloeden en motiveren van medewerkers. Iedereen die ondergeschikten heeft, geeft leiding

- controleren; controleren of de organisatie de gestelde doelen op de voorgeschreven manier bereikt. Is dat niet zo, moet de manager bijsturen.

10.4 Controle

Het uitoefenen van controle is het logische sluitstuk van alle managementtaken:

  1. je hebt een doel als leidinggevende.
  2. je maakt een plan om dat doel te bereiken.
  3. je organiseert mensen en middelen om het plan uit te voeren.
  4. ten slotte controleer je of de uitvoering vh plant tot het gewenste doel heeft geleid.

De leiding moet de organisatie beheersen en onder controle hebben. De totale set aan maatregelend die een organisatie op dit terrein neemt, vormt samen het stelsel van administratieve organisatie en interne controle (ao/ic). Een belangrijke AO/IC-maatregel is de functiescheiding: dit is het verdelen van bepaalde functies over verschillende personen, om daarmee controle te vergemakkelijken en fraudegevoeligheid te verkleinen.

In het ideale geval zijn de volgende functies van elkaar geschieden en verdeeld over verschillende personen:

  1. beschikken of beslissen: grote organisaties hebben een gespecialiseerde inkoopafdeling. De medewerkers van die afdeling hebbend e nodige kennis vd in te kopen artikelen en kennen bovendien de inkoopmarkt zeer goed.
  2. bewaren: veel goederen vragen om bijzondere bewaarcondities, zodat ook hiervoor specialisten zijn aangetrokken. Onderdeel van de taak van de magazijnbeheerder is het bijhouden van een voorraadadministratie.
  3. uitvoeren: de productiechef zal id regel bevoegd zijn zaken ah magazijn te onttrekken.
  4. registreren: deze registrerende taak wordt meestal uitgevoerd oor een financiële administratie of boekhouding.
  5. controleren of de eerste vier functies goed zijn uitgeoefend: deze controlerende taak gebeurt door of namens de leiding vd organisatie.

‘vertrouwen is goed; controle is beter;

Controle is nodig om de handhaving vd spelregels te bewaken. Overtreding van de regels kan immers zeer voordelig zijn voor de overtreder, maar gaat wel ten nadele van een ander.

Interne controle is elke vorm van controle die wordt uitgeoefend door of namens de leiding vd organisatie.

Soms is oogcontrole al voldoende, zoals bij kleine organisaties. Soms sociale controle: medewerkers die elkaar controleren en aanspreken op onjuist gedrag. Grote organisaties hebben veel belanghebbenden. Om de belangen van deze direct betrokken te waarborgen is wettelijk bepaald dat dit soort grote organisaties een jaarlijkse accountantscontrole moeten laten uitvoeren op hun financiële administratie.

Externe controle is controle die wordt uitgevoerd door of namens een andere instantie dan het management. Bv. de belastingdienst.

10.5 Managementinformatie

Ah begin van een bepaalde periode worden doelstellingen geformuleerd en in de loop vh jaar moet gecontroleerd worden of de organisatie op de goede weg is, of men op schema ligt om de gestelde doelen te halen. Om te controleren of men op schema ligt, moet het management frequent informatie ontvangen over het reilen en zeilen vd organisatie en over de omgeving waarin de organisatie opereert. In iedere organisatie moet geregeld zijn:

  1. hoe gegevens worden verzameld en vastgelegd. Dit is een taak voor de administratie. Er treedt meestal arbeidsverdeling op. De computer is onmisbaar.

hoe die gegevens worden bewerkt tot managementinformatie

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.