H1 Functionele kostenindeling
= kosten hergroeperen naar hun functie

niet-productie onderneming:

  • inkoop
  • verkoop
  • financiering
  • algemene zaken
  • inkoopwaarde omzet (behoort niet tot inkoopkosten)

De rest van de kosten zijn algemene kosten

overhead kosten= 

  • verkoopkosten
  • algemene kosten
  • interest kosten

bedrijfskosten=

  • overheadkosten
  • inkoopkosten

1.3 de opbrengs

omzet= afzet x verk. prijs
Altijd excl btw (ook verk prijs &ink. prijs)

Buitengewone opbrengsten:
Opbrengsten die niks te maken hebben met de onderneming zelf

1.4 de nettowinst

voorcalculatie=
begin van t jaar begroting van de opbrengsten en kosten
verkoopplan=
het verkoopplan waarin alles bescheven staat.

1.5 de verkoopprijs per product

Inkoopprijs + opslag brutowinst = verkoopprijs excl btw
verkoopprijs excl btw + btw = verkoopprijs incl btw

als er staat; brutowinst is 37% vd inkoopprijs
dan is de inkoopprijs 100% in het rijtje hierboven.
Als er van de staat weet je dat hetgeen erna 100% is.

1.6 de nacalculatie

gebaseerd op werkelijke of gerealiseerde grootheden

1.7 het extern verslag

eerst word het verkoopplan zo opgeschreven dat het bedrijf het begrijpt, dit heet het intern verslag
Maar voor het externe verslag bestaan richtlijnen die vastliggen. (Bv voor de belastingdienst)

het ziet er zo uit:

Netto omzet - inkoopwaarde omzet (incl inkoopkosten) = bruto omzet resultaat
Alegeme kosten + verkoopkosten = overhead kosten

bruto omzet resultaat- overheadkosten = netto omzet resultaat
interest opbrengsten- interest kosten= financierings resultaat

Netto omzet resultaat +/- financierings resultaat = Nettowinst uit gewone begrijfsvoering voor belansting
Nettowinst uit gewone begrijfsvoering voor belansting - belasting over de winst = nettowinst uit gewone bedrijfsvoering na belasting

  • als een niet-productie onderneming een besloten of naamloze vennootschap is dan word in het intern verslag vennootschapbelasting geheven.

H2 voorraad waardering

tijdstip/voorraadgrootheden= voorraad (tijdstip)
perdiode/stroomgrootheden= inkomen p/m (periode)

voorraadkosten=

  • opslagkosten (huur/verzekering)
  • bestelkosten (telefoon/fax)

Ze hebben tegenstellend verloop

Bestellingen dalen, bestelde hoeveelheid stijgt
Opslagkosten stijgen, bestelkosten daalt

Voorraadrisico's

  • kwantiteitrisico (=risico verminderen van voorraad bv door brand)
  • kwaliteitrisico (=risico bederf)
  • commerciële risico (=oude modellen zijn uit)
  • prijsrisico (=risico dat de inkoopprijs daalt)

technische voorraad:
voorraad wat in het magazijn of de winkel ligt

economische voorraad:
voorraad die echt van jou is dus ook voorinkopen
technische voorraad +voorinkopen -voorverkopen

historische inkoopprijs=
wat werkelijk is betaald

gerealiseerde brutowinst=
omzet - inkoopwaarde van de omzet

fifo metode =
eerst ingekocht ook als eerst verlpcjt
Inkoopwaarde is de oudste inkoopprijs

lifo motode=
laatst ingekocht word het eerst verkocht
Inkoopwaarde is van de laatste gekochte goederen

vvp metode=
vaste verreken prijs
voorraadwaardering op basis van de vaste verrekenprijs
is schatting inkoopprijs

prijsverschil=
verschil tussen echte inkoopprijs en vaste verrekenprijs

Nadelen lifo en fifo metode:
Het kost veel tijd!

  1. welke partijen komen ze vandaan en welke prijzen hebben ze?
  2. waarde van de voorraad bepalen, inkoopp. veranderd steeds.

H3 Quitte spelen

contante/vaste kosten=
kosten veranderen niet als het aantal producten veranderd

variabele kosten=
kosten veranderen wél als het aantal producten veranderd
er zijn 3 soorten:

  1. Proportioneel variabele kosten
  2. degressief variabele kosten
  3. Progressief variabele kosten

1= gelijk, productie stijgt met 10% Var. kosten stijgt met 10%
2= minder dan evenredig, prod stijgt met 10% Var. kosten stijgt met 5%
3= meer dan evenredig, prod stijgt met 10% Var. kosten stijgt met 15%

productiecapaciteit=
Productie van een bedrijf met de aanwezige machines

capaciteitskosten=
constante kosten
constant wil niet eggen dat ze niet per periode kunnen veranderen

bezettingsgraad=
mate waarin de productie capaciteit benut word
=productie/productiecapaciteit

bezettingskosten=
variabele kosten
zijn afhankelijk van de bezettingsgraad

Kosten niet-productie onderneming:

  • ink. waarde omzet
  • inkoopkosten
  • interest kosten
  • algemene kosten
  • verkoopkosten

veiligheidmarge=
het berdrag waarmee de omzet mag dalen

Dekkingsbijdrage per eenheid product=
Bedrag in verkoopprijs wat de constante kosten dekt
= P-v
(P= verkoopprijs v= variabele kosten)

Totale dekkingsbijdrage=
qx (P-v)
(q= afzet)

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.