Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen
Alle literatuurprijzen

Hoofdstuk 1 t/m 4: Milieu

Beoordeling 0
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 1979 woorden
  • 5 juni 2015
  • nog niet beoordeeld
  • Cijfer
  • nog niet beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!

Hoofdstuk 1: Waarom staat milieu op de politieke agenda?



In 1968 kwam een aantal mensen bijeen die zich de Club van Rome noemden. Het stelde een doel om belangrijke wereldproblemen en hun samenhang te onderzoeken en analyseren. Vier jaar later leidde dit tot de verschijning van een belangrijk rapport:



Grenzen aan de groei. Hier in werd gezet dat de mensheid onder zou gaan aan:



1. Overbevolking.



2. Vervuiling.



3. Uitputting van natuurlijke hulpbronnen. 



4. Honger. 





Hierin werd ook verteld dat het te laat was om dit te voorkomen. Hierdoor begonnen mensen wel meer milieubewuster te worden. Vanaf dit moment werd de politiek er ook bewuster van. De politiek moet mensen milieubewuster maken en dit lukt gedeeltelijk. Maar toen de economie steeg, nam de belangstelling voor milieu weer af. 





Toen er in 2006 een schokkende film uit kwam over het milieuprobleem raakte dit de burgers en begonnen ze zich weer bewuster van het probleem te worden. Ze begonnen zelf meer na te denken over wat zij zelf aan het probleem konden doen. Duurzaamheid, de ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van de toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen. Hiermee word bedoelt dat er vooruitgekeken wordt en dat “wie dan leeft dan zorgt” niet meer van deze tijd is. 





Milieu is een politiek probleem want:



1. Het gaat om verschillende groepen met tegengestelde belangen die allen roepen om maatregelen vanuit de politiek.



2. Het milieu is een collectief goed, dat ernstig aangetast wordt en alleen de politiek kan hier doeltreffende maatregelen tegen nemen.



3. Het milieuprobleem heeft een internationaal karakter en er moet internationaal overleg plaatsvinden om maatregelen doeltreffend te laten zijn.





Hoofdstuk 2: Grote milieuproblemen. 



Wat is het broeikast effect?



De energie van de zon dringt binnen in onze atmosfeer. Dit gebeurt in de vorm van lichtgolven. Hierdoor raakt de aarde verwarmd door de zon. Vanuit de aarde wordt een deel van de energie in de vorm van infrarode straling terug gestraald de ruimte in.  Dit wordt gedeeltelijk  opgevangen door de dunne laag van de atmosfeer en zorgt voor de juiste temperatuur op aarde. Maar door de uitstoot van CO2 en andere broeikassen wordt de de schil van de atmosfeer steeds dikker. Hierdoor wordt de infraroodstraling tegengehouden en stijgt de temperatuur van de aarde en stijgen de oceanen. We noemen dit de klimaatcrisis.





Er zijn verschillende meningen over de oorzaak van de opwarming van de aarde. Sommige mensen denken dat het door de mensheid komt, maar er zijn ook geleerden die denken die beweren dat de mens er niets aan kan doen. 



Hier zijn een aantal feiten die te maken hebben met het milieu:



- Er is sprake van het smelten van de poolkappen, gletsjers en het ontdooien van                        permafrost, het gedeelte van de bodem dat altijd bevroren is geweest.



- Stijging van de temperatuur. 



Sinds 1850 is de gemiddelde temperatuur gestegen. Deze omhooggaande curve word een hockeystick genoemd. De hockeystick staat symbool voor de klimaatverandering. 



- De laatste jaren zijn er heviger stormen en orkanen geweest. 



Volgens wetenschappers komt dat door de opwarming van de bovenste laag van het oceaanwater. Hierdoor komt er meer stijgingsenergie vrij en worden de orkanen krachtiger.



- Er komen steeds vaker overstromingen voor. Zowel in Europa als in andere continenten.



- Door verdamping uit de bodem wint de woestijn overal ter wereld aan terrein. Verdroging van de grond zal grote gevolgen hebben voor de landbouw.





Hoe schuldig is de mens dan eigenlijk?



De feiten zeggen eigenlijk niets over of de mens er wel of niet schuldig aan is. Tegenstanders van van Gore zeggen dat zijn beweringen niet helemaal kloppen. “Is er wel sprake van opwarming van de aarde?” “Volgt de opwarming van de aarde niet een patroon van golfbewegingen?” “Wat weten we nu eigenlijk van temperatuurverandering?” Andere tegenstanders zeggen wel dat er een opwarming van de aarde is maar vinden dat dit te maken heeft met een natuurlijk verloop. 



Veel tegenstanders van het idee dat het onze schuld is behoren tot het politiek-industrieel complex. De grootste vervuilers zijn immers de grote industrieën. De bazen van deze industrieën vormen samen een netwerk van mensen die ‘rechtse belangen’ hebben. Deze belangen gaan vaak niet samen met milieubelangen. 





Hoofdstuk 3: Mens en Milieu.



Er zijn veel milieuorganisaties en ecologische belangengroepen ontstaan sinds de jaren ’60. De bekendste is Greenpeace, die opkomt voor verschillende milieuproblemen. Greenpeace maakt onderdeel uit van de milieubeweging. Deze beweging bestaat uit vele organisaties dei allen het milieu centraal zetten. Een pressiegroep een groepering die op basis van gemeenschappelijke belangen en/of uitgangspunten, waarden en idealen politieke invloed tracht uit te oefenen. Het gaat hier dus niet om een politieke partij maar om groepen die hun boodschap duidelijk willen maken aan de politiek en de burgers. 



Pressiegroepen kun je onderverdelen in:



1. Belangenorganisaties of belangengroepen:



Streven de belangen na van bepaalde groeperingen die dezelfde positie innemen in de samenleving. Deze belangen groepen komen niet in opstand tegen de overheid. Zij willen meestal hetzelfde als de overheid. Vaak vakbonden als de consumentenbond en natuurmonumenten als het Wereld Natuur Fonds. 



2. Actiegroepen



Organisaties of groepen die zich gedurende een bepaalde tijd inzetten voor een bepaald belang/ actiepunt of ideaal. Deze groepen sluiten zich niet altijd even keurig aan bij de belangen en doelstellingen van de overheid. De actiegroepen hebben zeer specifieke maatschappijkritische ideeën. De bekendste zijn stichting milieudefensie en Greenpeace. 



Alle miieugroeperingen samen vormen de milieubeweging. Onder sociale bewegingen verstaan we: het geheel van groepen en organisaties die met elkaar een bepaalde doelstelling gemeenschappelijk hebben, maar met elkaar verschillenqua strategie en organisatievorm.



De milieubeweging heeft drie uitgangspunten. 



1. Grenzen stellen aan het de economische groei.



2. Kritisch kijken naar technologische ontwikkelingen en de invloed die zij hebben op het milieu.



3. Ze proberen meer invloed te krijgen in de besluitvorming t.a.v. milieuproblematiek.



Wie zijn de vervuilers waar de milieugroeperingen tegen demonstreren?



Eigenlijk is iedereen een vervuiler. Wij veroorzaken of ondersteunen ze. 



Wie zijn de grootste vervuilers?



Ten eerste werkgevers. Werkgevers moeten winst maken om te kunnen overleven. Er is altijd sprake van een vrije markteconomie en dus sprake van concurrentie. Ondernemingen willen het liefst zo min mogelijk milieurestricties opgelegd krijgen door de overheid. Hierbij kun je denken aan schoorsteenfilters, bestrijden van stankoverlast en/ of geluidsoverlast, uitstoot beperkende maatregelen ed. Elke maatregel die ze van de overheid moeten nemen kost geld en beperkt de winst. Het belang van de werkgevers is vaak strijdig met het milieubelang.



Ten tweede de werknemers. Zij willen aan het werk in de industrie. Zij willen economische groei want dat levert banen op. Zij willen ook een gezond milieu en weinig risico’s en dit zorgt voor een keuze. Toch kiezen veel mensen werk voor milieu. 



Ten derde heb je landbouw. Zij hebben het grootste probleem. De landbouw is een extreme milieuvervuiler, maar zijn ook extreem afhankelijk van de natuur en een gezond milieu. 



De belangrijkste problemen die door de landbouw veroorzaakt worden:



Vermesting, door te overvloedige uitstoot van mest sijpelen meststoffen door nar het grondwater, sloten en rivieren, waar zij de algengroei stimuleren.Dit heet eutrofiëring. Door de algen wordt er veel zuurstof uit het water gehaald waardoor vissen sterven en de bodem verzuurt. 



Verontreiniging van bodem en water door bestrijdingsmiddelen. 



Ten slotte heb je de consument. Wij dus. Doordat wij meer kopen, gooien we meer weg. 



Wij leven in een wegwerpcultuur, de consument let niet op de kwaliteit van het product dat hij koopt maar meer op de prijs. Wij hergebruiken niet en producten hebben een korte levensduur. 



De consument vervuilt op meerdere manieren:



1. Wij zorgen voor uitstoot van broeikasgassen door ons energie gebruik, zorgen we voor       9 ton afval per jaar. 



2. Ons water verbruik draagt bij aan verdroging.



3. Ons vervoer zorgt voor schadelijke stoffen die in het milieu komen. 





Hoofdstuk 4: Het milieubeleid. 



Vaak is de mens niet in staat om gedrag te veranderen. Gelukkig hebben we de overheid die voor ons beslissingen nemen. Het milieubeleid: het weloverwogen streven om bepaalde doeleinden betreffende het fysieke milieu met bepaalde middelen in een bepaalde tijdsvolgorde te bereiken.



Het milieubeleid is verdeeld in vier soorten: 



Effectgericht: het beleid dat het effect van vervuilende processen moet verminderen. Hierbij worden maatregelen genomen die schadelijke effecten moeten verminderen. Het draait hier om symptoombestrijding, bijv: zuiveren van afvalstoffen, bodemsanering, grondwaterzuivering, verwijderen van rivierslib.



Brongericht: maatregelen die erop gericht zijn het gedrag van de vervuilers te veranderen. De bron is de vervuiler, producenten en consumenten. Zij moeten hun gedrag veranderen zodat er geen vervuiling meer plaats zal vinden. Maatregelen om vervuiling tegen te gaan zijn vaak erg effectief. We brongericht word onderbedeeld tot: 




  • Emissiegericht: beleid gericht om de uitstoot van vervuilende stoffen te verminderen. Bijv: Zuinige auto’s.

  • Volumegericht: het beleid is erop gericht minder grondstoffen te verbruiken en minder producten te maken. Bijv: Maximaal aantal producten regel. 

  • Structuurgericht: het beleid is erop gericht productie- en consumptieprocessen ter veranderen dus milieuvriendelijker te produceren. Bijv: Zonne-energie. 



Doelgroepengericht:het beleid dat zich specifiek richt op doelgroepen en dat een integratie van maatregelen voor die groepen volstaat. Je moet hierbij denken aan bijvoorbeeld de: landbouwsector, bouwbranche, verkeer en vervoer, industrie. Van iedere doelgroep wordt verwacht dat zij zelf meer verantwoordelijkheid nemen voor het milieu waarbij de overheid ze stimuleert om de voorgang te maken. 



Gebiedsgericht: maatregelen die zich richten op bepaalde gebieden omdat het milieu in deze gebieden erg onder druk staan of juist om de milieu daar te beschermen.



Je kunt hierbij denken aan de Veluwe of juist aan vervuilende gebieden zoals de maasvlakte.



Milieu beleid is een lastige zaak omdat het een mondiale zaak is. Het is erg belangrijk dat de hele wereld samenwerkt. In Europa worden al veel maatregelingen genomen om te zorgen voor een verbetering van het milieu. Buiten Europa zijn er nog genoeg landen waarbij milieu minder belangrijk is. Bijvoorbeeld in ontwikkelingslanden. In ontwikkelingslanden is er geen geld om duurzaamheid te bevorderen met subsidies. Ook in de BRICS landen is de economie nog in opkomst en is het milieu minder belangrijk. Andere landen moeten dan afspraken met die landen maken over het milieu. Ook zijn er toch nog genoeg ontwikkelde landen die ernstig vervuilen. 



Milieu en de politiek.



In de politiek kennen we verschillende stromingen. Binnen iedere stroming denkt men anders over het belang van milieubeleid.



1. Confessionele stroming: stroming die het geloof centraal stelt. Gaan uit van rentmeesterschap de mens heeft de aarde in bruikleen van God en moet er dan ook zuinig mee omspringen. Hiertoe behoren de SGP, CU en het CDA. Zij gaan ook uit van gespreide verantwoordelijkheid overheid en maatschappelijke organisaties zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de inrichting van de samenleving.



2. Socialisme: gaat uit van een maakbare samenleving, waarbij de overheid bepaalde maatregelen kan nemen om milieuproblemen op te lossen. Ecologische waarden zijn belangrijker dan economische. Partijen die we socialistisch kunnen noemen zijn de PvdA en SP.



3. Het liberalisme: kent twee partijen in Nederland. De VVD en D66. Ze zijn beide liberaal maar hun standpunten komen niet altijd overeen.  De VVD wil een tweesporenbeleid. Er moet meer geld uitgegeven worden voor milieubeschermende maatregelen maar die moeten wel doorberekend worden in de marktprijs. Dus niet alleen door de belastingbetaler.  D66 bekijkt alles per geval. Soms is het mogelijk de prijs door te berekenen maar een andere keer moet het toch van de Overheid afkomen.



4. Ecologische stroming:vind economische groei ondergeschikt aan de kwaliteit van het milieu. De naam zegt het natuurlijk al zij komen op voor alles wat met de natuur en het milieu te maken heeft. Je kunt hier Groen Links onder scharen en de Partij voor de Dieren.) 


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.