Hoofdstuk 1: Wat zijn massamedia?

1.1Het communicatieproces

Communicatie: het proces waarbij een zender bedoeld of onbedoeld een bepaalde boodschap (informatie) overbrengt aan een ontvanger en waarbij mensen de relaties die zij met elkaar hebben vormen en inhoud geven.

De kenmerken van communicatie (zie bladzijde 7):

  • De boodschap
  • De zender
  • Het medium
  • De ontvanger
  • De feedback

Een boodschap wordt vrijwel nooit ongewijzigd en objectief overgenomen of begrepen. Er is sprake van vervorming. Dit komt omdat de betekenis die aan een boodschap gegeven wordt, afhankelijk van het referentiekader van de zender en de ontvanger

Referentiekader: de verzameling van al je persoonlijke waarden, normen, standpunten, kennis en ervaringen.

*Bijvoorbeeld: een liedje dat de ene doet denken aan een vakantie en de ander aan een begrafenis, verschillende mensen geven het een andere betekenis door het referentiekader.

Ruis: verstoring of misvervorming van het communicatieproces.

Soorten communicatie:

  • Directe vs indirect,

Directe communicatie is persoonlijk contact.

indirecte communicatie is er altijd sprake van een hulpmiddel (medium)

  • Eenzijdig vs meerzijdige,

Eenzijdige communicatie is dat de ontvanger geen boodschap terug stuurt naar de zender.

Meerzijdige communicatie zijn de deelnemers wel afwisselend zender en ontvanger, er is sprake van interactie. Noemen we ook wel wederkerigheid.

  • Verbale vs non-verbale,

Verbale communicatie wordt uitgesproken of geschreven.

Non-verbale communicatie is alle communicatie waarbij men geen woorden gebruikt.

  • Interpersoonlijke vs massacommunicatie,

Interpersoonlijke communicatie is directe, meerzijdige, verbale en/of non-verbale communicatie tussen twee mensen of een kleine groep mensen. Massacommunicatie is gericht op een groot en grotendeels onbekend publiek; deze vorm is meestal eenzijdig en kan zowel verbaal als non-verbaal zijn.

1.2Massacommunicatie en massamedia

Kenmerken van massacommunicatie:

  1. Massacommunicatie richt zich om een breed, heterogeen en relatief onbekend publiek.
  2. De informatie die wordt overgebracht is openbaar en dus beschikbaar voor iedereen.
  3. Het verzenden en bepalen van de inhoud van een publieke boodschap gaat meestal via omvangrijke organisaties waar veel mensen bij betrokken zijn, zoals krantenredacties en omroeporganisaties.
  4. Er wordt altijd gebruik gemaakt van technisch hulpmiddelen: de massamedia.
  5. De communicatie verloopt meestal eenzijdig. De ontvanger kan wel reageren, maar altijd indirect en achteraf
  6. Uit de eenzijdigheid volgt dat de zender niet kan controleren of de boodschap bij alle ontvangers is aangekomen, laat staan door hen is begrepen. Er is wel feedback mogelijk, maar die komt hooguit van een klein deel van de ontvangers
  7. De ontvanger bepaalt zelf hoe hij of zij een medium gebruikt. Bij kan kranten ongelezen weggooien, hij bezoekt alleen bepaalde websites en kan de televisie elk moment uitzetten

Massamedia: alle middelen die massacommunicatie mogelijk maken. Zoals tv, radio, tijdschriften en internet.

soorten media zijn gedrukte media(de pers), audiovisuele media(radio- en televisieomroepen) en digitale media(internet)

1.3De functies van de massa media

Functies voor het individu

  • Informatieve en educatieve functie: de media voorzien ons van nieuws en informatie, waardoor wij op de hoogte blijven van actuele gebeurtenissen en nieuwe dingen leren.
  • Opiniërende functie: de media geven vaak kritisch commentaar op niets en andere maatschappelijke onderwerpen, daardoor helpen zij ons een eigen mening te vormen.
  • Sociale functie: de media verbinden ons met andere mensen
  • Recreatieve functie: de media bieden ontspanning en tijdverdrijf

Welke functie de media op een gegeven moment vervullen, is niet altijd even duidelijk of eenduidig. Dat is namelijk naast het doel van de zender mede afhankelijk van de behoefte van het individu als ontvanger. De media kan meerdere functies vervullen. Denk aan een sport programma.

Functies voor de samenleving:

  • Informerende functie
  • Socialiserende functie, het overbrengen van waarden, normen en andere cultuurkenmerken via de media. Denk aan sesamstraat.
  • Amuserende functie, de media bieden ontspanning en tijdverdrijf.
  • Bindende functie, hiermee bevorderen we de sociale cohesie, de onderlinge verbondenheid tussen mensen binnen de samenleving. Denk aan uitzending van  voetbalwedstrijden.

De 5 politieke-informerende functies:

  1. De opiniërende functie, de media zorgen ervoor dat burgers geïnformeerd worden over maatschappelijke en politieke onderwerpen en helpen zo de burgers een mening te vormen. Ook speelt het een belangrijke rol bij de vorming van de publieke opinie: mening van de meeste burgers over een bepaalde kwestie.
  2. De spreekbuisfunctie, de media brengen opvattingen van individuen en belangengroepen onder de aandacht en zijn daarmee een platform voor het publieke debat. Voor politici en bestuurders zijn de media een belangrijke bron van informatie over kwesties en standpunten die onder de bevolking leven.
  3. De commentaarfunctie, de media faciliteren het recht op vrije meningsuiting, ze geven commentaar enzovoort.
  4. De controle- of waakhondfunctie, de media controleren het functioneren van de overheid en andere publieke organisaties.
  5. De agendafunctie, de media zorgen ervoor dat maatschappelijke problemen onder de publieke en politieke aandacht komen. Hierdoor kan het op de politieke agenda komen (dit betekend dat politici het probleem oppikken en maatregelen gaan bedenken)

Infotainment: programma’s met zowel amuserende als een informerende functie.

Entertainment-education: programma’s met een amuserend en educatief karakter.

Hoofdstuk 2: Het medialandschap

2.1 De pers

Dagbladen zijn kranten die met een dagelijkse frequentie verschijnen.

Dagbladen zijn in te delen in:

  • regionale en landelijke kranten
  • ochtend- en avondkranten
  • gratis en abonnementskranten, gratis kranten worden gefinancierd uit de advertentie-inkomsten.
  • populaire kranten (massakranten) en kwaliteitskranten (kaderkranten)
  • algemene kranten en richtingskranten
  • linkse en rechtse kranten

Lees bladzijden 22 en 23

2.2 Audiovisuele media: de omroepen

Onder audiovisuele massamedia verstaan we alle publieke omroepen en commerciële zenders die televisie en/of radio maken. Vanwege het feit dat in Nederland zowel publieke omroepen als commerciële zenders actief zijn, spreken we van een duaal omroepstelsel.

De publieke omroep worden voor een groot deel gefinancierd dor het Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Ze moeten voldoen aan de richtlijnen in de mediawet. Ze moeten zorgen voor een gevarieerd radio- en televisie aanbod. Verder mogen ze geen winst maken.

We maken onderscheid tussen ledengebonden omroepen en niet-ledengebonden omroepen. Daarnaast horen kleinere lokale en regionale zenders en de zendtijd voor politieke partijen ook bij het publieke bestel.

Niet-ledengebonden omroepen worden voorledig gesubsidieerd. Daarnaast zijn er taakomroepen: de NOS en de NTR. Deze zenders hebben een taak gekregen van de overheid.

Bladzijde 29 lezen

2.3 Digitale massamedia

doorlezen

 

Hoofstuk 3: De rol van de overheid

3.1 Uitgangspunten van het media beleid

Drie algemene uitgangspunten vormen de basis van overheidsbemoeienis met massamedia, namelijk:

  • Vrijheid van meningsuiting
  • Democratie
  • Pluriformiteit

Beperkingen in de vrijheid van meningsuiting staan in de wet in Nederland, hierbij moet je denken aan discriminatie en belediging. Maar in dictaturen ontbreekt de vrijheid van meningsuiting. Er is dan meestal spraken van een censuur: de overheid oefent controle uit op de informatie voorziening.

Voor een goed functionerende democratie geldt dat burgers recht hebben op goede publieke informatievoorzieningen. De redenering is dat goede geïnformeerde burgers zich beter een weloverwogen mening kunnen vormen en eerder politiek betrokken zullen zijn. Nederland heeft gekozen om een deel van de media hierdoor te reguleren. Het voornaamste informatiekanaal dat door de overheid wordt gereguleerd, is de publieke omroep.

Verder is er nog pluriformiteit. Goede informatievoorziening is beter gegarandeerd als er voldoende verscheidenheid is aan de kranten, omroepen en websites. Het doel is dat allerlei maatschappelijke, religieuze en politieke stromingen herkenbaar aanwezig zijn in de media. Dit streven, dan externe pluriformiteit wordt genoemd, zorgt ervoor dat mensen media kunnen vergelijken en kunnen kiezen welk medium het beste bij hen past.

Ook is er interne pluriformiteit, dat betekend dat een massamedium zoals een krant ruimte biedt aan verschillende opinies en opvattingen.

3.2 Het media beleid

Zendmachtiging: de bevoegdheid voor het uitzenden van radio- en televisie programma’s.

Netprofilering: het verdelen van categorieën over de zenders, zoals Ned 1 is breed toegankelijk, Ned 2 is verdiepend en Ned 3 richt zich op jongeren.

In de mediawet staan enkele belangrijke bepalingen:

  • Eigen identiteit
  • Minimaal 50.000 leden
  • Subsidie van overheid/ster
  • Compleet aanbod
  • Niet meer dan 6.5% reclame
  • Spongering (regels voor)
  • Commerciële zenders maximaal 15 % reclame

De meeste regels in de mediawet gelden voor publieke omroep, maar er zijn ook voorschriften voor commerciële zenders.

Concessiewet: een onderdeel van de mediawet (staat oa in hoeveel leden een publieke omroep moet hebben)

Het commissariaat voor de media is een zelfstandig bestuursorgaan dat tussen de overheid en de omroepen staat. Het commissariaat is gericht om eerlijke toegang tot het omroepenbestel te garanderen, de onafhankelijkheid en diversiteit van omroepen te bewaken en om erop toe te zien dat de media wet wordt nageleefd. En heeft de bevoegdheid om boetes op te leggen wanneer de mediawet niet wordt nageleefd.

in de praktijk houdt dit bestuursorgaan zich bezig met:

  • Het uitgeven en controleren van zendmachtigingen aan zowel publieke als commerciële omroepen
  • De naleving van reclame- en sponsorregels
  • De naleving van programmavoorschriften voor de publieke omroep

Stimuleringsfonds voor de Pers (SvdP): een door de overheid ingesteld bestuursorgaan dat de pluriformiteit van de persmedia moet beschermen.

Hier kunnen kranten en tijdschriften die bijdrage aan de pluriformiteit doordat ze een eigen identiteit hebben, in geval van nood, een tijdelijke financiële steun krijgen.

Het nadeel is wel dat het kan lijden tot concurrentie vervalsing.

Internet is voor de overheid bijna niet te controle door:

  1. Totale aanbod op internet is te groot om te kunnen controleren.
  2. Een groot deel van het aanbod is afkomstig uit het buitenland.
  3. Maakt moeilijk door de kenmerkende anonimiteit op het internet, mensen die de wet hebben overtreden zijn moeilijk te traceren.

De overheid maakt wel internet voor iedereen toegankelijk. Door bijvoorbeeld subsidies te geven aan scholen of bibliotheken. Daarnaast houdt de overheid zich ook bezig met cybercriminaliteit.

3.3 Discussies over het omroepbestel

Stroming

partij

Kenmerken

Visie publieke omroep

Liberalen

(rechts)

 

VVD

  • Eigen verantwoordelijkheid
  • Vrije markt economie
  • Passieve rol overheid
  • Zo min mogelijk subsidies
  • Commercialisering
  • Duaal stelsel

Sociaal-democraten

(Links)

PvdA

  • Gelijkheid
  • Actieve rol overheid
  • Kwaliteitscontrole
  • Pluriformiteit
  • Gelijke toegang nieuwe media
  • Ruimere subsidiëring

Chisten-democtaten

(midden)

CDA

  • Maatschappelijk middenveld
  • Harmonie
  • Normen en waarden
  • Aanvullende rol overheid
  • Regulerende overheid, maar ook eigen verantwoording NPO
  • Socialiserende functie (normen en waarden)

 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.