Verzorgingsstaat

Beoordeling 8.8
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 2165 woorden
  • 26 juni 2016
  • 8 keer beoordeeld
Cijfer 8.8
8 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Check check, dubbelcheck!

Heb jij tweestapsverificatie al ingesteld op je accounts? Tweestapsverificatie is jouw tweede slot op de deur 🔐. Met tweestapsverificatie heb je 99,9 procent minder kans dat je account gehackt wordt. Check hoe jij je accounts beter kunt beveiligen!

Meer informatie
Maatschappijleer samenvatting verzorgingsstaat
1. Nederland is een verzorgingsstaat: staat waarin de overheid zich actief bemoeit met de welvaart en het welzijn van haar inwoners.
Kern van verzorgingsstaat is solidariteit: als er bereidheid is in een groep of samenleving om risico’s met elkaar te delen.   De verzorgingsstaat steunt op 3 belangrijke pijlers:
• Goed onderwijs
• Goede gezondheidszorg
• Sociale zekerheid   Socialezekerheidsstelsel: verzekert mensen van een inkomen bij werkloosheid, ziekte, ouderdom of arbeidsongeschiktheid.   Sociale rechtsstaat: staat waarin burgers sociale grondrechten hebben.

Belangrijkste sociale grondrechten:
• Voldoende werkgelegenheid
• Bestaanszekerheid en welvaart
• Een goed leefmilieu
• Volksgezondheid en voldoende woongelegenheid
• Goed onderwijs   Premies: betalingen aan een verzekeringsmaatschappij voor het houden verzekeringen.   In Nederland wordt van iedereen verwacht dat hij in eerste instantie zelf verantwoordelijk is. Pas als iets je niet lukt, krijg je hulp van de overheid. De rol van de burgers is dat zij ook een deel van de kosten voor de verzorgingsstaat betalen in de vorm van belastingen en premies.   In een verzorgingsstaat heeft de overheid de grootste rol. De overheid:
• Is verantwoordelijk voor collectieve voorzieningen (onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting)
• Garandeert een inkomen aan mensen die daar zelf niet in kunnen voorzien (zieken, werklozen, ouderen)
• Stimuleert werkgelegenheid (voor bepaalde groepen)
• Zet zich in voor goede arbeidsomstandigheden
• Helpt om goede arbeidsvoorwaarden te scheppen
• Bevordert het welzijn van mensen   Werknemers zijn verenigd in vakbonden: organisaties die de collectieve en individuele belangen van werknemers behartigen. Als vakbonden samenwerken, spreken we van een vakcentrale.
Werkgevers hebben zich georganiseerd in werkgeversorganisaties.

Werkgeversorganisaties en vakcentrales samen noemen we de sociale partners: maken afspraken die voor alle werknemers en werkgevers gelden.   Werkgeversorganisaties en vakbonden stellen samen een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) op. Hierin worden de arbeidsvoorwaarden vastgesteld voor de werknemers in 1 hele bedrijfstak.
Planeconomie: productiemiddelen zijn in handen zijn van de overheid, gelijkheid
Vrijemarktmechanisme: weinig staatsbemoeienis van de overheid, vrijheid
Sociaaldemocratisch model: uitgebreide voorzieningen, hoge belastingen, dur systeem waarin de overheid veel regelt op gebied van onderwijs
2. In de 19e eeuw was Nederland een nachtwakersstaat: een staat met een vrijemarkteconomie waarin de overheid zich vooral beperkt tot het handhaven van de rechtsorde. Zorg was een gunst, geen recht.   Vanuit verschillende overwegingen ontstond de opvatting dat de staat moest ingrijpen in de vrije markt:
• Christenen wilden de zwakkeren een betere bescherming bieden
• Sociaaldemocraten streefden naar een betere rechtspositie van de arbeiders
• De liberalen waren voorstander van een vermindering van criminaliteit, die een onvermijdelijk gevolg was van de grote armoede   In de tweede helft van de 19e eeuw besloot de overheid de vrijemarkteconomie te beperken door een aantal sociale wetten aan te nemen:
• 1854: de Armenwet, eerste beperkte financiële overheidssteun voor armen
• 1874: het Kinderwetje van Houten, kinderarbeid verboden
• 1895: de Veiligheidswet, beschermt arbeiders tegen gevaren in het bedrijf

• 1901: de Leerplicht, verplicht iedereen minimaal zes jaar school
• 1919: de Arbeidswet, beperkt de duur van arbeidsdag tot acht uur
• 1939: de Kinderbijslagwet   Er kwam steeds meer behoefte aan (vrijwillige) verzekeringen. Vlak na WW2 vormden katholieken en sociaaldemocraten samen de regering. Socialisten wilden dat werknemers meer rechten en meer inkomenszekerheid kregen. De katholieken wilden dat werkgevers meer gingen samenwerken.
De positie van werknemers werd toen beter door nieuwe sociale wetten. Nederland werd een verzorgingsstaat.   In de ontstaansgeschiedenis van de verzorgingsstaat zien we uitgangspunten van verschillende politieke stromingen:
• Liberale visie: sterk voor vrijemarkteconomie, overheid op economisch terrein passief, collectieve uitgaven zo laag mogelijk, eigen verantwoordelijkheid van burgers. Niet te veel bezuinigen op onderwijs.
• Sociaaldemocratische visie: voorstander van een sturende rol van de overheid, gemengde economie waarin bedrijfsleven en overheid samen voor werkgelegenheid zorgen, overheid investeren wanneer het economisch slecht gaat, goed stelsel van zorg en uitkeringen als bijdrage om de sociale ongelijkheid te verminderen. Investeren in onderwijs.
• Christendemocratische visie: overheid moet aanvullende rol vervullen, sterk maatschappelijk middenveld door organisaties en groeperingen die overheid waar mogelijk taken uit handen neem. Gezondheidszorg is belangrijk, mantelzorg: hulp vanuit directe omgeving door familie, buren en vrienden. Pas als mensen niet voor elkaar of zichzelf kunnen zorgen, moet overheid ingrijpen.       3. Overheid heeft 2 belangrijke doelen op gebied van onderwijs:
• Iedereen de kans geven zijn/haar talenten te ontwikkelen, voor later goede maatschappelijke positie.
• Zorgen voor voldoende hoogopgeleid personeel, zodat economie goed kan concurreren met buitenland.   Om belang van goed onderwijs te benadrukken, zorgt de overheid dat de leerplicht goed wordt nageleefd. In Nederland geldt de volledige leerplicht voor iedereen tussen 5 en 16 jaar. Hierna zijn jongeren tot hun 18e gedeeltelijk leerplichtig. Als leerlingen veel spijbelen krijgen ze te maken met de leerplichtambtenaar. Alle onderwijsinstellingen worden gecontroleerd door de onderwijsinspectie.
Ook een belangrijke taak van de overheid is zorgen voor een goede gezondheidszorg. Daarom is iedereen boven de 18 verplicht een zorgverzekering af te sluiten. Je betaal de zorgverzekering door een inkomensafhankelijke bijdrage via je loon en zorgpremies.   Critici vragen zich af of de vrije prijzen van de marktwerking niet ten koste gaan van de kwaliteit van de zorg.   Het socialezekerheidsstelsel bestaat uit 2 delen:

• Sociale verzekeringen
• Sociale voorzieningen   Sociale verzekeringen zijn verzekeringen waarbij mensen premie betalen om zich te verzekeren tegen een bepaald risico. Ze zijn verplicht en onder te verdelen in werknemersverzekeringen en volksverzekeringen.   Werknemersverzekeringen:
• Werkloosheidswet (WW): voorziet inkomen als een werknemer onvrijwillig werkloos wordt
• Wet uitbreiding loondoorbetalingsplicht bij ziekte (WULBZ): verplicht werkgevers om werknemers bij ziekte gedurende maximaal 2 jaar een uitkering te verstrekken
• Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA): voorziet een inkomen voor werknemers die als gevolg van langdurige ziekte of ongeval niet in staat zijn te werken
De uitvoering van de verzekeringen gebeurt meestal door het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV).   Volksverzekeringen:
• Algemene Ouderdomswet (AOW): geeft iedere burger vanaf 67 jaar recht op een AOW-uitkering
• Algemene Nabestaandenwet (ANW): voorziet een inkomen voor weduwen, weduwnaars en minderjarige wezen
• Algemene Kinderbijslagwet (AKW): verstrekt een tegemoetkoming in de kosten van levensonderhoud van de kinderen   Sociale voorzieningen zijn bestemd voor mensen die geen aanspraak kunnen maken op een sociale verzekering, omdat ze nog nooit gewerkt hebben.   • Wet werk en bijstand (WWB): geeft ondersteuning aan iedereen van 21 jaar en ouder die niet zelfstandig zijn eigen bestaan voorziet   De bijstand wordt ook wel het vangnet onder het stelsel van sociale zekerheid genoemd.
De bijstand voorziet in een minimumbedrag dat je maandelijks nodig hebt voor noodzakelijke kosten. Dit noem je algemene bijstand. Voor alles wat daarbuiten valt, bestaat de bijzondere bijstand.

4. Arbeidsethos: de betekenis die arbeid voor ons heeft. Hier zijn verschillende opvattingen in:
• Morele plicht (als je niet werkt, ben je lui)
• Maatschappelijke plicht (je bent alleen volwaardig lid van de samenleving als je werkt)   Naast de plicht om te werken is arbeid als een sociaal grondrecht opgenomen in de grondwet. Dit heeft 2 belangrijke redenen:
• Werk is belangrijk bij het vervullen van de basisbehoeften van de mens.
• Werk biedt de mogelijkheid om je maatschappelijke positie te verbeteren.              
             De Piramide van Maslow   De Piramide van Maslow laat de motieven van mensen zien om te werken.
Werk is belangrijk bij het vervullen van materiële basisbehoeften (inkomen & zekerheid), maar ook immateriële basisbehoeften zoals sociale contacten, maatschappelijke status (de waardering die anderen toekennen aan iemands beroep) en het ontwikkelen van een identiteit.   In Nederland spreken we van een sociale ongelijkheid: welvaart is niet gelijk verdeeld over mensen.
Linkse partijen willen dit verminderen, rechtse partijen accepteren het.
Sociale ongelijkheid heeft veel te maken met je maatschappelijke positie: de plaats die je inneemt op de maatschappelijke ladder. De factoren die een rol spelen bij de maatschappelijke positie zijn:
• De hoogte van je inkomen
• De hoeveelheid macht en verantwoordelijkheid die je in werk hebt
• Het benodigde kennisniveau
• Speciale aanleg en ervaring   Je maatschappelijke heeft gevolgen voor je levenswijze.   De sociale mobiliteit (mogelijkheid om te klimmen op de maatschappelijke ladder) zorgt voor minder scherpe verschillen in sociale ongelijkheid.   De overheid voert een emancipatiebeleid, waarbij mensen uit bepaalde groepen eerder in dienst worden genomen. In dit geval spreken we van positieve discriminatie.           5. Als je op zoek gaat naar werk kom je terecht op de arbeidsmarkt: de plaats waar de vraag naar arbeidskrachten en het aanbod van arbeidskrachten elkaar ontmoeten.   Het aanbod van arbeidskrachten wordt bepaald door de beroepsbevolking: alle personen die geheel of gedeeltelijk beschikbaar zijn voor werk.   Werkgelegenheid: de vraag naar arbeidskrachten.   We noemen iemand een officieel geregistreerde werkloze als hij:

• Tussen de 15 en 65 jaar oud is
• Niet of minder dan twaalf uur per week werkt
• Actief op zoek is naar een baan van twaalf uur per week of meer
• Ingeschreven staat als werkzoekende bij het UWV-Werkbedrijf.   Er zijn 4 soorten werkloosheid:
• Frictiewerkloosheid: ontstaat wanneer iemand door frictie op de arbeidsmarkt tijdelijk zonder werk is
• Seizoenswerkloosheid: ontstaat doordat bepaalde beroepen seizoensgebonden zijn
• Conjuncturele werkloosheid: ontstaat wanneer het economisch slechter gaat en er minder arbeidskrachten nodig zijn door minder productie.
Hoogconjunctuur: als de economie groeit
Laagconjunctuur: als de economie krimpt
• Structurele werkloosheid: ontstaat wanneer banen voorgoed verloren zijn   De belangrijkste huidige ontwikkelingen op de arbeidsmarkt zijn:
• Verdwijnen van bedrijfstakken en opkomst van nieuwe bedrijfstakken: veel arbeidsintensief, laaggeschoold werk verdwijnt door automatisering, meer vraag naar hoogopgeleid personeel
• Schaalvergroting bij bedrijven: uit concurrentie zijn veel bedrijven gefuseerd tot grote multinationals

• Flexibilisering van de arbeid: mensen hebben tegenwoordig meer behoefte aan flexibele arbeidsrelaties (alle werksituaties met variabele inzetbaarheid)
• Internationalisering van de arbeidsmarkt: economieën wereldwijd raken steeds meer met elkaar verbonden, wat kan zorgen voor mogelijkheden voor bedrijven, maar ook voor verdringing van werknemers   Veranderingen van de arbeidsmarkt kunnen de financiering van de verzorgingsstaat in gevaar brengen. Bijvoorbeeld als de werkgelegenheid terugloopt waardoor minder mensen sociale premies betalen. Om te zorgen dat voldoende mensen werk hebben, stimuleert de overheid zo veel mogelijk de arbeidsmarkt.                      
6. Na de voltooiing van de verzorgingsstaat ontstond er kritiek op de omvang ervan, omdat:
• De verzorgingsstaat erg duur is
• De vele voorzieningen en uitkeringen mensen passief kunnen maken
• Mensen misbruik maken van de verzorgingsstaat   Het aantal mensen dat gebruik maakt van de voorzieningen is veel groter dan werd verwacht:
• Veel mensen deden een beroep op de bijstand
• Door verlenging van de leerplicht en het langer doorstuderen stegen de uitgaven ontzettend
• Veel mensen kregen een arbeidsongeschiktheidsuitkering
• Door de vergrijzing steeg het aantal AOW-uitkeringen
• De kosten van de gezondheidszorg stegen   In sommige gevallen gaat iemand er niet op vooruit om werk te zoeken als hij uitkeringen en voorzieningen krijgt. In zo’n situatie kan de prikkel ontbreken om werk te zoeken en leidt de uitkering tot blijvende afhankelijkheid.   Soms wordt er misbruik gemaakt van uitkeringen en voorzieningen, bijvoorbeeld als iemand zwart gaat werken.   Door bezuinigingen en controle probeert de overheid de ergste problemen van de verzorgingsstaat op te lossen:
• Meer werk: de overheid neemt meer maatregelen om werkten te stimuleren, bijv. door de loonbelasting te verlagen en de pensioenleeftijd te verhogen

• Eigen verantwoordelijkheid: de overheid geeft mensen en bedrijven meer verantwoordelijkheid, bijv. door werkgevers het loon van zieke werknemers zelf te laten doorbetalen, werknemers veel korter recht te geven op een WW-uitkering, collegegeld verhogen als je te lang over je studie doet of het eigen risico verhogen
• Controle: de overheid is meer gaan controleren op misbruik, bijv. door het invoeren van het burger servicenummer, inspectiediensten te laten controleren op de arbeidsomstandigheden bij bedrijven en kijken of er geen illegale arbeid en ontduiken van sociale premies plaatsvindt, en het UWV te laten controleren of er gefraudeerd wordt met uitkeringen.   Twee ontwikkelingen zijn van belang bij het ontstaan van problemen door de economische neergang:
• De verschuiving van oude naar nieuwe risico’s: er is meer behoefte aan kinderopvang doordat vrouwen vaker zijn gaan werken en er is een nieuw risico van plotseling ontslag door het vaker switchen van baan bij werknemers.
• De veranderende verhoudingen tussen de generaties: er is toenemende vergrijzing en ontgroening (oudere mensen worden steeds ouder, jonge gezinnen nemen steeds minder kinderen). Daardoor moeten steeds meer mensen AOW betalen voor ouderen en de kosten stijgen voor gezondheidszorg.   Solidariteit tussen generaties is belangrijk voor de sociale cohesie. Om de solidariteit te bevorderen is het belangrijk dat er voldoende voorzieningen voor alle generaties zijn.            

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.