Rechtstaat

Beoordeling 6.6
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 2885 woorden
  • 27 juli 2015
  • 5 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.6
  • 5 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!

Hoofdstuk 1: Recht en rechtvaardigheid



Maatschappelijke normen: komen voort uit geloof, tradities en gewoonten



Rechtsnormen: gedragsregels die door de overheid wettelijk zijn vastgelegd



Fatsoensnormen: opstaan voor ouderen in de bus



Publiekrecht: regelt de inrichting van de staat en de relaties tussen burgers en overheid




  • Staatsrecht: hierin staan de regels voor de inrichting van de Nederlandse staat  à bevoegdheden van ministers, welke rechten een Tweede Kamerlid heeft

  • Bestuursrecht: hierin staat de verhouding tussen burger en overheid

  • Strafrecht: hierin staan alle wettelijke strafbepalingen



Privaatrecht (burgerlijk recht): regelt de betrekkingen tussen burgers onderling




  • Personen- en familierecht: regelt zaken als het sluiten van een huwelijk, echtscheiding etc.

  • Ondernemingsrecht: dat bijv. de voorwaarden regelt waaronder je een stichting kan oprichten

  • Vermogensrecht: dat alle zaken regelt die te maken hebben met iemands vermogen en in geld zijn uit te drukken



Belastingplicht: iedereen moet belasting betalen die een inkomen heeft



Leerplicht: tussen de 5 en 17 jaar moet je naar school



Identificatieplicht: je bent verplicht een legitimatiebewijs op zak te hebben en het te tonen



DNA-plicht: voor mensen die veroordeeld zijn voor ernstige gewelds- en zedendelicten moeten ze DNA-celmateriaal afstaan aan justitie





Hoofdstuk 2: Grondbeginselen van de rechtsstaat



Uitganspunten



Bescherming tegen de macht van de overheid plus de wens burgers om gelijk te worden behandeld en in vrijheid te kunnen leven. Deze zijn uitgewerkt in de volgende beginselen:




  • Er is sprake van een machtenscheiding

  • De rechters zijn neutraal en onafhankelijk

  • Grondrechten zijn wettelijk vastgelegd

  • De wet bepaalt wanneer je strafbaar bent



In Nederland geldt de volgende machtsverdeling:




  • Wetgevende macht: stelt wetten vast waar de burgers en overheid zich aan moeten houden à regering + parlement

  • Uitvoerende macht: eenmaal goedgekeurde wetten moeten precies worden uitgevoerd à ministers

  • Rechterlijke macht: beoordeelt of mensen, maar ook rechtspersonen of de overheid wetten hebben overtreden en doet uitspraak in conflicten à rechtspersonen/rechters



Het feit dat rechters neutraal en onafhankelijk zijn, biedt ons een aantal garanties:




  • Het biedt mogelijkheid om je recht te halen als je je benadeeld voelt

  • Het biedt bescherming tegen ongeoorloofd overheidsoptreden

  • Het zorgt ervoor dat mensen geen eigen rechter gaan spelen, omdat misdadigers een eerlijk proces op hun verdiende straf krijgen



Je kunt grondrechten onderverdelen:




  • Vrijheidsrechten: godsdienstvrijheid, vrijheid van meningsuiting, recht op onaantastbaarheid van het lichaam

  • Gelijkheidsrechten: discriminatieverbod

  • Politieke rechten: kiesrecht, recht van vrije geheime verkiezingen

  • Sociale grondrechten: recht op werk en woongelegenheid



Klassieke grondrechten: rechten die de overheid moet garanderen  à vrijheidsrechten, gelijkheidsrechten en politieke rechten



Sociale grondrechten: er geld een zorgplicht voor de overheid à sociale grondrechten



Over de strafbaarheid zijn een aantal belangrijke beginselen vastgelegd in het Wetboek van Strafrecht:




  • Legaliteitsbeginsel: bepaalt dat iets alleen strafbaar is als het in de wet staat

  • Strafmaat: in de wet staat bij ieder strafbaar feit de maximale straf

  • Ne bis in idem-regel: na de uitspraak van een rechter kun je niet voor een tweede keer worden vervolgd





Hoofdstuk 3: Rechtsstaat in discussie



De rechtsstaat staat de laatste jaren ter discussie vanwege een aantal redenen:




  • Er is regelmatig een roep om zwaardere straffen

  • De georganiseerde misdaad vraagt om een betere aanpak

  • We hebben te maken met een wereldwijde terreurdreiging

  • Grondrechten kunnen botsen en staan soms ter discussie



Wet BOB (Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden): deze wet geeft de politie onder voorwaarden bevoegdheid tot inkijkoperaties, waarbij de politie inbreekt om te kijken of er ergens mogelijk bewijsmateriaal aanwezig is



Informanten: mensen die onderdeel maken van een criminele organisatie en informatie doorgeven aan de politie



Infiltranten: undercover agenten in een crimineel circuit komen en op deze manier ook informatie door kunnen spelen





Hoofdstuk 4: Strafrecht de opsporing



Rechtsbescherming: de burgers worden door de grondwet beschermd tegen andere burgers, maar ook tegen machtsmisbruik van de overheid



Misdrijven: meer ernstige strafbare feiten



Overtredingen: minder ernstige strafbare feiten



Belangrijke verschillen tussen overtredingen en misdrijven:




  • De mogelijke straffen zijn hoger bij misdrijven

  • Overtredingen en misdrijven staan geregistreerd bij justitie. Vooral bij misdrijven kan dit nadelig werken bij sollicitaties



Criminaliteit: alle misdrijven die in de wet staan omschreven



Wetboek van Strafvordering: de regels over de bevoegdheden van politie en officier van justitie



De procedure verloopt volgens een vast patroon:




  1. Politie verzamelt informatie over het strafbare feit

  2. De politie geeft het proces-verbaal aan de officier van justitie

  3. Als de officier van justitie voldoende bewijzen heeft, stuurt hij het dossier naar de rechter



Verdachte: er bestaat een redelijk vermoeden van schuld



Zonder toestemming van een rechter-commissaris




  • De politie mag een verdachte staande houden: iemand stil laten staan om hem te vragen naar zijn personalia

  • De politie kan een verdachte aanhouden oftewel arresteren

  • Een verdachte mag worden gefouilleerd: zijn kleding en zijn lichaam worden onderzocht

  • De politie mag een verdachte in het belang van het onderzoek 6 uur op het bureau vasthouden

  • Bewijsmateriaal, zoals gestolen cd’s of een opgevoerde brommer, mag in beslag worden genomen





Met toestemming van een rechter-commissaris




  • De politie mag alleen een woning binnengaan om iemand te arresteren met een machtiging tot binnentreden. Als er een huiszoekingsbevel is gegeven, mag de politie in een woning zoeken naar bewijzen

  • De politie moet met de officier van justitie overleggen over het opvragen van speciale persoonsgegevens à bankrekeningnummers, gebruikte telefoonnummers

  • De politie mag alleen preventief fouilleren in bepaalde, door de burgemeester aangewezen gebieden

  • Politie kan toestemming vragen om verdachte nog eens drie dagen langer in voorarrest te houden

  • Bij infiltratie in misdaadorganisaties moet de rechter-c ook toestemming geven



Openbaar Ministerie: alle officieren van justitie bij elkaar





Als de officier en de politie klaar zijn met het opsporingsonderzoek, heeft de officier drie mogelijkheden: seponeren, schikken, of vervolgen





Seponeren: afzien van verdere rechtsvervolging à Wanneer er onvoldoende bewijs is gevonden, als het om een kleine zaak gaat of als de dader al genoeg is gestraft.





Transactie (schikken): voortijdige afdoening à officier kan een transactie aanbieden bij overtredingen en lichte misdrijven zoals vernieling en winkeldiefstal. Deze heeft meestal de vorm van een geldboete.



Vervolgen: de officier van justitie kan besluiten het dossier naar de rechtbank te sturen en een rechtszaak beginnen (=vervolgen)



Hoofdstuk 5: De rechter



Strafvervoling: de officier brengt de strafzaak bij een rechtbank door middel van een tenlastelegging, waarin precies de aanklacht tegen de verdachte staat geformuleerd.



Politierechter: hier komen kleine misdrijven zoals winkeldiefstallen, maar ook bedreigingen voor en rechtspreekt deze in zijn eentje



Meervoudige kamer: hier komen ernstige misdrijven voor, bestaande uit drie rechters





Dagvaarding: hierin staat dat je ervan verdacht wordt dat je op een bepaald moment, op een bepaalde plaats een bepaald delict hebt begaan





Een rechtszaak bestaat uit 7 stappen:




  1. Opening: de rechter controleert de persoonsgegevens van de verdachte

  2. Tenlastelegging of aanklacht: de officier leest de aanklacht voor, die een toelichting is op hetgeen er in de dagvaarding staat

  3. Onderzoek: dit begint met de ondervraging van de verdachte. Daarnaast kunnen eventueel getuigen of deskundigen door alle partijen worden opgeroepen en ondervraagt. De rechter kijkt ook naar de persoonlijke omstandigheden van de verdachte (drugsverslaafd). Ook wordt er gekeken of hij een strafblad heeft

  4. Requisitoir: in dit verhaal probeert hij aan te tonen dat de verdachte schuldig is en vraagt hij de rechter om een bepaalde straf, de eis

  5. Pleidooi: de advocaat houdt het pleidooi, waarin hij de verdachte verdedigt.

  6. Laatste woord: de verdachte heeft altijd het laatste woord à spijt betuigen, onschuld benadrukken etc.

  7. Vonnis: nadat de rechter het onderzoek heeft afgesloten doet hij tenslotte uitspra



Ons land kent 4 soorten straffen:




  • Vrijheidsstraf

  • Taakstraf

  • Geldboete

  • Bijkomende straffen



Voorwaardelijke straf: dader krijgt de straf niet, onder voorwaarde dat hij binnen een bepaalde proeftijd niet een soortgelijk strafbaar feit begaat



De rechter kan behalve een straf ook een strafrechtelijke maatregel opleggen:




  • Terbeschikkingstelling (tbs): deze maatregel wordt gebruikt als iemand ten tijde van het misdrijf verminderd of niet toerekeningsvatbaar is

  • Onttrekking aan het verkeer

  • Ontneming wederrechtelijk (=in strijd met de wet) voordeel: ‘pluk ze’-maatregel

  • Schadevergoeding aan het slachtoffer



Strafrecht voor minderjarigen




  • Haltbureau: lichte misdrijven zoals kleine diefstallen en vernielingen. Je krijgt dan een taakstraf

  • Jeugdgevangenis: bij zwaardere misdrijven komt een jongere voor de kinderrechter. Deze kan jeugddetentie opleggen

  • Behandelcentrum: bij ernstige persoonlijke stoornissen





Hoofdstuk 6: Crimineel gedrag. Het ontstaan en maatregelen



Gevoelens van onveiligheid hebben vooral te maken met de angst voor geweld. Die angst is deels terecht als we naar de cijfers van politie en het CBS kijken:




  • Het aantal geweldsmisdrijven zoals mishandeling steeg in 8 jaar tijd van 65.000 naar 112.000

  • Er vinden jaarlijks meer dan 13.000 straatroven plaats, bijna 2x zoveel als 15 jaar terug

  • Er worden elke dag ruim 2.000 fietsen gestolen

  • In de laatste 5 jaar heeft bijna de helft van de winkeliers te maken gehad met berovingen etc.



Over oorzaken van crimineel gedrag kun je onderscheid maken tussen maatschappelijke en persoonlijke oorzaken. Enkele maatschappelijke oorzaken:




  • Alcohol- en drugsgebruik

  • Pakkans

  • Minder sociale controle

  • Maatschappelijke achterstand

  • Betere beveiliging



Theorieën



Sociobiologie: probeert het sociale gedrag van mensen uit biologische factoren te verklaren. De nadruk ligt op neurologische en hormonale processen à Lombroso



Aangeleerd-gedragstheorie: wanneer jongeren intensief contact hebben met andere die al crimineel zijn, dit de kans groot dat zij ook crimineel worden à Sutherland



Persoonlijkheidstheorie: er is een verband tussen crimineel gedrag van volwassenen en hun ervaringen tijdens de kind fase. à Freud. Hij gaat er vanuit dat elke persoonlijkheid is opgebouwd uit 3 delen: id, ego, superego




  • Id: het onderbewuste en bevat instinctieve driften als seks en agressiviteit

  • Ego: het bewuste deel dat de overhand krijgt als we ‘volwassen’ worden

  • Superego: het geweten, de ‘innerlijke beoordelaar’, waardoor we gevoelens van schuld en schaamte hebben



Bindingstheorie: ieder mens is voor een deel tot het slechte geneigd, in iedereen schuilt een misdadiger, maar de meeste van ons gedragen zich echter netjes, omdat zij bindingen hebben die je niet zomaar op het spel kan zetten à Hirschi



Anomietheorie: criminaliteit treedt op als mensen er niet in slagen hun levensdoelen te bereiken. à Merton



Aanpak van criminaliteit.er zijn twee soorten maatregelen en daarom zeggen we dat de overheid een tweesporenbeleid voert:




  • Preventieve maatregelen: zijn bedoeld om crimineel gedrag te voorkomen (preventie=voorkomen)

  • Repressieve maatregelen: zijn straffen die na het criminele gedrag worden opgelegd (repressief=bestraffing)





Hoofdstuk 7: Burgerlijk recht



Eiser: degene die de zaak aan de rechter voorlegt



Gedaagde: de persoon van wie iets wordt geëist en daarom voor de rechter wordt gedaagd



Verloop burgerlijke rechtszaak




  • De zaak begint met een dagvaarding: een schriftelijke mededeling aan een persoon dat hij voor de rechter moet verschijnen




  • Naam van eiser

  • De eis

  • Motivatie van eis




  • Je mag zelf het woord doen, maar bij een ingewikkelde zaak moet je je laten vertegenwoordigen dor een zogenaamde procureur.

  • Als je ook nu geen overeenstemming met je aanklager kunt bereiken, moet de rechter een vonnis uitspreken en dus de uiteindelijke beslissing nemen



Na de behandeling van de zaak doet de rechter uitspraak. De  meest voorkomende veroordelingen zijn:




  • De verliezende partij moet een schadevergoeding betalen, hij kan onmiddellijk loonbeslag laten leggen.

  • Als de rechter een partij veroordeeld tot iets anders dan een geldsom, moet de aangeklaagde zich daar aan houden. Doet hij dat niet moet hij een dwangsom betalen.



We onderscheiden twee soorten schade(vergoedingen)




  1. Vermogensschade

  2. Immateriële schade



Beide partijen kunnen in hoger beroep gaan, waarna de zaak wordt voorgelegd aan een hogere rechter.



Kort geding: versnelde en vereenvoudigde procedure voor spoedeisende zake



De voorzieningenrechter geeft in een kort geding altijd een voorlopig oordeel in afwachting van een definitieve uitspraak in het normale burgerlijke proces, de zogenaamde bodemprocedure.





Hoofdstuk 8: Internationale vergelijkingen



Vetorcht: het recht van landen, vorsten of instellingen om genomen besluien ongeldig te maken



Verschillen tussen Amerikaanse Hooggerechtshof en de Nederlandse+Belgische Hoge raad:




  • In Amerika worden de rechters op politieke grond benoemd

  • In Nederland worden zij door de kroon benoemd



Rechten van verdachten




  • In de VS hebben verdachten minder rechten en is bijvoorbeeld uitlokking toegestaan.

  • De patriot act gaf de CIA ruimere bevoegdheden om burgers in de gaten te houden, zoals het ongelimiteerd afluisteren van telefoongesprekken



De straffen




  • VS heeft nog de doodstraf

  • 90% van alle zaken wordt afgehandeld door plea bargaining, waarbij de advocaat en de aanklager een deal sluiten op voorwaarde dat de verdachte bekent à aanklager laat zwaardere aanklacht vallen en verdachte bekent lichtere aanklacht

  • Three Strikes and You’re Out Law: je wordt zwaar gestraft als je voor de derde keer in de fout gaat



Klassenjustitie: mensen uit de hogere sociale klasse door de justitie worden bevoordeeld boven mensen uit de lagere sociale klasse



In VS is er veel sprake van rassenjustitie: het land heeft een lange geschiedenis wat betreft rassenscheiding en racisme



Hoofdstuk 9: Grenzen aan de rechtsstaat



Het is belangrijk om te weten waarom we straffen. Het geven van straf is bedoeld als:




  • Wraak en vergelding: misdaad mag niet lopen

  • Afschrikking: als je weet dat je straf krijgt, zal je minder gauw een misdaad plegen

  • Voorkomen van eigenrichting: als een rechter niet zou straffen, zouden mensen het recht in eigen handen nemen

  • Resocialisatie: met een straf probeert de overheid het gezag van een crimineel te verbeteren, zodat hij zich aanpast aan de normen van de samenleving

  • Beveiliging van de samenleving





Hoofdstuk 1: Waarom werken we?



We definiëren werk of arbeid als iedere menselijke bezigheid die verricht wordt:




  • Met een bepaalde inspanning

  • Met gebruik van iemands capaciteiten

  • Eventueel met behulp van gereedschappen

  • Binnen matschappelijk geregelde behoefte

  • Met het doel het leveren van een product of een dienst



Verschil tussen werk en hobby is het grote economische nut van de activiteit.



Functies van werk:




  • De lichamelijke behoeften: eten, drinken en onderdak

  • De behoefte aan veiligheid en zekerheid

  • De sociale behoeften, zoals de behoefte om ergens bij te horen

  • De behoefte aan erkenning en waardering

  • De behoefte aan zelfrealisatie: innerlijke drang om iets zinvols te presteren



Materiële basisbehoeften: inkomen en zekerheid



Immateriële basisbehoeften: sociale contacten, maatschappelijke status en ontwikkelen van identiteit



Maatschappelijke positie: de plaats die je inneemt op de maatschappelijke ladder



Sociale ongelijkheid: de welvaart en macht zijn niet gelijk verdeelt over de mensen



Arbeidsethos: de betekenis die we aan arbeid toe kennen



Hoofdstuk 2: De ene baan is de andere niet



Of je je werk leuk vindt of niet, heeft te maken met vier aspecten




  1. Arbeidsinhoud: is het werk leuk, uitdagend of afwisselend?

  2. Arbeidsomstandigheden: is de werkplek aangenaam, is het werk veilig en gezond?

  3. Arbeidsvoorwaarden: wat zijn de werktijden en welk salaris wordt geboden?

  4. Arbeidsverhoudingen: hoe gaan werkgevers en werknemers met elkaar om?



Arbeidsinhoud: de werkzaamheden die iemand verricht




  • Is er voldoende afwisseling?

  • Kun je eigen initiatief nemen?

  • Werk je alleen of met anderen?

  • Werk je op één of op meerdere plekken?

  • Heb je verantwoordelijkheid?



Arbowet: hierin staan regels en voorschriften om gevaarlijke, ongezonde of vervelende situaties op het werk tegen te gaan.



De Arbowet bevat richtlijnen op drie gebieden:




  1. Veiligheid

  2. Gezondheid

  3. Welzijn



Inspectiedienst SZW controleert of bedrijven zich aan de Arbowet houden en mag onaangekondigd een bedrijf bezoeken



Primaire arbeidsvoorwaarden: alles wat met je loon en werktijden te maken heeft



Secundaire arbeidsvoorwaarden: ontslagregels, pensioenvoorzieningen en promotiekosten



Arbeidsverhoudingen: de verhoudingen tussen werkgevers en werknemers, zowel op bedrijfsniveau als op nationaal niveau



Werknemers organisaties:




  • FNV (Federatie Nederlandse Vakbeweging)

  • CNV (Christelijk Nationaal Vakverbond)

  • MHP (Vakcentrale voor Middelbaar en Hoger personeel)



Werkgevers organisatie:




  • VNO-NCW – samengaan van Verbond van Nederlandse ondernemingen en het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond



Hoofdstuk 4: Van nachtwakersstaat tot verzorgingsstaat



In de 19e eeuw was de Nederlandse economie nog volledig gebaseerd op het principe van de vrije markt: iedereen kon produceren wat hij wilde à overheid bemoeide zich niet met de markt



Nachtwakersstaat: een staat waarin de overheid zich vooral beperkt tot het handhaven van de rechtsorde.



Verzorgingsstaat: een land waar de overheid mede verantwoordelijk is voor ieders welvaart en welzijn



Vanuit verschillende overwegingen ontstond de opvatting dat de staat moest ingrijpen in de vrije markt:




  • Christenen wilden de zwakkeren een betere bescherming bieden

  • Sociaaldemocraten streefden naar een sterkere rechtspositie van de arbeiders

  • Liberalen waren voorstander van een vermindering van de criminaliteit, die een onvermijdelijk gevolg was van de grote armoede



In de tweede helft van de 19e eeuw greep de overheid in op de vrije markt door een aantal sociale wetten aan te nemen:




  • 1854: Armenwet regelde de eerste beperkte financiële overheidssteun voor armen

  • 1874: kinderarbeid verboden (Kinderwetje van Van Houten)

  • 1895: Veiligheidswet beschermde arbeiders tegen gevaren in bedrijf

  • 1919: Arbeidswet beperkte de duur van arbeidsdag tot 8 uur

  • 1939: Kinderbijslag wet werd aangenomen



Na WOII zaten de katholieken en sociaaldemocraten samen in de regering.




  • PvdA wilde dat werknemers meer rechten en meer inkomenszekerheid kregen

  • Katholieke partij (KVP) wilde dat de werkgevers en werknemers meer samenwerkten



Sinds ’60 noemen we Nederland een verzorgingsstaat. De overheid heeft daarmee een andere rol gekregen:




  • Overheid is verantwoordelijk voor collectieve voorzieningen à onderwijs, gezondheidszorg en huisvesting

  • De overheid garandeert een inkomen aan mensen die zich daar zelf niet in kunnen voorzien à zieken, werklozen, arbeidsongeschikten en ouderen

  • Overheid stimuleert werkgelegenheid

  • De overheid zet zich in voor goede arbeidsomstandigheden

  • De overheid helpt om goede arbeidsvoorwaarden te scheppen

  • De overheid bevordert het welzijn van mensen à kinderbijslag



Politieke visies



Liberalen: zijn sterk voor een vrijemarkteconomie. De overheid moet op economisch gebied een terughoudende rol spelen en alleen het hoogst noodzakelijke regelen



Sociaaldemocraten: verwachten van de overheid een sturende rol. Zij zijn voorstander van een gemengde economie waarbij het bedrijfsleven en de overheid samen voor werkgelegenheid zorgen



Christendemocraten: de overheid heeft een aanvullende rol. Pas als de zwakkeren in de verdrukking dreigen te komen, moet de overheid ingrijpen



Ecologen: vinden dat de economische orde moet worden omgebogen naar een duurzame economische ontwikkeling die rekening houdt met de behoeften van toekomstige generaties. Houd van milieu vormt daarbij de voorwaarde voor alle economische activiteiten


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.