ADVERTENTIE
Moet jij woordjes leren voor een toets? Hoe zorg je er dan voor dat je de woordjes zo snel mogelijk in je hoofd krijgt? Thom en Jara zoeken het uit in deze Schoolhacks-video. Ze geven een aantal tips en ontdekken WRTS, een gratis woordjesleerprogramma waarmee je makkelijk en snel woordjes en begrippen kan leren.

Aan de slag met WRTS
Maatschappijleer - Rechtsstaat
I RECHT EN RECHTVAARDIGHEID
Maatschappelijke normen: Wat de maatschappijleer vind, normen van gedrag.
Rechtsnormen: Gedragsregels die door de overheid wettelijk zijn vastgesteld
Rechtvaardigheid: Dat je kunt zien wat niet deugd.
Recht: wat vast staat in het wetboek
Publiekrecht en privaatrecht: rechten en plichten
Publiekrecht:
Staatsrecht: Hierin staan de regels voor de inrichting van de Nederlandse staat.
Bestuursrecht: Hierin staan de verhoudingen tussen de burger en de overheid centraal.


Strafrecht: bestaat uit alle wettelijke strafbepalingen
Privaatrecht/Burgerlijk recht: betrekking tussen burgers onderling
Personen- familierecht: regelt dingen als huwelijk, scheiding, geboorte, overlijden etc.
Ondernemingsrecht: regelt voorwaarden waaronder je een stichting vereniging of een bv kan oprichten
Dit soort organisaties noemen we rechtspersonen. Ook al bestaan ze niet uit vlees/bloed.
Vermogensrecht: Dat alle zaken regelt die te maken hebben met iemands vermogen en in geld zijn uit te drukken. Koop(overeenkomst) huurovereenkomst, of een arbeidsovereenkomst.
II GRONDBEGINSELEN VAN DE RECHTSSTAAT
Absolute Monarchie; Regeringsvorm waarbij een koning alle macht heeft.
Uitgangspunten van de rechtsstaat: Gelijkheid van de burger en vrijheid.
Uitgewerkt:
1.Is sprake van een machtenscheiding
2. Rechters zijn neutraal en onafhankelijk
3. Grondrechten zijn wettelijk vastgelegd
4. Wet bepaalt wanneer je strafbaar bent
Trias Politica
1. Wetgevende macht: stelt wetten vast.
2. Uitvoerende macht: goedgekeurde wetten worden juist uitgevoerd
3. Rechterlijke macht: beoordeeld of mensen maar ook rechtspersonen of de overheid hebben overtreden en doet uitspraak in conflicten.
Ministers zijn zowel betrokken bij de wetgevende als de uitvoerende macht.
Doel hiervan is elkaar controleren en scherp houden.
Met een Engelse term word zo'n evenwicht een stelsel van Checks and Blances genoemd.
Garanties van Onafhankelijke rechters. (zekerheden)
1. Biedt je de mogelijkheid om je recht te halen als je je benadeeld voelt door andere burgers.
2. Biedt bescherming tegen ongeoorloofd overheidsoptreden.
(gezellig schuurtje dat opeens dicht moet omdat het illegale horeca blijkt te zijn)
3. Zorgt ervoor dat mensen geen eigen rechter gaan spelen.
Grondrechten
In grondwet staan de grondrechten beschreven. Onder te verdelen in:
- Vrijheidsrechten
- Gelijkheidsrechten
- Politieke rechten
- Sociale grondrechten
De eerste drie worden de klassieke grondrechten genoemd, die de overheid ook echt moet garanderen. Anders kun je naar de rechter stappen en je gelijk halen.
Bij Sociale grondrechten geldt er een zorgplicht voor de overheid. De overheid zorgt voor zoveel mogelijk banen. Maar je kunt niet naar de rechter stappen om een baan te eisen.
Onze vrijheid is niet onbegrensd. We hebben ook allemaal plichten
Over de strafbaarheid is een aantal belangrijke beginselen vastgesteld in het Wetboek van Strafrecht:
Legaliteitsbeginsel: Iets is alleen strafbaar als het in de wet staat vastgesteld.
Strafmaat: In de wet staat bij ieder strafbaar feit een maximale straf.
Ne bis in idem regel: Je kunt niet na een uitspraak weer worden vervolgd als later een nieuw DNA-bewijs wordt gevonden.
III RECHTSTAAT IN DISCUSSIE
Grondrechten vormen het fundament van de rechtsstaat en kunnen alleen met een twee derde meerderheid in het parlement worden gewijzigd.
De Rechtsstaat staat de laatste jaren in discussie vanwege:
- Is Regelmatig een roep om zwaardere straffen
- georganiseerde misdaad vraagt om een betere aanpak
- we hebben te maken met een wereldwijde terreurdreiging
- grondrechten kunnen botsen en staan soms ter discussie
Misdaadorganisaties:
Wet BOB / Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden: Geeft de politie onder voorwaarde de bevoegdheid tot inkijkoperaties,, om te infiltreren in misdaadorganisaties (iets doen wat normaal niet mag)
Wet terroristische misdrijven:
Verdachte: een redelijk vermoeden van schuld aan bepaalde handelingen. NU: Aanwijzigen
Anonieme getuigenverklaringen:
Botsende Grondrechten:
vrijheid van meningsuiting
vrijheid van godsdienstuitoefening
verbod op discriminatie
IV STRAFRECHT: DE OPSPORING
Rechtshandhaving:
Geweldsmonopolie: Dat alleen de overheid geweld mag gebruiken.
Misdrijven: Meer ernstige strafbare feiten (diefstal, mishandeling en moord, rijden onder invloed)
Overtredingen: Minder ernstige strafbare feiten (rood licht, te snel rijden)
Belangrijke verschillen tussen Misdrijf en overtreding:
- De mogelijke straffen zijn hoger bij misdrijven
- Overtredingen en misdrijven staan geregistreerd bij de justitie. Vooral bij misdrijven kan dit nadelig werken bij sollicitaties
Criminaliteit: Alle misdrijven die in de wet staan omschreven.
Wetboek van strafrecht: Hierin staan de meeste overtredingen en misdrijven.
Daarnaast zijn er aparte wetten zoals de Wegenverkeerswet en de Opiumweet.
In het wetboek van strafvordering staat vastgesteld wat politie en de officier van justitie mogen. Want ze hebben ook bevoegdheden, maar mogen niet alles.
Procedure loopt volgens een vast patroon.
1. Politie verzamelt informatie over het strafbaar feit. Ze verhoort de verdachte en eventuele getuigen en kijkt wat er precies is gebeurd. Dit wordt opgeschreven in een proces-verbaal.
2. De politie geeft het proces-verbaal aan de officier an justitie. Deze gaat de zaak verder onderzoeken in het opsporingsonderzoek. Hij verhoort de verdachte en eventueel getuigen.
3. Als de officier van justitie voldoende bewijzen heeft, stuurt hij het dossier naar de rechter. Deze moet tijdens een rechtszaak vaststellen of de verdachte inderdaad schuldig is. Als de rechter de schuld bewezen acht, kan hij de verdacht een straf opleggen.
Verdachte: er bestaat een redelijk vermoeden van schuld.
Dwangmiddelen: bevoegdheden die de politie mag gebruiken.
Opsporingsbevoegdheden van de politie:
Zonder toestemming:
Staande houden: Iemand laten stilstaan om hem te vragen naar zijn personalia.
Arresteren: Aanhouden
Gefouilleerd: zijn kleding en zijn lichaam worden onderzocht.
vasthouden: 6 uur vasthouden
In beslag worden genomen: spullen innemen, bewijsmateriaal etc.
Met toestemming:
machtiging tot intreding: woning binnen gaan (politie heeft hiervoor toestemming nodig van een rechter-commissaris met een formulier)
Huiszoekingsbevel: De woning mag worden doorzocht naar bewijzen.
Politie moet met de officier van justitie overleggen over het opvragen van speciale persoonsgegevens, zoals bankrekeningnummers, gebruikte telefoonnummers en internetgedrag.
Preventief fouilleren: Fouilleren in bepaalde door de burgemeester aangewezen gebieden. Dit wordt gedaan zonder dat er sprake is van verdenking (of je auto of tas).
Voorarrest: 110 dagen vastzitten
Infiltratie: Het binnendringen van misdaadorganisaties voor het verkrijgen van gegevens. Hiervoor is toestemming nodig van de rechter-commissaris.
In feite is de officier van justitie de openbare aanklager, want hij zoekt namens de samenleving bewijzen tegen de verdachte en een staf tegen hem kan eisen.
Openbaar Ministerie(OM): Alle officieren van justitie.
Als de officier en de politie klaar zijn met het opsporingsonderzoek hebben ze 3 mogelijkheden:
Seponeren: Afzien van de verdere rechstvervolging. Meestal heeft diegene zijn straf dan al gekregen met het ongeluk.
Transactie: Voortijdige afdoening of schikking. Heeft meestal de vorm van een geldboete. Als een verdachte het afwijst komt de zaak alsnog voor de rechter.
Vervolgen: De officier van de justitie kan ten slotte besluiten het dossier naar de rechtbank te sturen en een rechtszaak te beginnen.
V STRAFRECHT: DE RECHTER
Strafvervolging: Officier van justitie brengt de strafzaak bij een rechtbank door middel van een tenlastelegging, waarin precies de aanklacht tegen de verdachte staat geformuleerd.
Politierechter: kleine misdrijven, en grotere komen bij hem
Meervoudige kamer: Ernstige misdrijven komen hier voor de rechtbank, bestaande uit drie rechters.
Een rechtszaak bestaat uit 7 stappen:
1. Opening: rechter controleert persoonsgegevens, en verteld dat de verdachte niet verplicht is antwoord te geven.
2. Tenlastelegging of aanklacht: De officier leest de aanklacht voor.
3. Onderzoek: begint met ondervraging van de verdachte door de rechter, officier en zijn eigen advocaat. Verdachte hoeft niet aan zijn eigen veroordeling mee te werken. Getuigen en deskundigen moeten wel de waarheid spreken, ze staan onder ede. Als ze liegen kunnen ze een gevangenisstraf van maximaal 6 jaar krijgen.
4. Requistior: Verhaal wat de officier houd waarin hij probeert aan te duiden dat de verdachte echt schuldig is. En vraagt hij aan de rechter om een bepaalde straf (eis)
5. Pleidooi: Advocaat verdedigd de verdachte. Hij toont dingen aan en probeert strafvermindering of vrijspraak.
6. Laatste woord: De verdachte heeft het laatste woord. Hij kan spijt betuigen, zijn onschuld benadrukken of aangeven hoeveel schade hij zal ondervinden van een eventuele straf.
7. Vonnis: Nadat de rechter het onderzoek heeft afgesloten doet hij tenslotte uitspraak. De kantonrechter en de politierechter doen meteen na de rechtzitting uitspraak. Bij meervoudige kamer of gerechtshof duurt dit 2 weken.
Straffen: Ons land kent 4 soorten straffen
Vrijheidsstraf:
Taakstraf: Kan ter vervanging zijn van maximaal 6 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Dit kan een werkstraf of een leerstraf zijn. Dit moet wel nuttig werk zijn zoals bushokjes schoonmaken, werken met gehandicapten etc.
Geldboete: varieert van 220 tot 440.000 euro. Als je niet betaald moet je voor elke 50 euro een dag vervangende hechtenis uitzitten.
Bijkomende Straffen: Deze kunnen in combinatie met een van de bovenstaande straffen worden opgelegd. Belangrijkste: ontzegging van rijbevoegdheid, of van een bepaald beroep omdat de verdachte een ernstige verwijtbare fout heeft gemaakt.
Soms word een deel van de straf voorwaardelijk opgelegd. Dit betekent dat een verdachte de straf niet krijgt, onder voorwaarde dat hij binnen een bepaalde proeftijd niet weer een strafbaar feit begaat. Toch, dan moet hij de voorwaardelijke straf uitzitten EN de nieuwe straf.
De rechter kan behalve een straf ook een zogenaamde strafrechtelijke maatregel opleggen.
- Terbeschikkingstellen (Tbs) : Dit wordt gedaan wanneer iemand ten tijde van het misdrijf niet of verminderd toerekingsvatbaar is. Psychisch in de war. Het kan opgelegd worden voor 2 jaar maar kan daarna telkens met 2 jaar verlengd worden door de rechter. Ze hoeven niet mee te werken, maar zullen in dat geval zeker niet vrijkomen.
- Onttrekken aan het verkeer: van in beslag genomen goederen zoals wapens en drugs.
- Ontneming wederrechtelijk (= in strijd met de wet) voordeel: Dit is bedoeld om de veroordeelde zijn winst af te nemen die hij met misdrijven heeft gemaakt.
- Schadevergoeding aan het slachtoffer: Het vergoeden wat hij heeft vernield, zoals een kapotte ruit, doktersrekening, smartengeld enz.
Na het vonnis van de rechter kan zowel de veroordeelde als de officier van justitie in hoger beroep gaan. Gaat naar het rechtshof. Dit komt bij de meervoudige kamer van de rechtbank. De Strafzaak wordt dan helemaal opnieuw gedaan.
Daarna is er nog mogelijkheid om in 'cassatie' te gaan bij de Hoge Raad, die uitsluitend nagaat of het recht juist is toegepast.
Jeugdstrafrecht:
Haltbureau: Hier krijg je een taakstraf, met lichte misdrijven
Jeugdgevangenis: Hier kom je als je zwaardere misdrijven hebt gedaan. Daar wordt gewerkt aan achterliggende problemen zoals het leren omgaan met geld en het leren bedwingen van agressie.
Behandelcentrum: Bij ernstige persoonlijke stoornissen.
VI CRIMINEEL GEDRAG: HOE ONTSTAAT HET EN WAT DOEN WE ERTEGEN?
Veel mensen doen geen aangifte, omdat ze er van uitgaan dat de dader toch niet wordt opgepakt. Daarnaast worden sommige delicten niet ontdekt zoals dronken rijden, milieumisdrijven (hier is vaak geen slachtoffer die aangifte kan doen). Belanstingontduiking en zakkenrollerij (Misschien heb ik mijn portomonee wel ergens laten liggen?)
Hoe word crimineel gedrag veroorzaakt?
Maatschappelijke oorzaken zijn:
- Alcohol- en drugsgebruik: 1/3de van de misdrijven is onder invloed van alcohol.
- Pakkans: de pakkans is 16%, vrij laag dus.
- Minder Sociale controle: In steden leven mensen langs elkaar heen, en letten minder op elkaar
- Maatschappelijke achterstand: mensen zonder opleiding of baan vallen eerder tot crimineel gedrag.
- Betere beveiliging: de strengere beveiliging op banken, geldauto's en tankstations leidt tot overvallen op straat en gewone winkels.
Persoonlijke factoren:
Waarom word de een crimineel en de ander niet?
(zie blz.50)
Er zijn 2 soorten maatregelen om criminaliteit tegen te gaan: Tweesporenbeleid
Preventieve maatregelen zijn bedoeld om crimineel gedrag te voorkomen
(preventie = voorkomen)
Repressieve maatregelen zijn straffen die na het criminele gedrag worden opgelegd
(repressie = bestraffing)
Repressie en preventie sluiten elkaar niet uit, maar vullen elkaar juist aan
Preventie
Versterking van de sociale controle zorgt ervoor dat mensen minder snel strafbare feiten plegen.
Ook het tegengaan van vroegtijdige schoolverlaters, folders over hoe je je huis beter kunt beveiligen en zorgen voor meer banen zijn preventieve maatregelen.
Repressie
Sinds 1990 zien we een stijging van het aantal lange vrijheidsstraffen. Bij zware misdrijven kiest de overheid voor een hardere aanpak.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

T.

T.

SUPER! volgende week de laatste toets van dit jaar van maatschappij. Ontzettend bedankt!

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

M.

M.

Topsamenvatting! =)
Superbedankt!

6 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast