Regels en samenleven

Waardering=  Vinden dat iets of iemand waardevol is

Ouders vinden het belangrijk dat kinderen op tijd naar bed gaan, maar kinderen vinden dat belachelijk

Democratisch= Burgers hebben invloed op de regels van de samenleving door middel van verkiezingen

Maatschappijleer gaat over maatschappelijke problemen en dus niet over persoonlijke problemen

Maatschappelijk probleem:

1.       Het probleem heeft gevolgen voor grote groepen in de samenleving

  • Ook wel sociale problemen genoemd, omdat het probleem veel mensen raakt Drugsproblemen, fileprobleem

 2.       Het probleem ontstaat door maatschappelijke ontwikkelingen

  • Maatschappelijke probleem ontstaan omdat een samenleving beweeglijk is + sommige ontwikkelingen kunnen onbedoelde en onvoorziene gevolgen hebben  

 3.       Het probleem heeft te maken met tegengestelde belangen

  • Belangentegenstelling=Verschillende belangen die tegenover elkaar staan omdat ze verschillende mening erover hebben
  • Dilemma= lastige keuze uit 2 of meer mogelijkheden

 4.       Het probleem vraagt om een gemeenschappelijke oplossing

  • Ook wel politieke problemen genoemd, omdat politici een oplossing bedenken

Het vak maatschappijleer

Parlementaire democratie= Manier waarop politici in Nederland besluiten nemen

Pluriforme samenleving= Manier waarop mensen met verschillende achtergronden en opvattingen samenleven

Verzorgingsstaat= Manier waarop mensen voor zichzelf en elkaar zorgen

De kernbegrippen

Waarden= uitgangspunten die mensen belangrijk vinden en die ze daarom willen nastreven (idealen

Normen= opvattingen hoe je behoort te gedragen op grond van bepaalde waarde (sociale verplichting)

Belangen= het voor- of nadeel dat iemand ergens bij heeft

Macht= het vermogen om het gedrag van anderen dwingend te beïnvloeden

Machtsbron= bron om het gedrag van anderen te beïnvloeden, zoals geld, beroep, kennis

Dynamiek van de samenleving=het constant veranderen van normen , waarden en belangen

Sociale cohesie= de mate waarin mensen in een sociaal verband, zoals een land door onderlinge bindingen, het gevoel hebben bij elkaar te horen

Betrouwbaarheid

Objectief= feiten

Subjectief= mening

Communicatieruis

Communicatie= het doorgeven van informatie

  • Kan misgaan door: - de zender zendt info niet juist
  • De ontvanger ontvangt info verkeerd
  • Door informatieoverdracht ontstaan vooroordelen
  • Je spreekt dan van communicatieruis

Manipulatie= feiten expres weglaten zonder dat de ontvanger dit merkt

Propaganda= overdreven reclame maken om aanhangers te winnen

Indoctrinatie= systematische en dwingende beïnvloedingen met het doel eigen ideeën te presenteren en de mensen kritiekloos te laten accepteren

  • Komt voor in landen met een dictatuur

Selectieve perceptie= elke informatie wordt zodanig vervormd dat deze zoveel mogelijk past in ons referentiekader

Referentiekader= alles wat je bezit aan kennis, ervaringen, normen, waarden en gewoonten

-         De ‘bril’ waardoor je informatie filtert

Stereotypering= een vast beeld van een groep mensen aan wie je dezelfde kenmerken toeschrijft

Vooroordeel= het beoordelen van een persoon terwijl je de persoon nog niet kent

Discriminatie= het maken van onderscheid tussen mensen of groepen

Beïnvloeding door de media

Er zijn verschillende theorieën over de beïnvloeding van de media:

  1. Injectienaaldtheorie: De media beïnvloed de mensen door middel van indoctrinatie en manipulatie
  2. De multiple-step-flowtheorie: media heeft vooral een indirecte invloed via zogenoemde opinieleiders (= mensen om ons heen met veel informeel gezag, gezin school, werk)
  • Een man keek naar een debat tussen lijsttrekkers, de volgende dag zegt zijn collega dat de SP de beste was. De man denkt dat zijn collega veel verstand heeft van politiek. De man neemt de mening over van zijn collega
  1. De cultivatietheorie: mensen die veel tv kijken, kunnen de werkelijkheid gaan verwisselen met een televisiewerkelijkheid
  2. De theorie van de selectieve perceptie: als ontvanger neem je informatie nooit objectief waar en is er voordurend sprake van selectieve perceptie
  3. De agendatheorie: media bepaalt niet hoe mensen denken, maar waarover zij denken en met elkaar praten
  4. De Framingtheorie: de media presenteert een onderwerp vanuit een bepaalde invalshoek en daarmee de manier beïnvloeden waarop mensen over iets denken
  • De islam wordt vaak als een probleem omschreven met woorden als terrorisme, i.p.v. een geloof

 

 

                        

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.