RECHTSSTAAT 1tm7+9

Beoordeling 7.3
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 3735 woorden
  • 8 november 2009
  • 82 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.3
  • 82 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Par.1
De straffen in Nederlanden die worden opgelegd, hangen samen met ons rechtssysteem. In feite wordt ons gedrag en onze vrijheid van handelen bepaald en afgebakend door het recht. Er bestaan talloze wettelijk vastgelegde regels die ons gedrag beperken of ons juist bepaalde vrijheden geven.
Waarde: een belangrijk uitgangspunt, gebaseerd op geloof, traditie en gewoonte.
Norm: opvatting over hoe je je moet gedragen
Maatschappelijke normen: ongeschreven regels die de meeste mensen vanzelfsprekend vinden en die voort komen uit geloof, tradities en gewoonten. (niet in een korte broek naar een begrafenis, iemand een hand geven).

Rechtsnormen: gedragsregels die door de overheid wettelijk zijn vastgelegd. Ze kunnen voortkomen uit het oogpunt van doelmatigheid en ordening (iedereen fietst aan dezelfde kant van de weg), maar ze kunnen ook voortkomen uit normen en waarden (het recht op een bijstandsuitkering). Het is belangrijk dat rechtsnormen zo veel mogelijk overeenstemmen met de opvattingen die burgers hebben over goed en kwaad, want zo zullen de mensen zich er eerder aan houden.
Het verschil tussen maatschappelijke normen en rechtsnormen is dat rechtsnormen in de wet staat en maatschappelijke normen niet.
Rechtvaardigheid: mensen die het verschil tussen goed en kwaad zien. Sommige dingen gaan in tegen het gevoel van rechtvaardigheid van mensen, zoals: mensen die het niet terecht vinden dat je een bekeuring krijgt als je geen ID bij je hebt (ze betalen de boete niet en laten de zaak voor de rechter komen), Rita Verdonk die alle asielzoekers het land uit wilde zetten, sommige mensen vinden de straffen te laag die misdadigers krijgen.
Het belangrijkste onderscheid van het recht is het publiekrecht en het privaatrecht.

Publiekrecht (verticaal): regelt de inrichting van de staat en de relatie tussen burgers en de overheid.
-staatsrecht: hierin staan de regels voor de inrichting van de Nederlandse staat. Denk aan de bevoegdheden van de ministers, de rechten van een Tweede Kamerlid en hoe je als politieke partij mee kunt doen aan de verkiezingen.
-bestuursrecht: hierin staat de verhouding tussen burger en overheid centraal. Wie bijvoorbeeld een huis wil bouwen of een café wil beginnen, moet daarvoor een vergunning aanvragen. Tot het bestuursrecht behoren verder de ruimtelijke ordening en het belastingrecht. Maar het bevat ook allerlei bepalingen die je beschermen tegen de overheid. Als de gemeente bijvoorbeeld een nieuwe weg wil aanleggen, doen moet zij alle belanghebbenden de mogelijkheid geven bezwaar te maken tegen die weg.
-strafrecht: bestaat uit alle wettelijke strafbepalingen. De algemene regels en de strafbare feiten staan in het Wetboek van Strafrecht.
Privaatrecht (of burgerlijk recht)(horizontaal): regelt de betrekkingen tussen burgers onderling. (niet alleen mensen, maar ook bedrijven, een stichting of zelfs de overheid)
-personen- en familierecht: regelt zaken als het sluiten van een huwelijk, echtscheiding , geboorte, overlijden en het adopteren van kinderen.
-ondernemingsrecht: regelt de voorwaarden waaronder je een stichting, vereniging of een bv kan oprichten. Dit soort organisaties noemen we rechtspersonen, ook al zijn het geen mensen van vlees en bloed. Een stichting en een vereniging mogen niet als doel hebben om winst te maken, een bv mag dat wel.
-vermogensrecht: regelt alle zaken die te maken hebben met iemands vermogen en in geld zijn uit te drukken. Hiermee krijg je dus te maken als je overeenkomsten sluit, zoals een koop(overeenkomst), een huurovereenkomst of een arbeidsovereenkomst, regelen van een erfenis en het maken van een testament.
Er zijn verschillende rechten en plichten, zoals: de belastingplicht, leerplicht (iedereen tussen de 5 en 17 moet naar school), identificatieplicht en DNA-plicht. Verder ben je wettelijk verplicht om iemand in levensgevaar te helpen, doe je dit niet dan ben je strafbaar. Ook ben je verplicht aan een alcoholcontrole mee te werken.
Par.2
In 1789 kwam er een einde aan de absolute monarchie (hier heeft de koning(in) alle macht). In 1798 kreeg Nederland zijn eerste grondwet. De grondwet is het fundament van een samenleving waar iedereen op kan vertrouwen. Door de staatsman Thorbecke werd de grondwet in 1848 zodanig gewijzigd, dat de absolute macht van koning Willem 2 weg was. Geleidelijk aan werd Nederland een democratie. In 1917 kregen de mannen kiesrecht en in 1919 de vrouwen. Ook werden er in 1983 sociale grondrechten in de grondwet opgenomen. Vanaf dit moment kun je Nederland een sociale rechtsstaat noemen.
Rechtsstaat: onze rechten en plichten liggen vast in de wet: de overheid en burgers moeten zich houden aan de wet. Het uitgangspunt van de rechtsstaat is de gelijkheid en vrijheid van de burger en de bescherming tegen de macht van de overheid:
- Er is sprake van een machtenscheiding.
- Rechters zijn neutraal en onafhankelijk
- Grondrechten zijn wettelijk vastgelegd.
- De wet bepaald wanneer je strafbaar bent.
De machtenscheiding (trias politica) werd bedacht door de Fransman Montesquieu. Het is verdeelt in drie delen:
Macht Wetgevende macht Uitvoerende macht Rechterlijke macht
Wie? Regering (ministers) en parlement Regering (ministers) Onafhankelijke rechters
Wat? Stelt wetten vast waar de burgers zich aan moeten houden. Ervoor zorgen dat de goedgekeurde wetten worden uitgevoerd. Beoordeelt of mensen, rechtspersonen of de overheid wetten hebben overtreden en doet uitspraak in conflicten.
voorbeeld Leerplichtwet, identificatieplicht De arbeidsinspectie controleert of werkplekken voldoend veilig en hygiënisch zijn. Belastingsfraude
In Nederland zijn de machten niet volkomen van elkaar gescheiden. Zowel in de wetgevende als uitvoerende macht zijn ministers betrokken. Ze mogen wetsvoorstellen doen, maar ze moeten er ook voor zorgen dat een aangenomen wet wordt uitgevoerd. Zo wordt aan het beeld van Montesquieu niet helemaal voldaan.
Het belangrijkst van de trias politica is dat de machten elkaar controleren. Zo controleert het parlement of de ministers de wetten wel goed uitvoeren. Ook kan de rechter het parlement terugfluiten, als deze een wet aanneemt die strijdig is met Europese regels of een internationaal verdrag. Als een minister of kamerlid vindt dat er te mild gestraft wordt, kunnen zij een wetsvoorstel indienen. Zo’n evenwicht noemen we een stelsel van checks and balances (het controleren van machten).
Het feit dat rechters neutraal en onafhankelijk zijn, biedt ons een aantal garanties:
- het biedt de mogelijkheid om je recht te halen als je je benadeeld voelt door andere burgers.
- het biedt bescherming tegen ongeoorloofd overheidsoptreden. (gezellig schuurtje dat opeens dicht moet van de gemeente omdat het illegale horeca blijkt te zijn).
- het zorgt ervoor dat mensen geen eigen rechter gaan spelen, omdat misdadigers in een eerlijk proces hun verdiende straf krijgen.
Grondrechten kan je onderverdelen in:
-vrijheidsrechten: vrijheid van meningsuiting, godsdienst en onaantastbaarheid van het lichaam.
-gelijkheidsrechten: het gelijk behandelen van mensen, zoals het discriminatieverbod
-politieke rechten: kiesrecht, recht van vrije/geheime verkiezingen.
-sociale grondrechten: het recht op werk en het recht op woongelegenheid. Hier geldt een zorgplicht voor de overheid. Zo moet de overheid haar best doen om zoveel mogelijk banen te creëren, maar je kunt niet naar de rechter stappen en een baan eisen.
Klassieke grondrechten: vrijheidsrechten, gelijkheidsrechten en politieke rechten. Als de overheid een klassiek grondrecht van je schendt, kun je naar de rechter stappen en je gelijk halen.
Onze vrijheid is niet onbegrensd. Ook wij hebben plichten.
Over de strafbaarheid is een aantal belangrijke beginselen vastgelegd in het Wetboek van Strafrecht:
- Legaliteitsbeginsel: iets is alleen strafbaar als het in de wet staat.
- Strafmaat: in de wet staat bij ieder strafbaar feit een maximale straf.
- Ne bis in idem-regel: je kunt niet na een uitspraak van de rechter weer worden vervolgd als er opnieuw bewijs is gevonden.
Par.3
Wettelijke regels worden regelmatig aangepast, omdat de samenleving voortdurend in bewegen is, bijvoorbeeld: geen verbod op homoseksualiteit, ze kunnen nu ook trouwen met elkaar, nieuwe regels op het gebied van computercriminaliteit. Het is normaal dat rechtsregels worden aangepast, maar grondrechten verander je niet, want dit vormt het fundament van de rechtsstaat en kan je alleen met een twee derde meerderheid in het parlement wijzigen. Bovendien heeft Nederland het EVRM (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en Fundamentele Vrijheden), dit verdrag is bindend en verbiedt de aangesloten landen onder andere om de doodstraf in te voeren.

De rechtsstaat staat de laatste jaren toch ter discussie vanwege:

-Er is regelmatig een roep om zwaardere straffen
De laatste jaren zijn er veel meer criminelen zwaarder gestraft. Vooral in de laatste tien jaar, omdat in de samenleving een roep was om zwaarder te straffen. De straf op moord is verhoogd van 20 naar 30 jaar cel.
-De georganiseerde misdaad vraagt om een betere aanpak
De misdaad is zich steeds beter gaan organiseren, waardoor het opsporen veel moeilijker is geworden. Om de georganiseerde misdaad beter de bestrijden is sinds 2000 de Wet BOB (de Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden) van kracht. Zo heeft de politie bevoegdheid tot inkijkoperaties (in huizen inbreken voor eventuele bewijsmaterialen), agenten mogen doen wat normaal gesproken niet mag, zoals wapensmokkel.
-We hebben te maken met een wereldwijde terreurdreiging
Er was veel angst voor nog meer terroristische aanslagen na de aanslag op het World Trade Center (New York), daarom werden de opsporingsbevoegdheden in 2005 opnieuw uitgebreid met de Wet terroristische misdrijven. De belangrijkste verandering was de nieuwe definitie van verdachte (iemand waarbij een redelijk vermoeden van schuld bestaat). Er hoeft geen rede te zijn om de verdachte aan te houden. Als er aanwijzingen zijn dat iemand een terreurdaad aan het voorbereiden is, is dat voldoende om een opsporingsonderzoek te beginnen. Door deze nieuwe definitie schend je wel het grondwettelijke recht op privacy.
-Grondrechten kunnen botsen en staan soms ter discussie
Met name drie grondrechten kunnen botsen: de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van godsdienstuitoefening en het verbod op discriminatie. Je mag zeggen wat je vind, maar niet als je daarmee mensen discrimineert. Waar ligt nou eigenlijk de grens? Kan je bijvoorbeeld homoseksualiteit aanduiden als een besmettelijke ziekte? Om hier een antwoord op te krijgen moet aan de rechter een uitspraak worden gevraagd. De rechter maakt dan een afweging tussen de verschillende grondrechten.
Par.4
Rechtsbescherming: hier worden burgers door de grondwet beschermd tegen andere burgers, maar ook tegen machtsmisbruik van de overheid.
Criminaliteit: alle misdrijven die in de wet staan omschreven.
De overheid heeft meer macht dan wij, want de overheid moet zorgen voor rechtshandhaving en mag daarom bijvoorbeeld als enige geweld gebruiken (geweldsmonopolie). Maar de overheid mag niet te veel macht hebben. Ze mogen niet zomaar iedereen oppakken of je huis overhoop halen. Ook zij moeten zich aan de regels houden.
In de wet staat omschreven waar je voor veroordeeld kunt worden. Er is onderscheid gemaakt tussen misdrijven (ernstige strafbare feiten, zoals diefstal, mishandeling, moord en rijden onder invloed) en overtredingen (door rood rijden en te snel rijden). De meeste overtredingen en misdrijven staan in het Wetboek van Strafrecht. Er zijn ook aparte wetten zoals de Wegenverkeerswet en de Opiumwet (verbiedt het gebruik, invoeren en verhandelen van drugs).
Belangrijke verschillen tussen overtredingen en misdrijven zijn dat de mogelijke straffen hoger zijn bij misdrijven dat bij overtredingen. Ook staan misdrijven en overtredingen geregistreerd bij justitie. Vooral misdrijven zijn nadelig voor sollicitaties.
Het Strafproces: Aanhouding en opsporing
Politie en officier van justitie Vervolging
Officier van justitie Rechtszaak
rechter
Taak politie
Zonder toestemming:
-staande houden (vragen naar personalia)
-aanhouden/arresteren
-fouilleren (aan kleding en lichaam worden onderzocht)
-bewijsmateriaal in beslag nemen
-vasthouden
Met toestemming:
-woning binnentreden
-opvragen van gegevens
-DNA-opsporing
-infiltratie (strafrechterlijk onderzoek)
-langer vasthouden 3 opties:
-vervolgen (rechtszaak beginnen)
-transactie/ schikking (geldboete, taakstraf)
-seponeren (te weinig bewijs, klein vergrijp, als de verdachte al genoeg gestraft is) -aanklacht
-onderzoek
-Officier van justitie-requistor (straf)
-pleidooi advocaat
Par.5
De officier van justitie brengt een strafzaak bij een rechtbank aan door middel van een tenlastelegging. Een strafzaak begint bij de rechtbank. Eenvoudige strafzaken (winkeldiefstal) komen voor de politierechter die in zijn eentje rechtspreekt. Ernstige misdrijven als fraude en doodslag komen voor de meervoudige kamer, waar ze door drie rechters worden berecht. Een strafzaak is altijd openbaar, behalve als de verdachte minderjarig is of als in de zaak staatsgeheimen worden onthuld.
De verdachte krijgt voor het begin van elke terechtzitting een oproep of dagvaarding. Hierin staat de plaats en de tijd van de zitting. Deze dagvaarding wordt verstuurd door de officier van justitie (ook wel openbare aanklager genoemd). Iemand die geen advocaat kan betalen, krijgt een pro-Deoadvocaat, waarbij een kleine bijdrage wordt gevraagd. De verdachte staat niet onder ede en hoeft dus niet de waarheid te spreken, omdat hij niet aan zijn eigen veroordeling mee hoeft te werken.
Een rechtszaak bestaat uit zeven stappen:
1. Opening
Hier controleert de rechter de persoonsgegevens van de verdachte. De verdachte krijgt te horen dat hij goed moet opletten en niet verplicht is te antwoorden op vragen.
2. Tenlastelegging/ aanklacht
De officier leest de aanklacht voor
3. Onderzoek
Begint met de ondervraging van de verdachte door de rechter, de officier en zijn eigen advocaat. Ook kunnen getuigen of deskundigen door alle partijen worden opgeroepen en ondervraagd. Zij staan onder ede. Als ze liegen plegen ze meineed en kunnen ze een gevangenisstraf van maximaal zes jaar krijgen. De rechter kijkt of er geen fouten zijn gemaakt, zoals onrechtmatig verkregen bewijs, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte (bijv. de dagbesteding van de verdachte) en of de verdachte een strafblad heeft.
4. Requisitoir
Hierin houdt de officier een verhaal waarmee hij probeert aan te tonen dat de verdachte schuldig is en vraagt de rechter om een bepaalde straf (eis).
5. Pleidooi
De advocaat houdt het pleidooi, waarin hij de verdachte verdedigt. Hij zal proberen aan te tonen dat er onvoldoende bewijs is. Hij vraagt daarom meestal om strafvermindering of vrijspraak.
6. Laatste woord
De verdachte heeft altijd het laatste woord. Hij kan spijt betuigen, zijn onschuld benadrukken of aangeven hoeveel schade hij zal ondervinden van een eventuele straf.
7. Vonnis
Nadat de rechter het onderzoek heeft afgesloten doet hij ten slotte een uitspraak. De kantonrechter en de politierechter doen meteen na de rechtszitting of dezelfde dag een uitspraak. Bij een meervoudige kamer gebeurt dit na twee weken. Een rechter kan wanneer een verdachte schuldig is bevonden straffen en/of strafrechtelijke maatregelen opleggen (niet zelf verzonnen).
Ons land kent vier soorten straffen:
- Vrijheidsstraf
Straf waarbij iemand zijn vrijheid wordt ontnomen. De maximumstraf voor overtredingen is één jaar, bij de zwaarste misdrijven is de maximumstraf levenslang. De maximale tijdelijke straf is dertig jaar.
- Taakstraf
Hier moet de dader nuttig werk doen voor de samenleving, zoals bushokjes schoonmaken, plantsoenen onderhouden, werken met gehandicapten etc. De rechter kan kiezen uit een werkstraf of een leerstraf (cursus)
- Geldboete
Hier moet de overtreder een geldboete betalen, als je dat niet doet moet je voor elke 50 euro een dag in de cel.
- Bijkomende straffen
Deze kunnen in combinatie met een van bovenstaande straffen worden opgelegd, zoals ontzegging van de rijbevoegdheid en ontzetting uit een bepaald beroep of ambt (arts of advocaat die ernstige fouten heeft gemaakt).
De rechter kan behalve een straf ook een zogenaamde strafrechtelijke maatregel opleggen, zoals:
- Terbeschikkingstelling (tbs)
Deze maatregel wordt vooral gebruikt wanneer iemand ten tijde van het misdrijf ontoerekeningsvatbaar (iets waar hij niets aan kon doen doordat hij een geestelijke ziekte heeft) was. De dader wordt opgenomen in een tbs-kliniek waar hij wordt behandeld totdat hij is genezen. Tbs kan telkens worden verlengd door de rechter.
- Onttrekking aan het verkeer
Dit gebeurd als ze goederen, zoals wapens en drugs in beslag nemen.
- Ontneming wederrechtelijk (=in strijd met de wet) voordeel
Dit is bedoeld om de veroordeelde zijn winst af te nemen die hij met de misdrijven heeft gemaakt.
- Schadevergoeding aan het slachtoffer
Bijvoorbeeld: vergoeding van een kapotte ruit, een doktersrekening, smartengeld (vergoeding wat niet in geld uit te drukken valt) enz.
Na de vonnis van de rechtbank is er hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof, waar de strafzaak nog eens helemaal wordt overgedaan. Hierna kan de verdachte nog in cassatie (vernietiging van een vonnis) gaan bij de Hoge Raad, die uitsluitend nagaat of het recht juist is toegepast. Zowel de veroordeelde als de officier van justitie kunnen in hoger beroep. Alle overtredingen worden in eerste instantie door de kantonrechter behandeld en komen in hoger beroep terecht bij de meervoudige kamer van de rechtbank.
Kinderen onder de twaalf jaar zijn strafrechtelijk niet aansprakelijk voor hun daden, maar kunnen wel te maken krijgen met de Kinderbescherming. Voor jongeren tussen de twaalf en achttien is er het jeugdstrafrecht. Lichte misdrijven, zoals kleine diefstallen en vernielingen worden gedaan via het Haltbureau (taakstraf, niet via de rechter). Bij zwaardere misdrijven komen jongeren voor de kinderrechter. Zo kunnen jongeren in de jeugdgevangenis belanden. Als er sprake is van ernstige persoonlijke stoornissen kan de rechter ook een verblijf in een behandelcentrum opleggen.
Par.6
Nederlanders zien criminaliteit als een van de grootste maatschappelijke problemen. Zo durven ouderen ‘s avonds de deur niet meer uit en meisjes nemen na een avond stappen de taxi. De gevoelens van onveiligheid hebben vooral te maken met de angst voor geweld en worden versterkt doordat bepaalde misdrijven veel media-aandacht krijgen. De afgelopen jaren zijn de mishandelingen, straatroven, diefstal en berovingen drastisch gestegen. Niet alle criminaliteit stijgt. Zo zijn er minder inbraken in huizen, doordat ze goed beveiligd zijn. Ook zijn er minder slachtoffers door moord. Het zijn vaak familie drama’s of afrekeningen in het criminele circuit. Sommige mensen zijn bang om aangifte te doen of ze denken dat de dader toch niet gepakt wordt. Sommige delicten worden vaak niet ontdekt, zoals dronken rijden, zakkenrollerij en belastingontduiking.
Je kunt grofweg onderscheid maken voor de oorzaken van crimineel gedrag: maatschappelijke en persoonlijke oorzaken.
Maatschappelijke oorzaken:
-Alcohol en drugsgebruik

Ongeveer een derde deel van alle misdrijven word gepleegd onder invloed van alcohol. Omdat meer jongeren uitgaan, wordt er ook meer gedronken
-Pakkans (kans om gepakt te worden na het plegen van een strafbaar feit)
De gemiddelde pakkans als je een strafbaar feit pleegt is ongeveer 16 procent, dus vrij laag.
-Minder sociale controle
Vooral in steden leven mensen meer langs elkaar heen en letten ze minder op elkaar
-Maatschappelijke achterstand
Mensen zonder afgemaakte schoolopleiding en baan vervallen eerder tot crimineel gedrag.
-Betere beveiliging
De strengere beveiliging van banken, tankstations en geldauto’s heeft geleid tot meer overvallen op gewone winkels en mensen op straat.
Persoonlijke oorzaken:
-Biologische theorieën (Lombroso)
De gevangenisarts Lombroso beweerde dat je gevangenen kon herkennen aan bepaalde kenmerken, zoals een monobrauw.
-De bindingstheorie (Hirschi)
Beweerd dat in ieder mens een misdadiger schuilt, maar door familie, vrienden, en collega’s een rem vormt voor criminele neigingen.
-De aangeleerd-gedragtheorie (Sutherland)
Wanneer jongeren intensief contact hebben met anderen die al crimineel zijn, is de kans groot dat zij ook crimineel worden.
-De persoonlijkheidstheorie (Sigmund Freud)
Beweerd dat elke persoonlijkheid uit drie delen is opgebouwd (id, ego, superego). Wanneer de balans tussen deze drie verstoord raakt kan dit tot afwijkend of crimineel gedrag leiden.
-De anomietheorie (Merton)
Beweerd dat criminaliteit optreedt als mensen er niet in slagen hun levensdoelen te bereiken, doordat ze bijvoorbeeld geen diploma hebben behaald.
Om criminaliteit aan te pakken zijn er twee soorten maatregelen of terwijl een tweesporenbeleid:
-Preventieve (voorkomen) maatregelen
Deze zijn bedoelt om crimineel gedrag te voorkomen.
Zo blijkt er uit onderzoek dat mensen minder snel strafbare feiten plegen als ze in de gaten gehouden worden. (versterking van de sociale controle)
-Repressieve (bestraffing) maatregelen
Straffen die na het criminele gedrag worden opgelegd.
Repressie en preventie sluiten elkaar niet uit, maar vullen elkaar juist aan.
Par.7
Het grootste deel van de rechtzaken gaat over het burgerlijk recht. Iedereen vanaf 18 jaar kan een geschil (conflict) met een andere partij voorleggen aan een onafhankelijke rechter.
Eiser: degene die de zaak aan de rechter voorlegt.
Gedaagde: de persoon van wie iets wordt geëist en daarom voor de rechter wordt gedaagd.
Dagvaarding: een schriftelijke mededeling aan een persoon dat hij voor de rechter moet verschijnen.
Een burgerlijke zaak heeft meestal het volgende verloop:
-De zaak begint wanneer jij de gedaagde een dagvaarding laat sturen. Een dagvaarding bevat altijd de naam van de eiser, de eis (bijv. geen geluidsoverlast na 10 uur), de motivatie van de eis (waarom?), het tijdstip en de plaats van de rechtszaak.
-In zaken bij de kantonrechter hoef je geen advocaat te hebben, je mag zelf het woord doen of een slim familielid. Bij grote of ingewikkelde zaken bij de rechtbank moet je je wel laten vertegenwoordigen door een zogenaamde procureur (advocaat die optreed als procureur en alle regels weet). Bij burgerlijk recht hoef je niet persoonlijk te komen opdagen, maar mag je ook schriftelijk een reactie sturen. Vaak zal de rechter vragen om eerst zelf een oplossing te zoeken.
-Als je er samen niet uitkomt zal de rechter een vonnis uitspreken.
Na de behandeling van de zaak doet de rechter een uitspraak, de meest voorkomende veroordelingen zijn:
-Een schadevergoeding: als de rechter beslist dat de verliezende partij een schadevergoeding moet betalen, kan hij onmiddellijk loonbeslag laten leggen (dit doet een deurwaarder). Iedere maand wordt automatisch een deel van het loon betaald aan de winnaar, net zolang tot deze schadeloos is gesteld. Als ze niet betalen kan er beslag worden gelegd op (waardevolle) goederen, deze worden dan verkocht.
-Dwangsom: bedrag dat iemand moet betalen als hij bij een rechterlijk vonnis opgelegde verplichting niet nakomt. Als dit ook niet betaald wordt kan de deurwaarder beslag leggen op zijn goederen.
We maken onderscheid tussen twee soorten schade(vergoeding):
-Vermogensschade
Dit betreft de vergoeding van gemaakte kosten, van geleden verlies en van misgelopen winst. (Als je een ruit bij iemand hebt ingegooid, moet je de nieuwe ruit vergoeden of als je iemand hebt aangereden die daardoor niet kan lopen en werken, moet er salaris voor hem betaald worden. De verzekering betaald dit waar je verplicht verzekerd bent bij wettelijke aansprakelijkheid (WA-verzekering).
-Immateriële schade
Vergoeding wat dient als soort compensatie bij lichamelijk letsel.
Bijv. als een jongen door andermans schuld een arm breekt, kan de rechter immateriële schadevergoeding toewijzen. Dan betaal jij een bedrag waar hij iets leuks kan van kopen om de pijn te verzachten. Immateriële schade kan ook toegewezen worden wanneer een roddelblad leugens heeft verspreid over iemand.
Kort geding: een versnelde en vereenvoudigde procedure voor spoedeisende zaken.
Het kort geding wordt behandeld door de voorzieningenrechter die bij de rechtbank werkt. In sommige gevallen is de kantonrechter de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter geeft altijd in het kort een voorlopig oordeel in afwachting van een definitieve uitspraak in het normale burgerlijke proces (bodemprocedure: hier wordt een zaak uitvoerig bestudeerd).
Par.9
De overheid probeert burgers steeds meer te betrekken bij de preventie van misdaden, zoals een burgerwacht. De burgerwacht mag geen wapens dragen, maar wel iemand staande houden als ze zien dat er een misdaad wordt gepleegd. Dit is burgerarrest.
De bedoeling van het geven van straffen zijn bedoeld voor:
-wraak en vergelding: misdaad mag niet lonen
-afschrikking: als je weet dat je straf krijgt, zul je minder snel een misdaad plegen.
-voorkomen van eigenrichting: doordat een rechter straft, nemen mensen het recht niet in eigen handen.
-resocialisatie: met een straf probeert de overheid het gedrag van een crimineel te verbeteren, zodat hij zich aanpast aan de nomen van de samenleving.
-beveiliging van de samenleving: een misdadiger wordt opgesloten, waardoor er minder misdrijven gepleegd worden.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.