ADVERTENTIE
Ken je onze podcast al?

Ga je bijna studeren en wil je meer weten over het studentenleven? Luister dan naar seizoen 1 van onze podcast Studententijd. Oscar, David en Dienke vertellen eerlijk over studententhema's als hospiteren, daten, schoonmaken, verenigingen. Vanaf september nieuwe afleveringen!

Luister de podcast

Maatschappijleer Samenvatting Module 2 Hoofdstuk 1 en 2



- We maken een onderscheid in persoonlijke en maatschappelijke problemen.

- Bij maatschappelijke problemen heeft een groot aantal mensen hetzelfde probleem.

- Een politiek vraagstuk is een maatschappelijk vraagstuk wat op de politieke agenda staat.

- Het woord “politiek” betekent de gezaghebbende toedeling van waardevolle taken voor een samenleving.

- “Gezaghebbend” wil zeggen dat de machtsuitoefening voor een groot deel van de bevolking aanvaardbaar is.



- Bij politiek gaat het altijd om de afweging van verschillende belangen.

- Bij de toedeling in de politiek gaat het erom wie wat krijgt, waar, wanneer en in welke vorm.

- Beleid is het kiezen van doelen voor een bepaalde doelgroep en het inzetten van middelen in een te bepalen tijdsvolgorde.

- De overheid is de soevereine macht die uitgeoefend wordt door een staatshoofd en ministers met behulp van een ambtenarenapparaat.

- Met soeverein bedoelen we het hoogste gezag op een bepaald grondgebied.

- De overheid heeft twee monopolies, het legitieme gebruik van geweld en het recht om belasting te heffen.

- Bij een staat gaat het om een groep mensen, op een bepaald grondgebied, die geregeerd wordt door een soevereine macht.

- Met staatsgezag bedoelen we dat het volk vertrouwen heeft in de overheid.

- Macht is het vermogen om je wil aan andere op te leggen, desnoods tegen hun wil.

- Politieke macht is het vermogen om de politieke besluitvorming mede te bepalen.



- Gezag is van toepassing als mensen de zeggenschap van anderen als juist accepteren, gezag is de bevoegdheid tot het uitoefenen van macht.

- Politieke macht en gezag kunnen gebaseerd zijn op verschillende factoren.

- Wanneer een leidinggevende persoon bevelen uitdeelt en dreigt noemen we dit autoritair gedrag.

- Politici met een persoonlijke aantrekkingskracht of uitstraling hebben charisma.

- De overheid zorgt voor zaken van algemeen belang ofwel collectieve goederen.

- De Nederlandse overheid heeft die hoofdtaken: - openbare orde en veiligheid

- sociaal economische zaken (denk aan: werkgelegenheid, sociale zekerheid)

- sociaal-culturele zaken (denk aan: welzijn, onderwijs, volksgezondheid)

- In de loop van de geschiedenis is in Nederland de verzorgingsstaat ontwikkeld.

- Nadelen van de verzorgingsstaat: - toenemende afhankelijkheid onpersoonlijke instellingen,

- afnemende persoonlijke zorg,

- toenemende individualisering,

- een toename van het aantal regels.

- De toename van het aantal regels noemen we bureaucratisering.

- Om het wat overzichtelijker te maken wordt er gedereguleerd.

- Constitutie is een ander woord voor grondwet.

- In onze constitutionele monarchie wordt de macht van de koning bepaald en beperkt door de grondwet.

- Bij een parlementair stelsel moet het kabinet het vertrouwen van het parlement hebben.

- Bij een parlementaire monarchie is er sprake van principiële gelijkwaardigheid van de burgers, besluitvorming bij een meerderheid van stemmen, rekening houden met de rechten van minderheden, de macht van de overheid wordt gelegitimeerd en de regering is verantwoording schuldig aan de volksvertegenwoordiging.

- In een rechtstaat gelden de regels niet alleen voor de burgers maar ook voor de overheid.

- In een rechtstaat is er: - een scheiding van machten,

- openbaarheid van bestuur,

- een stelstel van vrije verkiezingen,

- een rechtsorde.

- Er is een scheiding van de wetgevende macht, de uitvoerende en de rechterlijke macht.

- De belangrijkste rechten zijn de politieke en sociale grondrechten.

- Het bestuur van Nederland berust op legaliteitsbeginsel. Wie een wet van de overheid overtreedt, kan daarvoor vervolgd worden en straf krijgen.

- In Nederland kiezen we volgens hert systeem van evenredige vertegenwoordiging.

- Hierin kan een minderheid ook een plaats in de tweede kamer krijgen, wat in de het Verenigd Koninkrijk en de VS niet kan.

- Met representatie bedoelen een systeem of procedure waarmee burgers vertegenwoordigers kiezen met een beleid.

- Representativiteit is de mate waarin het beleid overeenkomt met wat de kiezer voor ogen heeft.

- Vaak doen zich representatie knelpunten voor.

- De overheid is georganiseerd in drie lagen: rijk, provincies en gemeenten, al deze lagen hebben aparte organen voor het uitvoeren van hun werk.

- Voor de belangrijke zaken regeert de Provinciale Staten de provincie.

- In een gemeente regelt de gemeenteraad de belangrijke zaken en de kleinere zaken worden door het College van B&W of ambtenaren behandeld.

- Met behulp van modellen kan je een proces beter begrijpen. Een model heeft verschillende fasen: - invoer (input): De eis gaat door de poortwachter naar de

tweede fase toe. De poortwachter heeft een zeeffunctie.

- omzetting (conversie): de omzetting van de eis. Dit valt uit-

een in agendavorming, beleidsvoorbereiding en beslissing.

- uitvoer (output): de politieke besluiten en de uitvoering daarvan.

- terugkoppeling (feedback): reacties van de samenleving op het besluit. Soms aanleiding tot nieuwe invoer.

- De omgeving is van invloed op deze fases.

- Het politieke systeem wordt beïnvloed door de omgeving.

- Er zijn veel verschillende factoren van invloed op het politieke systeem.

- Input gebeurt meestal door personen en organisaties of door de massamedia.

- Poortwachters vertalen de maatschappelijke behoeften in politieke verlangens en eisen.

- Een actor is een vertegenwoordiger van het politieke systeem die ervoor zorgen dat bepaalde eisen op de politieke agenda komen.

- Steun verdelen we in actieve en passieve steun.

- Omzetting verdeel je in drie fases:

1. Politieke agendavorming: Publieke problemen verschijnen op de politieke

agenda als de beleidsmakers er te maken mee krijgen. Dit hangt van veel dingen af.

2. Beleidsvoorbereiding: De voorbereiding op het maken van het beleid, verzamelen en analyseren van informatie en uitdenken en opschrijven.

3. Beleidsbepaling: Na de beleidsvoorbereiding neemt de politiek een besluit.

- De output bestaat uit politieke besluiten van de regering.Ook de uitvoering hoort hierbij.

- Als een besluit is genomen, komen de bezwaren. Dit is de terugkoppeling, de feedback.

- Evaluatie is het veranderen van een bestaande wet, een onderdeel van de feedback.

- Verschillende personen, groepen en organisaties zijn bij de fasen van het politiek-systeemmodel betrokken.

- De regering heeft als taken: medewetgeving, en voorbereiding en uitvoering van het overheidsbeleid.

- Het parlement heeft als taken: medewetgeving en het controleren van het regeringsbeleid.

- Kortom: de regering voer beleid uit en het parlement controleert dit beleid.

- Het parlement heeft formele middelen, middelen die nauwkeurig omschreven staan.

- Er zijn middelen op het terrein van medewetgeving en er zijn formele controlemiddelen.

- Het parlement en de regering beschikken beide over middelen om de wetsvorming te beïnvloeden.

- Ambtenaren hebben officieel geen macht, maar hebben vaak veel invloed op het politieke proces. Ze worden daarom ook wel de vierde macht genoemd.

- Door vele knelpunten werkt de democratie niet altijd goed. Deze zijn niet altijd op te lossen.

- Er zijn knelpunten doordat de omgeving aan ons politieke systeem beperkingen oplegt.

- Een referendum is een volksstemming die mogelijkheden biedt om tussentijds uitspraken te doen over het te voeren beleid. Het geeft directe invloed aan kiezers.

- Het referendum heeft zo zijn voor- en nadelen.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.