Politieke besluitvorming H2

Beoordeling 7.4
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • Klas onbekend | 2221 woorden
  • 2 april 2002
  • 24 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.4
  • 24 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Toets politieke besluitvorming H2

Wat is een parlementaire democratie? :

Democratie is dat burgers ook invloed kunne uitoefenen op de besluiten van de overheid, d.m.v. stemmen, acties of verkiezingen houden.
Er zijn 5 punten die bij een Democratie aanwezig moeten zijn:
1 Algemeen kiesrecht
2 “Verkiezingen” In Nederland kiezen we om de 4 jaar een nieuw Parlement. Dit parlement neemt besluiten over wetten en controleert de regering. De regering is het dagelijkse bestuur van een land, en blijft regeren zolang de meerderheid van het parlement het met de regels van de regering eens is.
Dictatuur is het besturen van een land door een man of een bepaalde groep, waarbij de burgers geen invloed kunnen/ mogen

hebben op de mening van de man of groep. De burgers kunnen hiervoor zelfs gestraft of gedood worden.
3 Vrijheid van meningsuiting. Mensen kunnen vrij hun mening geven d.m.v. kranten toespraken en of radio en t.v.
Zonder dat ze hiervoor gestraft worden.
4 Vrijheid van vereniging of vergadering. Dit houdt in dat je organisaties mag oprichten, waarbij bij mensen de zelfde ideeën hebben.
5 Er is ook de machtenscheiding. Dit houdt in dat de 3 machten gescheiden blijven. Dit is gebaseerd op de Trias politica om misbruik van een macht te voorkomen.>
- Wetgevende macht> ligt bij het parlement.
- Uitvoerende macht> ligt bij de regering/ koning.
- Rechtsprekende macht> ligt bij de rechter.

De sociale voorwaarden die voor een democratie gelden zijn:
- Gunstige sociale ontwikkeling; lonen en winsten kunnen omhoog en er is werk voor iedereen.
- Sociaal economische gelijkheid; doordat er grote verschillen zijn in opleiding werk en kansen hierdoor kunnen de wat geleerdere mensen sneller in contact komen met bovenlaag>regering.

- Politieke cultuur;dit betekend dat conflicten worden beslecht door verkiezingen, gesprekken en onderhandelingen.
Ø Hierbij speelt tolerantie ook een grote rol spelen; mensen moeten respect hebben voor andermans mening.
- Organisaties; burgers hebben het recht verenigingen op te richten waarbij een groep dezelfde mening heeft. Zodat zij belangen van deze groep eerder door laten komen en doordat het met meerdere mensen tegelijk is hebben ze grotere invloed.
- Militairen; Deze hebben geen invloed op de politiek. Echter kunnen ze door geweld gebruiken wel dreigen hun zin te krijgen en daarmee kunnen ze democratisch genomen besluiten ongedaan maken.
- De staat; Als deze goed functioneert krijgen mensen meer vertrouwen en hebben ze dezelfde mening dat conflicten op democratische wijze opgelost kunnen worden.
- Etnische groepen; Als die er niet zijn in een land betekend dat meteen dat het beter gaat met de economie en functioneert de staat ook beter. Als er wel etnische groepen zijn houd dit het omgekeerde in. Bijv, ex-Joegoslavië.

Regels die voor Iedereen gelden heten> wetten. Deze wetten gelden binnen een bepaald land of staat. Een staat heeft 3 kenmerken:
1 Er is precies een afgebakend stuk grond. De grenzen zijn bijvoorbeeld een rivier of bergen, deze zijn natuurlijk gevormd in loop der jaren.
2 Binnen dit gebied leeft de bevolking met vaak zelfde geschiedenis, taal en religie.
3 De staat> overheid, heeft binnen dat gebied het hoogste gezag, dit betekend dat de overheid met fysiek geweld mag optreden tegen overtreders van deze wetten.
De overheid beschikt over deze macht> gezag word dit ook wel genoemd als de macht juist word aanvaard, en dus juist word gebruikt tegen burgers.
De overheid gebruikt niet alleen macht, ook mensen>bevolking speelt een rol hierbij, omdat zij het eens zijn met de gemaakte regels van de overheid.

Wat is een rechtsstaat en wat zijn mensenrechten? :

In een land bestaan verschillende “groep” mensen: bejaarden, werklozen, allochtonen en arme/ rijke mensen.
Deze groepen hebben allemaal verschillende belangen. Zo willen bejaarden een salaris na een bepaalde leeftijd zodat zij niet meer hoeven te werken. En allochtonen willen graag een onderkomen in Nederland omdat ze in hun eigen land niet meer kunnen leven.
Doordat de overheid rekening houd met al die belangen zorgen ze ervoor dat er geen conflicten ontstaan tussen deze groepen.
Politiek is een klein woord voor alles wat met de overheid te maken heeft. De overheid voert een beleid ( proberen een doel te bereiken met doelgericht gebruik van bepaalde middelen). Zoals meer geld voor bepaalde instellingen en de scholing van werklozen te verbeteren.
Een rechtsstaat is een staat waar alle burgers zich aan gelijke wetten moeten houden, zoals “iedereen in Nederland moet gelijk worden behandeld ook al is de afkomst of geloof anders dan die van anderen. Iedereen moet zich aan deze wetten houden. Ook de overheid moet deze wetten nastreven.
Er is ook de machtenscheiding. Dit houdt in dat de 3 machten gescheiden blijven. Dit is gebaseerd op de Trias politica om misbruik van een macht te voorkomen.>
- Wetgevende macht> ligt bij het parlement.
- Uitvoerende macht> ligt bij de regering/ koning.
- Rechtsprekende macht> ligt bij de rechter.
Een rechtstaat is ook wel een goede democratie. Dit betekent dat alle rechten van de burgers gegarandeerd zijn.
Mensenrechten oftewel “grondrechten”.
Hierbij word er onderscheid gemaakt tussen sociale en klassieke grondrechten.
Klassiek grondrechten zijn rechten die al heel langbestaan en die voor iedereen in een democratie gelden:
- Vrijheid van godsdienst.
- Vrijheid van drukpers/ meningsuiting.
- Vrijheid van vereniging, vergadering en demonstratie.
- Onaantastbaarheid van het lichaam
- Bescherming tegen willekeurige huiszoeking
- Brief-, telefoon-, telegraafgeheim

Deze grondrechten stellen grenzen aan het optreden van de overheid.

Sociale rechten. Dit zijn rechten over de “nodige” behoeften van de mens.
Zoals recht op:

- Eten
- Onderdak
- Onderwijs
- Gezondheidszorg

Welke opvattingen horen bij welke partij?

In een Democratie kun je aanhanger zijn van bepaalde politieke partijen. Deze partijen kun je opsplitsen in bepaalde opvattingen of ideeën over bepaalde dingen. Zoals: scholing, werk, uitkeringen of milieu.

Vaak worden politieke partijen opgedeeld in een linkse of een rechtse partij.
· De linkse partij vind dat de overheid meer in moet ingrijpen bij sociale ongelijkheid.
· De rechtse partij denkt dat als de overheid zich er teveel mee bemoeid dat de vrijheid van mensen dan in gevaar komt.

Liberalisme: Hecht veel waarde aan vrijheid. De mensen moeten zo veel mogelijk zelfstandig gaan leven zonder dat de overheid zich maar iets teveel met de liberalen bemoeid. Wel moet de overheid zorgen voor Veiligheid, onderwijs en gezondheidszorg. Ook uitkeringen zijn nodig maar die moeten niet “te” hoog zijn zodat het niet kan leiden naar misbruik.
Partijen: VVD ( Volkspartij voor Vrijheid en Democratie)

Socialisme: Socialen zijn voor actieve deelneming van de overheid, deze moet zorgen voor gelijke kansen op economisch als sociaal gebied. Ook herverdeling vinden zij een goede zaak: mensen met een hoog inkomen moeten ook veel belasting betalen.
Partijen: PvdA( partij van de Arbeid) Deze partij heeft grote rol gespeeld in opbouwen van sociale voorzieningen in Nederland.
Groenlinks (GL) vestigt zich op milieu problemen en Socialistische Partij (SP)

Christen democraten: Deze partijen richten zich vooral op opvattingen uit de bijbel. Zij benadrukken dat het functioneren van de maatschappij met z’n allen moet en dat alles gezamenlijk moet worden opgelost. Hierbij speelt de overheid, de vrouwen en de organisaties een grote rol in.
Partijen: CDA( christen-democratische- appèl) deze partij is uit twee protestantse partijen en 1 katholieke partij ontstaan.

Andere stromingen:
Alle partijen hebben bepaalde opvattingen over bepaalde regels/ wetten van de overheid, daarnaast zijn er ook partijen die zich richten op een bepaald punt: de “one-issue partijen” . De bekendste partij is de CD ( Centrumdemocraten ) Deze partij keert zich vooral tegen de in Nederland wonende allochtonen. Zij krijgen de schuld Van de CD van de werkloosheid en van de woningnood en Criminaliteit.

Hoe is de politieke besluitvorming gereld en wat is de rol van regering en Parlement.

Bij Prinsjesdag kun je zien dat Nederland in democratie maar ook in Monarchie leeft. De koningin kan geen grote besluiten nemen maar heeft wel invloed. Voor alles wat zij zegt zijn de ministers verantwoordelijke en als er iets is moet je bij hun zijn.Op Prinsjesdag
Leest de koning de plannen voor van de regering voor het aankomende jaar. Enkele mensen geven hun menig over verbeteringen die kunnen worden gedaan in het volgende jaar. Elke 4 jaar kun je op deze aangewezen mensen stemmen en worden ook mensen voor de 2e kamer(belangrijkste deel in volkskerktegenwoordigheid) verkozen, voor de Provinciale staten (volksvertegenwoordiging in elk van de 12 provincies) , de gemeenteraad( volksvertegenwoordiging in elk van de 550 gemeenten), het europees parlement(eens in de 5 jaar volksvertegenwoordiging in de Europese Unie) en voor deelgemeenteraden voor de grote gemeenten zoals Rotterdam en Amsterdam.

Alle Nederlanders die 18 jaar of ouder zijn mogen stemmen. Actief kiesrecht
Daarnaast hebben zij Passief kiesrecht. Zij kunnen verkozen worden als lid van 2e kamer of andere vertegenwoordigende lichamen.
Alle burgers mogen 1 stem uitbrengen meestal word er gestemd op de lijsttrekker, de bovenste persoon van de lijst.

De regering
Na de verkiezingen moet er een regering worden gevormd uit partijen die samen de meerderheid hebben in de 2e kamer. Doordat het verschillende partijen zijn moet er een “moeizaam” overleg plaats vinden> kabinetsformatie.
De 2e kamer telt 150 zetels, die moeten verdeeld worden. In Nederland geldt het evenredige vertegenwoordiging. Dit betekent het aantal zetels is gelijk aan het aantal stemmen. Een partij met 10% van de stemmen krijgt dus 15 zetels op 1 zetel te bemachtigen heb je 1/150 = 0,67% van het aantal stemmen nodig.
Regeerakkoord; hierin staan de plannen voor de aankomende 4 jaar. Een coalitiekabinet is een kabinet waarin verschillende partijen deelnemen.
Het kabinet word geleid door de minister-president of premier. Ministers hebben de leiding over een departement of ministerie. Daar werken weer ambtenaren die het beleid uitvoeren. Voor sommige taken zijn er staatssecretarissen dat zijn onderministers die verantwoordelijk zijn voor deel van het beleidsterrein van het ministerie. De regering moet zorgen dat wetten worden uitgevoerd en nageleefd. Staten generaal staat gelijk aan: vertegenwoordiging, parlement, 1e- en 2ekamer samen.
Het parlement heeft 2 belangrijke taken:
- Wetgeving; Alle wetsvoorstellen moeten door het parlement worden goedgekeurd; eerst door 1e- en daarna door 2e kamer.
- Controleren van de regering

Wetgeving
Voor wetgeving heeft het parlement een aantal rechten:
· het begrotingsrecht. De jaarlijkse begroting die is opgenomen in de miljoenen nota ( deze word op prinsjesdag opgelezen).
· Amendement; dit geld als kamerleden een meerderheid van de stemmen kunnen uitbrengen op wetsvoorstel.
· Initiatief; als de kamerleden een nieuwe wet willen en de regering er niet mee komt kunnen ze een wetsontwerp indienen.

De weg van een wet’s voorstel:

1 De regering maakt een wetsontwerp, hiermee moeten de ambtenaren het eens zijn.
2 De regering stuurt het ontwerp naar de 2e kamer, deze bekijkt de mogelijkheden en of de wet eventueel wel echt nuttig is. Specialisten onderzoeken de nieuwe wet.
3 Nadat de meerderheid voor de nieuwe wet heeft gestemd, gaat ie naar de 1e kamer. De 1e kamer mag de wet alleen goed of fout keuren en dus niet aanpassen.
4 Ten slotte zetten de desbetreffende ministers en de koningin hun handtekening onder de wet, deze word vervolgens gepubliceerd. Als een minister of koningin het niet eens is met de wet en ze niet willen tekenen zouden ze moeten aftreden.

Controle
Om de regering te controleren gebruiken de 1e- en 2ekamer de volgende middelen:
- Vragen stellen
- Het houden van interpellatie; dat is een spoed debat waarbij een minister uitleg moet geven.
- Enquêtes instellen; het bijv, op tv verschijnen en daar onder ede antwoorden geven op bepaalde vragen van de kamerleden.
Een kabinetscrisis is wanneer kamerleden vinden dat ministers te grote fouten maken en een motie van wantrouwen word ingediend. Hierdoor zou de desbetreffende minister aftreden of het hele kabinet.

Wie hebben invloed en waarom?
Bij de voorbereiding van besluiten spelen ambtenaren een grote rol” de vierde macht”. Ze hebben veel invloed op wetsontwerpen en hebben de tijd om hier aan te werken en kunnen zo een voorsprong op de regering en het parlement opbouwen.
Doordat de maatschappij het soms niet eens is met de regering ontstaan er PRESSIEGROEPEN. Dat zijn groepen die zich richten op een deel van het overheidsbeleid zoals: onderwijs, economie en milieu. Als een pressiegroep in actie komt moeten de partijen de belangen afwegen.
Pressiegroepen doen niet mee aan verkiezingen voor vertegenwoordigende lichamen. Partijen wel.
Pressiegroepen zijn voor het grootste deel belangengroepen. Ze willen de belangen van hun “soort” zoals vrouwen, gehandicapten, blinden sterker naar voren laten komen.

Actie groepen
Als er iets gebeurd waar een groot aantal mensen het niet mee eens is kunnen ze in actie komen met deze groep. Ze laten het weten dat ze het niet met bijv: de overheid, eens zijn. Dit gebeurt d.m.v. folders, handtekeningen verzamelen oproepen in krant of t.v.
Als het niet is gelukt kunnen ze een alternatief plan instellen. Een plan waarbij de dingen aan bot komen waar jij het mee eens bent en de overheid bijv ook.
Een bezwaarschrift kan worden ingediend als er geen andere mogelijkheden zijn het word als ware in “hoger beroep” genomen.
Hier moet het rijk dan beslissingen overgaan nemen.

Referendum
Nederland is een representatieve democratie met een regering die altijd een coalitie is van twee of meer partijen. Daardoor kunnen kiezers nooit een directe mening geven over een kwestie. Misschien keren burgers zich daarom af van de politiek.
Misschien dat een referendum verlichting biedt. Referentie houdt in je mening geven en die van zo veel mogelijk burgers in een zo’n kort mogelijke tijd. Of je mening geven over iets waar je het niet eens bent. Als er een nieuwe wet komt en je een meerderheid van de stemmen van de kiezers kunt krijgen gaat de wet niet door.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

W.

W.

Ja bedankt namens ruth en mij voor de samenvatting!!!!!!!

-xxxxxxxxxxxxxxxxxxxx-

Wouter

20 jaar geleden

L.

L.

EEEEJ Kimmetje:D,
Ik keek ff op deze site en zag toevallig jou samenvatting ertussen staan!!!:P
Dus je weet, hè?!?!
Als ik een onvoldoende heb breek ik elk botje van jou:P haha!!
Maar ik vind je dan nog wel heel lief hoor:)!!!
Doeii(K)(L)(K)
kus Laure

17 jaar geleden