politiek

Beoordeling 1
Foto van S.
  • Samenvatting door S.
  • 4e klas vwo | 1118 woorden
  • 20 februari 2016
  • 1 keer beoordeeld
  • Cijfer 1
  • 1 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

1 wat is politiek



Politiek: de wijze waarop een land wordt bestuurd. Hierbij worden besluiten genomen over kwesties die van algemeen belang zijn.

Wij drijven ook politiek, het kan namelijk ook worden omschreven als: bbb; opkomen voor je belangen en de machthebber(s) zodanig te beïnvloeden zodat deze een gunstige beslissing gaat/gaan nemen.

Een land kan op twee manieren worden bestuurd:




  •  efficiënt besturen: wordt vooral geldt op doelmatig resultaat.

  • Maximale participatie van burgers: een proces van democratische besluitvorming met een zorgvuldige afweging van verschillende belangen.



Dictatuur:




  • Drie machten; wetgevende, uitvoerende en rechtelijke macht, zijn niet gescheiden maar in een kleine groep mensen.

  • Burgers hebben geen invloed en kunnen hun rechten (als ze die hebben tenminste) niet opeisen)

  • Het is geen rechtstaat.

  • Soms een parlement maar die gaat met alles akkoord, zijn vriendjes van de machthebbers.

  • Beperkte individuele vrijheid: grondrechten over vrijheid en privacy bestaan niet of zijn heel beperkt.

  • Geen politieke vrijheid, tegenstanders worden geïntimideerd/gevangengezet/gemarteld

    /vermoord. Soms schijnverkiezingen, de machthebbers winnen altijd (door fraude).

  • Overheidsgeweld; verdedigen de macht.

  • Geen onafhankelijke rechtstaat; rechters zijn vriendjes van de machthebbers.

  • Massamedia en kunstuitingen staan onder censuur v/d overheid. Informatie via internet wordt gefilterd en kritische bloggers worden gearresteerd. De ontwikkeling v/d media maakt het lastiger.



Er zijn twee verschillende dictaturen:



Autocratische dictatuur: 1 leidersfiguur is het gezicht v/d macht, soms wordt deze geholpen door een junta; een regering die grotendeels uit militairen bestaat. De bevolking wordt onderdrukt maar doordat er geen ideologie aanwezig is bestaat er vaak enige godsdienstvrijheid en economische speelruimte.

Totalitaire dictatuur: als een groep mensen of partij de macht grijpt via een ideologische revolutie. Politieke invloed is alleen weggelegd voor mensen die de ideologie onvoorwaardelijk steunen. Alles is gereguleerd; politieke, economische en sociale leven. Er is spraken van indoctrinatie: bevolking krijgt de partij ideologie met de paplepel ingegoten.

Een vorm van totalitaire dictatuur is theocratie; godsdienst is verheven tot staatsideologie.



Democratie: het volk regeert.

Direct zeggenschap komt niet meer voor. Referendums zijn een overblijfsel en komen nog wel voor.

Referendum: een volksstemming over een bepaald wetsvoorstel.

representatieve democratie:




  • indirecte democratie.

  • Hoofdkenmerk: het volk vertegenwoordigers kiest die de beslissingen nemen en met een zekere regelmaat bij verkiezingen verantwoording moeten afleggen voor hun beleid aan het volk.

  • Er is spraken van trias politica. Daardoor meestal ook een rechtsstaat waarin burgers rechten en vrijheden hebben die door de overheid worden gerespecteerd.

  • Individuele vrijheid

  • Er gelden politieke grondrechten

  • Politie en leger hebben beperkte bevoegdheden.

  • Er is onafhankelijke rechtsstaat.

  • Persvrijheid.



Binnen landen met een representatieve democratie wordt er onderscheid gemaakt tussen twee stelsels:

parlementair stelsel: participatie v/d bevolking weegt zwaarder. Hoogste machtsorgaan; rechtstreeks gekozen parlement, op basis van de samenstelling daarvan wordt het kabinet geformeerd van ministers en staatssecretarissen; leggen voortdurend verantwoording af bij het parlement, indirect aan het volk.

Als er dan ook nog spraken is van een niet-gekozen staatshoofd; koning(in), van wie de macht wordt beperkt door de grondwet is er spraken van een Constitionele monarchie.

Presentiëlen stelsel: bevolking kiest parlement en president, die heeft ook veel macht; staat aan het hoofd van de regering, uitvoerende macht en kan naar eigenkeuze ministers benoemen/ontslaan. Om zijn macht te beperken mist hij/zij (in veel landen) het ontbindingsrecht: recht om parlement te ontbinden.



Vrijheid en gelijkheid in de grondwet:




  • Taken van bevoegdheden van de drie politieke machten staan nauwkeurig in hoofdstuk 2,3,5 en 6omschreven.

  • Alle Nederlanders vanaf 18 jaar hebben recht om te kiezen of verkozen te worden, iedereen mag een politieke partij of vereniging oprichten, demonstreren of op een andere manier mening uiten.

  • Regels voor politieke besluitvorming zijn vastgelegd.

  • De overheid laat de media vrij, maar moet er ook voor zorgen dat de media over de juiste informatie kan beschikken.



Oligarchie (Robert Michels): heerschappij van weinigen: dit gebeurt wanneer zodra de politici de macht naar zich toe trekken. Zij worden daarin gesteund doordat de grote massa een sterke leider prefereert die het land/organistatie strak bestuurd. Deze wens ontstaat wanneer de bevolking onverschillig is.

Deze wetmatigheid bestaat bijvoorbeeld in de regentencultuur:

NL: Politici en bestuurders regelen onderling de politieke zaken en schuiven elkaar de belangrijkste baantjes toe. Dan wordt er minder namens en meer over het volk geregeerd.

Dictatuur:  om zijn macht te handhaven heeft een autocratische leider adviseurs en stromannen nodig (machtige ondernemers/ministers/generaals). De macht is dus in handen van een kleine politieke elite.



Hier recht tegen over staat: er komt verlangen naar meer democratie naar maten de welvaart toeneemt. Uiteindelijk zullen alle landen democratisch worden. (Seumour Lipset) (vb. val v/d communistische dictaturen in Oost-Europa).  





Politieke stromingen



Ideologie: een samenhangend geheel van ideeën over de mens en de gewenste richting van de samenleving. De standpunten die hier uit voortkomen hebben te maken met drie aspecten:




  • Normen en waarden die voor iedereen in de samenleving gelden. Het gaat vooral over de grenzen v/d individuele vrijheid.

  • De gewenste sociaaleconomische verhoudingen van de samenleving: wat is een eerlijke verdeling v/d welvaart?

  • De gewenste machtsverdeling in de samenleving. Moeten werknemers meer te zeggen hebben in hun bedrijf of is het beter als de directie de besluiten neemt?



Progressief: vooruitstrevend, veranderingsgezind gericht op de toekomst. Progressieve politici benadrukken de gebreken in de samenleving van nu.

Conservatief: behoudend en is gericht op het verleden. Deze politici benadrukken wat er al is bereikt. Ze willen soms veranderde regels weer terug draaien, dit noemen we reactionair (achteruitstrevend). Veel politici hebben zowel progressieve als conservatieve standpunten.



Links en rechts worden gebruikt voor de verschillende visies op de rol v/d overheid met betrekking tot de sociaaleconomische verhoudingen:

Links: gelijkwaardigheid, wil dat iedereen gelijke kansen heeft op onderwijs/werk/inkomen. Overheid actieve rol; moet de zwakkere beschermen. (goede uitkering)

Rechts: vrijheid, eigen verantwoordelijkheid. Overheid passieve rol, alleen optreden wanneer het echt nodig is.

Politieke midden: gezamenlijke verantwoordelijkheid van burgers en overheid. Mensen moeten in eerste instantie voor zichzelf kunnen zorgen als dat niet lukt kan de overheid helpen.



Liberalisme(rechts):




  • Vrijheid:

    • Van het individu (lichaam; abortus)

    • Van economie: deregulering, vrijemarkt economie; vraag en aanbod.



  • Rol overheid is klein; regelt wel onderwijs/defensie/infrastructuur.

  • Belasting laag; goed voor rijkere mensen. Hierdoor lagere uitkeringen: stimulatie om te werken.

  • Criminaliteit bestrijding: repressie, hard aanpakken.



Sociaal democraten(links):




  • Reactie op liberalisme; leid tot uitbuiting.

  • Gelijkheid, gelijkwaardigheid en gelijke kansen.

  • Overheid actieve rol; opkomen voor de zwakkere:

  • Solidariteit:

    • Sterke schouders dragen zware lasten.

    • Je wordt er zelf minder van maar een ander beter en dat heb je er voorover.

    • Inkomensnivellering: minder groot verschil arm en rijk.



  • Criminaliteitsbestrijding: preventie.



Christendemocraten(midden):




  • minder grote overheid dan links maar wel groter dan rechts.

  • Mensen moeten voor elkaar zorgen, als dat dan niet lukt kan de overheid helpen:

    • Familie, gezin

    • Buren, verenigingen: kerk

    • Normen en waarden.




REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door S.