Parlementaire Democratie

Beoordeling 7.2
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 2636 woorden
  • 1 april 2009
  • 385 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.2
  • 385 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Maatschappijleer: Parlementaire Democratie.
1. Wat is politiek?

Politiek is de manier waarop een land bestuurd wordt. Politiek houdt zich bezig met het oplossen van maatschappelijke problemen d.m.v. politieke besluitvorming.
De besluiten van politici hebben veel invloed op het leven van burgers. Een aantal terreinen waarover voortdurend besluiten worden genomen zijn:
- Openbare orde en veiligheid -> inzetten meer politieagenten;
- Buitenlandse betrekkingen -> uitzenden van militairen naar een vredesmissie;

- Infrastructuur -> aanleg van spoor-, auto- en waterwegen;
- Welvaart -> zorg voor voldoende werkgelegenheid voor jongeren;
- Welzijn -> wegwerken van de wachtlijsten in de ziekenhuizen;
- Onderwijs -> gratis maken van schoolboeken.
Je kunt als inwoner op verschillende manier invloed uitoefenen in de politiek:
- Stemmen;
- Lid worden van een politieke partij;
- Contact opnemen met politici;
- Een verzoek indienen;
- De media benaderen;
- Je aansluiten bij een actiegroep;
- Een bezwaarschrift indienen of naar de rechter stappen;
- Overgaan tot burgerlijke ongehoorzaamheid: het openlijk overtreden van de wet om politici te overtuigen dat een genomen besluit verkeerd is.
Een democratie is een staatsvorm waarbij de bevolking invloed heeft op de politieke besluitvorming. Een directe democratie wil zeggen dat volksstemming worden gedaan door veel mensen bij elkaar die dan aangaven wat ze stemden. Een indirecte democratie wil zeggen dat het volk niet zelf beslist maar via vertegenwoordigers. Een parlementaire democratie is eigenlijk een indirecte democratie, waarbij het parlement de vertegenwoordigers is.

De kenmerken van een parlementaire democratie zijn:
- Alle Nederlanders vanaf 18 jaar hebben het recht om te kiezen en verkozen te worden(artikel 4);
- Iedereen mag een politieke partij of vereniging oprichten(artikel 8);
- Iedereen mag demonstreren(artikel 9) of op een andere manier zijn mening uiten(artikel 7);
- De leden van de Staten-Generaal(parlement dus 1e&2e kamer) worden gekozen door een geheime stemming(artikel 53);
- De wetten worden vastgesteld door de regering en de Staten-Generaal samen(artikel 81).
Als alle macht in handen is van één persoon of een kleine groep mensen noem je dit een dictatuur of een autocratie. Er zijn ook dictaturen gebaseerd op basis van ideologie. Zo heb je ze op communisme, fascisme en je hebt religieuze dictatuur.
De kenmerken van een dictatuur zijn:
- Grondrechten worden niet beschermd;
- Er is geen vrije meningsuiting;
- Oppositiepartijen zijn verboden;
- Er is een grote politieke rol voor militairen;
- Er kunnen (schijn)verkiezingen zijn.
2. Politieke stromingen.
Een ideologie is een samenhangend geheel van ideeën over de mens en de gewenste inrichting van de samenleving. De aanhangers van een ideologie vormen politieke stromingen.
De meeste ideeën in de ideologie gaan over:
- Waarden en normen;
- De ideale sociaaleconomische verhoudingen;
- De ideale machtsverdeling in de samenleving.
Je hebt progressieve en conservatieve partijen. De progressieve partijen willen de maatschappij veranderen, zijn vooruitstrevend. De conservatieve partijen willen datgene wat al bereikt is graag zo behouden. Als ze zo behoudend zijn dat ze regels van vroeger terug willen, noemen we dat reactionair.
Ook heb je het verschil tussen politiek rechts, politiek links en politiek midden. Politiek rechts legt de nadruk op de eigen verantwoordelijkheid en de vrijheid van mensen. Politiek links gaat uit van het principe van gelijkwaardigheid en wil dat iedereen gelijke kansen heeft op onderwijs, inkomen en werk. Politiek midden zijn de mensen met rechtse en linkse standpunten.
In het liberalisme speelt vrijheid een grote rol. De overheid heeft een kleine rol en dat maakt veranderingen op grote schaal onmogelijk, en daarom zijn liberalen conservatief. In het liberalisme vind men wel dat de overheid moet zorgen voor veiligheid(meer blauw op straat).
Het doel van de socialisten is gelijkheid, en de socialisten gaan voor inkomensnivellering. De overheid speelt een grote rol, want ze willen veel veranderingen doorvoeren. Dit is ook waarom het socialisme progressief is.
Het confessionalisme staat voor broederschap/solidariteit. De overheid speelt een middelmatige rol en grijpt pas in als het mis gaat. De confessionelen zijn het maatschappelijk middenveld.
Rentmeesterschap betekent dat de mens de taak heeft om goed voor de aarde te zorgen waarop hij leeft.
3. Politieke partijen.
Een politieke partij bestaat uit een groep mensen met dezelfde ideeën over een ideale samenleving.
Een actiegroep heeft 1 centraal doel en houdt zich alleen daar mee bezig.
Een belangorganisatie probeert de belangen van een groep mensen(dingen) uit te voeren.
Je hebt verschillende soorten partijen:
- Politieke partijen op basis van een ideologie;
- One-issuepartijen;
- Protestpartijen;
- Niet-democratische partijen.
Politieke partijen hebben verschillende functies:
- Integratiefunctie -> wensen en ideeën samenvoegen en selecteren aan de hand van hun stroming ideologie, en uiteindelijk kom je tot partijstandpunten;
- Informatiefunctie -> partijprogramma bekend maken aan kiezer;
- Participatiefunctie -> meedoen;
- Selectiefunctie -> partij als ‘trappetje’ naar bestuurlijke functie.
4. Verkiezingen.
Politici zijn er op verschillende niveaus:
- Het Europees Parlement;
- De Tweede Kamer;
- De Provinciale Staten;
- De gemeenteraden.
Als een partij me wil doen moet deze:
- Zich officieel laten registreren bij de Kiesraad;
- In alle 19 kiesdistricten een kandidatenlijst en een ondertekende steunbetuiging van 30 personen inleveren;
- Een borgsom van €11.250,- betalen. De partij krijgt deze terug als ze 75% van de stemmen haalt die nodig is om één zetel te krijgen.
Je hebt 2 soorten kiesrecht: actief kiesrecht en passief kiesrecht. Actief kiesrecht is het recht om te stemmen en passief kiesrecht is het recht om je kiesbaar te stellen.
Een verkiezingsprogramma is een programma waarin de standpunten van een partij staan. De lijsttrekker is de bekendste kandidaat van de partij.
Je kunt de volgende redenen hebben om te stemmen:
- De standpunten van de partij komen overeen met jouw ideeën;
- De partij let goed op jouw belangen;
- Je stemt strategisch;
- Aantrekkingskracht van de lijsttrekker.
Verkiezing worden gehouden volgens het stelsel van evenredige vertegenwoordiging, d.w.z. dat alle zetels eerlijk verdeeld worden op basis van alle geldig uitgebrachte stemmen. Bij die berekening wordt uitgegaan van de kiesdeler, d.w.z. de hoeveelheid stemmen die een partij nodig heeft voor één zetel.
Als je gaat stemmen stem je op een persoon. Als je stemt op iemand die laag op de lijst staat en toch gekozen kan worden, is dit een voorkeursstem.
Zwevende kiezers zijn kiezers die niet op een vaste partij stemmen, maar makkelijk van partij wisselen.
Door de grote rol van de media rondom de verkiezingen wordt er wel gesproken van een tv- en internetdemocratie.
5. De regering.
De regering bestaat uit de koningin en ministers. De ministers en staatssecretarissen vormen het kabinet en alleen de ministers vormen de ministerraad.
Bij de formatie van het kabinet wordt gekeken of ministers en staatsecretarissen:
- Het samen globaal eens zijn over het toekomstige beleid;
- Samen de steun hebben van de meerderheid van de Tweede Kamer, dus minstens 76 leden.
De kabinetsformatie verloopt meestal als volgt:
1. Adviezen -> De koningin ontvangt de vice-president van de Raad van State, de voorzitters van de 1e en 2e kamer en de fractievoorzitters van de politieke partijen in de Tweede Kamer. Zij adviseren haar welke partijen de beste regering kunnen vormen.
2. Informateur -> De informateur kijkt welke partijen het best bij elkaar passen, laat ze allerlei compromissen sluiten en de coalitiepartijen stellen een regeerakkoord op.
3. Formateur -> De formateur zoekt de geschikte ministers en staatssecretarissen bij elkaar.
Het is de bedoeling dat een kabinet vier jaar aanblijft tot de nieuwe Tweede Kamerverkiezingen. Als dit niet zo is, spreken we van een kabinetscrisis. Dit kan op twee manieren worden veroorzaakt:
- De ministers zijn het onderling oneens over een aantal kwesties;
- De meerderheid van de Tweede Kamer steunde het kabinet niet meer.
Als een kabinet ontslag neemt, zijn er meestal vervroegde verkiezingen. Om het land niet onbestuurbaar te maken is er een demissionair kabinet, dit zijn oude ministers die in functie blijven totdat er een nieuw kabinet is gevormd.
Een constitutionele monarchie is een staatsvorm waarin de taken en bevoegdheden van het staatshoofd grondwettelijk zijn vastgesteld.
De belangrijkste taken van de koningin zijn:
- Haar handtekening plaatsen onder alle wetten;
- De troonrede voorlezen op Prinsjesdag;
- Ministers en (in)formateurs benoemen;
- Regelmatig overleg voeren met de minister-president.
De ministers zijn het dagelijks bestuur van ons land. Hun belangrijkste taken zijn vooral:
- Het opstellen van wetsvoorstellen;
- Het uitvoeren van eenmaal aangenomen wetten;
- Het jaarlijks opstellen van de rijksbegroting en deze aanbieden aan het parlement.
De koningin is onschendbaar, dit betekend dat het kabinet verantwoordelijk is voor de inhoud voor de wetten en troonrede , en voor alle gedragingen van alle leden van het Koninklijk Huis.
De ministeriële verantwoording houdt in dat de minister politieke verantwoording neemt voor zijn ambtenaren.
Het beleidsterrein van een minister wordt ook wel een portefeuille genoemd. Soms hebben ministers geen eigen ministerie, dit is dan een minister zonder portefeuille.
6. Het parlement.
De politieke cultuur is de manier waarop de regering en het parlement met elkaar omgaan. In de Nederlandse politieke cultuur is de bereidheid tot overleg en het sluiten van compromissen kenmerkend, wat ook wel het poldermodel wordt genoemd.
Het parlement bestaat uit de Eerste en Tweede Kamer, ook wel de Staten-Generaal genoemd. Het verschil tussen de 2 Kamers is dat de Tweede Kamer direct wordt gekozen en de Eerste Kamer indirect(door de Provinciale Staten).
De Eerste Kamer wordt ook wel de Senaat genoemd. De Eerste Kamer is een soort controle van de Tweede Kamer.
Een fractie is de groep vertegenwoordigers van een politieke partij in een gekozen orgaan.
De politieke partijen kunnen worden onderverdeeld in regeringsfracties en oppositiepartijen. Regeringsfracties zijn de partijen die ook ministers in de regering hebben zitten. De oppositiepartijen zijn alle partijen die niet in de regering zitten.
De trias politica wordt in Nederland niet helemaal juist uitgevoerd, omdat de ministers zowel wetgevende als uitvoerende macht hebben.
De belangrijkste taken van het parlement zijn (mede)wetgeving en controle van de ministers.
De Eerste en Tweede Kamer hebben twee rechten om hun taak als (mede)wetgever uit te voeren:
- Stemrecht bij wetsontwerpen -> Beide Kamers hebben het recht om een wetsvoorstel te aanvaarden of te verwerpen;
- Budgetrecht -> Beide Kamers hebben het recht om de rijksbegroting wel of niet goed te keuren.
De Tweede Kamer heeft ook nog twee andere rechten om hun taak als (mede)wetgever uit te voeren:
- Recht van initiatief ->De Tweede Kamerleden hebben de mogelijkheid om wetsontwerpen in te dienen;
- Recht van amendement -> De Tweede Kamer heeft het recht om wijzigingen in een wetsvoorstel aan te brengen.
Ook hebben de Eerste en Tweede Kamer rechten om informatie te verkrijgen:
- Recht om schriftelijk vragen te stellen ->Ministers of staatsecretarissen moeten hier binnen drie weken antwoord op geven;
- Recht van interpellatie -> De Kamerleden mogen ministers ter verantwoording roepen;
- Recht op een parlementaire enquête -> Kamerleden mogen een onderzoek doen naar een onderdeel van het regeringsbeleid, hier wordt een speciale commissie van Kamerleden benoemd;
- Recht om een motie in te dienen -> Een motie is een verzoek aan een minister iets wel of niet te doen. Je hebt twee moties:
o Motie van afkeuring -> Motie waarin het beleid van een minister wordt afgekeurd;
o Motie van wantrouwen -> Als een meerderheid van de Kamer geen vertrouwen meer heeft in een minister.
7. Gemeente en provincie.
Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat omdat de rijksoverheid in grote lijnen het beleid vast stelt, maar de gedetailleerde invulling aan lagere overheden overlaat.
De belangrijkste taken van de provincie liggen bij milieu en ruimtelijke ordening. De plannen waarin de overheid precies aangeeft welke activiteiten in een gebied passen wordt een streekplan genoemd. Het dagelijks bestuur van de provincie ligt in handen van de Geduputeerde Staten. De vertegenwoordigers van de provincie wordt Provinciale Staten genoemd en de voorzitter van deze twee is de Commissaris van de Koningin.
De belangrijkste taken van de gemeente zijn van het streekplan een bestemmingsplan maken en ze hebben financiële middelen van Nederland en de Europese Unie. Het dagelijks bestuur van de gemeente ligt in handen van het College van Burgemeester en Wethouders. Het bestuur van de gemeente wordt gevormd door de gemeenteraad en de voorzitter van deze twee is de burgemeester.
8. Internationale politiek.
Samenwerking met andere landen is nodig. Er zijn hier twee redenen voor:
- Landen zijn voor de oplossing van een probleem van elkaar afhankelijk;
- Het is efficiënter om een probleem(of initiatief) gezamenlijk aan te pakken.
Na de Tweede Oorlog begonnen Europese landen al serieus na te denken over samenwerking vanwege drie redenen:
- Ze wilden voorkomen dat een Europees land ooit nog oorlog zou beginnen;
- Ze wilden op economisch gebied beter concurreren met de Verenigde Staten;
- Ze wilden zich beschermen tegen het opkomende communisme van Rusland.
Het begin van de Europese Unie ligt bij de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal(EGKS) in 1951. In 1992 werd in het Verdrag van Maastricht vastgesteld dat er een Europese Unie zou komen met één gemeenschappelijke munt.
Het dagelijks bestuur ligt in handen van de Europese Commissie. In de Raad van de Europese Unie zijn de regeringen van de deelnemende handen vertegenwoordigd. Het bestuursorgaan dat wordt gekozen door de Europese burgers is het Europees Parlement. De rechtsprekende macht van de EU ligt bij het Europese Hof van Justitie.
Er was kritiek op het functioneren van de EU. Er is kritiek op:
- Het weinig-democratische karakter van de EU;
- Het dreigend verlies van de nationale soevereiniteit;
- Het dreigend verlies van werkgelegenheid.
Een staat is een staat als er sprake is van een eigen grondgebied, een bevolking en een overheid die het land bestuurt.
De secretaris-generaal is de hoogste ambtenaar van de VN. Hij geeft leiding aan de VN en is voorzitter van de Algemene Vergadering. Resoluties zijn een soort uitspraken waarin bepaald gedrag van een land wordt veroordeeld.
In de Veiligheidsraad zitten 15 landen, waarvan 5 permanent(VS, Rusland, China, Frankrijk&Engeland). Zij hebben het vetorecht, het recht om de uitvoering van een resolutie te verbieden.
De internationale VN-vredesmissie bevat soldaten uit verschillende landen.
9. Politiek in de praktijk.
Bestuurlijke processen lopen via vier fasen:
- Invoer -> Groepen uit de samenleving brengen eisen en wensen naar voren, een onderwerp komt in de politieke agenda terecht;
- Omzetting -> Er wordt onderzoek gedaan naar de zaak(beleidsvoorbereiding), en de wethouder of minister kan daarna met een verordening of wetsvoorstel komen;
- Uitvoer-> Het aangenomen (wets)voorstel wordt uitgevoerd;
- Terugkoppeling-> Kijken of het (wets)voorstel goed is uitgevoerd, zo niet wordt het hele besluitvormingsproces herhaald.
Politieke actoren zijn alle burgers, groepen, bestuursorganen en instanties die betrokken zijn bij het politieke besluitvormingsproces.
Beleidsvoorbereiding is de zaakonderzoeken, beleidsuitvoering is het uitvoeren van een (wets)voorstel.
De media vervult in een democratie vijf politieke functies:
- Informatieve functie -> berichten over politieke discussie, belangrijke debatten uitzenden;
- Onderzoekende of agendafunctie -> de problemen in de samenleving signaleren en dit in de politiek agenda laten krijgen;
- Commentaarfunctie -> dagelijks commentaar geven op politieke kwesties;
-Spreekbuisfunctie -> politici, actiegroepen en burgers ruimte geven om hun zegje te doen;
- Controlerende functie -> ministers kritisch volgen en kijken of ze doen wat ze beloven.
Persvrijheid betekent dat de media recht heeft om dingen te zeggen. Pluriformiteit is ook belangrijk, d.w.z. dat je uit verschillende media-instellingen kunt kiezen.
Pressiegroepen zijn groepen die proberen invloed uit te oefenen op de politieke besluitvorming.
Er is een kloof tussen burger en politiek.
Om die kloof te verkleinen zijn er de afgelopen jaren diverse voorstellen gedaan
:
- Direct kiezen van de minister-president en burgemeester -> burgers krijgen meer invloed;
- Het referendum -> een volksstemming, kiezers kunnen zo direct hun mening geven over politieke kwesties;
- Een andere politieke cultuur -> politieke besluiten ‘openbaar’ nemen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

L.

L.

IK WIL JOU BEDANKEN VOOR DEZE MOOIE SAMENVATTING.

11 jaar geleden

Z.

Z.

Bedankt! Bespaard weer een heleboel tijd!

11 jaar geleden

J.

J.

top!! :D

11 jaar geleden

G.

G.

alleen nog standpunten en het was perfect

11 jaar geleden

I.

I.

Zuppa

11 jaar geleden

G.

G.

slecht man geen eens op volgorde van het boek.

11 jaar geleden

S.

S.

Thanx dude, k was een beetje laat begonnen, dus dit is mijn redding!!!

11 jaar geleden

A.

A.

bedankt voor je samenvatting!!!!!!
erg handig

11 jaar geleden

M.

M.

Bedankt voor de samenvatting!
geen slordige foutjes of zoiets :-)
heel handig,

X

10 jaar geleden

H.

H.

Echt super handig, en een goede samenvatting!

10 jaar geleden

S.

S.

Perfedct. als ik alleen deze leer haal ik al een voldoende

10 jaar geleden

S.

S.

Dude wat een chille samenvatting, ikbegon te laat te leren voor tentamen maar dit is mijn redding!

10 jaar geleden

J.

J.

Bedankt man kom heel goed uit!, ben laat begonnen met leren voor SO ;-)

9 jaar geleden

B.

B.

bedankt voor deze samenvatting, sws 20 leerlingen leren er nu van .

9 jaar geleden

N.

N.

Thanks

9 jaar geleden

A.

A.

OMGGGG THANKYOUUU!!! Ik heb morgen tentamen en heb het boek niet eens gelezen. Ik wou me bijna gaan ziek melden!

9 jaar geleden

P.

P.

"wilde" niet wou

9 jaar geleden

J.

J.

thnx man goede samenvatting

8 jaar geleden

A.

A.

Heel erg bedankt, heb straks een toets en wou bijna ziek naar huis gaan, dit is mijn redding :)

6 jaar geleden

F.

F.

"als een partij me wil doen moet deze eerst" hahaha

6 jaar geleden