Nederlandse rechtstaat

Beoordeling 6
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 2684 woorden
  • 26 november 2014
  • 1 keer beoordeeld
  • Cijfer 6
  • 1 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

In het bijgevoegde bestandje staat mijn samenvatting van Maatschappijleer hoofdstuk Rechtstaat. Ik heb er alleen ingezet wat mijn leraar had aangegeven dat belangrijk was, maar wellicht kun jij er ook handige stukjes uit halen. 5 burgerlijk recht staat er niet in. 



Maatschappijleer samenvatting toetsweek 2



Publiekrecht



Het publiekrecht regelt de inrichting van de staat en de relatie tussen de burger en de overheid. Dit rechtsgebied is onderverdeeld in meerdere takken:




  • Het staatsrecht met alle regels van de inrichting van de Nederlandse staat. Zoals de bevoegdheden van ministers, welke rechten een tweede Kamerlid heeft en hoe je als politieke partij mee kunt doen aan de verkiezingen.

  • Het bestuursrecht met daarin centraal de verhouding tussen de burger en de overheid. Het bevat ook bepalingen die je beschermen tegen de overheid

  • Het strafrecht, bestaande uit alle wettelijke strafbepalingen





Privaatrecht



Het privaat recht of burgerlijk recht regelt de betrekkingen tussen burgers onderling.



Tot het privaatrecht behoren o.a.:




  • Het personen- en familierecht dat zaken regelt als het sluiten van een huwelijk, echtscheiding, geboorte, overlijden en het adopteren van kinderen.

  • Het ondernemingsrecht, dat bijvoorbeeld de voorwaarden regelt waaronder je een vereniging of een bv kan oprichten.

  • Het vermogensrecht, dat alle zaken regelt die te maken hebben met iemand vermogen en in geld zijn uit te drukken.





Uitgangspunten



Het doel van een rechtsstaat is om te zorgen voor de veiligheid van burgers, ons te beschermen voor de macht van de overheid en ervoor te zorgen dat we als burgers gelijk worden behandeld en in vrijheid kunnen leven. De doelen zijn uitgewerkt in de volgende grondbeginselen:




  • Er is sprake van een machtenscheiding.

  • De grondrechten zijn vastgelegd in de grondwet.

  • Het legaliteit-beginsel: de overheid is gebonden aan de wet.



































Machtenscheiding



Dit wordt ook wel trias politica genoemd. Het werd bedacht door de Fransman Montesqieu. Volgens hem moest de macht van de overheid verdeeld worden in drie delen: een wetgevende macht, een uitvoerende macht en een rechtsprekende macht. Het doel was dat niet één persoon of één instantie alle politieke rechten heeft. De scheiding der machten moest absolutisme en dictatuur onmogelijk maken en daardoor onrechtvaardigheid zo veel mogelijk voorkomen.




  • De wetgevende macht stelt wetten vast waar de burgers zich aan moeten houden, zoals de leerplichtwet en het wetboek van strafrecht. In Nederland is dit de taak van de regering en het parlement samen.

  • De uitvoerende macht zorgt ervoor dat eenmaal goedgekeurde wetten precies worden uitgevoerd. Hiervoor is in ons land de regering verantwoordelijk.

  • De rechterlijke macht beoordeelt of mensen, mar ook rechtspersonen of de overheid, wetten hebben overtreden en doet uitspraak in conflicten. Deze macht is exclusief in handen van onafhankelijke rechters die de bevoegdheid hebben om iemand te bestraffen.



Het belangrijkste van de trias politica is dat de machten elkaar controleren en ‘scherp houden’. Zo controleert het parlement of de ministers de wetten wel goed uitvoeren. Als een wet strijdig is met het Europees verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), kan de Europese rechter het parlement terug fluiten. En als ministers of Kamerleden vinden dat er te mild gestraft wordt, kunnen zij een wetsvoorstel indienen. Met een Engelse term wordt zo’n evenwicht een stelsel van checks and balances genoemd.





Onafhankelijke rechters



Het feit dat rechters neutraal en onafhankelijk zijn zorgt voor bescherming.




  1. Je kunt je recht halen als je je benadeeld voelt door andere burgers of door bedrijven en instanties.

  2. Je wordt beschermd tegen ongeoorloofd overheidsoptreden.

  3. Het zorgt ervoor dat mensen geen eigen rechter gaan spelen, omdat misdadigers in een eerlijk proces hun verdiende straf krijgen.



Om de onafhankelijkheid van rechters te garanderen, worden rechters tot het leven benoemd. De zwarte toga staat symbool voor hun onafhankelijkheid.





Legaliteitsbeginsel



Onze vrijheid is niet onbegrensd. De overheid legt plichten op zoals de belastingplicht en de leerplicht, en stelt ook regels vast die je niet mag overtreden. Volgens het legaliteitsbeginsel mag de overheid alleen beperkingen opleggen aan de vrijheid van burgers als die regels voor iedereen gelden en door de volksvertegenwoordiging in wetten zijn vastgelegd.




  • Strafbaarheid. Iets is alleen strafbaar als het in de wet staat.

  • De strafmaat. In de wet staat bij ieder strafbaar feit de maximale straf. De officier van justitie en de rechter mogen geen hogere strafeisen opleggen.

  • Ne bis in idem-regel. Als je bent vrijgesproken van een moord en later blijkt dat er nieuw bewijs is, dan kun je niet opnieuw worden berecht.





Rechtshandhaving en rechtsbescherming



De rechtstaat moet zorgen voor de veiligheid van burgers en voor rechtshandhaving. Daarom heeft de overheid meer macht dan wij en mag als enige geweld gebruiken. We noemen dat geweldsmonopolie van de staat. Om te voorkomen dar de overheid niet te veel macht krijgt is er ook rechtsbescherming.





De procedure in vogelvlucht





Wanneer er een misdrijf is gepleegd, verloopt de procedure volgens een vast patroon.




  1. De politie verzamelt informatie over het strafbare feit. De officier van justitie heeft de leiding over het sporenonderzoek en houdt in de gaten of alles zorgvuldig en eerlijk verloopt.

  2. De officier van justitie bepaalt vervolgens met behulp van het proces-verbaal of er wel of geen rechtszaak moet komen. Als hij voldoende bewijzen heeft, stuurt hij het dossier naar de rechter.

  3. De rechter stelt tijdens een rechtszaak vast of de verdachte schuldig is. Als hij de schuld bewezen acht, kan hij de verdachte een straf opleggen.





Zonder toestemming



De politie mag een verdachte staande houden. Dit betekent dat je iemand mag laten stilstaan om hem te vragen naar zijn personalia. Vanaf veertien jaar moet je je kunnen legitimeren.



De politie mag iemand arresteren, verzet hiertegen mag niet. Een verdachte mag ook worden gefouilleerd. De politie mag een verdachte in het belang van het onderzoek zes uur op het bureau vasthouden. Bewijsmateriaal zoals een gestolen mobieltje of een opgevoerde brommer mag in beslag genomen worden.





Met toestemming



Om iemand te arresteren mag de politie een woning alleen binnengaan met een machtigging tot binnentreding. Als er bovendien een huiszoekingsbevel door de rechter-commissaris is gegeven mag de politie in de woning zoeken naar bewijzen. Voor het opvragen van speciale persoonsgegevens, zoals bankrekeningnummers, telefoonverkeer en internetgedrag, heeft de politie toestemming nodig van de officier van justitie. Dit geldt ook voor internettaps, richtmicrofoons en telefoontaps.



Als de politie een verdachte zes uur vasthoudt op het politiebureau kan een officier van justitie toestemming geven voor een verlening van maximaal 3 dagen. Bij infiltratie is in misdaadorganisaties en terroristische groeperingen moet de officier van justitie steeds toestemming geven.





Officier van justitie



In feite is de officier van justitie de openbare aanklager, omdat hij namens de samenleving bewijzen zoekt tegen verdachten en een straf tegen hem kan eisen. Als de officier en de politie klaar zijn met het sporenonderzoek, heeft de officier drie mogelijkheden:




  • Seponeren: bij onvoldoende bewijs, bij een klein vergrijp of als de officier vindt dat de verdachte al genoeg is gestraft, kan de officier de zaak seponeren.

  • Schikken: bij overtredingen en lichte misdrijven zoals vernieling en winkeldiefstal kan de officier een schikking aanbieden. Deze heeft meestal de vorm van een geldboete of een taakstraf.

  • Vervolgen: de officier van justitie kan ten slotte besluiten het dossier naar de rechtbank te sturen en een rechtszaak te beginnen.



Als de officier van justitie besluit tot strafvervolging, brengt hij de strafzaak bij een rechtbank door een tenlastelegging. Hierin staat precies wat de aanklacht tegen de verdachte is. Kleine misdrijven komen voor bij de politierechter die in zijn eentje rechtspreekt. Ernstige misdrijven worden behandeld door de meervoudige kamer van de rechtbank. Bestaande uit drie rechters.















De terechtzitting



Voor het begin van elke terechtzitting krijgt de verdachte een oproep of dagvaarding. Hierin staat dat je ervan wordt verdacht wordt dat je op een bepaald moment, op een bepaalde plaats en een bepaald delict hebt begaan. Een rechtszaak die soms maanden kan duren bestaat uit zeven stappen.




  1. Opening de rechter controleert de persoonsgegevens van de verdachten.

  2. Tenlastelegging of aanklacht de officier leest de aanklacht voor, die een toelichting is op dat wat er in de dagvaarding staat.

  3. Onderzoek de rechter begint nu aan het eigenlijke onderzoek dit begint met de ondervraging van de verdachte door de rechter, de officier en zijn eigen advocaat. De verdachte staat niet onder ede en hoeft dus niet de waarheid te spreken. Maar als getuigen liegen plegen ze meineed. Dan riskeren ze een gevangenisstraf van zes jaar.



Ook wordt er naar de persoonlijke omstandigheden van de verdachte gekeken en ook kijkt de rechter of er geen fouten zijn gemaakt, zoals onrechtmatig verkregen bewijs.




  1. Requisitoir de officier van justitie houdt vervolgens zijn requisitoir. In dit verhaal probeert hij aan te tonen dat de verdachte schuldig is.

  2. Pleidooi de advocaat houdt een pleidooi, waarin hij de verdachte verdedigt.

  3. Laatste woord de verdachte heeft altijd het laatste woord. Hij kan spijt betuigen, zijn excuses aanbieden aan het slachtoffer, zijn onschuld benadrukken of aangeven hoeveel schade hij zal onderbinden van een eventuele straf.

  4. Vonnis nadat de rechter het onderzoek heeft afgesloten, doet hij ten slotte uitspraak. De kantonrechter, die overtredingen behandelt, en de politierechter doen op de dag van de rechtszitting uitspraak. Bij de meervoudige kamer gebeurt dit pas na twee weken.





Straffen



Ons land kent vier soorten straffen.




  • Vrijheidsstraf. De maximumstraf voor overtredingen is 1 jaar, waarbij de gevangenisstraf hechtenis wordt genoemd. De maximumstraf voor zwaarste misdrijven is levenslang en de maximale tijdelijke straf is dertig jaar.

  • Taakstraf. De rechter bestraft daders steeds vaker met een taakstraf vanwege het opvoedende karakter ervan. Hij kan dit opleggen in plaats van maximaal zes maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

  • Geldboete. De maximumboete voor overtredingen varieert van 220 euro voor lichte overtredingen tot 440.000 euro. Als je dit niet betaalt moet je voor elke 50 euro een dag in de gevangenis.

  • Bijkomende straffen. Deze kunnen in combinatie gaan met bovenstaande straffen. De belangrijkste zijn ontzegging van de rijbevoegdheid en ontzetting uit een bepaald beroep of ambt zoals arts of advocaat die ernstige verwijtbare fouten heeft gemaakt.



Soms wordt een deel van de straf voorwaardelijk opgelegd.





Strafrechtelijke maatregelen.



de rechter kan behalve een straf opleggen ook een zogenaamde strafrechtelijke maatregel opleggen.




  • Terbeschikkingstelling (TBS). deze maatregel wordt vooral toegepast wanneer iemand tijdens het plegen van een misdrijf niet toerekeningsvatbaar is. Het gaat vaak om daders die psychisch in de war zijn. De dader wordt dan opgenomen in een kliniek tot hij genezen is.

  • Onttrekking aan het verkeer. Dit betekent dat je je spullen niet meer terugkrijgt als ze in beslag genomen zijn.

  • Ontneming wederrechtelijk voordeel. Dit is de ‘pluk ze’ maatregel waarbij de veroordeelde de winst kwijt is die hij met misdrijven heeft gemaakt.

  • Schadevergoeding aan het slachtoffer.







Hoger beroep



Als de veroordeelde of de officier van justitie het niet eens is met het vonnis van de rechtbank, kan hij in hoger beroep gaan. Alle strafzaken gaan in hoger beroep naar het gerechtshof. Bij een hoger beroep wordt de strafzaak nog eens helemaal overgedaan. Daarna is het mogelijk om ‘in cassatie’ te gaan bij de hoge raad die uitsluitend nagaat of het recht juist is toegepast.





China, VS, Nederland de verschillen



Net als in sommige delen van de Verenigde Staten kent China de doodstraf. Je kunt deze in China krijgen bij 50 misdrijven, in de VS alleen voor moord of doodslag.



Naast de doodstraf heeft het Amerikaanse strafrecht nog enkele andere opvallende kenmerken. De eerste is plea bargaining, de advocaat en de aanklager sluiten dan een deal op voorwaarde dat de verdachte bekent. Ook kent het Amerikaanse strafrecht de zogenaamde Three Strikes and You’re Out Law. Deze strafwet betekent dat je heel zwaar gestraft wordt als je voor de derde keer in de fout gaat.



Opsporingsbevoegdheden uitgebreid



De toegenomen professionalisering van de misdaad en de grotere terreurdreiging hebben ertoe geleid dat de opsporingsbevoegdheden zijn uitgebreid.





Georganiseerde misdaad



Vooral door grootschalig drugssmokkel is een deel van de misdaad zich beter gaan organiseren. Om dit beter te bestrijden is er de wet van bijzondere opsporingsbevoegdheden (Wet BOB) opgesteld. Deze wet geeft de politie om onder bepaalde voorwaarden de bevoegdheid tot inkijkoperaties, waarbij de politie inbreekt om te kijken of er ergens mogelijk bewijsmateriaal aanwezig is. Ook mag de politie infiltreren in misdaadorganisaties.





Terroristische dreiging



Na 9/11, vervolgaanslagen in Madrid en London en de moord op Theo van Gogh in 2004 groeide ook in Nederland de angst voor terreuraanslagen. Daarom werd de Wet terroristische misdrijven opnieuw uitgebreid. De definitie van het begrip verdachte werd zodanig aangepast, dat bij een terreurverdachte niet langer sprake hoeft te zijn van een redelijk vermoeden van schuld en strafbare handelingen.



Een speciaal probleem zijn de ‘lone wolfs’ dat zijn mensen die in zijn eentje opereren. Voorbeeld: Anders Breivik die in Noorwegen veel onschuldige slachtoffers maakte.





Doel van straf



Om het nut van een straf te kunnen beoordelen is het belangrijk om te weten welk effect er bereikt wil worden. Er zijn verschillende mogelijkheden:



Wraak of vergelding. Misdaad mag niet lonen. Het principe ‘oog om oog, tand om tand’ is al sinds de oudheid een belangrijke reden om te straffen.



Afschrikking. Als je weet dat je straf krijgt, zul je minder snel een misdaad plegen.



Voorkomen van eigenrichting. Als een rechter niet zou straffen, nemen mensen het recht in eigen hand en wordt het een chaos.



resocialisatie. Met eens straf probeert de overheid het gedrag van een crimineel te verbeteren.



beveiligen van de samenleving. Vooral bij ernstig geweld- en zedendelicten moeten lange celstraffen de maatschappij beschermen tegen herhaling.















Lombroso-theorie



Wordt je als misdadiger geboren of wordt je tot misdadiger gemaakt? De Italiaanse gevangenisarts Cesare Lombroso deed in de negentiende eeuw schedelonderzoek bij gevangen en concludeerde dat crimineel gedrag erfelijk bepaald is. Hij ging uit van geboren criminelen die je kon herkennen aan uiterlijke kenmerken zoals een asymmetrisch gezicht, hoge jukbeenderen en doorlopende wenkbrauwen.














Rationele-keuzetheorie



Volgens deze theorie van Adam Smith kiest ieder individu steeds voor zichzelf de meest gunstige optie. Daarbij weegt hij voor- en nadelen tegen elkaar af. Volgens Marcus Felson geldt dit ook bij criminelen: bij een kleine pakkans wordt de neiging om te stelen groter.














Bindingstheorie



Volgens criminoloog Travis Hirschi is ieder mens voor een deel tot het slechte geneigd. De meesten van ons gedragen zich netjes omdat wij de binden die we hebben met familie niet op het spel willen zetten. Mensen die deze banden niet hebben geven eerder toe aan crimineel gedrag. 
















Sociobiologie



Bioloog Edward Wilson probeerde in zijn sociobiologische theorieën aan te tonen dat het menselijk gedrag minstens net zo sterk wordt bepaald door genetische, dus erfelijke factoren als door opvoeding en cultuur.
















Aangeleerd-gedrag-theorie



De Amerikaanse socioloog Edwin Sutherland deed in de jaren dertig van de vorige eeuw onderzoek in achterstandswijken. Hij concludeerde dat crimineel gedrag aangeleerd is. Wanneer jongeren intensief contact hebben met andere criminelen is de kans groot dat zij ook crimineel worden.


















Psychoanalyse



Volgens Sigmund Freud, de grondlegger van psychoanalyse, is er een verband tussen crimineel gedrag en een storing in de psyche.  Hij gaat ervan uit dat een psyche is opgebouwd uit drie dingen: het id, ego en superego.



• het id is het onderbewuste.



• het ego is het bewuste deel dat de overhand krijgt als we volwassen worden



• het superego is het geweten.



Wanneer de balans tussen deze drie delen verstoord raakt kan dit volgens Sigmund leiden tot afwijkend of crimineel gedrag.
















Anomietheorie



De socioloog Robert Merton zegt dat mensen eerder crimineel gedrag vertonen als ze er niet in slagen hun levensdoelen te bereiken. Sommige mensen zullen dan hun doelen bijstellen, maar sommige zullen illegale manieren gebruiken om toch de gewenste welvaart te krijgen.



























REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

voor een overzichtelijke duidelijke versie download de bijlage

7 jaar geleden