Massamedia hs 1-3

Beoordeling 4.2
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • Klas onbekend | 878 woorden
  • 17 december 2001
  • 18 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.2
  • 18 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
MASSAMEDIA-HOOFDSTUK 1 t/m 3

Cultuur Alle waarden, normen en andere aangeleerde kenmerken die de leden van een groep of samenleving met elkaar gemeen hebben en dus als vanzelf-sprekend beschouwen
Natuur Datgene wat aangeboren is
Normen Gedragsregels
Waarden Principes
Cultuurkenmerken Kennis, gewoonten, sport, feestdagen, enz. Bijv. Sinterklaas viering
Cultuurgroep Mensen met een gemeenschappelijke cultuur samen
Dominante cultuur Als één cultuurgroep in een samenleving overheerst

Subcultuur Als de waarden, normen en andere cultuurkenmerken op bepaalde onder-delen afwijken van de dominante cultuur
Tegencultuur Mensen die zich verzetten tegen de dominante cultuur of daar een bedrei-ging voor vormen
Multiculturele Maatschappij waar mensen naast elkaar leven met verschillende culturele
samenleving achtergronden
Socialisatie Proces waarbij iemand de waarden, normen en andere cultuurkenmerken van zijn samenleving of groep aanleert
Socialiserende Instellingen, organisaties en overige collectieve gedragspatronen waarmee
instituties de cultuuroverdracht in een samenleving plaatsvindt
Sociale controle Wijze waarop mensen andere mensen stimuleren of dwingen zich aan de geldende normen te houden
Internalisatie Dat mensen zich automatisch zo gaan gedragen, omdat ze zich sommige aspecten van hun cultuurgroep zo eigen hebben gemaakt
Communicatie Proces waarbij een zender bedoeld of onbedoeld een bepaalde boodschap overbrengt aan een ontvanger


 Culturen verschillen per plaats, tijd en groep
 Mensen kunnen deel uitmaken van meer cultuurgroepen tegelijk
 Ook bedrijven hebben vaak hun eigen cultuur, de bedrijfscultuur, die bestaat uit alle waar-den, normen en gewoonten die in dat bedrijf gelden. (kleding, borrel op vrijdag, logo, enz.)
 2 oorzaken waarom er zoveel mensen zich in Nederland gingen vestigen
- Betere communicatie
- Beter vervoer
 3 redenen voor het ontwikkelen van jeugdculturen
- Welvaart nam toe na WOII
- Jongeren willen hun eigen leefstijl
- Behoefte aan geborgenheid
 Jeugdculturen komen vaak voort uit muziekstromingen, rap, house, hardrock, enz.
 Doel van socialisatie:
- Aanpassing van het individu aan zijn omgeving
- De instandhouding en continuering van de cultuur over een periode van vele jaren
 Socialisatie zorgt ervoor dat het leven in een samenleving geordend kan verlopen, zonder socialisatie kan niemand overleven
 Onder collectieve gedragspatronen verstaan we gemeenschappelijke gebeurtenissen als carnaval, kerstmis, prinsjesdag, ramadan, enz. Ook hiermee worden normen en waarden overgebracht.
 Socialiserende instituties: Gezin, school, werk, maatschappelijke groeperingen, overheid, media
 Formele sociale controle wanneer deze is gebaseerd geschreven regels. Bijv. wetten, reglement van een sportclub of een arbeidscontract
 Informele sociale controle wanneer het gaat om beleefdheidsvormen en andere onge-schreven regels
 Formele positieve sanctie zoals koninklijke onderscheiding of diploma
 Formele negatieve sanctie zoals een boete
 Informele positieve sanctie zoals een compliment, fooi of applaus
 Informele negatieve sanctie zoals een kind naar zijn kamer sturen, of boegeroep
 Het doel van socialisatie en sociale controle is bereikt wanneer er internalisatie van de cultuur plaatsvindt
 Het medium waarlangs de boodschap wordt verstuurt, kan bijv. bestaan uit geschreven of gesproken woord, gebaren, kleding, televisiebeelden en kunstwerken
 Communicatie is een sociaal proces dat in elk groepsgedrag is terug te vinden
 We maken onderscheidt tussen de volgende soorten communicatie:
- Directe en indirecte communicatie
- eenzijdige en meerzijdige communicatie
- verbale en non-verbale communicatie
- massacommunicatie
 Massamedia hebben de volgende kenmerken:
- Informatie die ze overbrengen is bedoeld voor een groot en anoniem publiek
- Informatie is openbaar en voor iedereen toegankelijk
- Relatie tussen zender en ontvanger is onpersoonlijk
- Communicatie verloopt meestal eenzijdig, dus weinig feedback
 De belangrijkste functies van de media
- Amusement
- Nieuws
- Meningsvorming
- Cultuur
- educatie en onderwijs
 Media zijn belangrijk voor:
- instandhouding van de democratie
- cultuuroverdracht
 Gedrukte media
- tijdschriften
- kranten
- huis-aan-huisbladen
 Tijdschriften verschijnen periodiek. Doel is het brengen van informatie, gericht op specifie-ke doelgroep. Formaat is kleiner dan een krant, papiersoort steviger en opmaak luxer
 Kranten zijn dagbladen. Doel is het brengen van nieuwsfeiten aangevuld met achtergrond-info en andere praktische gegevens. Opmaak verschilt en papiersoort is niet erg sterk
 Huis-aan-huisbladen verschijnen meestal eens in de week, gratis. Doel is het brengen van plaatselijk/regionaal nieuws, maar ook geld werven uit de advertenties.
 Landelijk dagblad verschijnt in heel Nederland, bevat vooral nieuws en achtergrondinfor-matie uit binnen- en buitenland.
 Regionale dagbladen zijn alleen te verkrijgen in een bepaalde streek.
 Populaire kranten leggen de nadruk op sensationeel nieuws: misdaad, ongelukken en bekende personen. Vette koppen en grote kleurenfoto’s Richten zich op breed publiek. Te-legraaf en AD zijn voorbeelden.
 Kwaliteitskranten richten zich vooral op politieke ontwikkelingen en de achtergronden van het nieuws. Foto’s zijn kleiner, koppen minder vet. Gebruiken moeilijkere woorden. NRC is goed voorbeeld.
 Onderscheid tussen verschillende soorten tijdschriften:
- jongerenbladen
- vrouwenbladen
- roddelbladen
- special-interest bladen
- vakbladen
- opiniebladen
- omroepgidsen
 3 verschillende soorten televisie- en radiozenders:
- publieke omroepen
- regionale en lokale omroepen
- commerciële omroepen
 Publieke omroepen zenden uit op Nederland 1,2 en 3. De meeste zijn opgericht in de jaren ’20.
 De NOS (eerst NTS) is opgericht in 1951. Inmiddels is de NOS gesplitst in NOS, NPS en NOB.
 NPS verzorgt nu de meeste programma’s.
 NOB beheert o.a. de studio’s en opnameapparatuur.
 Publieke omroep krijgen hun geld van de omroepbijdrage die iedereen met een radio of televisie moet betalen. Een ander deel krijgen zij van de STER.
 Commerciële zenders vertegenwoordigen geen maatschappelijke groeperingen, in tegen-stelling tot publiek omroepen als de KRO en VARA.
 Ons land heeft dus publieke én commerciële zenders, dit noemen we duaal bestel
 Nieuwe media is de nieuwe informatiebronnen naast gedrukte media, radio en televisie
 Internet: world wide web, e-mail, nieuwsgroepen.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.