Hoofdstuk 2 paragraaf 1-4

Beoordeling 1
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 1180 woorden
  • 24 maart 2015
  • 1 keer beoordeeld
  • Cijfer 1
  • 1 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!

Paragraaf 1.1 ‘De kern van de rechtsstaat’



Rechtsstaat





  • Ontstaan door vallen en opstaan     

  • Heeft hoogste gezag over de bevolking



staatsorganen = overheid



gezag – als wetten worden uitgevoerd zonder de angst voor straf



liberale rechtsstaat




  • Ontstaan door stap voor stap de regering vrijheden af te dwingen

  • Persoonlijke vrijheid

  • Bescherming van de burgers tegen willekeurig overheidsoptreden



Democratische rechtsstaat




  • Volwassen burgers kiesrecht



Sociale rechtsstaat




  • Overheid neemt de sociale zaken op zich



Rechtsstaat




  • Bescherming tegen willekeur van de overheid

  • Rechtszekerheid

  • Gelijke rechten



Paragraaf 1.2 ‘Kenmerken van de rechtsstaat’



Wettelijke regelingen




  • Gelijke rechten à iedereen wordt gelijk behandeld

  • Legaliteitsbeginsel à je kunt alleen gestraft worden op een misdaad als de wet er op dat moment al is.

  • Overheid moet zich aan de wetten houden

  • Machtenscheiding à wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht / trias politica, onafhankelijkheid van de rechters

  • Grondrechten / mensenrechten à beperken macht overheid tegenover de burger



Grondwet – bestaat uit wetten die ten alle tijden gehouden moeten worden, kan alleen               veranderd worden bij een twee derde meerderheid van het parlement, moet 2 keer over     gestemd worden



Plichten – iedereen moet de wet kennen, naast wettelijke plichten hebben mensen vaak ook     morele plichten



Paragraaf 1.3 ‘Veiligheid’



Beeldvorming – dingen in de media of via vrienden die de gedachte over bepaalde dingen                    beïnvloedt.



Paragraaf 2.1 ‘Klassieke en sociale grondrechten’



1789 – Verklaring van de Rechten van de Mens en Burger (Franse revolutionairen)



2 soorten mensenrechten




  • Klassieke mensenrechten




  • vrijheid van godsdienst

  • vrijheid van drukpers/meningsuiting

  • vrijheid van vereniging, vergadering en demonstratie

  • onaantastbaarheid van het lichaam (overheid mag niemand mishandelen/martelen)

  • bescherming van persoonlijk eigendom

  • recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer

  • bescherming tegen willekeurige huiszoeking

  • bescherming tegen willekeurige arrestatie

  • brief-, telefoon- en telegraafgeheim




  • sociale mensenrechten




  • recht op eten, onderdak, werk, onderwijs en gezondheidszorg

  • overheid heeft wel een inspanningsverplichting, maar geen resultaatverplichting



Rechter beslist over wat is recht.



Paragraaf 2.2 ‘Bescherming van grondrechten’



Ombudsman – onafhankelijke functionaris die onderzoekt of een klacht terecht is



Privacy – een deel van de bevolking vindt de veiligheid belangrijker dan bescherming van de                                       grondrechten                                                                                          



Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg – orgaan van de Raad van Europa, beoordeeld of de overheid het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden heeft overtreden.



Veel landen hebben internationale mensenrechtenverdragen ondertekend



Paragraaf 3.1 ‘Opsporing en vervolging’



Criminaliteit – strafbaar gedrag



Delicten – strafbare handelingen, staan in Wetboek van Strafrecht



Ernstige delicten – misdrijven, staat op strafblad à 4/8 jaar van kracht



Minder ernstige delicten – overtredingen



Legaliteitsbeginsel – alleen mensen mogen opsporen en berechten als het delict, op dat moment, in de wet staat.



Wetboek van Strafvordering – zijn de bewijzen legaal verkregen?



Politie doet het opsporen o.l.v. de officieren van het OM



Dwangmiddelen – wettelijke bevoegdheden van de politie om de waarheid te achterhalen



DNA-materiaal is tegenwoordig heel belangrijk geworden in het onderzoek



Seponeren – zaak afgesloten zonder veroordeling, delict te klein of op een andere manier opgelost



Transactie – verdachte wordt aangeboden een geldsom te betalen zodat hij niet voor hoeft te komen.



Gedogen – bepaalde wetsovertredingen bewust niet vervolgen



Paragraaf 3.2 ‘Berechting’



Verloop berechting:




  • rechter ondervraagt verdachte, getuigen en deskundigen

  • officier van justitie en/of advocaat vragen stellen

  • officier van justitie ,als openbare aanklager, houdt een toespraak

  • advocaat verdedigingstoespraak

  • verdachte kan een laatste woord doen

  • rechter doet uitspraak



staat betaald alle kosten, behalve de advocaat.



Verschillende partijen




  • allemaal universitaire opleiding in rechten




  • officier handelt als ambtenaar van het OM

  • advocaat behartigt de belangen van de verdachte

  • rechter is lid van de onafhankelijke rechterlijke macht



19 rechtbanken



Verdachten van misdrijven moeten voor de strafrechters van de rechtbank verschijnen



Verdachten van overtredingen moeten voor de kantonrechter verschijnen



Verdachte of officier van justitie niet eens met het vonnis? Ga naar het gerechtshof, zaak wordt opnieuw bekeken en beoordeeld.



Daarna kun je naar het cassatie gaan, de Hoge Raad. Die kijkt ook of de lagere rechter de wetten goed heeft toegepast.



Paragraaf 3.3 ‘Straffen’



Doelen van het opleggen van straffen:




  • Vergelding, boeten voor wat er gebeurd is

  • Preventie, afschrikken zodat het niet nog eens gebeurd

  • Resocialisatie, de straf moet terugkeer in de samenleving mogelijk maken

  • Voorkomen van eigenrichting, voorkomen om het recht in eigen hand te nemen



Daderstrafrecht – rekening houden met ernst van het delict, bewijsvoering en omstandigheden



Soorten straffen voor volwassenen:




  • Gevangenisstraf (bij misdrijven)

  • Hechtenis (bij overtreding)

  • Taakstraf (onbetaald maatschappelijk nuttig werk)

  • Geldboete



Bijkomende straffen, zoals in beslag nemen van buit of kiesrecht af te nemen



Voorwaardelijke straffen, 6 maand gevangenis ontlopen tenzij je binnen 3 jaar weer een misdraag begaat.



Kinderen tot 12 jaar zijn niet strafrechtelijk aansprakelijk



12-18 jaar, naar HALT of voor de kinderrechter



Recidivisten – mensen die al eerder een misdrijf hebben gepleegd



Aantal jaren celstraf laatste jaren verhoogd.



Tbs – ter beschikking stellen van de dader = begeleiding voor het terugkeren naar de samenleving, duurt ong. 7 jaar.



Paragraaf 4.1 ‘Het gelijkheidsbeginsel in de praktijk’



AWGB – Algemene Wet Gelijke Behandeling 1994, geeft aan in welke gevallen mensen  afgewezen mogen worden op grond van geslacht of godsdienst e.d.



Commissie Gelijke Behandeling – hier kun je terecht als je vindt dat je onterecht behandeld bent.



(directe) klassenjustitie – mensen uit een lagere sociale klassen worden eerder opgepakt en strenger gestraft.



Indirecte klassenjustitie – misdrijven die vooral door lagere sociale klassen gepleegd worden meer vervolgen dan misdaden die door hogere sociale klassen gepleegd worden.



Witteboordencriminaliteit – fraude en andere misdrijven die door hogere sociale klassen worden gepleegd, waar de politie niet heel deskundig op is.



Vaak worden lager opgeleiden/werklozen ergere straffen opgelegd dan wel werkenden.



Paragraaf 4.2 ‘Terrorismebestrijding: veiligheid en vrijheid?’



Globalisering – verschillende landen gaan samenwerken op verschillende gebieden (economisch, sociaal, politiek ed.), hierdoor ontstaat begrip maar ook haat en afkeer.



Terrorisme – aanslagen waarbij grote aantallen willekeurige slachtoffers vallen



 De overheid moeten de burgers beschermen tegen beperkingen van hun vrijheid, maar ook de veiligheid van de burgers garanderen.



Problemen bij strafrecht:




  • Door hoge straffen schrikken ze niet af, aangezien ze verwachten dat ze bij hun aanslag zullen sterven.

  • De aanslagen moeten worden voorkomen, maar de straffen gelden pas als de daad al is gebeurd.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.