Zit je in 4/5 havo en heb je een N&T of N&G profiel? Vul deze korte vragenlijst in over chemie-opleidingen en maak kans op 20 euro Bol.com tegoed.

Meedoen

Hoofdstuk 2, Criminaliteit

Beoordeling 6.7
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas vwo | 2913 woorden
  • 26 juli 2007
  • 6 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.7
  • 6 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!
Maatschappijleer Hoofdstuk 1

1.1 Wat is recht?
Waarden zijn principes die mensen belangrijk en nastrevenwaardig vinden.
Normen zijn gedragsregels die voortvloeien uit waarden.

Recht en wetten
Mensen vinden onmaatschappelijk gedrag onfatsoenlijk. Sommige normen vinden we zo belangrijk dat in wetten is vastgelegd wat er moet gebeuren als iemand zich hier niet aan houdt. Als iemand dit niet doet dan toont hij crimineel gedrag. In dat geval kun je in aanraking komen met Justitie, en een traf krijgen. Recht is het geheel van gedragsregels die door de overheid zijn vastgesteld, die betrekking hebben op het handelen van mensen al leden van een samenleving.

1.2 Wat is criminaliteit?
Het is belangrijk dat de rechtsnormen overeenstemmen met de opvattingen die burgers hebben, zodat burgers zich meer aan de wetten gaan houden.

Criminaliteit zijn alle gedragingen die bij de wet strafbaar zijn gesteld.
Rechtsnormen zijn bedoeld om:
 De samenleving te ordenen;
 Conflicten naar behoren te regelen;
 Onafhankelijke rechtspraak waarborgen;

Internationale verschillen
Rechtsnormen zijn sterk gebonden aan tijd en plaats. Plaats: elk land heeft zijn eigen strafrecht, Tijd: In welke tijd je nu leeft (verandering van strafrecht)

1.3 Soorten Criminaliteit
De wet maakt onderscheid tussen misdrijven en overtredingen. Overtredingen: de minder ernstige strafbare feiten, misdrijven: De ernstigere strafbare feiten. Overtredingen komen niet op het strafblad terecht, misdrijven wel. Misdaad cijfers van het CBS gaan uit van misdrijven. Een betere omschrijving van criminaliteit is: alle misdrijven die in de wet staan omschreven.Welke gedrag strafbaar is en welke niet staat omschreven het Wetboek van Strafrecht.

Soorten delicten

 Delicten tegen het openbaar gezag (verbranden van de Nederlandse vlag, en het afluisteren van tel gesprekken)
 Misdrijven tegen het leven en persoon;
 Ruwheidsmisdrijven (vernieling graffiti);
 Vermogensmisdrijf (diefstal );
 Seksuele misdrijven;
 Verkeersmisdrijven;
 Misdrijven tegen de opiumwet (verkoop van harddrugs);
 Economische delicten;
 milieudelicten

Zware en veel voorkomende criminaliteit
Er wordt bij misdrijven ook nog onderscheidt gemaakt tussen twee verschillende groepen:
 Zware Criminaliteit: ernstige vormen: moord, inbraak overvallen, verkoop vn harddrugs.
 Veel voorkomende criminaliteit: winkeldiefstal, voetbalvandalisme, graffiti, enz. Deze zaken hebben met elkaar gemeen dat ze: vaak voorkomen, gevoelens van onveiligheid versterken, en relatief laag worden gestraft.

1.4 Misdaad Statistieken
Sinds de tweede wereldoorlog is er sprake van een voortdurend stijgende criminaliteit.

Politiestatistieken
De cijfers van de politiestatistieken zijn niet altijd juist, doordat:
 Niet alle delicten worden gemeld
 Sommige delicten nooit worden ontdekt
 De opsporingsactiviteit niet altijd even vaak plaatsvindt
 Er wel eens registratie fouten gemaakt.

Slachtofferenquêtes
Ook slachtofferenquêtes hebben nadelen:
 Het is een subjectieve meting
 Het CBS meet alleen veel voorkomende delicten
 Slachtofferloze criminaliteit valt hierbuiten.

1.5 Is Nederland onveilig?
Nederlanders zien criminaliteit als een van de grootste problemen. Gevoelens van onveiligheid hebben vooral te maken met angst voor geweld. Deze gevoelens worden versterkt door de media. Wat dodelijk geweld betrefd is Nederland een redelijk veilig land (200 doden p/j)

1.6 Maatschappelijke gevolgen
Criminaliteit is een belangrijk maatschappelijk probleem geworden omdat iedereen direct of indirect bij is betrokken.
Materiële schade: Schade die van vernieling, inbraak en diefstal komt (voorwerpen)
Immateriële schade: Mensen die het slachtoffer zijn geworden van criminaliteit en hierdoor psychische schade hebben opgelopen.

Hoofdstuk 2
2.1 oorzaken van criminaliteit
Criminaliteit komt niet onder alle bevolkingslagen overal even veel voor. Deze verschillen komen door:
 Geslacht (vaker door mannen)
 Leeftijd (delicten worden vaak gepleegd door adolescenten, zwaardere criminaliteit door wat oudere mannen)
 Maatschappelijke positie (Lage positie hogere akns om met de politie in aanraking te komen, bij hogere milieus gaat het vaker om vermogensdelicten (witteboordencriminaliteit ) )
 Etnische afkomst
 Locatie

2.2 Oorzaken
In een minderheid van de gevallen is het aantoonbaar dat criminaliteit aangeboren is. (gevolg van psychische stoornis blijken mensen zwaar agresief, kleptomaan of pyromaan)
De belangrijkere oorzaak is de invloed van de omgeving, die je kan indelen in twee niveaus
 Individueel niveau: De mate van socialisatie(*);
 Maatschappelijk niveau: De invloed van maatschappelijke omstadigheden(**)

(*)Socialisatie
Socialisatie is het proces waarbij waarden normen en andere kenmerken van een cultuur worden aangeleerd.
 Het gezin is de voedingsbodem voor het lager functioneren van de mensen. Als ouder hun kinderen slechte dingen niet afwijzen zullen de kinderen de normen van de samenleving niet leren kennen en kunnen.
 Kinderen die op op school mislukken hebben een grotere kans om met justitie in aanraking te komen.
 Jeugdcriminaliteit heeft ook te maken met het rollenpatroon onder leeftijdsgenoten (door bijvoorbeeld soerdoenerij)

(**)Maatschappelijke omstandigheden
 Maatschappelijke en sociale achterstanden kunnen een rol spelen bij de oorzaak van ciminaltiteit. Mensen die zich in een uitzichtloze situatie bevinden kunnen het vertrouwen inde samenleving verliezen.
 Drugs spelen een grote rol bij criminaliteit.
 De normen en waarden zijn vervaagt bij mensen die crimineel verdrag vertonen
 De sociale controle iis afgenomen: er is meer anonimiteit dan vroeger.
De pakkans is afgenomen: de kans dat ze je pakken bij een delict is kleiner geworden.
2.3 Theorieën over criminaliteit

biologische theorieën
de gevangenis arts Lombroso dacht dat bij sommige mensen het crimineel gedrag biologisch is bepaald. Hij onderzocht of er een overeenkomst was van kenmerken van het uiterlijk bij criminelen: Hij onderzocht of een laag voorhoofd, specifieke haarinplant doorlopende wenkbrauwen en een lage gevoeligheid voor pijn daar iets mee te maken had.
Tegenwoordig probeert de sociobiologie het sociale gedrag uit biologische factoren te verklaren.

Psychologische theoriën
Psychologen gaan ervan uit dan de belangrijkste oorzaak van crimineel gedrag bij de dader moet worden gezocht. Zij ontdekten dat onder criminalen relatief vaak mensen met een psychiatrische stoornis voorkwamen.

Volgens de Amerikaan Sutherland zijn karaktertrekken niet belangrijk. Hij kwam tot de conclusie dat crimineel gedrag wordt aangeleerd. De aangeleerd-gedrag theorie verklaart hoe crimineel gedrag van de ene op de andere persoon wordt doorgegeven

Sociologische theorieën
Sociologen leggen hun verklaring voor crimineel gedrag de nadruk op de invloed van de maatschappelijke omstadigheden.

De socioloog Merton zoekt de verklaring voor criminaliteit in het probleem dat mensen hebben om hun levensdoelen te bereiken. Sommigen kunnen hun doel bijstellen als het niet lukt, mensen die dat niet kunnen gaan illegale of strafbare middelen hiervoor gebruiken. Dit is de anomietheorie

Voolgens criminoloog Hirschi is ieder mens voor een deel tot het slechte toe in staat. De meeste mensen gedragen zich echter netjes omdat zij goede bindingen hebben die ze leiver niet op het spel zetten. Hirschi benadrukt het belang van sociale controle om maatschappelijke bindingen te versterken.

Hoofdstuk 3
3.1 Rechtsbescherming
Door bepalingen in de grondwet wordt de burger beschermd tegen andere burgers en tegen machtsmisbruik van de overheid.

Bescherming van de overheid
Het overheidsgezag dient er in een staat voor te zorgen dat iedereeen zich aan de wet houdt. De overheid heeft een geweldsmonopolie (mag als enige legaal geweld gebruiken om te zorgen dat iedereen zich aan de wet houdt) De politie mag echter niet iedereen zomaar oppaken en in een cel stoppen. Een rechtsstaat is een staat waarin de overheid is gebonden aan wettelijke regels en waarin de bevolking beschikt over politieke en sociale rechten.

Mensenrechten
In 1948 namen de VN de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aan. Voorbeelden die daarin staan:
 Men mag niet discrimineren;
 Men mag mensen niet martelen;
 Men mag niet zomaar iemand gevangen zetten;
 Iedereen heeft recht op een eerlijk proces;
 Iedereen heeft recht op vrijheid van meningsuiting.

Deze mensenrechten zijn vastgelegd in de grondwet.

Specifieke bepalingen
Hier moet de overheid zich aan houden bij de bestraffing van crimineel gedrag:
 Het legaliteitsbeginsel Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling.
 Elk wersartikel in het strafrecht bevat telkens een nauwkeurige omschrijving van het delict en de strafmaat die een rechter maximaal kan opleggen.
 Wanneer een rechter uitspraak heeft gedaan mag jenniet voor hetzelfde strafbaar feit voor een tweede keer worden vervolgd. Dit is de ’ne bis idem-regel’
 Een verdachte is onschuldig totdat hij door de rechter schuldig is bevonden

Bescherming burgers onderling
De overheid moet erop toezien dat burgers elkaars rechten niet schenden. Dit doet de overheid door:
 Wetgeving. In een groot aantal wetten worden de verhoudingen tussen burgers geregeld.
 Rechtshandhaving. De overheid moet optreden tegen de personen die een strafbaar feit begaan.

3.2 Tweesporenbeleid
Tegenwoordig voert de overheid heel duidelijk een tweesporenbeleid uit:
 Er wordt gezocht naar preventieve maatrgelen. (voorkomen van criminaliteit)
 Bij zware georganiseerde misdaad wordt de oplossing gezocht in repressieve maatregelen. (hogere vrijheidsstraffen)

3.3 Procedure in vogelvlucht
Procedure ide moet worden gevolgd als een strafbaar feit wordt geconstateerd.
1. De politie verzamelt informatie over het strafbare feit. Deze informatie wordt opgeschreven in in proces verbaal.
2. De politie geeft het proces verbaal aan de officier van Justitie. Deze voert het opsporingsonderzoek ui. De officier van justitie moet vervolgens beslissen of hij de zaak zwaar genoeg vindt om de verdachte verder te vervolgen. Dan komt er een rechtszaak
3. Als de officier van justitie genoeg bewijzen heeft stuur hij het dossier naar de rechter. Deze moet tijdens een rechtszaak vaststellen of de verdachte inderdaad schuldig is. Als de rechter de schuld bewezen scht kan hij de verdachte een straf opleggen.

De verdacht moet gebeuren.
 Fouilleren: → aan de zijn kleding en lichaam van de verdachte worden onderzocht
 Vrijheidsbeneming → De politie mag een verdachte in het belang van het onderzoek enkele dagen op het bureau vasthouden. Dit mag maxiimaal drie maanden.
 Huiszoeking: → De politie mag die alleen doen met een machtiging tot binnentreding, en een machtiging tot huiszoeking
 Inbeslagneming → De politie mag gestolen voorwerpen in beslag nemen

In de politiewet staat geschreven wanneer de politie welke maatregelen mag nemen.

Hoofdstuk 4
4.1 officier van justitie
De officier van Justitie is de openbare aanklager, omdat hij namens de smaneleving bewijzen zoekt tegen de verdachte en een straf tegen hem eist. Zijn taken zijn:
 Het opsporingsonderzoek leiden;
 Brengt verdachten voor de rechter;
 Het eisen van eeen bepaalde straf in een rechtszaak;
 verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de straf.

Alle officieren van justitie bij elkaar noemen we het openbaar ministerie.
De minister van justitie is verantwoordelijk voor het beleid van het OM.

Opsporingsonderzoek
De officier van justitieleidt het opsporingsonderzoek, maar de politie voert het uit, omdat zij opsporingsbevoegdheid hebben (bevoegd om opsporingsmethoden toe te passen.)
Hierbij gaat het ook om het afluisteren van telefoongesprekken enz.

Keuzemogelijkheden
De officier van justitie heeft drie mogelijkheden.:
 Seponeren: niet verolgen van een dader. Dit geberud als er niet genoeg bewijs is, of als de verdachte al genoeg is gestraft. Bij een voorwaardelijk seportverbindt de officier van justitie voowaarden aan het seponeren, bijvoobeeld een verslaafde laten afkicken, en als hij dat niet doet alsnog een straf geven.
 Transactie Meestal een geldboete en wordt ook wel een schikking of een voortijdige afdoening genoemd. De officier mag een transactie aanbieden bij lichte misdrijven.
 Vervolgen: De verdachte voor de rechter brengen. Hij suurt het dossier naar de rechtbank en er komt een rechtszaak.

4.3 Uitbreiding opsporingsbevoegdheden
Het opsporen van criminaliteit is steeds moeilijker geworden.

Georganiseerde misdaad
Men is misdaad steeds beter aan het organiseren geweest, ze hebben nu zelfs apparatuur om politie en justitie af te luisteren.

Reactie overheid
Om meer criminelen op te sporen is het opsporingsonderzoek verder uitgebreid:
 Er mochten richtmicrofoons worden gebruikt;
 De officier van justitie mocht vaker infiltranten inzetten;
 Gecontroleerde doorvoer.;
 Informanten: leden van misdaadorganistaties betalen in ruil voor informatie;
 Inkijkoperaties: in het geheim een gebouw binnen treden
 Kroongetuigen: Strafvermindering geven als deze persoon een belastende verklaring aflegt tegen een grotere crimineel dan hijzelf.

De voorwaarde voor deze maatregelen is dat de hoofdofficier telkens toestemming moet geven. Ze mogen alleen gebruikt worden bij een zeer ernstig strafbaar feit.

Hoofdstuk 5
5.1 onafhankelijkheid rechters.

De rechtsspraak in ons land is volgens de trias politica een taak van de rechterlijke macht. Rechters zijn hierdoor onafhankelijk. Ze mogen niemand bevoordelen, ook de overheid niet.

De onafhankelijkheid van de rechters is verder gewaarborgd doordat:
 Een rechter voor het leven wordt benoemd;
 Het salaris bij wet is geregeld;
 Het aantal rehters in elke rechtszaak van tevoren vaststaat;

De rechters worden bij de rechtszaak bijgestaan door griffiers(gerechtssecretarissen) die schriftelijk vastleggen wat er door de partijen op een terechtzitting is gezegd en maken de vonissen van de rechter op.

5.2 Soorten rechtbanken
Er zijn in Nederland drie rechtersinstanties:
 Arrondisementsrechtbanken: Dit is het laagste rechtscollege en houdt zich vooral bezig met alle misdrijven. Er zijn er 19 in Nederland. Een arrondisementsrechtbank kent drie soorten rechters: de politierechter (lichte misdrijven), de kinderrechter (12/18jr) en de kantonrechter (overtredingen), en de meervoudige kamer (drie rechters die zware misdrijven uit het strafrecht)
 Gerechtshof (5 in Nederland) De belangrijkste taak is het hoger beroep van de zaken die door de arrondissementsrechtbank zijn behandeld. Bij het gerechtshof wordt rechtgesproken door een meeevoudige kamer van drie rechters of door een enkelvoudige kamer.
 Hoge raad: het hoogste rechtscollege. Hier zijn 3 of 5 raadsheren. De hoge raad soreejt recht als een verdachte of het OM het niet eens is met de uitsptaak van het hof. (cassatie) Hier bekuiken ze of rechtsregels goed zijn toegepast. Als dat niet zo is wordt de zaak opnieuw behandeld

5.3 verloop rechtszaak
Een strafzaak begint met een dagvaardiging waarin staat wat de verdachte wordt verweten, en waar en wanneer de zitting plaatsvindt. Deze wordt verstuurd door de officier van justitie. De verdachte mag zich verdedigen maar meestal doet de advocaat dit.

De rechtszaak verloopt in 8 stappen:
1. Opening: de rechter controleert de persoonsgegevens van de verdachte en verteld dat hij moet opletten en dat hij niet verplicht op vragen hoeft te antwoorden;
2. Aanklacht: De officier van justitie leest de tenlastenlegging oftewel de aanklacht voor. Hij vertelt waar hij van wordt verdacht.
3. Onderzoek De rechter begint aan het onderzoek door gebruik te maken van het proces verbaal en getuigen. Zij hebben de plicht om de waarheid te spreken.
4. Verhoor van de verdachte: Hij mag getuigen laten verschijnen en hoeft niet de waarheid te spreken
5. Requisitoir: De officier verteld een verhaal waarin hij probeert aan te tonen dat de verdachte schuldig is, en waarin hij de rechter om een bepaalse vraag steld: De zogenaamde eis.
6. Pleidooi, De advocaat houdt het pleidoor waarin hij de verdachte verdedigt . Hij zal proeren aan te tonen dat er te weinig bewijsmateriaal aanwezig is. Hij vraagt meestal om vrijlating of strafvermindering
7. Laatste woord: De verdachte kan zeggen of hij iets heeft gedaan en zijn spijt betuigen.
8. Vonnis: De rechter doet uitspraak. Bij de arrondissementsrechtbank kan dit twee weken duren.

5.4 Vonnis
De rechter beslist in zijn uitspraak of de verdachte schuldig is en welke straf hij krijgt. De rechter zal niet ze vaak een maximumstraf opleggen, omdat hij ook naar de omstadnigheden moet kijken waaronder het strafbaar feit is gebeurd. Ook kijkt de rechter of de persoon al een strafblad heeft.

5.5 Rechtshulp
Bij strafzaken hebben verdachten recht op rechtshulp, hievoor kun je terecht bij:
 Een advocaat
 Een bureau voor rechtshulp. Dit zijn beginnende juristen die gratis advies geven aan burgers.
 Een rechts-of-wets winkel Hier weken rechtenstudenten die gratis spreekuren houden waarin zij eenvoudige adviezen geven.

Hoofdstuk 6
6.1 Waarom straffen we?
De redenen zijn:
 Vergelding het moet weer goed worden gemaakt.
 Afschrikking van de dader zodat hij het niet voor een tweede keer doet;
 Afschrikking van de samenleving dit schrikt burgers af om ook een misdaad te plegen;
 Voorkomen eigenrichting Voorkomen dat slachtoffers zelf gaan straffen;
 Verbetering van de dader Zorgen dat hij zich aanpast aan de normen;
 Beveiliging van de samenleving In de tijd dat een dader vast zit kan hij geen last bezorgen;

Mensen die echt een gevaar voor de samenleving zijn kunnen in een TBS kliniek worden opgesloten.

6.2 Geschiedenis van het straffen
tot in de middeleeuwen stond wraak voorop als straf.In de 12e eeuw ontstonden meer steden, de stadsbestuurders probeerden de macht van de adel af te breken. Afschrikking werd een belangrijk doel. Dit werd uitgevoerd dmv. Schandpalen, of stokslagen op een marktplein. Zwaardere misdadigers werden opgehangen, gevierendeeld, verbrand of opgehangen. In de 19e eeuw werd het steafrecht gemoderniseerd.In 1870 werd de doodstraf afgeschaft. Na WOII werd ook resocialisatie heel belangrijk .

6.3. Soorten straffen
Alle straffen staan in de wet omschreven. De zwaarste straf in Nederland is levenslang. Er zijn dire hoofdstraffen:
 Geldboete Als iemand niet betaald moet hij alsnog de gevangenis in.
 Vrijheidsstraf
 Alternatieve straf: De rechter bestraft de daders steeds vaker met een alternatieve straf, omdat dezze ook een opvoedend karakter heeft. (onbetaalde arbeid ten algemeen nutte)

Bijkomende straffen
De dader kan naast de hoofdstraf ook nog een bijkomende straf krijgen. De rechter kan ook maatregelen opleggen. De belangrijkste is de TBS. De rechter veroordeeld iemand hiertoe als iemand niet toerekenings vatbaar is. TBS duurt maximaal 4 jaar, maar kan worden verlengd als iemand een bedreiging is voor de samenleving. Sommige patiënten verblijven hier hun hele leven.

Hoofdstuk 7
7.1 Procedure
Bij een rechtsspraak spreken we van een eiser, degene die de zaak aan de rechter voorlegt, en de gedaagde, de persoon van wie iets wordt gevraagd.

Verloop
Een zaak begint wanneer de eiser de gedaagde een dagvaarding stuurt. Dit is een mededeling waarin staat dat hij voor de rechter moet verschijnen. Hierin staat altijd:
 De naam van de eiser
 De eis
 De motivatie
 Het tijdstip en de plaats van de rechtszaak

Bij ingewikkelde zaken is het verplicht om een advocaat te hebben. Bij een burgerlijk proces zal de rechter vaak zeggen het probleem onderling op te lossen, lukt dat niet dan wijst de rechter een vonnis en neemt dus de uiteindelijke beslissing

7.2 Vonnis
tegen een vonnis kunnen beide partijen in hoger beroep gaan als het om een bedrag gaat hoger dan 1750 euro. Dat moet meestal binnen drie maanden gebeuren.Als een partij het vonnis niet nakomt, dan kan de rechter hem hiertoe dwingen door bijvoorbeeld bij het vonnis een dwangsom op te leggen

7.3 Kort Geding
Soms duurt een gewoon burgerlijk proces veel te lang en is er snel een uitspraak nodig. In dat geval kun je beter een kort geding aanspannen. Een kort geding is een vereenvoudigde procedure voor spoedeisende zaken die worden behandeld door de rechter. Dit geeft altijd een voorlopig oordeel in afwachting van een definitieve uitspraak in het normale burgerlijk proces.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.