Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen

Hoofdstuk 2

Beoordeling 7.7
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas vwo | 1793 woorden
  • 22 oktober 2009
  • 38 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.7
  • 38 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!
1.1
Een rechtsstaat heft speciale kenmerken. Een staat is gekenmerkt door het hoogste gezag over de bevolking binnen een bepaald grondgebied. De staat beschikt over de macht om te straffen. Wanneer de macht van de staat en het gebruik van die macht door de burgers als redelijk word ervaren dan spreek je van gezag.
Een liberale rechtsstaat kenmerkt zich door persoonlijke vrijheden en bescherming van de burgers tegen willekeurig overheidsoptreden. Veel inwoners kregen daardoor ook kiesrecht, wat de liberale rechtsstaat ook een democratische rechtsstaat maakte. De overheid heeft daarna ook nog veel sociale taken op zich genomen waardoor het ook een sociale rechtsstaat werd. De kernelementen van een rechtsstaat zijn: bescherming tegen willekeur van de overheid, rechtszekerheid en gelijke rechten.
1.2
Kenmerken van de rechtstaat, een aantal wettelijke regelingen

1. Alle mensen hebben gelijke rechten
2. Legaliteitsbeginsel: je mag alleen gestraft worden voor iets wat op dat moment als strafbaar werd beschouwd in het wetboek
3. Ook de overheid moet zich aan de wetten houden
4. Er bestaat machtenscheiding tussen de wetgevende macht, de uitvoerende macht en de rechterlijke macht(Trias politica). Ook heel belangrijk is de onafhankelijkheid van de rechters.
5. In de grondwet staan de belangrijkste grondrechten (ook wel mensenrechten). Die beperken de macht van de overheid tegenover de burger
Grondwet
Allen rechten hierboven staan in de grondwet. Om te voorkomen dat in een opwelling de regels ervan zomaar afgeschaft worden is er voor de wijziging van de grondwet een tweederde meerderheid van het parlement nodig.
Plichten
Tegenover rechten staan plichten, burgers horen zich aan de wet te houden.
1.3
De rechtstaat is ontstaan om de burgers tegen de staat te beschermen, maar tegenwoordig denken veel mensen bij rechtstaat aan bescherming door de staat. Mensen voelen zich minder veilig. Het idee dat criminaliteit toeneemt, heeft vooral te maken met beeldvorming. Niet alleen de werkelijkheid bepaalt wat mensen denken, maar ook de media, en verhalen van vrienden.

2. Wat zijn grondrechten (mensenrechten) en hoe worden ze beschermd?
2.1
Er zijn twee soorten mensenrechten: klassieke en sociale.
De belangrijkste klassieke mensenrechten zijn:
1. vrijheid van godsdienst
2. vrijheid van drukpers/meningsuiting.
3. Vrijheid van vereniging, vergadering, en demonstratie.
4. Onaantastbaarheid van het lichaam.
5. bescherming van persoonlijk eigendom
6. recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.
7. bescherming tegen willekeurige huiszoeking
8. bescherming tegen willekeurige arrestatie
9. brief, telefoon, en telegraafgeheim
Deze grondrechten gelden nooit in alle omstandigheden. Vaak zijn de grenzen ervan niet helemaal duidelijk. Hoever mag je bijvoorbeeld gaan bij vrijheid van meningsuiting? De regering bepaalt dit niet maar de rechter, die in een rechtsstaat onafhankelijk is.
Naast klassieke mensenrechten zijn er ook nog sociale mensenrechten. Zoals het recht op eten, onderdak, werk, onderwijs, en gezondheidszorg. De overheid moet hier actief iets aan doen. Ze hebben wel een inspanningsverplichting maar geen resultaatverplichting. Dus een werkloze kan niet zomaar een baan eisen bij de overheid.
2.2 bescherming van grondrechten
In veel democratische landen is het niet goed gesteld met de mensenrechten, ook al hebben ze deze wel opgenomen in een wet of verklaring. Je mag er bijvoorbeeld vaak geen kritiek uitten op de regering. En als je een klacht indient tegen de overheid, maak je geen kans om te winnen. Rechters zijn er vaak corrupt. In vergelijking met die landen is het in Nederland goed gesteld met de mensenrechten. Hier kan je naar de rechter, de ombudsman of zelfs naar het Europese hof voor de rechten van de mens stappen. Volgens de Nederlandse grondwet mogen de wetten niet in strijd zijn met het EVRM. Veel landen hebben internationale mensenrechtenverdragen ondertekend. Hierdoor kunnen misdrijven die in het land zelf niet kunnen worden berecht (door dictatuur) in een ander land worden berecht. Er zijn ook aparte internationale banken opgericht (internationaal strafhof den Haag).
3. Hoe worden in de Nederlandse rechtsstaat verdachten van misdrijven opgespoord, vervolgd en berecht?
3.1 Opsporing en vervolging
Criminaliteit is door de overheid in een bepaald land in een bepaalde tijd strafbaar gesteld gedrag.
Delicten staat in Nederland in het Wetboek van Strafrecht. Erge delicten heten misdrijven, minder ernstige overtredingen.
Ook als een feit wettelijk strafbaar is, moeten politie en justitie zich aan bepaalde regels houden. Die regels staan in het Wetboek van Strafvordering. Vervolging is de taak van het Openbaar Ministerie. De politie doet het meeste opsporingswerk, maar onder leiding van officieren van justitie.
De politie moet een ‘redelijk vermoeden’hebben om iemand te mogen arresteren. De wettelijke bevoegdheden van de politie om de waarheid te achterhalen worden dwangmiddelen genoemd. Hoe zwaarder het misdrijf, hoe zwaarder de dwangmiddelen.
De officier van justitie kan een zaak voor de rechter brengen, seponeren (zaak afsluiten zonder veroordeling), of de zaak afdoen met een transactie(boete betalen).
Als de officier van justitie de zaak voor de rechter brengt, dan moet de verdachte voor de rechter verschijnen. In het strafproces ondervraagt de rechter de verdachte. Daarna houd de officier van justitie als openbare aanklager een toespraak waarin hij alle bewijzen naar voren brengt en een bepaalde straf eist. Daarna houdt de advocaat een verdedigingsrede. Verdachten van misdrijven komen voor de strafrechter, verdachten van overtredingen komen voor de kantonrechter. Je kunt ook in hoger beroep gaan bij het gerechtshof als je het niet eens bent met het vonnis. Je kunt dan ook nog in cassatie gaan bij de Hoge raad, die bekijkt of de lagere rechter zich aan de wetten en de procedures heeft gehouden.
3.3 Straffen
De rechter hoopt met het opleggen van straf 4 doelen te bereiken:
1. Vergelding, de dader moet boeten voor wat hij heeft misdaan.
2. Preventie, mensen afschrikken het opnieuw te doen.
3. Resocialisatie, terugkeer in de samenleving mogelijk maken.
4. Voorkomen van eigenrichting, voorkomen dat slachtoffers zelf wraak nemen.
Nederland heeft geen daadstrafrecht, maar daderstrafrecht. Waarbij niet alleen de daad word berecht maar ook nog rekening word gehouden met de omstandigheden.
Nederland kent 4 hoofdstraffen voor volwassenen:
- Gevangenisstraf, bij misdrijven
- Hechtenis, bij overtreding
- Taakstraf
- Geldboete
Kinderen tot 12 jaar zijn niet strafrechtelijk aansprakelijk.
Kinderen van 12-18 jaar hebben speciale regels, veel lichte misdrijven worden afgehandeld via HALT.
Tegenwoordig worden kleine delicten steeds sneller afgehandeld, en worden de zwaardere misdrijven steeds zwaarder gestraft.
Naast straffen kan de rechter ook maatregelen opleggen, de belangrijkste is tbs (ter beschikking stellen van de dader). Meestal aan daders met psychische problemen. Gemiddeld duurt dit 7 jaar.
4. Welke problemen kent de rechtsstaat bij het gelijkheidsbeginsel en bij terrorismebestrijding?
4.1 Het gelijkheidsbeginsel in de praktijk
In de grondwet staat dat alle mensen die zich in Nederland bevinden in gelijke gevallen ook het zelfde moeten worden behandeld, en discriminatie is verboden. Maar de gelijkheids- en antidiscriminatiebeginselen blijken soms te botsen met de vrijheid van meningsuiting en godsdienst.
Om dit op te lossen is in 1994 de Algemene Wet Gelijke Behandeling ingevoerd. Hierin staat in welke gevallen mag worden afgeweken van het gelijkheidsbeginsel. Maar ook dit is geen oplossing voor alle situaties, daarom is er een Commissie Gelijke Behandeling opgericht. Als je een klacht hebt kun je het daar melden.
Als mensen uit lagere sociale klassen eerder worden opgepakt dan mensen uit een hogere klasse spreek je van klassenjustitie. Directe klassenjustitie is als twee mensen met verschillende achtergronden met hetzelfde strafbare feit, verschillend worden berecht.
Het kan ook indirect zijn. Dat is het geval als de politie de misdrijven die vooral worden gepleegd door mensen uit een lage klasse actiever vervolgd dan misdrijven van mensen uit een hoge klasse. De politie is veel bezig met misdrijven als diefstal, inbraak en geweld. Maar ze hebben in verhouding weinig deskundigen voor fraude en milieuzaken. Zulke delicten worden witteboordencriminaliteit genoemd. Ze zijn vaak moeilijk te bewijzen en de politie laat ze dus eerder schieten.
4.2 Terrorismebestrijding: veiligheid en vrijheid?
Terroristen willen met terroristische aanslagen de westerse samenleving ontwrichten/vernietigen, of de westerse invloed in islamitische landen tegen strijden. Deze aanslagen (Madrid, Londen, New York) hebben o.a. te maken met globalisering: het proces waarbij verschillende delen van de wereld op economisch/sociaal/cultureel/politiek terrein steeds meer op elkaar betrokken raken. Dit kan leiden tot begrip en samenwerking, maar ook tot nog grotere tegenstellingen en afkeer.
Wanneer door het treffen van grote aantallen willekeurige slachtoffers geprobeerd word om de samenleving te ontwrichten en het volk angst aan te jagen, spreek je van terrorisme.
Als er aanslagen dreigen, komt de rechtsstaat in een soort spagaat terecht. Ze moeten de burgers beschermen tegen willekeurige beperking van hun vrijheden door de overheid, maar ook de veiligheid van alle burgers garanderen. De overheid zet strafrecht in om terrorisme te bestrijden, er zijn twee problemen.
1. De straffen zijn bedoeld om mensen af te schrikken. Terroristen zijn hier ongevoelig voor, ze zullen immers zelf ook sterven bij het plegen van een aanslag.
2. Het strafrecht is erop gericht daders te straffen als ze het misdrijf al hebben gepleegd, terwijl aanslagen juist moeten worden voorkomen.
Meteen na de aanslagen in New York heeft de Europese unie alle lidstaten verplicht de wetten aan te passen, zodat terrorisme kan worden voorkomen.
Voor het opsporen en voorkomen van (terroristische) misdrijven hebben politie en inlichtingendiensten steeds meer mogelijkheden gekregen om mensen die iets met terrorisme te maken zouden kunnen hebben, in de gaten te houden. Nieuw is dat nu ook informatie van de AIVD als bewijsmateriaal kan gelden.
5. Hoe functioneert de rechtsstaat in de Verenigde Staten?
In Nederland gelden voor het hele land dezelfde wetten, maar in Amerika kunnen de vijftig staten veel dingen zelf regelen.
Ook de rechtsspraak is anders dan in Nederland. In Amerika beslist een jury van gewone burgers of de verdachte schuldig is of niet. Daarna bepaalt de rechter hoe hoog de straf moet worden. De meeste zaken komen nooit in een openbare zitting omdat 97% van de verdachten schuld bekent in ruil voor strafvermindering voor het zover kan komen. Daarover onderhandelt de advocaat van de verdachte met de officier van justitie en de rechter, dit heet plea bargaining.
Er bestaat nog steeds verschil van mening over de oorzaken van het hoge aantal moorden in de V.S.
Daarbij komt de discussie meestal neer op vuurwapens. Voorstanders zeggen dat ze ze nodig hebben om zich te verdedigen. Tegenstanders zeggen dat er alleen maar meer dodelijke schietpartijen komen als iedereen een vuurwapen heeft.
De gevangenisstraffen zijn vijf keer zo hoog als in Nederland. Er bestaat een three times you’re out-systeem. Dat betekent dat als je voor de derde keer een misdrijf pleegt dat je dan een heel zware gevangenisstraf krijgt.
De strafrechtketen daar werkt meestal in het nadeel van de zwarten. Arme zwarten kunnen geen goede advocaten betalen, en politiemensen/officieren/justitie/rechters hebben vaak vooroordelen.
Er is sprake van klassenjustitie en van rassenjustitie.
In de V.S. bestaat nog steeds de doodstraf, wat niet normaal is voor een westers land.
Door de terroristische aanslagen is een nieuwe wet ingevoerd die de Patriot Act heet. De bevoegdheden van politie, justitie, en inlichtingendiensten om mensen in de gaten te houden zijn sterk uitgebreid.
Bronnen:
De Kievid, J & Van Der Heijde, H & De Weme, B. Delphi Maatschappijleer 2e fase vwo, Hoofdstuk 2, Blz. 21 t/m 54, Derde Druk (2007), Geraadpleegd op: 10 Oktober 2009

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

G.

G.

Dankjewel!

10 jaar geleden