ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis

Hoofdstuk 1 – het burgerschap en sociale problemen
De relatie tussen burger en staat en burgers onderling staat vastgelegd in de recht.
Particulier (individueel) burgerrecht (18de en 19de eeuw): individuele vrijheidsrechten (recht op bezit, recht op vrijheid van meningsuiting). Burger is zelf verantwoordelijk voor eigen leven en welzijn - ‘’klassieke mensenrechten.’’
Politieke burgerschap (18de en 19de eeuw): maatschappelijk gericht (recht op zeggenschap in het bestuur). De burger moet medeverantwoordelijk zijn voor het welzijn van de samenleving. Na deze rechten, kon de liberale democratie ontstaan (midden 19de eeuw)
Sociale burgerschap (20ste eeuw, door democratie): iedereen kan deelnemen in de samenleving (recht op materiële voorzieningen (inkomen, gezondheidszorg, onderwijs).
Corporatief burgerschap (20ste eeuw): Burgers organiseerden zich in grote en sterke organisaties met een religieuze of ideologische achtergrond. Het zijn niet-commerciële (non-profit) organisaties. Ze zijn meestal aangeduid met het begrip ‘maatschappelijk middenveld’. Ze komen op voor eigen deelbelangen, maar zorgen samen voor een algemeen belang: het helpt iedereen in de samenleving.
Je kan ook kijken naar de manier hoeverre de burgers worden ingeschakeld in het bestuur van de samenleving:

Opvatting/Nadruk op/ De burger heeft…/ De overheid…/ Burgerschap als…
Egalitair-liberalistisch of liberaal /Juridische rechten/ Individualiteit van de burger met rechten als vrijheid meningsuiting en stemrecht./ Zorgt voor gelijkheid van iedereen door sociale rechten: werken, onderwijs, scholing, huisvesting, gezondheidszorg, bijstand./ Status: mogen meedoen
Neo-republikeins/ Politieke en sociale gemeenschap/ Activiteit in organisaties van de democratie. /Verplicht de burgers om mee toe doen in de democratische rechtstaat /Ambt: mogen en kunnen meedoen
Communitarisch/ Culturele en sociale gemeenschap en burgers onderling/ Meer inbreng door het meedoen in de ‘civil society’./ Wil de mensen leren mee te doen door actief te worden in organisaties, zoals kerk of vereniging./ Deugd: mogen, kunnen en willen meedoen
SOCIALE VRAAGSTUKKEN
Burgerschaprechten zijn niet zomaar ontstaan. Ze ontstaan door wrijvingen tussen groepen (burgers) en gezag.
De burger heeft de overheid nodig: ze willen geen files, goed wonen, geen last van criminaliteit, etc.
Dit zijn ‘sociale problemen (sociale vraagstukken)’ die de overheid moet aanpakken.
Socioloog/professor Kees Schuijt Kenmerken:
- Er zijn grote groepen mensen zijn er bij betrokken .
- Het gaat om particuliere overlast en lichamelijke/geestelijke schade.
- mensen die er last van hebben kunnen het probleem niet zelf aanpakken -> boven hun macht.
- Er zijn meningsverschillen door verschillende visies. Politieke partijen hebben eigen standpunten.
- Ze zijn ingewikkeld. Er zitten andere problemen aan vast.
- De overheid moet het oplossen (die kan meerdere problemen aanpakken).
- Het kan nooit COMPLEET opgelost worden, want het keert in andere vorm terug.
SOCIAAL ECONOMISHCE DRIEHOEK:
Overheid: het Rijk (Den Haag), Provincie, Gemeente
- overheidsinitiatief
Maatschappelijk Middenveld : groepen georganiseerde burgers + politieke partijen
-niet commerciële particuliere initiatief
Markt: ondernemingen/bedrijfsleven
-commerciële particuliere initiatief.
Georganiseerde groepen zijn te benaderen via een adres.
In Nederland werken de groepen samen door onderlinge afspraken:
Particuliere scholen: MARKT(niet-commercieel)
Openbare scholen: OVERHEID
Bijzondere scholen: MAATSCHAPPELIJK MIDDENVELD
GROEPEN DIE NIET IN DE SE PASSEN:
Groepen waar beleid over wordt gemaakt. Als ze zich niet organiseren, kunnen ze geen invloed uitoefenen. Wel georganiseerde groepen komen voor hen op.
POLITIEKE PARTIJEN EN DE SE:
Politieke partijen zijn verenigingen waar burgers lid van kunnen worden en dus bij het maatschappelijk middenveld horen. Als leden op een kieslijst staan en dan gekozen worden horen betreffende personen bij de overheid/politiek in de driehoek.
Politieke partijen hebben een voorkeur om vanuit één van de hoeken te denken als ze problemen proberen aan te pakken.
PvdA: via de overheid
VVD: markt.
CDA: maatschappelijk middenveld((niet-)commerciële initiatief). Maar bij een tekortkoming moet de
overheid helpen.
---
Sociale vraagstukken zijn uitlopers van de grote sociale en politieke processen. Door problemen op een bepaalde manier aan te pakken beïnvloedt de overheid die grote veranderingen. Dit kan grote gevolgen hebben.

Hoofdstuk 2 – De grote ontwikkelingen
A. De Swaan Één van de bestaansvoorwaarden voor een samenleving is een binding in de samenleving, een wij-gevoel. Maar ook controle in die groep:
Sociale cohesie: de interne bindingskracht van een groep
Maar nu individualiseert iedereen.
Voordeel: meer vrijheid
Nadeel: vereenzaming
Er zijn verschillende redenen waarom mensen er niet bij horen
-niet erbij willen horen (dropping out(langzaam)), opting out(ervoor kiezen))
-niet erbij mogen horen (alle soorten van discriminatie)
-niet erbij kunnen horen (werkloosheid, lichamelijke gebreken of armoede)

SOCIALE ONGELIJKHEID
Marx ging hiertegen in de 19e eeuw Dat mensen er niet bij horen heeft eerder een achtergrondreden. Het gaat namelijk niet alleen over geld.
De soorten ongelijkheid zijn: Van Heek
- politiek en sociaal (verschillen in macht (P) politieke bevoegdheden en rechten)
- cultureel en cognitief(verschillen in (P) toegang tot kennis en informatie)
- economisch(verschillen in bezit en inkomen (P) en de daarmee verbonden kansen op comfort en gezondheid en de mogelijkheid om onaangename arbeid te vermijden)
- affectief (verschillen in mogelijkheden om mensen aan zich te binden, (P) de status van de Persoon(prestige, aanzien, populariteit, respect))
- militair (verschillen in toegang tot geweldsmiddelen)
(P) = privileges, voordelen op dat gebied
Deze vormen zijn met elkaar verbonden, ongelijkheid op het ene gebied beïnvloedt die op een ander terrein.
Sociale ongelijkheid : verschillen in macht en daarmee verbonden sociale privileges
Bij het nagaan van een verband tussen een sociaal probleem en de sociale ongelijkheid, moet je de eerste 4 soorten nalopen en kijken welke privileges de belangrijkste groepen hebben/missen

SOCIALE STRATIFICATIE
Hieronder verstaan we de verdeling van de maatschappij in omvangrijke, uit gezinnen of families bestaande groeperingen die ongelijke plaatsen innemen.
Ieder kind neem die plaats vaak over, want ieder kind start op de plaats van zijn gezin. Hij neemt geleidelijk de ideeën van zijn huisgenoten over. Niet omdat de ouders vertellen wat ze moeten denken maar omdat ze dezelfde belangen hebben.
-ze moeten rondkomen van hetzelfde inkomen(financiële kapitaal)
-Van het inkomen hangt af in wat voor buurt je woont en welke vrienden je tegenkomt(sociale kapitaal)
-De ouders kiezen naar welke school ze gaan, welke krant ze lezen. (cultureel kapitaal)
MOBILITEIT
Verticale sociale mobiliteit: via een gunstige opleiding een andere laag bereiken
Inter-generatiemobiliteit: stijging of daling in vergelijking met een vorige generatie.
Intra-generatiemobiliteit: stijging of daling in vergelijking met het eigen beroepsverleden.
Toenemende ongelijkheid kan de cohesie in een samenleving aantasten.
RATIONALISERING en MODERNISERING
De samenleving veranderd door de invoering van nieuwe technieken. Eeuwenoude gebruiken en gewoonten zijn door nieuwe regels vervangen. We vatten deze veranderingen samen onder de namen modernisering en rationalisering.
Modernisering: een samenhangend geheel van veranderingsprocessen die na 1800 geleid hebben tot de opkomst van de moderne samenleving
Rationalisering: het ordenen en systematiseren van de werkelijkheid met de bedoeling haar voorspelbaar en beheersbaar te maken.
Sociologen van Hoof en Ultee Gebieden waarop modernisering en rationalisering hebben plaatsgevonden:
Politiek:
1. De opkomst van nationale staten en nieuwe politieke systemen.
2. De formalisering van de staat: het bestuur berust steeds meer op officiële regels
Cultureel:
3. De verbreiding van een stedelijk samenlevingspatroon
4. De afbrokkeling van het traditionele religieuze wereldbeeld
Op de grens van cultureel en economisch:
5. Opkomst van natuurwetenschappen en steeds grotere rol van nieuwe technologieën.
Economisch:
6. De opkomst en doorbraak van de markteconomie ten koste van oude economieën.
Rationalisering en modernisering moet je niet alleen zien als een verbetering maar het kan ook nieuwe sociale problemen opleveren.
DE DRIE GROTE PROCESSEN
Proces Definitie Voorbeelden
Verandering in sociale cohesie Sociale cohesie is de interne bindingskracht van een groep -meer daklozen
-toenemende discriminatie
Veranderingen in sociale ongelijkheid Verschillen in macht een daarmee verbonden sociale privileges -ontstaan van een tweedeling
-opkomst van hoog betaalde managers
Rationalisering en modernisering Veranderingen in politiek, cultuur en economie -leeglopen van kerken
-communicatie via internet
-globalisering

Hoofdstuk 3 – Waarden en Belangen

BELANGEN EN WAARDEN
Belangen zijn aan bepaalde posities gebonden voordelen(die groepen mensen hebben of voordelen die ze nog willen krijgen) waarover groepen onderling concurreren.
Belangen:
-hebben vaak iets met geld te maken
-spelen op korte en lange termijn(een termijn waarbij de gevolgen voor mensen te overzien zijn)
-mensen hebben er direct iets aan
Verschillende belangen kunnen met elkaar botsen. Maar ook kunnen belangen veranderen
Waarden zijn ideeën die door mensen zo de moeite waard worden gevonden dat ze zich er meer voor willen inzetten.
Waarden zijn principes. Ze worden in mooie woorden omschreven, en ze gelden voor het hele leven.
Nog hoger dan waarden zijn idealen. Die ‘zijn de grondslag van een perfecte maatschappij’. Ze gelden voor iedereen, het zijn een soort van superwaarden.
MENSBEELDEN
Mensbeelden zijn ideeën over wat de mens in wezen is:
-hoe sociaal de mens eigenlijk is
-hoeveel capaciteiten ieder mens in zich verborgen heeft.
Optimistisch – sociaal geboren
(Tolstoi) Vele mogelijkheden als je de goede kansen krijgt
Gelijkwaardige mensheid
Pessimistisch- mens is gedreven door eigenbelang
Talenten zijn ongelijk verdeeld
Mensheid is ongelijk
(Hobbes) sterke leiding nodig met duidelijke regels, anders een constante oorlogvoering tussen groepen mensen.
19e eeuw
- de leidende elite was pessimistisch ‘verschillen zijn natuurlijk en men heeft een machtig bestuur nodig’. Dit wilden zij zo houden.
- de onderste lagen waren optimistisch: ze waren tegen ongelijkheid, volgens hen was iedereen even intelligent, en mensen konden sociaal zijn. Zij wilden verandering.
Er zijn 3 waardensystemen:
Religies:Verschillende religies hebben dezelfde grondwaarden.
Godsbeelden zijn nauw verbonden met mensbeelden.
Levensbeschouwing: combinatie van ideeën over mens en natuur.
Die ideeën kunnen een wetenschappelijke en bovennatuurlijke oorsprong hebben.
Ideologieën: een uitgewerkte visie op de inrichting van staat en samenleving.
Ideologie is een waardensysteem dat bestaat uit samenhangende ideeën over politiek en maatschappij, gegroepeerd rond centrale waarden (idealen), waarin mensbeelden als uitgangspunten terug te vinden zijn.
Iedereen houdt er een ideologie of een levensbeschouwing op na. Door na te gaan om welk waardesysteem het gaat bij het bestuderen van de groepen kunnen we niet alleen de waarden van die groepen krijgen, maar we gaan ook hun gedrag beter begrijpen.
Stroming is een grote sociale groep met een ideologie
Intermezzo
1 waarden met mensbeelden
(Optimistisch)
altruïsme, solidariteit
(Pessimistisch)
eigenbelang, egoïsme
Vrijheid leidt vaak tot ongelijkheid.

Persoonlijke vrijheid: ieder mens mag zijn eigen weg kiezen en niet gehinderd worden door gezag, is optimistisch en het hoort bij de linker zijde.
Economische vrijheid: de waarde dat het bedrijfsleven niet gehinderd mag worden door de overheid, hoort aan de rechter kant.
de stromingen
De driekernvragen voor een ideologie:
-Welk soort economie moet er zijn: wat is de rol van de overheid en wat die van de markt?
Hier staan meestal belangen centraal.
-Hoe moet de (politieke) macht verdeeld worden: moet die in handen zijn van een elite of moeten burgers meer te zeggen hebben? Hier is het type mensbeeld dat men heeft, bepalend voor het standpunt.
-Zijn er eeuwige waarden en normen die iedereen moet gehoorzamen of mag ieder zijn eigen waarden en normen vrij kiezen? Hier staan waarden uiteraard centraal.
Een verticale lijn → individuele ideologie Een vlak→ Een stroming(collectieve ideologie)
Bovenkant van de rechthoek → is voor niet religieuze Onderkant van de rechthoek → wel religieuze
De rechte lijn die naar beneden loopt → het zwaartepunt, de regeringslijn.
Je moet de vorige regering met een stippellijn vermelden.
Progressief: vernieuwend, op verandering gericht, maar niet terug naar ‘vroeger’.
Konservatief: op behoud gericht of terug naar ‘vroeger’.
Konservatief is waar je vandaan komt; dus alles rechts van de politiek nu.
Progressief is dus alles links van de politieke partijen.
Wanneer je je uitlaat over een politiek standpunt, moet je kunnen aangeven welke zwakke en sterke kanten je in de verschillende standpunten over het beleid kunt vinden. Om dat te bepalen heb je maatstaven nodig: normen en waarden:
Economisch systeem in Nederland wordt ook wel: Vrije Ondernemingsgewijze Productie genoemd (VOP). Het sociaal-economische systeem is de verzorgingsstaat en het politieke systeem en een Parlementaire democratie met een constitutioneel koningschap. De cultuur van Nederland noemen we Pluriforme Cultuur.
Je hebt twee soorten informatie:
1- Informatie waarbij de ontvanger een onmiddellijke beloning krijgt
(neem je makkelijk op, het is leuk of spannend, ob-informatie, verkoopt goed)
2- Informatie waarbij de ontvanger een uitgestelde beloning krijgt
(is moeilijker te volgen, minder populair, achtergrondkennis waar je later wat aan hebt(leerboek))ub-informatie)
1923 werd de Hilversumsche Draadloze Omroep opgericht
Met de verzuiling had elke stroming zijn eigen omroep, krant, school etc. Nu is er meer plaatsgemaakt voor een doelgroep.
Welstandklassen
Welstandklasse/ Bestaat uit:/ Is vooral geïnteresseerd in:
1/ Welgestelden, zoals directeuren, bepaalde specialisten/ Politiek, ontwikkelingshulp, economische en financiële onderwerpen, cabaret, toneel, moderne kunst.
2, 3/ Zelfstandigen, ambtenaren en functionarissen/. Politiek, economische en financiële onderwerpen, technologie, gezond eten, lezen, films, modetrends.
4 /De kleine middenstand, hogere opgeleide arbeiders en lager personeel/ Milieuvriendelijke producten, informatie over opvoeding, lijnen.
5 /De ongeschoolde, de meeste uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden./ Milieuvriendelijke producten, operette muziek, lijnen.
Drie van de vijf V’s.
-verzamelen: komen aan hun nieuws via verschillende bronnen. Persbureaus(ANP), verslaggevers, correspondenten, redactie.
-verwerken en vormgeven: redactie bekijkt wat voor nieuws er in mag en wat niet. 90 procent van het gekregen nieuws haalt de pagina niet eens.
-verspreiding: heel belangrijk in de elektronische media, want wie de programma’s distribueert kan mee bepalen wat de kijkers en luisteraars ontvangen.
De formule van de krant is het karakter van de krant.
Journalistieke normen:
-hij vergelijkt en combineert berichten en informatie uit verschillende bronnen.
-hij geeft mensen die hij in zijn bericht noemt het recht van hoor en wederhoor. Hij laat ze zijn stuk eerst lezen, dan mogen ze reageren en zaken rechtzetten.
-hij scheidt feiten en meningen. Hij probeert de feiten zo precies mogelijk weer te geven en zijn eigen meningen niet te laten doorkomen.
We leven in een maatschappij dat we veel informatie tot onze beschikking hebben, maar toch is niet iedereen even goed geïnformeerd, De ene weet veel goede informatie op te nemen uit een berg van informatie. Je maakt daardoor onbewust een selectie uit bepaalde informatiekanalen. Je zoekt naar vertrouwen en zaken die in je referentiekader passen.
Cognitieve dissonantie: het verschijnsel dat mensen er naar streven tegenstrijdige informatie onschadelijk te maken. Wanneer je hoort dat je bedrogen wordt, hoop je dat het niet waar is.
De injectienaald theorie: mensen zouden met informatie ingespoten kunnen worden door de media en deze helemaal opnemen.
De opinieleiders theorie: eigenlijk de injectienaald theorie in twee stappen. De media zou je via bepaalde mensen uit je omgeving waar je graag naar luistert beïnvloeden.
De agenda theorie: de media oefent niet zozeer invloed uit op onze meningsvorming maar wel op waar we met elkaar over praten.

Hoofdstuk 4 – de linkse en rechtse stromingen

Linkse ideologieën hebben 2 uitgesproken standpunten
- de mensen worden sociaal geboren: ze zijn van nature sociaal en behulpzaam. De slechtheid komt door de maatschappij, of door een slechte opvoeding. Deze mensen moeten we een tweede kans geven.
- iedereen heeft een hoog potentieel aan talenten. Er zijn weinig grote verschillen tussen mensen. De mens is wel gelijkwaardig maar niet gelijk. De inkomens mogen niet veel uit elkaar vallen, omdat iedereen zijn eigen talent heeft. Alle onderdrukkingen moeten worden afgeschaft, de macht moet verdeeld worden. Iedereen kan, als hij daarin goed oefent, mee besturen.
De drie linkse stromingen
Anarchisten: ze willen meteen beginnen met de ideale maatschappij na een revolutie.
Communisten: willen na de revolutie eerst een overgangstijd onder een strakke leiding van hun partij. Als de mensen genoeg ontwikkeld zijn, zal deze strakke partij zijn macht opgeven.
Radicalen: kiezen de weg van evolutie.
Het anarchisme en het communisme kwamen op in het einde van de 19e eeuw en begin 20e eeuw. Dit kwam omdat er veel uitbuiting en schrijdende ongelijkheid was. De vraag was: had kapitalisme wel gewerkt?
De radicalen kwamen rond de jaren 70 pas op gang. Zij willen langzaam naar de ideale duurzame maatschappij toegroeien. De gevolgen zijn dan dat mensen langzaam hun mentaliteit veranderen als ze zien dat deze maatschappij niet werkt.
Leider van de franse socialisten: Jean Jaurès. Hij zei: Wanneer het socialisme gekomen zal zijn, zullen alle mensen beter de diepe zin van het leven verstaan. Hij had een grenzeloze optimistische toekomstverwachting.
Anarchisten
Vanuit hun sterk optimistisch mensbeeld geloven ze dat mensen heel snel zichzelf kunnen besturen. Gezag beknot de vrijheid en dat is naar gelijkwaardigheid hun belangrijkste waarde. De anarchisten hebben daarom de ‘Federatie van Basisgroepen’ ontwikkeld. Ze willen de overheid afschaffen.
Federatie van Basisgroepen: Iedereen is waar hij woont of werkt een basisgroep. Daarin heeft iedereen evenveel te zeggen en mag iedereen asociaal gedrag aanspreken. De basisgroep heeft om de paar weken een nieuwe vertegenwoordiger, die gaat in gesprek met andere vertegenwoordigers. Ze gaan om de tafel zitten en bespreken een aantal punten, wanneer ze het eens zijn geworden spelen de punten weer terug naar de basisgroepen en die bepalen of ze het er mee eens zijn. Deze voorzitter. Van de gemeenteraadsleden wordt ook iedereen keer weer gewisseld om dezelfde wijze. Iedereen kan bij de bijeenkomsten van hen zijn. Dit heet Federatie, dat wordt meestal gebruikt wanneer een land bestaat uit verschillende staten die evenveel macht hebben.
De anarchisten hebben veel kritiek op de communisten. Die willen weliswaar gelijkheid maar houden dan weer in op de vrijheid. Ze zijn voor parlementaire democratie. Ze willen dat de macht direct hoort bij het volk.
Je hebt ook nog de confessionele anarchisten: zij vinden dat ieder mens een stukje is van God. De mensen zijn dus gelijk en de vrijheid van elk mens moet gerespecteerd worden. De anarchistische partij bestaat niet echt, alleen bewegingen hiervan. Eerst had je de Pacifistische socialistische Partij. Dat is opgegaan naar GroenLinks.
Standpunten:
economie: een kleinschalige economie. De bedrijven zijn in handen van mensen die daar zelf werken. Het is een collectieve economie, het privébezit van bedrijven is afgeschaft.
Politieke macht: iedereen heeft evenveel macht, mensen doen waar dat kan zoveel mogelijk zelf mee in een radendemocratie.
Waarden en normen: waarden en normen zijn vrij. Wanneer mensen onsociaal gedrag vertonen kunnen ze door een wijk- of volksrechtbank terecht komen te staan.
Communisten
Karl Marx is een belangrijke communist geweest, door zijn materialistische onderbouw van de economie. De meest revolutionaire klasse uit de geschiedenis is die van de arbeiders. Zij zullen een dictatuur van het proletariaat vestigen om hun vijanden te bedwingen. Dan breekt het socialisme aan, en dan wordt er een nieuwe economie opgebouwd. Die zal iedereen welvaart brengen.
1917 namen de communisten in Rusland de macht.
De communisten ontwikkelde een staatsplan economie, waarin alle productiemiddelen in handen van de staat kwam. Na de tweede wereldoorlog, was er een hervormer Gorbatsjov die toen de persvrijheid weer in begon te schakelen. Maar de krachten die daarnaast opkwamen kon hij niet tegenhouden. De Sovjet-Unie viel uiteen. Er ontwikkelde zich binnen korte tijd een nieuwe rijke bovenlaag. Zo ontstond er een ongekende sociale ongelijkheid in de Russische samenleving. Er zijn in een tijd lang een groot aantal socialistische landen geweest. Het eerst was ontstaan van Rusland tot de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken. Ook andere midden en oost Europese landen volgeden na de Tweede Wereldoorlog. Maar deze zijn weer overgegaan op een kapitalistisch systeem. China, Noord-Korea, Laos, Vietnam en Cuba zijn nog wel communistisch.
Na de oorlog waren de communisten in Nederland ook erg populair. De mensen zagen hen als het tegendeel van de fascisten die hier een terreurbewind hadden uitgeoefend. Ze hadden ook een krant ‘De Waarheid’, dit was toen een van de grootse kranten van Nederland. Tijdens de koude oorlog steunde de Communistische Partij (CPN) Moskou door dik en dun. Later verloor CPN steeds meer leden en hield op met bestaan. Hij ging nu op in GroenLinks. De in 1992 opgerichte Nieuwe Communistische Partij Nederland bestaat nog steeds een beetje.
Standpunten:
Economie: in de overgangstijd is er een alternatieve economie, een planeconomie, waarbij bedrijven in handen zijn van de staat of door de staat gecontroleerde collectieve bezitters.
Politieke macht: in de overgangstijd is er een dictatuur van het proletariaat nodig waarbij de tegenstanders worden uitgeschakeld. Burger wordt opgeroepen zoveel mogelijk actief mee te doen.
Waarden en normen: communisten zijn in landen waar ze de macht hebben of hadden een strengen moraal. Maar waar ze in de oppositie zitten, denken ze nogal eens vrijer.
Radicalen
Ze zijn een van de jongste stromingen. Ze willen weer langzaam toegroeien naar een milieuvriendelijke samenleving. Waarin de menselijke maat weer gaat gelden. Ze hebben geen duidelijk beeld van hoe de wereld eruit gaat zien.
De weg daar naartoe moet in elk geval vreedzaam zijn. Zoals de Zwamtheorie: we zijn een zieke boom. Maar de nieuwe mentaliteit zal opkomen zoals zwammen op een vermolmde boomstronk die na een aantal jaren de hele stam bedekken.
Ze willen hun ideaal bereiken. Mensen moeten meer te zeggen krijgen bij hun werk en de politiek. We moeten steeds meer bewust consumeren, milieuvriendelijke producten gebruiken en rekening houden met de minder bedeelden in hun eigen land maar ook in het derde land.
Standpunten:
Economie: ze zijn voor een duurzame economie met zoveel mogelijk medebestuur van arbeiders. Particulier bezit is wel mogelijk maar ze moeten zich wel aan de beginselen van het radicalisme houden.
Politieke macht: de burgers hebben zoveel mogelijk inspraak
Waarden en normen: de mensen zijn vrij in hun waarden en normen.
Anarchisten, communisten en radicalen zijn op weg naar de ideale samenleving. Anarchisten willen meteen naar de uiterste linkerrand, communisten met een boogje en de radicalen met een grote boog. Tussen de radicalen en de communisten bestaat een breuklijn. De anarchisten en de communisten zin voor een revolutie, de radicalen meer voor evolutie.
Rechtse ideologieën
Aan de rechter kant vind je een overwegend pessimistisch mensbeeld.
- de mensen zijn uit op eigenbelang: de mens moet in het gareel worden gehouden omdat hij niet sociaal is en daarom een duidelijke leiding nodig heeft.
-mensen verschillen, talenten zijn ongelijk verdeeld. Men gaat er van uit dat er grote onoverbrugbare verschillen tussen de mensen zijn.
Er is een groot verschil tussen de conservatieven en de reactionaire en de fascisten. Want de reactionaire en de fascisten discrimineren. De conservatieven doen dit niet maar ze geloven wel dat er grote verschillen zijn tussen mensen. De rechtse ideologieën houden vast aan eeuwenoude waarden en normen, als we dit niet doen dan valt de samenleving in elkaar.
Het gezin is volgens een model van de hele maatschappij. Alles kan je via daar terug vinden.

lichaam/gezin/maatschappij
Hoofd: bestuur van het lichaam/De vader die de plicht heeft goed voor zijn gezin te zorgen./ De elite die de plicht heeft om burgers te handhaven
Borstkas: geeft stevigheid/ De beschermende vader/. De soldaten en de politie
Hart: plaats van het gevoel/ De verzorgende moeder die in het middelpunt van liefde staat./ De burgers die in de verzorgende beroepen thuis horen.
Voortplantingsorgaan: zorgt voor het voortbestaan/ De vrouw is bestemd om kinderen te krijgen/. De burgers die er voor moeten zorgen dat er een gezond volk opgroeit
Ledematen: voeren uit wat het hoofd beveelt /De kinderen die gehoorzaamheid verschuldigd zijn aan de ouders./ De burgers die het gezag moeten gehoorzamen.
ideologiën in dit lichaamsmodel:
Harmonie: de harmonie van het gezin en de maatschappij staat als waarde voorop. Daarom ook geen echtscheidingen.
Het gezin als hoeksteen van de samenleving: de opvoeding hoort door man en vrouw te gebeuren.
Het heilige leven in de moederschoot: het gezin garandeert ook het voortbestaan van deze maatschappij. Daarom is het nodig dat er kinderen geboren worden.
Gezag: er moet een gezag zijn dat van traditionele waarden uitgaat. Als dat er niet is, gaat het fout in de samenleving.
Orde en tucht: waar het niet goed gaat met het gezag moet men er met harde hand aantreden. Reactionaire rechtse ideologieën vinden zelfs dat je de doodstraf mag toepassen.
Elite: in elke samenleving zijn er hoogstaande families die voortreffelijke kwaliteiten hebben. Daarom zullen veel rechts- ideologische stromingen willen dat een aristocratie de staatsmacht heeft.
Conservatieven:
Hun stroming is gematigd. Er zijn nu eenmaal verschillen in de samenleving en je moet blij zijn met je plek in de samenleving. Er moeten regels zijn om alles in het gareel te houden. Die normen volgen uit traditionele waarden. Een elite heeft de macht en moet haar gezag laten gelden als dat nodig is, maar geen strenge lijfstraffen. Je hebt bij conservatieven twee richtingen:
1. De moderne conservatieven; leggen de nadruk op de onoverbrugbare ongelijkheid en benadrukken de economische waarden. De verschillen tussen de mensen zijn volgens hen vooral terug te voeren op verschillen in inspanningsinitiatief, wilskracht, doorzettingsvermogen en prestaties. Dit vinden we vooral terug in de rechtervleugel van de VVD,. In de VS vormen bijvoorbeeld de conservatieven een grote groep, namelijk de Republikeinen.
2. Confessionele conservatieven. Ze leggen de nadruk op God gegeven eeuwige waarden en normen en daar moeten de mensen zich aan houden. Deze mensen willen zelfs dat de ongelijkheid terug gedrongen wordt. De CU past in dit plaatje. De SGP is de meest conservatieve van de twee. Volgens hen moeten de christelijke waarden voor alle Nederlanders, gelovig en ongelovig, gelden.
Standpunten:
Economie: een kapitalistische economie, zoveel mogelijk in handen van een particuliere elite. Weinig sociale voorzieningen. De elite kan door liefdadigheid de armoede bestrijden.
Politieke macht: een vertegenwoordigende democratie is mogelijk maar het zwaartepunt ligt bij een deskundige elite.
Waarden en normen: een afgezwakte lichaamsmetafoor: de mensen moet zich houden aan traditionele waarden en normen.
Reactionairen
Zijn gaan er vanuit dat er ongelijkheid is tussen personen. Ze vinden dat sommige mensen meer waard zijn dan andere. Er zijn verschillende reactionaire die steeds op een andere combinatie van de punten discrimineren. Ze discrimineren niet op individu maar op een minderwaardige groep.

Fundamentalisten
zijn ook confessionele reactionairen. Je vindt ze in allerlei godsdiensten. De Rooms-katholieke kerk had eeuwenlang reactionaire ideeën. Ze vinden de doodstraf iets goeds.
In Nederland hebben we een reactionaire partij gehad die precies het tegenovergestelde is als haar naam suggereert – de Centrum-Democraten.
De extreem rechtse partijen beweren dat ze niet discrimineren omdat ze niet naar aangeboren verschillen zouden kijken, maar naar culturen die elkaar niet verdragen.
Standpunten:
Economie: een economie in de handen van particulieren. De staat trekt zich terug uit de economie.
Politieke macht: de elite regeert, democratie wordt wantrouwend bekeken. Bij de fundamentalisten: de bestuurders houden Gods strenge wetten in acht.
Waarden en Normen: een sterke lichaamsmetafoor bepaalt de waarden en normen.
Fascisten:
Die willen met geweld de minderwaardigen onderdrukken. De fascisten trekken het pessimistische mensbeeld extreem door: volgens hen zijn de mensen niet alleen meedogenloos egoïstisch maar dit horen ze ook te zijn. Een nieuwe geniale leider moet opstaan om een nieuwe maatschappij te bouwen. De vrouw hoort zich in het gezin terug te trekken en kinderen te krijgen, zodat het eigen volk groot wordt.
Standpunten
Economie: een kapitalistische economie, waarbij er wel allerlei voorzieningen zijn voor het eigen volk. Het kapitalisme wordt door bepaalde fascistische volgelingen gewantrouwd.
Politieke macht: de leider beveelt, de elite er omheen voert die bevelen blindelings uit.
Waarden en normen: een extreem lichaamsmetafoor: de vrouw heeft geen andere rol in de staat dan kinderen krijgen. Homoseksuelen worden vervolgd.
Appendix
Politiek geweld: geweld waarmee politieke tegenstanders geïntimideerd worden. Ze willen zo de macht veroveren.
Fascistisch terrorisme: via de staatsmacht de staat in handen krijgen. ZE moeten hun tegenstanders uitschakelen. Voor fascisten is geweld middel en doel.
Fundamentalistische terrorisme: ze zullen vreedzaam hun doel proberen te bereiken. Dat doel is een staat waarbij God regeert. Maar onder deze groep kan zich ook een extreme groep aandienen. Die wel geweld gebruikt.
Anarcho-communisme terrorisme: ondanks dat het tegen de ideologieën in gaat was er een klein aantal groepjes die toch geweld en terreur gebruikten.
Terrorisme van afscheidingsbewegingen: ze willen zich afscheiden van hun land, en gebruiken geweld en de bezetter hiervan. Dit zijn bv. De ETA en de IRA.

Persoonlijke vrijheid: ieder mens mag zijn eigen weg kiezen en niet gehinderd worden door gezag, is optimistisch en het hoort bij de linker zijde.
Economische vrijheid: de waarde dat het bedrijfsleven niet gehinderd mag worden door de overheid, hoort aan de rechter kant.
de stromingen
De driekernvragen voor een ideologie:
-Welk soort economie moet er zijn: wat is de rol van de overheid en wat die van de markt?
Hier staan meestal belangen centraal.
-Hoe moet de (politieke) macht verdeeld worden: moet die in handen zijn van een elite of moeten burgers meer te zeggen hebben? Hier is het type mensbeeld dat men heeft, bepalend voor het standpunt.
-Zijn er eeuwige waarden en normen die iedereen moet gehoorzamen of mag ieder zijn eigen waarden en normen vrij kiezen? Hier staan waarden uiteraard centraal.
Een verticale lijn → individuele ideologie Een vlak→ Een stroming(collectieve ideologie)
Bovenkant van de rechthoek → is voor niet religieuze Onderkant van de rechthoek → wel religieuze
De rechte lijn die naar beneden loopt → het zwaartepunt, de regeringslijn.
Je moet de vorige regering met een stippellijn vermelden.
Progressief: vernieuwend, op verandering gericht, maar niet terug naar ‘vroeger’.
Konservatief: op behoud gericht of terug naar ‘vroeger’.
Konservatief is waar je vandaan komt; dus alles rechts van de politiek nu.
Progressief is dus alles links van de politieke partijen.
Wanneer je je uitlaat over een politiek standpunt, moet je kunnen aangeven welke zwakke en sterke kanten je in de verschillende standpunten over het beleid kunt vinden. Om dat te bepalen heb je maatstaven nodig: normen en waarden:
Economisch systeem in Nederland wordt ook wel: Vrije Ondernemingsgewijze Productie genoemd (VOP). Het sociaal-economische systeem is de verzorgingsstaat en het politieke systeem en een Parlementaire democratie met een constitutioneel koningschap. De cultuur van Nederland noemen we Pluriforme Cultuur.
Je hebt twee soorten informatie:
1- Informatie waarbij de ontvanger een onmiddellijke beloning krijgt
(neem je makkelijk op, het is leuk of spannend, ob-informatie, verkoopt goed)
2- Informatie waarbij de ontvanger een uitgestelde beloning krijgt
(is moeilijker te volgen, minder populair, achtergrondkennis waar je later wat aan hebt(leerboek))ub-informatie)
1923 werd de Hilversumsche Draadloze Omroep opgericht
Met de verzuiling had elke stroming zijn eigen omroep, krant, school etc. Nu is er meer plaatsgemaakt voor een doelgroep.
Welstandklassen
Welstandklasse/ Bestaat uit:/ Is vooral geïnteresseerd in:
1/ Welgestelden, zoals directeuren, bepaalde specialisten/ Politiek, ontwikkelingshulp, economische en financiële onderwerpen, cabaret, toneel, moderne kunst.
2, 3/ Zelfstandigen, ambtenaren en functionarissen/. Politiek, economische en financiële onderwerpen, technologie, gezond eten, lezen, films, modetrends.
4 /De kleine middenstand, hogere opgeleide arbeiders en lager personeel/ Milieuvriendelijke producten, informatie over opvoeding, lijnen.
5 /De ongeschoolde, de meeste uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden./ Milieuvriendelijke producten, operette muziek, lijnen.
Drie van de vijf V’s.
-verzamelen: komen aan hun nieuws via verschillende bronnen. Persbureaus(ANP), verslaggevers, correspondenten, redactie.
-verwerken en vormgeven: redactie bekijkt wat voor nieuws er in mag en wat niet. 90 procent van het gekregen nieuws haalt de pagina niet eens.
-verspreiding: heel belangrijk in de elektronische media, want wie de programma’s distribueert kan mee bepalen wat de kijkers en luisteraars ontvangen.
De formule van de krant is het karakter van de krant.
Journalistieke normen:
-hij vergelijkt en combineert berichten en informatie uit verschillende bronnen.
-hij geeft mensen die hij in zijn bericht noemt het recht van hoor en wederhoor. Hij laat ze zijn stuk eerst lezen, dan mogen ze reageren en zaken rechtzetten.
-hij scheidt feiten en meningen. Hij probeert de feiten zo precies mogelijk weer te geven en zijn eigen meningen niet te laten doorkomen.
We leven in een maatschappij dat we veel informatie tot onze beschikking hebben, maar toch is niet iedereen even goed geïnformeerd, De ene weet veel goede informatie op te nemen uit een berg van informatie. Je maakt daardoor onbewust een selectie uit bepaalde informatiekanalen. Je zoekt naar vertrouwen en zaken die in je referentiekader passen.
Cognitieve dissonantie: het verschijnsel dat mensen er naar streven tegenstrijdige informatie onschadelijk te maken. Wanneer je hoort dat je bedrogen wordt, hoop je dat het niet waar is.
De injectienaald theorie: mensen zouden met informatie ingespoten kunnen worden door de media en deze helemaal opnemen.
De opinieleiders theorie: eigenlijk de injectienaald theorie in twee stappen. De media zou je via bepaalde mensen uit je omgeving waar je graag naar luistert beïnvloeden.
De agenda theorie: de media oefent niet zozeer invloed uit op onze meningsvorming maar wel op waar we met elkaar over praten.

Hoofdstuk 4 – de linkse en rechtse stromingen

Linkse ideologieën hebben 2 uitgesproken standpunten
- de mensen worden sociaal geboren: ze zijn van nature sociaal en behulpzaam. De slechtheid komt door de maatschappij, of door een slechte opvoeding. Deze mensen moeten we een tweede kans geven.
- iedereen heeft een hoog potentieel aan talenten. Er zijn weinig grote verschillen tussen mensen. De mens is wel gelijkwaardig maar niet gelijk. De inkomens mogen niet veel uit elkaar vallen, omdat iedereen zijn eigen talent heeft. Alle onderdrukkingen moeten worden afgeschaft, de macht moet verdeeld worden. Iedereen kan, als hij daarin goed oefent, mee besturen.
De drie linkse stromingen
Anarchisten: ze willen meteen beginnen met de ideale maatschappij na een revolutie.
Communisten: willen na de revolutie eerst een overgangstijd onder een strakke leiding van hun partij. Als de mensen genoeg ontwikkeld zijn, zal deze strakke partij zijn macht opgeven.
Radicalen: kiezen de weg van evolutie.
Het anarchisme en het communisme kwamen op in het einde van de 19e eeuw en begin 20e eeuw. Dit kwam omdat er veel uitbuiting en schrijdende ongelijkheid was. De vraag was: had kapitalisme wel gewerkt?
De radicalen kwamen rond de jaren 70 pas op gang. Zij willen langzaam naar de ideale duurzame maatschappij toegroeien. De gevolgen zijn dan dat mensen langzaam hun mentaliteit veranderen als ze zien dat deze maatschappij niet werkt.
Leider van de franse socialisten: Jean Jaurès. Hij zei: Wanneer het socialisme gekomen zal zijn, zullen alle mensen beter de diepe zin van het leven verstaan. Hij had een grenzeloze optimistische toekomstverwachting.
Anarchisten
Vanuit hun sterk optimistisch mensbeeld geloven ze dat mensen heel snel zichzelf kunnen besturen. Gezag beknot de vrijheid en dat is naar gelijkwaardigheid hun belangrijkste waarde. De anarchisten hebben daarom de ‘Federatie van Basisgroepen’ ontwikkeld. Ze willen de overheid afschaffen.
Federatie van Basisgroepen: Iedereen is waar hij woont of werkt een basisgroep. Daarin heeft iedereen evenveel te zeggen en mag iedereen asociaal gedrag aanspreken. De basisgroep heeft om de paar weken een nieuwe vertegenwoordiger, die gaat in gesprek met andere vertegenwoordigers. Ze gaan om de tafel zitten en bespreken een aantal punten, wanneer ze het eens zijn geworden spelen de punten weer terug naar de basisgroepen en die bepalen of ze het er mee eens zijn. Deze voorzitter. Van de gemeenteraadsleden wordt ook iedereen keer weer gewisseld om dezelfde wijze. Iedereen kan bij de bijeenkomsten van hen zijn. Dit heet Federatie, dat wordt meestal gebruikt wanneer een land bestaat uit verschillende staten die evenveel macht hebben.
De anarchisten hebben veel kritiek op de communisten. Die willen weliswaar gelijkheid maar houden dan weer in op de vrijheid. Ze zijn voor parlementaire democratie. Ze willen dat de macht direct hoort bij het volk.
Je hebt ook nog de confessionele anarchisten: zij vinden dat ieder mens een stukje is van God. De mensen zijn dus gelijk en de vrijheid van elk mens moet gerespecteerd worden. De anarchistische partij bestaat niet echt, alleen bewegingen hiervan. Eerst had je de Pacifistische socialistische Partij. Dat is opgegaan naar GroenLinks.
Standpunten:
economie: een kleinschalige economie. De bedrijven zijn in handen van mensen die daar zelf werken. Het is een collectieve economie, het privébezit van bedrijven is afgeschaft.
Politieke macht: iedereen heeft evenveel macht, mensen doen waar dat kan zoveel mogelijk zelf mee in een radendemocratie.
Waarden en normen: waarden en normen zijn vrij. Wanneer mensen onsociaal gedrag vertonen kunnen ze door een wijk- of volksrechtbank terecht komen te staan.
Communisten
Karl Marx is een belangrijke communist geweest, door zijn materialistische onderbouw van de economie. De meest revolutionaire klasse uit de geschiedenis is die van de arbeiders. Zij zullen een dictatuur van het proletariaat vestigen om hun vijanden te bedwingen. Dan breekt het socialisme aan, en dan wordt er een nieuwe economie opgebouwd. Die zal iedereen welvaart brengen.
1917 namen de communisten in Rusland de macht.
De communisten ontwikkelde een staatsplan economie, waarin alle productiemiddelen in handen van de staat kwam. Na de tweede wereldoorlog, was er een hervormer Gorbatsjov die toen de persvrijheid weer in begon te schakelen. Maar de krachten die daarnaast opkwamen kon hij niet tegenhouden. De Sovjet-Unie viel uiteen. Er ontwikkelde zich binnen korte tijd een nieuwe rijke bovenlaag. Zo ontstond er een ongekende sociale ongelijkheid in de Russische samenleving. Er zijn in een tijd lang een groot aantal socialistische landen geweest. Het eerst was ontstaan van Rusland tot de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken. Ook andere midden en oost Europese landen volgeden na de Tweede Wereldoorlog. Maar deze zijn weer overgegaan op een kapitalistisch systeem. China, Noord-Korea, Laos, Vietnam en Cuba zijn nog wel communistisch.
Na de oorlog waren de communisten in Nederland ook erg populair. De mensen zagen hen als het tegendeel van de fascisten die hier een terreurbewind hadden uitgeoefend. Ze hadden ook een krant ‘De Waarheid’, dit was toen een van de grootse kranten van Nederland. Tijdens de koude oorlog steunde de Communistische Partij (CPN) Moskou door dik en dun. Later verloor CPN steeds meer leden en hield op met bestaan. Hij ging nu op in GroenLinks. De in 1992 opgerichte Nieuwe Communistische Partij Nederland bestaat nog steeds een beetje.
Standpunten:
Economie: in de overgangstijd is er een alternatieve economie, een planeconomie, waarbij bedrijven in handen zijn van de staat of door de staat gecontroleerde collectieve bezitters.
Politieke macht: in de overgangstijd is er een dictatuur van het proletariaat nodig waarbij de tegenstanders worden uitgeschakeld. Burger wordt opgeroepen zoveel mogelijk actief mee te doen.
Waarden en normen: communisten zijn in landen waar ze de macht hebben of hadden een strengen moraal. Maar waar ze in de oppositie zitten, denken ze nogal eens vrijer.
Radicalen
Ze zijn een van de jongste stromingen. Ze willen weer langzaam toegroeien naar een milieuvriendelijke samenleving. Waarin de menselijke maat weer gaat gelden. Ze hebben geen duidelijk beeld van hoe de wereld eruit gaat zien.
De weg daar naartoe moet in elk geval vreedzaam zijn. Zoals de Zwamtheorie: we zijn een zieke boom. Maar de nieuwe mentaliteit zal opkomen zoals zwammen op een vermolmde boomstronk die na een aantal jaren de hele stam bedekken.
Ze willen hun ideaal bereiken. Mensen moeten meer te zeggen krijgen bij hun werk en de politiek. We moeten steeds meer bewust consumeren, milieuvriendelijke producten gebruiken en rekening houden met de minder bedeelden in hun eigen land maar ook in het derde land.
Standpunten:
Economie: ze zijn voor een duurzame economie met zoveel mogelijk medebestuur van arbeiders. Particulier bezit is wel mogelijk maar ze moeten zich wel aan de beginselen van het radicalisme houden.
Politieke macht: de burgers hebben zoveel mogelijk inspraak
Waarden en normen: de mensen zijn vrij in hun waarden en normen.
Anarchisten, communisten en radicalen zijn op weg naar de ideale samenleving. Anarchisten willen meteen naar de uiterste linkerrand, communisten met een boogje en de radicalen met een grote boog. Tussen de radicalen en de communisten bestaat een breuklijn. De anarchisten en de communisten zin voor een revolutie, de radicalen meer voor evolutie.
Rechtse ideologieën
Aan de rechter kant vind je een overwegend pessimistisch mensbeeld.
- de mensen zijn uit op eigenbelang: de mens moet in het gareel worden gehouden omdat hij niet sociaal is en daarom een duidelijke leiding nodig heeft.
-mensen verschillen, talenten zijn ongelijk verdeeld. Men gaat er van uit dat er grote onoverbrugbare verschillen tussen de mensen zijn.
Er is een groot verschil tussen de conservatieven en de reactionaire en de fascisten. Want de reactionaire en de fascisten discrimineren. De conservatieven doen dit niet maar ze geloven wel dat er grote verschillen zijn tussen mensen. De rechtse ideologieën houden vast aan eeuwenoude waarden en normen, als we dit niet doen dan valt de samenleving in elkaar.
Het gezin is volgens een model van de hele maatschappij. Alles kan je via daar terug vinden.

lichaam/gezin/maatschappij
Hoofd: bestuur van het lichaam/De vader die de plicht heeft goed voor zijn gezin te zorgen./ De elite die de plicht heeft om burgers te handhaven
Borstkas: geeft stevigheid/ De beschermende vader/. De soldaten en de politie
Hart: plaats van het gevoel/ De verzorgende moeder die in het middelpunt van liefde staat./ De burgers die in de verzorgende beroepen thuis horen.
Voortplantingsorgaan: zorgt voor het voortbestaan/ De vrouw is bestemd om kinderen te krijgen/. De burgers die er voor moeten zorgen dat er een gezond volk opgroeit
Ledematen: voeren uit wat het hoofd beveelt /De kinderen die gehoorzaamheid verschuldigd zijn aan de ouders./ De burgers die het gezag moeten gehoorzamen.
ideologiën in dit lichaamsmodel:
Harmonie: de harmonie van het gezin en de maatschappij staat als waarde voorop. Daarom ook geen echtscheidingen.
Het gezin als hoeksteen van de samenleving: de opvoeding hoort door man en vrouw te gebeuren.
Het heilige leven in de moederschoot: het gezin garandeert ook het voortbestaan van deze maatschappij. Daarom is het nodig dat er kinderen geboren worden.
Gezag: er moet een gezag zijn dat van traditionele waarden uitgaat. Als dat er niet is, gaat het fout in de samenleving.
Orde en tucht: waar het niet goed gaat met het gezag moet men er met harde hand aantreden. Reactionaire rechtse ideologieën vinden zelfs dat je de doodstraf mag toepassen.
Elite: in elke samenleving zijn er hoogstaande families die voortreffelijke kwaliteiten hebben. Daarom zullen veel rechts- ideologische stromingen willen dat een aristocratie de staatsmacht heeft.
Conservatieven:
Hun stroming is gematigd. Er zijn nu eenmaal verschillen in de samenleving en je moet blij zijn met je plek in de samenleving. Er moeten regels zijn om alles in het gareel te houden. Die normen volgen uit traditionele waarden. Een elite heeft de macht en moet haar gezag laten gelden als dat nodig is, maar geen strenge lijfstraffen. Je hebt bij conservatieven twee richtingen:
1. De moderne conservatieven; leggen de nadruk op de onoverbrugbare ongelijkheid en benadrukken de economische waarden. De verschillen tussen de mensen zijn volgens hen vooral terug te voeren op verschillen in inspanningsinitiatief, wilskracht, doorzettingsvermogen en prestaties. Dit vinden we vooral terug in de rechtervleugel van de VVD,. In de VS vormen bijvoorbeeld de conservatieven een grote groep, namelijk de Republikeinen.
2. Confessionele conservatieven. Ze leggen de nadruk op God gegeven eeuwige waarden en normen en daar moeten de mensen zich aan houden. Deze mensen willen zelfs dat de ongelijkheid terug gedrongen wordt. De CU past in dit plaatje. De SGP is de meest conservatieve van de twee. Volgens hen moeten de christelijke waarden voor alle Nederlanders, gelovig en ongelovig, gelden.
Standpunten:
Economie: een kapitalistische economie, zoveel mogelijk in handen van een particuliere elite. Weinig sociale voorzieningen. De elite kan door liefdadigheid de armoede bestrijden.
Politieke macht: een vertegenwoordigende democratie is mogelijk maar het zwaartepunt ligt bij een deskundige elite.
Waarden en normen: een afgezwakte lichaamsmetafoor: de mensen moet zich houden aan traditionele waarden en normen.
Reactionairen
Zijn gaan er vanuit dat er ongelijkheid is tussen personen. Ze vinden dat sommige mensen meer waard zijn dan andere. Er zijn verschillende reactionaire die steeds op een andere combinatie van de punten discrimineren. Ze discrimineren niet op individu maar op een minderwaardige groep.

Fundamentalisten
zijn ook confessionele reactionairen. Je vindt ze in allerlei godsdiensten. De Rooms-katholieke kerk had eeuwenlang reactionaire ideeën. Ze vinden de doodstraf iets goeds.
In Nederland hebben we een reactionaire partij gehad die precies het tegenovergestelde is als haar naam suggereert – de Centrum-Democraten.
De extreem rechtse partijen beweren dat ze niet discrimineren omdat ze niet naar aangeboren verschillen zouden kijken, maar naar culturen die elkaar niet verdragen.
Standpunten:
Economie: een economie in de handen van particulieren. De staat trekt zich terug uit de economie.
Politieke macht: de elite regeert, democratie wordt wantrouwend bekeken. Bij de fundamentalisten: de bestuurders houden Gods strenge wetten in acht.
Waarden en Normen: een sterke lichaamsmetafoor bepaalt de waarden en normen.
Fascisten:
Die willen met geweld de minderwaardigen onderdrukken. De fascisten trekken het pessimistische mensbeeld extreem door: volgens hen zijn de mensen niet alleen meedogenloos egoïstisch maar dit horen ze ook te zijn. Een nieuwe geniale leider moet opstaan om een nieuwe maatschappij te bouwen. De vrouw hoort zich in het gezin terug te trekken en kinderen te krijgen, zodat het eigen volk groot wordt.
Standpunten
Economie: een kapitalistische economie, waarbij er wel allerlei voorzieningen zijn voor het eigen volk. Het kapitalisme wordt door bepaalde fascistische volgelingen gewantrouwd.
Politieke macht: de leider beveelt, de elite er omheen voert die bevelen blindelings uit.
Waarden en normen: een extreem lichaamsmetafoor: de vrouw heeft geen andere rol in de staat dan kinderen krijgen. Homoseksuelen worden vervolgd.
Appendix
Politiek geweld: geweld waarmee politieke tegenstanders geïntimideerd worden. Ze willen zo de macht veroveren.
Fascistisch terrorisme: via de staatsmacht de staat in handen krijgen. ZE moeten hun tegenstanders uitschakelen. Voor fascisten is geweld middel en doel.
Fundamentalistische terrorisme: ze zullen vreedzaam hun doel proberen te bereiken. Dat doel is een staat waarbij God regeert. Maar onder deze groep kan zich ook een extreme groep aandienen. Die wel geweld gebruikt.
Anarcho-communisme terrorisme: ondanks dat het tegen de ideologieën in gaat was er een klein aantal groepjes die toch geweld en terreur gebruikten.
Terrorisme van afscheidingsbewegingen: ze willen zich afscheiden van hun land, en gebruiken geweld en de bezetter hiervan. Dit zijn bv. De ETA en de IRA.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

M.

M.

Top samenvatting! Dankjewel :)

5 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast