ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis

Maatschappijleer samenvatting hoofdstuk 1t/m4

Particulier(individueel) burgerschap: individuele vrijheidsrechten, zoals het recht op bezit en het recht op vrijheid van meningsuiting ( klassieke mensenrechten)
Politiek burgerschap: gaat over het recht op zeggenschap, de burger krijgt het recht om deel te nemen aan het bestuur. Maatschappelijk gericht.
Sociaal burgerschap: burgers krijgen het recht op bepaalde materiële voorzieningen zoals inkomen, gezondheidszorg, onderwijs ( hing niet meer van afkomst of klasse af)
Corporatief burgerschap: Niet commerciële organisaties (= die niet op winst uit zijn). Al die groepen komen dan wel elk op voor hun eigen deelbelangen, maar ze zorgen toch samen voor een algemeen belang.
Sociaal-economische driehoek:
                                                Overheid
                                                         ^
                                                      /      
Maatschappelijk middenveld --------- de markt
Sociale cohesie is de interne bindingskracht van een groep (dat de groep ervoor zorgt dat ieder zich aan de regels houdt en dat ieders gedrag sociaal blijft). Ook wel: de bereidheid van burgers om een actieve rol te spelen in een buurt, elkaar te informeren en te helpen.
Sociale ongelijkheid: verschillen in macht en daarmee verbonden sociale privileges (privileges: voorrechten, dus rechten die sommige mensen krijgen en anderen niet).
Sociale stratificatie: de verdeling van de maatschappij in omvangrijke, uit gezinnen of families bestaande groeperingen die ongelijke plaatsen innemen.
Financiële kapitaal: bijv. gezinnen die ideeën van hun huisgenoten overnemen omdat ze samen van hetzelfde inkomen moeten rondkomen.
Sociale kapitaal: uit welk sociaal-economische samenleving een gezin komt, bepaalt haar aanzien.
Culturele kapitaal: de manier van doen, opvattingen, kijk op de wereld van ouders  beïnvloeden het kind.
Modernisering: een samenhangend geheel van veranderingsprocessen die na 1800 geleid hebben tot de opkomst van de moderne samenleving
Rationalisering: het ordenen en systematiseren van de werkelijkheid met de bedoeling haar voorspelbaar en beheersbaar te maken.
Veranderingen in sociale cohesie: Interne bindingskracht van een groep zoals Meer daklozen, toenemende discriminatie
Veranderingen in sociale ongelijkheid: Verschillen in macht en daarme verbonden sociale privileges zoals Ontstaan van tweedeling, opkomst van hoogbetaalde managers
Rationalisering en modernisering: Veranderingen in politiek, cultuur en economie zoals  Leegloop van kerken, globalisering, communicatie via internet
Belangen: aan bepaalde posities gebonden voordelen (die groepen mensen hebben of die ze nog willen krijgen) waarover groepen onderling concurreren
Waarden: ideeën die door mensen zo de moeite waard worden gevonden dat ze zich ervoor willen inzetten.
Mensbeelden zijn ideeën over wat de mens in wezen is: hoe sociaal de mens is en hoeveel capaciteiten de mens in zich verborgen heeft.
Een ideologie is een waardensysteem dat bestaat uit samenhangende ideeën over politiek en maatschappij, gegroepeerd rond centrale waarden (idealen), waarin mensbeelden als uitgangspunten terug te vinden zijn.
Een stroming is een grote sociale groep met een ideologie.
Progressief: vernieuwend, op verandering gericht maar niet terug naar vroeger
Konservatief: op behoud gericht of terug naar vroeger.
Anarchisten zijn extreem links, ze willen vrijheid en gelijkwaardigheid. Ideeën:
- Economie: kleinschalige economie, collectieve economie  privébezit van bedrijven afgeschaft.
- Politieke macht iedereen heeft evenveel macht, alle vergaderingen openbaar.
- Waarden en normen: zijn vrij.
Communisten: geen klassen, iedereen gelijk. Ideeën:
- Economie: alternatieve economie, waarbij bedrijven in handen zijn van de staat.
- Politieke macht: tegenstanders worden uitgeschakeld, iedere burger moet actief meedoen.
- Waarden en normen: als ze de macht hebben zijn ze streng moraal, maar als ze alleen in de oppositie zijn, denken ze vrijer.
Radicalen: langzaam naar milieuvriendelijke samenleving toegroeien. Ideeën:
- Economie: kleinschalige duurzame economie, veel medebestuur van arbeiders. Particulier bezit mogelijk, maar met mate.
- Politieke macht: burgers zo veel mogelijk inspraak.
- Waarden en normen: vrij in waarden en normen.
Conservatieven: discrimineren niet, maar wel aangeboren verschillen. Ideeën:
- Economie: kapitalistische economie: zo veel mogelijk in handen van particuliere elite. Weinig sociale voorzieningen.
- Politieke macht: vertegenwoordigende democratie mogelijk, maar meeste bij deskundige elite. Parlement: minder rechten.
- Waarden en normen: mensen moeten zich aan traditionele waarden en normen houden.
Reactionairen (en fundamentelisten  confessionele reactionairen): gaan uit van ongelijkheid en ongelijkwaardigheid van mensen ( discriminatie). Ideeën:
- Economie: particulieren. Staat uit de economie, niet met de economie bemoeien.
- Politieke macht: elite regeert, democratie wantrouwend bekeken.
- Waarden en normen: sterke lichaamsmetafoor bepaald de waarden en normen
Fascisten: willen met geweld minderwaardigen onderdrukken. Discriminatie. Ideeën:
- Economie: kapitalistische economie, met voorzieningen voor eigen volk.
- Politieke macht: de leider beveelt. Elite voert bevelen uit.
- Waarden en normen: extreme lichaamsmetafoor: vrouw is alleen om kinderen te krijgen, homo’s worden vervolgt.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.