Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen

Hoofdstuk 1 en 2

Beoordeling 8.1
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas vwo | 1819 woorden
  • 19 november 2009
  • 55 keer beoordeeld
  • Cijfer 8.1
  • 55 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!
Samenvatting Maatschappijleer
Hoofdstuk 1: Gedonder over Schiphol
§1 Wie lost het op: burgers onderling of de staat?
• Problemen worden vaak onderling opgelost door burgers. Maar soms is het probleem zo groot en belangrijk dat de staat het moet oplossen (bijv. schiphol-probleem)
• De staat maakt wetten waar alle burgers zich aan moeten houden.
Drie kenmerken van een staat:
- De staat of overheid heeft het hoogste gezag, ook wel Soevereiniteit genoemd. De staat heeft het monopolie van het legitiem gebruik van geweld. (bijv. de politie treed op met geweld tegen voetbalsupporters die vernielingen aanrichten.)
- Dat staatsgezag geld binnen de grenzen van een staat/land. (bijv. Nederland)

- Dat staatsgezag geld voor de bevolking op het grondgebied van de staat.
• De staten beschikken over macht. Er is sprake van macht als iemand door een ander kan worden gedwongen om iets te doen of juist niet te doen, ook tegen de wil van die persoon.
• De overheid bestaat uit de regering, het parlement en de ambtenaren samen. Zij nemen binnen een staat de beslissingen en voeren die uit.
• Nachtwakersstaat: Veel wetten over strafrecht en belastingrecht, geweldsmonopolie staat centraal (bijv. vroeger veel staten in West-Europa).
• Verzorgingsstaat: Staat zorgt voor welzijn van de burgers d.m.v. wetten(bijv. leerplicht tot 16 jaar, boven de 65 oudedagsuitkering).
• Dilemma: De zorg voor het ene heeft direct negatieve gevolgen voor het andere.
§2 Rechten en plichten, waarden en normen
• Rechten en Plichten: Burgers moeten deze wetten en regels naleven. De staat heeft het recht hen te dwingen.
• De overheid heeft alleen iets te zeggen over de formele rechten en plichten, niet over de morele gedragsregels. (bijv. ‘rekening houden met anderen’)
• Waarden: Zijn opvattingen over wat in het leven belangrijk is. (bijv. leven, vrede, vrijheid, gelijkheid, rechtvaardigheid, eerlijkheid, veiligheid, respect, schoonheid en waarheid)

• Normen: geven aan hoe je je in een bepaalde situatie wel of niet hoort te gedragen, uit waarden afgeleid. (bijv. uit leven afgeleid dat je niemand mag doden, uit gelijkheid dat alle volwassenen kiesrecht hebben)
§3 Politiek en politieke stromingen
• Politiek: Situaties waarbij de overheid betrokken is of zou moeten zijn.
• Beleid: Plan om een bepaald doel te bereiken door het gebruik van middelen.
Drie grote politieke stromingen in West-Europa:
• Liberalen: Vinden de waarde vrijheid belangrijk (bijv. ondernemers moeten niet gehinderd worden door wetten en regels. Veel vrijheid in privéleven.
• Socialisten(sociaaldemocraten): Vinden de waarde gelijkheid belangrijk (bijv. denken dat als het er niet is de verschillen tussen rijk en arm te groot worden) En veel vrijheid in eigen privéleven.
• Christendemocraten: Vinden de waarde harmonie belangrijk (bijv. Georganiseerde maatschappelijke groepen moeten samen zoveel mogelijk afspraken maken)
En staan tegenover vrijheid in het privéleven (bijv. zelf beslissen over abortus en euthanasie)
§4 Sociale ongelijkheid en sociale cohesie
Sociale ongelijkheden: Zijn verschillen in inkomen, bezit, hulpbronnen en maatschappelijke kansen van individuen en groepen in de samenleving.
Mensen nemen in de samenleving ongelijke posities in. Sociale rangorde of wel sociale stratificatie genoemd.
Sociale cohesie: De onderlinge verbondenheid van mensen binnen groepen en tussen groepen.
§5 De huidige samenleving
Hoe verhouden de staat en samenleving zich tot elkaar?
De rechtsstaat: Een staat waarin burgers en overheid zich aan de wet moeten houden en waar gelijke rechten en mensenrechten voor iedereen gegarandeerd zijn.
Een parlementaire democratie: Is een politiek stelsel dat het mogelijk maakt in een rechtsstaat op vreedzame wijze conflicten op te lossen, waarbij alle burgers invloed kunnen uitoefenen op de besluitvorming en de mensenrechten zijn gewaarborgd.
Een verzorgingsstaat: Is een maatschappij waarin de overheid zich bekommerd om de zorg voor het welzijn van haar bewoners.
Een pluriforme samenleving: Een samenleving waarin mensen samen leven met verschillende opvattingen en verschillende religieuze, culturele en etnische achtergronden.
§6 Wat is maatschappijleer?
Maatschappij: Het samenleven van mensen en de betrekkingen die zij onderling hebben
Maatschappelijk probleem: Een probleem dat voor veel mensen als probleem wordt gezien dat vaak een dilemma is. Meestal kunnen zei er niet zelf uit komen en moet de overheid een oplossing zoeken. (bijv. het Schiphol-probleem)

Hoofdstuk 2: Geen willekeur, maar recht
§1 Wat is de rechtsstaat?
1.1 De kern van de rechtsstaat.
Kernelementen van een rechtsstaat: bescherming tegen willekeur van de overheid, rechtszekerheid en gelijke rechten.
Gezag: Macht die als redelijk en juist wordt aanvaard.
Legitimiteit: Het geloof of de overtuiging dat de overheidsmacht rechtmatig en juist is.
Liberale rechtsstaat: Een rechtsstaat waarin persoonlijke vrijheid en bescherming tegen willekeurig overheidsoptreden centraal staan.
Democratische rechtsstaat: Een rechtsstaat waarin alle volwassenen kiesrecht hebben.
Sociale rechtsstaat: Een rechtsstaat waar de overheid veel taken op sociaal gebied op zich heeft genomen.
1.2 Kenmerken van de rechtsstaat
Kenmerken van de rechtsstaat:
• Gelijke rechten
• Legaliteitsbeginsel (mensen kunnen alleen gestraft worden voor iets wat in de wet staat)
• Overheid moet zich aan de wet houden
• Machtenscheiding (tussen de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht)
• Grondrechten gewaarborgd in de grondwet
Plichten van burgers: Burgers moeten zich aan de wet houden, de wet kennen en mensen die in levensgevaar zijn helpen.
1.3 Veiligheid
Veiligheid staat in de rechtsstaat als belangrijkste probleem op nummer één.
§2 Grondrechten
2.1 klassieke en sociale grondrechten
Klassieke mensenrechten (Bijv. vrijheid van godsdienst/meningsuiting)
 Overheid heeft resultaat verplichtingen (moeten ervoor zorgen dat de klassieke mensen rechten niet worden geschonden, ook niet door de overheid zelf anders kunnen burgers zich bij de rechter op deze rechten beroepen)
 Grenzen zijn meestal niet duidelijk
Sociale mensenrechten (bijv. recht op voedsel/onderdak/werk/onderwijs)
 Overheid heeft inspannings verplichtingen (moeten ervoor zorgen dat werkloze werk kunnen krijgen maar kunnen niet worden gedwongen om iemand werk te geven)
2.2 Bescherming van de grondrechten
Veel landen hebben de mensenrechtenverklaring van de VN ondertekend. Maar ook veel landen houden zich daar niet aan. Burgers kunnen met klachten over overheidsoptreden naar een onafhankelijke functionaris op landelijk niveau (de ombudsman).
Je kan ook naar het Europese hof voor rechten van de Mens. Dat wordt beoordeeld op grond van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden(EVRM).
§3 Opsporing(1), vervolging(2) en berechting(3)
3.1 Opsporing en vervolging
Criminaliteit: Door de overheid wettelijk strafbaar gesteld gedrag.
 Overtredingen (bijv. te hard rijden, niet voor de rechter)
 Misdrijven (bijv. Diefstal, wel voor de rechter + strafblad)
Wetboek van strafrecht: Staan de maximumstraffen in van misdrijven.
Daderstrafrecht: De persoonlijke situatie wordt meegetrokken in de beoordeling van de straf.
1. Opsporing
Wetboek van strafvordering: Staat alles in wat de politie bij het oppakken en opsporen van een verdachte mag doen(bij opsporing, vervolging en berechting).
De politie mag alleen iemand oppakken bij een ‘redelijk vermoeden’ van een strafbaar feit.
2. Vervolging
Wordt geleid door de Officier van Justitie (hoort bij het OM)
Wat kan er gebeuren met de zaak:
 Seponeren: zaak vervalt > bijv. bij gebrek aan bewijs
 Transactie aanbod (schikking) > verdachte betaald geld zodat de zaak niet wordt behandeld (tekort aan rechters meestal daarom transactie)
 Vervolging: Zaak voor de rechter brengen
3.2 Berechting
3. Berechting
Niveaus van rechtspraak:
1) Strafrechter(misdrijven) of kantonrechter(overtredingen)
 In hoger beroep
2) Gerechtshof(misdrijven en overtredingen)
 In cassatie gaan
3) Hoge raad > kijkt alleen of de rechter hun taak goed hebben uitgevoerd. Nee? Terug naar het gerechtshof.
3.3 Straffen
Vergelding: De dader moet boeten voor wat hij heeft misdaan
Preventie: De straf moet mensen afschrikken om iets (opnieuw) te doen.
Resocialisatie: De straf moet terugkeer in de samenleving mogelijk maken
Voorkomen van eigenrichting: De overheid wil met het opleggen van straffen voorkomen dat slachtoffer zelf wraak nemen.
DaderStrafrecht: De persoonlijke situatie wordt meegetrokken in de beoordeling van de straf.
Welke straffen zijn er?
• Gevangenisstraf (bij misdrijven)
• Hechtenis ( bij overtredingen)
• Taakstraf ( onbetaald maatschappelijk nuttig werk doen)
• Geldboete
Voorwaardelijke straffen zijn straffen die je alleen moet uitzitten als je hetzelfde misdrijf binnen die proeftijd nog een keer pleegt.
Tbs: Ter beschikking stellen van de dader, voor daders met psychiatrische ziektebeelden of persoonlijkheidstoornissen.
§4 Problemen van de rechtsstaat
4.1 Het gelijkheidsbeginsel in de praktijk
Artikel 1 van de grondwet: Iedereen gelijk behandelen
• Algemene wet gelijke behandeling(awgb)(toelichting artikel 1)
Als je een klacht in wilt dienen kan dat bij:
 Commissie gelijke behandeling (uitspraak is niet bindend)
 Naar de rechter stappen (uitspraak is wel bindend)
Klassenjustitie: Mensen uit lagere sociale klassen hebben een grotere kans om te worden opgepakt en te worden veroordeeld dan mensen uit de hogere klassen.
In de strafrechtketen kan er sprake zijn van ongelijke behandeling.
 Direct: Als mensen met verschillende afkomsten in het zelfde geval anders worden bestraft
 Indirect: Actievere opsporing, vervolging en berechting van bepaalde misdrijven die vaker worden gepleegd door mensen uit een lagere sociale klasse > en dus een hogere pakkans hebben.
Selectiviteit in strafrechtketen: hogere klasse voorgetrokken, lagere klasse sneller opgepakt
• Opsporing
 Kun je netjes uitleggen wat er aan de hand is? (bijv. gebrekkig nederlands praten)
• Vervolging
 Is er een kans op herhaling? (recidive)(toekomstperspectief)(bijv. iemand met rijke ouders zal minder snel in herhaling vallen dan iemand met arme ouders)
 Kun je een transactie betalen? (rijke mensen wel, arme mensen niet)
• Berechting
 Verlies je je baan bij eventuele celstraf? (toekomstperspectief) (hogere klasse vaak een baan, lagere klasse niet)
 Kun je een goede advocaat betalen? (hogere klasse wel, lagere klasse niet)
4.2 Terrorismebestrijding: veiligheid en vrijheid?
Dilemma voor de rechtsstaat
• De overheid heeft als taak zorg te dragen voor:
 Vrijheid: bescherming van de grondrechten van de burgers.
 Veiligheid van burgers
Is het wenselijk als ten bate van de veiligheid grondrechten van burgers geschonden worden?
• Terrorismedreiging?
 Meer bevoegdheden voor de overheid (bijv. ten bate van de veiligheid mag nu ook de informatie van de AIVD (Algemene Inlichtingen en Veiligheids Dienst) als bewijsmateriaal dienen bij een rechtszaak)
 Maar: deze AIVD info is geheim, en een verdachte kan zich dus moeilijker verdedigen voor de rechter.
 Inperking persoonlijke rechten van de burgers
Globalisering zorgt vaak voor samenwerking en begrip maar ook tot grotere tegenstellingen, afkeer en haat.
Terrorisme: Gebruik van geweld tegen willekeurige groepen mensen om en angst aan te jagen en de samenleving te ontwrichten.
§5 De rechtsstaat in de Verenigde Staten
Verenigde Staten Nederland
Fase voor de rechtszaak Plea Bargaining(verdachte bekend schuld in ruil voor strafvermindering) - Transactie
- Seponeren
Rechtspraak - Jury (gewone burgers, bepalen of iemand schuldig is)
- Rechter (bepaald de straf) - Rechter
(bepaald of iemand schuldig is en bepaald de straf)
Straffen - Three times, you’re out (3 dezelfde misdrijven = heel lang in de gevangenis)
- Rassenjustitie (zwarte mensen krijgen hogere straf)
- 5x hogere straffen
- Doodstraf - Lagere straffen
- Geen doodstraf
Veiligheidsmaatregelen - Vanaf je 21 pas alcohol
- Burgers hebben recht op een vuurwapen
- Patriot Act
(wet die de politie en justitie bevoegdheden geeft om mensen te controleren en in te grijpen in hun privé-leven) - Geen
§6 Dilemma’s van de rechtsstaat
Een fatsoenlijke samenleving is ondenkbaar zonder een goed functionerende rechtsstaat. De burgers mogen de wetten niet overtreden en de overheid ook niet.
De overheid moet zorgen voor een balans tussen gelijkheid en vrijheid. Vaak zorgt dat voor dilemma’s voor de overheid.
Vroeger was het altijd: liever 10 moordenaars vrij rondlopen dan één persoon onschuldig wegens moord veroordeeld. Maar door het actuele terrorisme dreigt de balans steeds meer naar veiligheid te gaan.
Sommige mensen vinden nu dat je beter 10 onschuldigen kunt vastzetten wegens het voorbereiden van een terroristische aanslag dan één kwaadwillige vrij te laten rondlopen.
Voor de legitimiteit van de rechtsstaat is vertrouwen nodig tussen de overheid, de burger en alle andere groepen. Anders is zo’n samenleving niet mogelijk.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.