Hoofdstuk 1 & 2 Rechtsstaat

Beoordeling 5
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 1449 woorden
  • 10 januari 2015
  • 1 keer beoordeeld
  • Cijfer 5
  • 1 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

Maatschappijleer hoofdstuk 1 en 2



§1



Maatschappelijk probleem:




  • Het heeft gevolgen voor een grote groep mensen

  • Het probleem kan alleen door de overheid worden opgelost.

  • Het probleem heeft te maken met een tegenstelling



→ om dit op te lossen zijn er nieuwe regels en wetten nodig.



Politiek probleem: politici hebben de taak om dit probleem op te lossen.



Grootste tegenstellingen tussen mensen:




  • Politieke visies

  • Geloof of levensovertuigingen

  • Maatschappelijk posities



§2



Waarde: wat mensen belangrijk vinden in het leven.



Normen: gedragsregels, gevolg.




  • Sociale verplichting → regel die wordt opgelegd door je omgeving.

  • Fatsoensnormen → regels vastgelegd per wet



Belang: ergens voor of nadeel bij hebben.



Macht: het vermogen om het gedrag of het denken van anderen te beïnvloeden.




  • Formele macht: gezag (vastgelegd per wet)

  • Informele macht: invloed (binnen en bep. groep)



machtsmiddel, een middel waarmee je hebt gedrag en een ander kan beïnvloeden.



De verschillen tussen normen, waarden, belangen en macht heeft te maken met:




  • Plaats

  • Tijd, vroeger en nu

  • Groep, waarbij je hoort



Sociale cohesie: samenhang tussen mensen in een bep. gemeenschap of samenleving.



§3



Betrouwbaarheid:




  • Bronvermelding: CBS

  • Onderscheid feiten en meningen →subjectief: menig, objectief: feit.

  • Onderwerp wordt bekeken van verschillende kanten

    • Hoor en wederhoor, de zaak wordt van verschillende kanten bekeken.





Communicatie: het doorgeven van informatie.




  • Communicatieruis: de overdracht verloopt niet goed.


    • Zender zendt de info verkeerd uit

    • De ontvanger ontvangt de informatie verkeerd.



  • Bewust:

    • Manipulatie: feiten opzettelijk weglaten of verdraaien zonder dat de ontvanger het merkt.

    • Propaganda: bewust eenzijdige informatie geven met als doel de mening van mensen te beïnvloeden.

    • Indoctrinatie: langdurig, systematisch en heel dwingend eenzijdige opvattingen en meningen opdwingen met de bedoeling het publiek deze opvattingen kritiekloos accepteert.





Selectieve waarneming: elke informatie zodanig verdraaien zodat het zoveel mogelijk past in ons referentiekader → alles wat je weet aan kennis, ervaring, normen, waarden en gewoonten.



Stereotype: vaststaand beeld van een hele groep mensen.



Vooroordeel: over iets oordelen zonder dat je iemand kent.



Discriminatie: mensen van een bep. groep of soort anders behandelen op grond van kenmerken die in de gegeven situatie niet van toepassing.



Hoofdstuk 2



§1.



Rechtsnormen: gedragsregels die door de overheid wettelijk zijn vastgesteld.




  • Ordening

  • Normen en waarden



Rechtvaardigheid, dat ieder mens eerlijk behandeld wordt.



Rechtsstaat, land waarin burgers beschermt zijn tegen alle vormen van machtsmisbruik.



Absolute monarchie, een regeringsvorm waarbij de koning alle macht heeft.



→grondwet, hierin staat wat de grondrechten zijn en hoe het land geregeerd moet worden.



Sociale rechtsstaat, een rechtsstaat waarin de overheid burgers helpt dmv uitkeringen, gezondheidszorg etc.



→plichten: Belastingplicht, leerplicht, mensen helpen in nood en DNA plicht (voor verdachten)



§2.



Doel rechtsstaat: veiligheid, gelijkheid en vrijheid.




  • Machtenscheiding: de 3 machten (uitvoerende, wetgevende en wetsprekende macht) worden door aparte mensen uitgevoerd, om zo te voorkomen dat een iemand teveel macht krijgt.


    • Wetgevende macht: Regering en parlement


      • Regering doet wetsvoorstellen

      • Parlement heeft stemrecht



    • Uitvoerende macht: Regering en ambtenaren

      • Zorgt ervoor dat de wetten precies worden uitgevoerd.



    • Rechterlijke macht: onafhankelijke rechters

      • Beoordelen mensen, rechtspersonen of de overheid over wetten en overtredingen en doet uitspraken in conflicten.



    • Checks and ballances

      • De machten worden door elkaar gecontroleerd en houden elkaar in evenwicht.





  • Onafhankelijke rechters

    • Je kunt je recht halen al je je benadeelt voelt

    • Bescherming tegen de overheid

    • Mensen spelen geen eigen rechter om iemand wel in de cel te krijgen.



  • Grondrechten

    • Klassieke: rechten die de overheid ook echt moet garanderen

      • Vrijheids rechten, gelijkheidsrechten en politieke rechten



    • Sociaal: grondrechten die de overheid niet altijd kan garanderen, maar wel alles aan moet doen om het te krijgen.

      • Recht op huis, recht op werk, recht op onderwijs etc.



    • EVRM, Europees verdrag voor de rechten van de mensen en fundamentele vrijheiden. De aangesloten landen moeten zich aan bepaalde mensenrechten houden

      • Geen doodstraf bijv.





  • Legaliteitsbeginsel: de overheid mag alleen besprekingen opleggen aan de vrijheid van de burgers als die regels voor iedereen gelden en door de volksvertegenwoordigers in wetten zijn vastgelegd.

    • Strafbaarheid: je kunt alleen bestraft worden voor iets dat als strafbaar feit in de wet staat.

    • Strafmaat: van tevoren staat vast wat de max. straf voor een delict is.

    • Ne bis in idem-regel: Je kunt maar een keer voor de rechter gedaagd worden voor een misdrijf.





§3



Rechtsstaat




  • Veiligheid burgers

  • Rechtshandhaving, uitvoeren van de wetten.



Geweldmonopolie, de overheid heeft meer macht dan wij en mag als enige geweld gebruiken.



Rechtshandhaving, de grondwet beschermt burgers tegen andere burgers en tegen machtsmisbruik van de overheid.



Misdrijven: ernstig strafbaar feit →criminaliteit: alle misdrijven die in de wet staan omschreven.



Overtreding: minder ernstig.



Staan beide beschreven in het Wet boek van Strafrecht.



Wetboek van strafvordering: hierin staan waaraan de overheid zich aan moet houden tijdens een strafproces;




  • Politie verzamelt informatie;


    • Huiszoeking

    • Opvragen persoonsgegevens

    • Preventief fouilleren

    • Infiltreren

    • Inkijkoperatie

    • In voorarrest houden





→ vervolgens maakt de politie verslag verbaal




  • De officier van Justitie bepaalt vervolgens met behulp van het proces verbaal of er wel of geen rechtszaak moet komen → transactie, seponeren of vervolgen

  • Naar de rechter → stelt de straf vast.



§4



Strafvervolging → Rechtszaak naar de rechter



                          → Tenlastelegging, de aanklager




  • Politierechter voor kleine misdrijven → een rechter

  • Meervoudige kamer → ernstige misdrijven



          → drie rechters



Dagvaarding: oproep om naar een terechtzitting te komen. → alle informatie.



Rechtszaak:




  1. Rechter controleert de gegevens

  2. Tenlastelegging, de aanklacht wordt voorgelezen door de officier van justitie → toelichting dagvaardig

  3. Onderzoek → ondervraging verdachte, officier van justitie en zijn advocaat + getuigen. En de rechter kijkt of er geen fouten zijn gemaakt in het proces en kijkt naar de persoonlijke omstandigheden.

  4. Requisitoir, toespraak van de officier van justitie om het schuld te bewijzen en strafeis.

  5. Pleidooi, toespraak waarin de advocaat de verdacht verdedigt.

  6. Laatste woord, het laatste woord van de verdachte

  7. Vonnis, de uitspraak van de rechter over de straf

    • Vrijheidsstraf of hechtenis (kleine misdrijven) → gevangenis

    • Taakstraf

    • Geldboete

    • Bijkomende straffen → bijv. ontzegging rijbewijs.

    • Voorwaardelijke straf, dader krijgt de straf niet of deels als hij binnen een bep. tijd niet een soort gelijk strafbaar feit ondergaat.

    • Strafrechtelijke maatregelen

      • Tbs

      • Onttrekking aan het verkeer van in beslag genomen goederen

      • Ontneming van wederrechtelijk voordeel → winst kwijt

      • Schadevergoeding aan het slachtoffer







Hoger beroep: nieuwe rechtszaak wordt gestart → gerechtshof



In cassatie gaan: gaat na of het recht goed is toegepast → hoge raad.



Kinderen onder 12 jaar zijn strafrechtelijk niet aansprakelijk voor zij of haar daden.



Kinderen tussen 12 en 18 jaar → overtredingen → Bureau Halt



                                                  → misdrijven →kinderrechter



 → resocialisatie, heropvoeding waarbij de gedetineerde nieuwe normen en waarden aanleert.



§5.



Meeste rechtszaken gaan tussen burgers zelf.




  • Conflict voorlegen aan onafhankelijke rechters

  • Eiser( degene die een zaak voorlegt aan de rechter) tegenover de gedaagde (de persoon waar iets van wordt geëist en daarom voor de rechter wordt gedaagd)

  • Verloop burgerlijke rechtszaak:

    • Versturen dagvaar naar de gedaagde

      • Naam eiser

      • De eis + motivatie

      • Tijdstip + plaats



    • Vertegenwoordiging hoeft niet per se door een advocaat bij kleine zaken.

      • Bij grotere zaken wel → procureur (advocaat)

      • Je hoeft niet persoonlijk aanwezig te zijn.



    • Rechter beoordeelt eis van eiser en verweer van de gedaagde

    • Eerste zorgen voor onderlinge oplossing als dat niet werkt doet de rechter een vonnis Schadevergoeding (loonbeslag) of een verbod (dwangsom als de persoon het verbod overtreedt.)





Schadevergoeding:




  • Vermogenschade: vergoeding voor de gemaakte kosten, geleden verlies of misgelopen winst.

  • Immateriële schade: schade wat je niet kan goed maken met geld → gebroken arm.



hoger beroep



kort geding: versnelt en vereenvoudigde procedure voor spoedeisende zaken → voorlopig oordeel



→ in afwachting van een definitieve uitspraak in het normale burgerlijke proces → bodemprocedure, maar het conflict is vaak al opgelost.



§7



Rechtsstaat ter discussie




  • Machtenscheiding vervaagt:


    • Rechters voelen druk om een bep. straf te geven

    • Rechters kunnen openlijk lid zijn van een politieke partij



  • Opsporingsbevoegdheden worden uitgebreid

    • Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden

      • Inkijkoperatie

      • Infiltreren in misdaadorganisatie

      • Sneller een inbreuk op grondrechten burgers



    • Wet terroristische misdrijven

      • Verdachter wordt anders gezien

        • Als iemand kijkt hoe hij een bon moet maken



      • AIVD gebruikt anonieme getuigenverklaringen

      • Zonder toestemming fouilleren

      • Lone wolfs: individuele daders zonder binding met een terreurgroep→ vaak slachtoffers onschuldig.





  • Botsende grondrechten

    • Vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst en verbod op discriminatie: de grens is lastig te bepalen → rechter maakt een afweging tussen de verschillen grondrechten.



  • Zwaarder straffen

    • de samenleving wil zwaarder straffen ↔ maar de rechter moeten echt onafhankelijk zijn. Toch komen er zwaardere straffen.








REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.