De komende twee weken zijn 'seksweken' op Scholieren.com. Samen met de Sense Infolijn geven we antwoord op al jouw seksvragen.

 


Alles over seks Alles over seks


ADVERTENTIE
Geslaagd? Doneer je verslagen We zijn heel trots op je, supergoed gedaan. Waarschijnlijk ga je Scholieren.com nu voorgoed verlaten. Wil je ons nog bedanken voor 4, 5 of 6 jaar trouwe dienst? Upload dan nu al je verslagen en samenvattingen voor de generaties scholieren die na jou strijden voor dat diploma.

Nu uploaden

Hoofdstuk 1

Paragraaf 1: Burgerschap

Vier soorten burgerschap

De socioloog T.H. Marschall heeft onderscheid gemaakt tussen vier soorten rechten en vrijheden dat samen het burgerschap van nu vorm hebben gegeven:

  • Particulier burgerschap houdt individuele vrijheidsrechten in zoals het recht op bezit en het recht op vrijheid van meningsuiting.
  • Politiek burgerschap gaat over het recht op zeggenschap, het recht dat de burger krijgt om deel te nemen aan het bestuur.
  • Sociaal burgerschap houdt in dat men het recht heeft op bepaalde materiële voorzieningen zoals inkomen, gezondheidszorg en onderwijs.
  • Corporatief burgerschap houdt in dat mensen het recht hebben om zich te organiseren in grote en sterke organisaties met een religieuze of ideologische achtergrond. Dat zijn niet-commerciële organisaties. Al die groepen komen dan wel op voor hun eigen deelbelangen, maar ze zorgen toch samen voor het algemeen belang, ieder een in de maatschappij heeft er baat bij.

Drie opvattingen over burgerschap

De vraag is in hoeverre de burgers moeten worden ingeschakeld in het bestuur van de samenleving. Daar bestaan drie opvattingen over:

  • De egalitair-liberalistische opvatting: In deze opvatting valt de nadruk op de juridische rechten van de mensen. Iedereen is gelijkwaardig en heeft recht op gelijke behandeling. Uitgangspunt hierbij is respect voor de individuele vrijheidsrechten van de burger. De overheid moet deze gelijkheid garanderen. Van de burger wordt niet zoveel verwacht. Wel moet hij zich houden aan de wet houden.
  • De neo-republikeinse opvatting: Hier wordt wel betrokkenheid en participatie van de burger verwacht. Door lidmaatschap van een politieke partij kun je je normen en waarden ontwikkelen. Hierdoor word je een competente burger.
  • De communitaristische opvatting: Mensen moeten zich niet alleen betrokken voelen, maar ook meedoen in de ‘civil society’. Dat is het weefsel van het maatschappelijk middenveld en de eigen kring. Burgers horen vaste waarden te leren.

Paragraaf 2: Sociale problemen

Wat zijn sociale vraagstukken

Volgens Kees Schuijt voldoen alle sociale vraagstukken aan de volgende punten:

  • Er zijn altijd grote groepen mensen bij betrokken.
  • Het gaat daarbij om particuliere overlast en lichamelijke of geestelijke schade.
  • De mensen die er last van hebben kunnen het niet zelf aanpakken. Dat gaat boven hun macht
  • Over sociale problemen bestaan altijd meningsverschillen.
  • Sociale problemen zijn ingewikkeld, ze zijn verstrengeld met andere problemen.
  • Daarom is de overheid de enige instantie die er iets aan kan doen. Dit wordt ook verwacht.
  • Een sociaal probleem kan bijna nooit definitief opgelost worden. Het keer vaak weer terug.

De sociaal-economische driehoek

De sociaal-economische driehoek bestaat uit drie groepen

  • Het maatschappelijk middenveld bestaat uit mensen die zich verenigd hebben in verenigingen, actiegroepen of stichtingen die allerlei maatschappelijk nuttige activiteiten verrichten.
  • De markt betreft alle bedrijven
  • De overheid. Dit is meestal het Rijk en soms de Provincie of de Gemeente

Groepen die niet in de sociaal-economische driehoek passen

Zolang groepen zich niet organiseren, kunnen ze geen invloed uitoefenen. Vaak komen georganiseerde groepen voor hen op. Vakbonden, actiegroepen en politieke partijen zijn de organisaties die voor niet-georganiseerden opkomen.

Partijen en de sociaal-economische driehoek

Politieke parijen bevinden zich ook in de driehoek. Het zijn verenigingen en horen dus bij het maatschappelijk middenveld. Zodra een politieke partij in de regering komt behoort de partij tot de overheid.

Uitgangspunten

Linkse partijen zoeken oplossingen voor maatschappelijke problemen via de overheid, terwijl een rechtse partij als de VVD via de markt denkt. De confessionele partijen redeneren vaak vanuit het particuliere initiatief, met iets meer nadruk op het maatschappelijk middenveld. Een partij als D66 zit er tussenin en kiest pragmatisch, oplossingen verschillen van geval tot geval.

Hoofdstuk 2

Paragraaf 2: Sociale cohesie

Mensen kunnen niet zonder elkaar. Ze leven dan ook samen in grote en kleine samenlevingsverbanden. Een van de bestaansvoorwaarden voor een samenleving is een affectieve binding tussen de leden van een samenleving. Mensen controleren elkaar zo. Dit wordt ‘sociale controle’ genoemd. Dit wordt sociale cohesie genoemd. Sociale cohesie is de interne bindingskracht van een groep.

In de moderne samenleving vindt individualisering plaats. Dit houdt in dat iedereen steeds meer op zichzelf aangewezen is.

De sociale cohesie kan verstoord worden. De mensen die dit veroorzaken worden uitvallers genoemd. Schuyt heeft een opsomming van uitvallers gegeven:

  • er niet bij willen horen, hiervan zijn twee vormen: dropping out en opting out.
  • er niet bij mogen horen, alle soorten van discriminatie.
  • er niet bij kunnen horen, werkloosheid en armoede

Paragraaf 3: Sociale ongelijkheid

Socioloog van Heek kwam tot de ontdekking dat in het Nederlandse onderwijs allerlei mensen buiten de boot vielen. Dat kwam niet door hun capaciteiten, maar door de gezinsachtergrond die ze hadden. Deze kinderen misten het culturele kapitaal, het sociale kapitaal en het financiële kapitaal.

Soorten ongelijkheid

Ongelijkheid bestaat op veel gebieden tegelijk:

  • politieke ongelijkheid, verschillen in macht,
  • culturele en cognitieve ongelijkheid, verschillen in toegang tot kennis
  • economische ongelijkheid, verschillen in bezit en inkomen
  • affectieve ongelijkheid, verschillen in mogelijkheden om mensen aan zich te binden
  • militaire ongelijkheid, verschillen in toegang tot geweldsmiddelen.

Deze vormen van sociale ongelijkheid staan niet op zichzelf, ze zijn met elkaar verbonden, ongelijkheid op het ene gebied beïnvloedt die op een ander terrein.

Mensen die over privileges beschikken hebben macht over anderen.

Sociale ongelijkheid: verschillen in macht en daarmee verbonden sociale privileges

Sociale stratificatie

Met sociale stratificatie wordt de verdeling van de maatschappij in sociale lagen die ongelijke plaatsen innemen.

Ieder kind start op de plaats van zijn gezin in de stratificatie, het neemt het financiële, sociale en culturele kapitaal van de ouders over. De drie soorten kapitaal vormen de mogelijkheden die hun kinderen mee krijgen als die een eigen rol gaan spelen in de maatschappij.

Mobiliteit

Eeuwenlang bleven families in Nederland in dezelfde laag. In de moderne samenleving lukt het steeds meer mensen om hieraan te ontsnappen. Dit heet verticale sociale mobiliteit. Verticale mobiliteit is de stijging of daling van een persoon op de maatschappelijke ladder.

Er wordt in dit verband een onderscheid gemaakt tussen inter-generatiemobiliteit en intra-generatiemobiliteit. Inter-generatiemobiliteit is de verandering in vergelijing met een vorige generatie. Inter-generatiemobiliteit is de verandering door van beroep te veranderen.

Rationalisering en modernisering

 

  • Modernisering is een samenhangend geheel van veranderingsprocessen na 1800 op economisch, politiek en sociaal gebied waardoor mensen zich minder door tradities laten leiden en meer eigen keuzes kunnen maken.
  • Rationalisering is het steeds verder ordenen en systematiseren aan de werkelijkheid met de bedoeling haar voorspelbaar en beheersbaar te maken.

De gebieden waarop modernisering en rationalisering hebben plaatsgevonden:

Politiek:

1. De opkomst van nationale staten en nieuwe politieke systemen

2. De ‘formalisering’ van de staat: bestuur gaat zich steeds meer op officiële regels richten

Cultureel:

3. De verbreiding van een stedelijk levenspatroon

4. De afbrokkeling van het traditionele religieuze wereldbeeld

Cultureel en economisch:

5. Opkomst van de natuurwetenschappen en steeds grotere rol van nieuwe technologieën

Economisch:

6. De opkomst en doorbraak van de markteconomie ten koste van oude economieën.

 

Proces

Definitie

Voorbeelden

Veranderingen in sociale cohesie

De interne bindingskracht van een groep

- meer daklozen

- toenemende discriminatie

Veranderingen in sociale ongelijkheid

Verschillen in macht en daarmee verbonden sociale privileges

- ontstaan van een tweedeling

- opkomst van hoog betaalde managers

Rationalisering en modernisering

Veranderingen in politiek, cultuur, en economie waardoor mensen meer eigen keuzes maken

- leegloop van kerken

- communicatie via internet

- globalisering

 

Hoofdstuk 3

Paragraaf 2: Belangen en waarden

Er zijn veel verschillende sociale groepen. Al deze groepen hebben hun belangen en waarden

Belangen zijn aan bepaalde posities gebonden voordelen waarover groepen onderling concurreren.

  • Belangen hebben in de geschiedenis een grote rol gespeeld. De politieke stromingen zoals die in de vorige eeuw opkwamen, ontstonden uit belangentegenstellingen. Nog steeds spelen belangen in de politiek een belangrijke rol want hun mening wordt voor een deel bepaald door deze belangen. Belangen zijn gekoppeld aan de status van mensen.

Waarden zijn ideeën die door mensen zo de moeite waard worden gevonden dat ze zich er langdurig voor willen inzetten.

  • Waarden zijn meer verheven. Het zijn principes. Waarden die in de politiek een belangrijke rol gespeeld hebben zijn solidariteit, vrijheid en gelijk(waardig)heid. Groepen vinden altijd dat hun waarden door anderen gerespecteerd moeten worden. Sommige waarden zijn idealen, zij liggen volgens hun aanhangers aan de grondslag van een perfecte maatschappij.

Voorbeelden van idealen

Sommige waarden worden belangen als mensen er schreeuwend behoefte aan hebben. Het zelfde geldt voor idealen, die we terugvinden in ideologieën.  Dat zijn waardestelsels die grote stromingen er op na houden.

Mensbeelden

Mensbeelden zijn ideeën voer wat de mens in wezen is:

  • Hoe sociaal de mens eigenlijk is
  • Hoeveel capaciteiten ieder mens in zich verborgen heeft

 

Er zijn twee mensbeelden te onderscheiden:

x

Optimistisch

Pessimistisch

De sociale kant

De mens is van nature sociaal

De mens is op eigenbelang uit

De cappaciteitenkant

Ieder mens heeft veel talenten

De mensen verschillen, de talenten zijn ongelijk verdeeld

 

  • Een optimistisch mensbeeld gaat er vanuit dat mensen sociaal geboren worden en dat ieder veel zou kunnen als hij alle kansen kreeg om zich te ontwikkelen. De mensen zijn gelijkwaardig maar niet gelijk, want de een kan veel op het ene gebied en een anders is veel beter in totaal iets anders.
  • Een pessimistisch mensbeeld gaat er vanuit dat mensen gedreven worden door hun eigenbelang en dat talenten heel ongelijk verdeeld zijn. Het is dan vanzelfsprekend dat er een elite is die boven de massa uitsteekt. De mensen zijn ongelijk.

Paragraaf 3: Waardensystemen

Er worden drie soorten waardensystemen onderscheden: Geloofsrichtingen, levensbeschouwingen en ideologieën.

  • Religies zijn het grootste deel van de waardensystemen die wij kennen. Zij gaan uit van het bestaan van een godheid en fundamentele normen en waarden. In een religie kun je godsbeelden terugvinden die nauw aansluiten bij de mensbeelden.
  • Levensbeschouwingen zijn gebaseerd op een combinatie van ideeën over mens en natuur die zowel van bovennatuurlijke als wetenschappelijke aard kunnen zijn, zoals humanisme en new-age.
  • Ideologieën hebben waarden en vaak zelfs idealen die uitmonden in een uitgewerkte visie op de richting van staat en samenleving.

Ideologieën

  • Een stroming is een grote sociale groep met een ideologie

Mensen in een stroming denken niet allemaal precies hetzelfde. Hun ideeën zijn niet identiek, ze zijn welaan elkaar verwant. Mensen kunnen ook ideologieën, levensbeschouwingen en geloven combineren.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.