H2; Politieke besluitvorming

Beoordeling 5.9
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 1408 woorden
  • 15 februari 2005
  • 76 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.9
  • 76 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Samenvatting Hoofdstuk 2 Politieke Besluitvorming

Democratie bestaat uit 2 basisprincipes:
Vrijheid en gelijkheid en er is macht van het volk.

Deze macht van het volk zijn de 5 kenmerken van democratie:
1: Algemeen kiesrecht
2: Regelmatige verkiezingen
3: Vrijheid van meningsuiting
4: Vrijheid van vereniging en vergadering
5: Machtenscheiding

Vrijheid en gelijkheid voor iedere individuele burger

Grondrechten
Klassieke mensenrechten Sociale mensenrechten

1: Vrijheid van meningsuiting 1: Recht op voedsel
2: Vrijheid van godsdienst 2: Recht op onderdak
3: Onaantastbaarheid van het lichaam 3: Recht op gezondheidszorg
4: Briefgeheim (privacy) 4: Recht op onderwijs
5: Bescherming tegen willekeurige 5: Recht op werk
Wel afdwingbaar:
Als jouw recht wordt geschonden, kun je een rechtzaak aanspannen tegen de overheid Niet afdwingbaar:
De overheid doet zoveel mogelijk zijn best, maar de economie bepaald de betaalbaarheid. En het is een deel eigen verantwoordelijkheid

Hoe houd je democratie in stand?

1. Maak (grond) wetten die voor iedereen gelden, ook voor de overheid.
2. Machtenscheiding: onafhankelijke rechters.


Punt 1 en punt 2 is Rechtsstaat.

Sociaal-Democratisch (= links)

Zij komen op voor Jan Modaal: Gelijkheid: Gelijke kansen
Werknemer met een gemiddeld 1. Onderwijs
Inkomen zwakkeren: 2. Werk
Gehandicapten, ouderen 3. Gezondheidszorg
Uitkeringsgerechtigden. 4. Koophuis
5. Arbeidsrechten voor werknemers


Liberalisme (= rechts)

Het woord liberalisme betekend veiligheid en libero is een latijnswoord voor vrijheid. En dan vooral met betrekking op zo weinig mogelijk regels en overheidsbemoeienis.

Bedrijven:
- Het moet makkelijker worden om een bedrijf op te starten
- Mensen hoeven minder belasting te betalen
- Er zijn minder arbeidsrechten voor de werknemers, bijv: makkelijker ontslag, afschaffing van het minimum loon.

Het liberalisme is meer voor de werkgevers en de rijkeren.

Constitutionele Monarchie

Constitutie betekend grondwet
Monarch betekend koning

Wat zijn de taken en beperkingen van de koning?
1. Ceremoniële functie: De koning leest de Troonrede voor. Hij heeft deze niet geschreven maar de Minister President.
2. Symbolische functie: Hij vertegenwoordigt de eenheid van het volk door middel van boven de partijen staan. Hij mag zijn mening niet geven in het openbaar.
3. Hij mag geen politieke beslissingen nemen.

In de grondwet staat: “Koning is onschendbaar, Ministers zijn verantwoordelijk”


De tweede kamer wordt ook wel: parlement of volksvertegenwoordiging genoemd.

De twee belangrijkste taken van de overheid zijn:
- Keurt wetten (=plannen) goed of af.
- Controleert het kabinet

Het kabinet bestaat uit: Minister-president, ministers en staatssecretarissen.
De belangrijkste functies van het kabinet zijn:
- Bedenkt plannen en wetten
- Voeren bestaande/ nieuwe wetten uit.

Het kabinet ook wel de coalitie genoemd wordt gevormd uit een aantal partijen uit de tweede kamer. Deze coalitie moet wel de meerderheid hebben. Wanneer er gestemd is door het volk, zoekt de koningin uit welke partijen wel en niet tot de coalitie kunnen behoren. In het huidige kabinet zitten het CDA, D66 en VVD. Deze partijen hebben een regeerakkoord gesloten. Dit regeerakkoord bestaat uit een aantal plannen waarvoor de coalitie sowieso toestemming moet gaan geven. Zij hebben ja gezegd tegen deze plannen. En zo worden er nieuwe regels gemaakt. Maar de oude wetten gaan voor de nieuwe wetten. Het is dus niet zo dat je de grondwet kan veranderen dat je nu ineens wel mag discrimineren. Ze mogen de wetten wel aanpassen.

Maatschappijleer Hoofdstuk 2 Politieke Besluitvorming

De kenmerken van democratie zijn:
De macht is aan het volk  via de 5 kenmerken van democratie:
1= Algemeen kiesrecht
2= Regelmatige verkiezingen
3= Vrijheid van meninguiting
4= Vrijheid van vereniging en vergadering
5= Machtenscheiding

Met wet wordt bedoeld een vastgestelde regel die voor iedereen geldt.

Wat is het verschil tussen directe en indirecte democratie?
In landen met miljoenen inwoners heerst het volk niet rechtstreeks, maar via vertegenwoordigers. Dat noemen we indirecte democratie. Alleen bij kleine aantallen mensen is directe democratie mogelijk. Dan praten en beslissen alle burgers rechtstreeks mee.

Er zijn twee principes waarop de democratie is gebaseerd: vrijheid en gelijkheid. Een voorbeeld van elk principe is:
Vrijheid  vrijheid van meningsuiting
Gelijkheid  er mag niet worden gediscrimineerd.

Geef van de onderstaande sitiuaties aan of deze een voorbeeld zijn van democratie, of juist niet. En waarom?
a) Het parlement besluit met meerderheid van stemmen om een vakbond te verbieden, omdat die vakbond kritiek heeft geleverd op de regering.
Dit is niet democratisch. Want in een democratie is er vrijheid van vereniging en vergadering. Ook wanneer deze kritiek heeft op de regering. Want er is ook in een democratie vrijheid van meningsuiting.

b) Bij de verkiezingen staat de naam van de kiezer op het stembiljet vermeld.
Dit is niet democratisch. Stemmen moet anoniem kunnen. Want anders kunnen de partijen jou opzoeken om je te gaan onderdrukken om jou de volgende keer wel op hun partij te gaan stemmen.

c) De krant staat vol boze brieven van lezers die vinden dat door de besluiten van de regering de pensioenen te laag zijn geworden.
Dit is democratisch. Want de mensen kunnen hun mening uiten via de krant over wat zij van de regering vinden / denken.

Een gunstige sociaal-economische ontwikkeling is een belangrijke voorwaarde voor de democratie in een land omdat: wanneer het slecht gaat met een land, de mensen het land niet zo snel meer een democratie vinden. De mensen hebben op zo’n moment dus een sterke leider nodig. Deze beloofd meestal van alles. Maar het kan ook zo worden dat het land in eens dan een dictatuur wordt.


Het belangrijkste verschil tussen een democratie en een dictatuur is:
In een democratie heeft het volk de macht door middel van de regelmatige verkiezingen in een land.
Bij een dictatuur is de macht in handen van één iemand of een kleine groep.

Welke rechten zijn de klassieke mensenrechten?
1. Vrijheid van meningsuiting
2. Vrijheid van godsdienst
3. Onaantastbaarheid van het lichaam
4. Briefgeheim (=privacy)
5. Bescherming tegen willekeurige arrestatie en huiszoeking

Welke rechten zijn de sociale mensenrechten?
1. Recht op voedsel
2. Recht op onderdak
3. Recht op onderwijs
4. Recht op werk
5. Recht op gezondheidszorg

Het verschil van rol van de staat met betrekking tot de klassieke en sociale mensen rechten zijn:
Klassieke mensenrechten  wel afdwingbaar, als jou recht wordt geschonden, kun je een rechtzaak aanspannen tegen de overheid.
Sociale mensenrechten  niet afdwingbaar, de overheid doet zoveel mogelijk zijn best, maar de economie bepaald de betaalbaarheid / deel eigen verantwoording.

Zijn onderstaande uitspraken van linkse of van rechtse partijen? Waarom?
a) Ook kinderen van arme ouders moeten kunnen studeren: de overheid moet de studie betalen als de ouders dit niet kunnen.
Links, deze partijen willen gelijke rechten voor iedereen.

b) Het minimumloon moet worden afgeschaft.
Rechts, deze partijen zijn meer voor de werknemers en ondernemers.

c) Lage belastingen voor bedrijven
Rechts, deze partijen willen dat het aantrekkelijker wordt om een bedrijf of onderneming op te starten.

d) Zo weinig mogelijk regels en wetten: mensen weten zelf wat goed voor hen is en moeten de vrijheid hebben om hun leven in te delen zoals zij dat willen.
Rechts, zij willen dat de mensen gewoon kunnen doen wat ze willen. Maar het moet wel binnen bepaalde grenzen blijven.

e) Sociale voorzieningen, zoals een uitkering bij WAO, moeten niet te laag worden. Ook zwakkeren hebben recht op een goed bestaan.
Links, deze partijen willen dat iedereen gelijke rechten heeft.

Het verschil tussen actief en passief kiesrecht is:
Bij actief kiesrecht moet je naar de stembus om daar je stem uit te brengen over de tweede kamer.
Bij passief kiesrecht moeten de mensen gekozen worden als lid van de tweede kamer en andere lichamen.

Wat is een constitutionele monarchie?
De taken van de koning staan in de grondwet.
1. Ceremoniële functie: De koning leest de Troonrede voor. Hij heeft deze niet zelf geschreven maar de Minister President.
2. Symbolische functie: Hij vertegenwoordigt de eenheid van het volk door middel van boven de partijen staan. Hij mag zijn mening niet geven in het openbaar.
3. Hij mag geen politieke beslissingen nemen.

Het geheim van het paleis is dat de koningin invloed mag uitoefenen op de minister president.

Het parlement bestaat uit de eerste en de tweede kamer.

De Staten – Generaal bestaat uit:
De eerste en tweede kamer.

Geef van onderstaande partijen aan of deze tot de oppositiepartijen of tot de regeringspartijen horen:
a) PVDA = oppositiepartij
b) D’66 = regeringspartij
c) CDA = regeringspartij
d) Groen links = oppositiepartij
e) SP = oppositiepartij
f) VVD = regeringspartij

Het kabinet bestaat uit de politieke partijen die samen aan de hand van de verkiezingen de meerderheid hebben in de tweede kamer. (=minstens 76 zetels) Op dit moment vormen D’66, CDA en de VVD de regering.

De regering bestaat dus uit de partijen die met elkaar de meerderheid vormen in de tweede kamer. Deze partijen hebben een regeerakkoord gesloten. In dit akkoord staan afspraken die ze aan elkaar moeten nakomen.

De Tweede Kamer heeft het recht van amendement, dit houdt in:
De kamerleden kunnen bij meerderheid van stemmen veranderingen aanbrengen in wetsvoorstellen.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.