H2 Parlementaire democratie

Beoordeling 4
Foto van Laura
  • Samenvatting door Laura
  • 4e klas havo | 1732 woorden
  • 22 januari 2016
  • 3 keer beoordeeld
  • Cijfer 4
  • 3 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

Samenvatting “Parlementaire democratie”



§ 1 Wat is politiek?




  • Politiek = de manier waarop een land bestuurd wordt, met algemene zaken zoals








  • Openbare orde en veiligheid

  • Buitenlandse betrekkingen

  • Infrastructuur

  • Welvaart

  • Welzijn

  • Onderwijs.






Voor al die plannen betalen burgers belasting. Daar tegenover staat het recht om te stemmen op de partij die we het beste vinden, en we krijgen een uitkering als we werkloos worden of na een ongeval arbeidsongeschikt worden.




  • In Nederland hebben we een democratie: een staatsvorm waarbij de bevolking direct of indirect invloed uitoefent op de politieke besluitvorming.



Er zijn 3 vormen van democratie:




  1. Een directe democratie, bijvoorbeeld door iedereen op een plein te zetten en te tellen hoeveel het er mee eens zijn. Dit kan alleen in kleine groepen.

  2. Een indirecte democratie, waarin het volk niet zelf beslissingen neemt, maar dit overlaat aan gekozen vertegenwoordigers.

  3. Een parlementaire democratie, wat erg lijkt op een indirecte democratie: beslissingen worden genomen door partijen waar we op kunnen stemmen – het parlement.




  • De kenmerken van een democratie zijn:




  • Burgers hebben politieke grondrechten - recht om te stemmen, recht om een politieke partij op te richten etc.

  • Er zijn regels voor de politieke besluitvorming - de leden van de Staten-Generaal worden gekozen door een geheime stemming, wetten worden vastgesteld door de regering en Staten-Generaal samen etc.

  • Er zijn vrije media, want als van mensen wordt verwacht dat zij betrokken zijn bij de politiek, dan moeten zij ook goed geïnformeerd worden - de media hebben geen toestemming vooraf nodig.




  • Sommige landen hebben een dictatuur of autocratie. In deze landen is alle macht in handen van één persoon of een kleine groep mensen. Je hebt verschillende vormen van dictaturen:




  • Op basis van een ideologie - een samenleving waarin alle mensen op basis van gelijkheid zouden leven.

  • Fascistisch – zeer nationalistisch, die graag sterke leiders willen die zelfstandig, zonder democratie, besluiten nemen.

  • Religieus – gebaseerd op de wetten van een godsdienst.

  • Militair – het leger heeft alle macht.






  • De kenmerken van een dictatuur zijn:




  • De politieke macht is in handen van een kleine groep - burgers zijn afhankelijk van de willekeur van de machthebber.

  • Grondrechten worden niet beschermd - burgers hebben geen recht op vrije meningsuiting en mogen niet demonstreren.

  • Er bestaat geen vrije pers – alles moet worden goedgekeurd door de overheid. Die controle door de overheid op alles wat de media uitbrengen, heet censuur.

  • Oppositiepartijen zijn verboden – politici en burgers die het oneens zijn met de overheid in het openbaar, worden gearresteerd.

  • Er is een grote politieke rol voor de militairen – om verzet van het volk te kunnen onderdrukken moet de regering kunnen rekenen op de militairen en daarom zie je soms generaals in de regering.

  • Er is sprake van verkiezingsfraude – er wordt gefraudeerd met de uitslag, andere partijen worden verboden en/of kiezers worden geïntimideerd.





§ 2 Politieke stromingen




  • Bijna alle politieke partijen ontstaan vanuit een ideologie: een samenhangend geheel van ideeën over de mens en de gewenste inrichting van de samenleving. Iedere ideologie heeft ideeën op het gebied van




  • Normen en waarden

  • Sociaaleconomische verhoudingen – wat is een rechtvaardige verdeling van de welvaart?

  • De ideale machtsverdeling in de samenleving.




  • Je kunt ideologieën indelen op verschillende manieren. De ene manier is de volgende:




  1. Progressief/conservatief



Progressief betekent vooruitstrevend, de maatschappij willen veranderen. Progressieve partijen focussen zich op het beter maken en houden van de samenleving.



Conservatief betekent behoudend. Conservatieve partijen proberen alles te houden zoals het al is. Ze veranderen alleen als dat écht nodig is. Als conservatieve partijen terug willen naar hoe het vroeger was, noem je dat reactionair.



Conservatieve en progressieve ideeën kunnen samen in één partij voorkomen.




  1. Links/rechts



Misschien ken je de uitspraak “Vrijheid, gelijkheid, broederschap.” Hussel die wat door elkaar en je krijgt gelijkheid – broederschap – vrijheid. Gelijkheid staat helemaal links, vrijheid staat helemaal rechts. Dus als een partij extreem rechts is, willen ze vooral vrijheid. Willen ze vrijheid én gelijkheid, dan behoren ze tot het politieke midden, bij broederschap (harmonie). Willen ze vooral gelijkheid, dan is die partij links.



Rechtse partijen willen dat de overheid zich passief opstelt: alleen optreden als dat echt nodig is. Linkse partijen willen dat de overheid juist actief optreedt en altijd probeert dingen te verbeteren en ze goed te houden.




  • Er is nog een manier om ideologieën in te delen, namelijk in stromingen. Nederland kent er drie.




  1. Liberalisme




  • Ideaal: persoonlijke en economische vrijheid

  • Liberalen tegenwoordig: zijn voor de vrijemarkteconomie en vinden dat de overheid zich moet beperken tot kerntaken (defensie, onderwijs en de bescherming van de rechtsstaat & grondrechten). Ze accepteren de verzorgingsstaat onder drie voorwaarden:




  1. De vrijemarkteconomie komt niet in gevaar

  2. Mensen dragen zelf verantwoordelijkheid voor hun situatie

  3. De uitkeringen blijven zo laag mogelijk




  • Voorbeelden van liberale partijen zijn VVD en D66.






  1. Socialisme




  • Ideaal: een einde maken aan de armoede en ongelijkheid. Je kunt de socialisten onderscheiden in:




  1. Communisten/marxisten van vroeger wilden dat de arbeiders alle macht overnamen.

  2. Sociaaldemocraten wilden deelnemen aan verkiezingen om te zorgen voor goede sociale wetgeving.




  • Sociaaldemocraten tegenwoordig: willen dat de overheid de zwakkeren beschermt en dat kennis/inkomen/macht eerlijk verdeeld moeten worden. Dit ideaal vind je terug in de verzorgingsstaat.

  • Voorbeelden van sociaaldemocratische partijen zijn PvdA en SP.






  1. Confessionalisme




  • Ideaal: een samenleving gebaseerd op waarden uit de Bijbel, zoals harmonie, gespreide verantwoordelijkheid, naastenliefde en rentmeesterschap.

  • Voor christendemocraten tegenwoordig betekent




  • harmonie het samenwerken van organisaties, burgers en overheid

  • gespreide verantwoordelijkheid dat mensen verantwoordelijk zijn voor elkaar

  • naastenliefde dat we samen moeten zorgen voor de zwakkeren in de samenleving

  • rentmeesterschap dat de mensen goed moeten zorgen voor de aarde.



Ze streven naar een zorgzame samenleving: de overheid laat zoveel mogelijk over aan het maatschappelijk middenveld (maatschappelijke organisaties). De overheid doet wat het maatschappelijk middenveld niet kan, zoals ordehandhaving en de financiering van het onderwijs.




  • Voorbeelden van christendemocratische partijen zijn CDA en de ChristenUnie.





§ 3 Politieke partijen




  • Een politieke partij is een groep mensen met dezelfde ideeën over de manier waarop onze samenleving het beste bestuurd kan worden.




  • Een politieke partij is niet hetzelfde als een actiegroep, want een actiegroep houdt zich bezig met één bepaalde doelstelling en voeren actie als ze dat nodig vinden. Een politieke partij probeert dat via het parlement.

  • Een politieke partij is ook niet hetzelfde als een belangenorganisatie, want die heeft één specifieke doelgroep (bijv. winkeliers, leraren), terwijl een politieke partij meer kijkt naar het geheel.




  • Je kunt politieke partijen indelen in 5 soorten.




  1. Op basis van een ideologie (de meeste politieke partijen) – een van de drie grote stromingen van § 2

  2. One-issuepartijen – richten zich op één aspect van de samenleving, waar ze een duidelijk standpunt over hebben. Voorbeeld: Partij voor de Dieren.

  3. Protestpartijen – ontstaan uit onvrede over de bestaande politiek. Voorbeeld: D66.

  4. Populistische partijen – komen op voor de stem van de ‘zwijgende massa’. Voorbeeld: PVV.

  5. Niet-democratische partijen – doen nauwelijks mee aan verkiezingen. Ze zijn sterk nationalistisch en racistisch. Geen voorbeeld van.




  • Politieke partijen hebben een aantal functies in de democratie.




  • Integratiefunctie – een lijst maken van programmapunten waar wat mee gedaan kan worden.

  • Informatiefunctie – de kiezers informeren over hun standpunten over verschillende kwesties, zodat de burgers een mening kunnen vormen.

  • Participatiefunctie – burgers stimuleren om actief deel te nemen aan de politiek.

  • Selectiefunctie – een politieke partij oprichten, zodat die gekozen kan worden.
























































Partij (van links naar rechts)



Uitleg



SP (Socialistische Partij)



Wil vooral armoede bestrijden.



GroenLinks



Sociaaldemocratisch, is voor duurzaamheid en een milieuvriendelijke samenleving.



Partij voor de Dieren



Door een groep dierenbeschermers. Typische one-issuepartij.



PvdA (Partij van de Arbeid)



Voor een eerlijke verdeling van kennis, macht en inkomen. Sociaaldemocratisch.



D66 (Democraten ’66)



Veel aandacht voor de democratie en het onderwijs. Protestpartij.



ChristenUnie



Ontstaan uit twee kleinere partijen. Een christelijke, sociale partij met veel aandacht voor het gezin.



CDA (Christen-Democratisch Appèl)



Christendemocratische partij die veel waarde hecht aan harmonie en onderlinge verbondenheid.



VVD (Volkspartij voor Vrijheid en Democratie)



Rechts-liberaal. Vindt het goed voor de samenleving als het individu zich zo veel mogelijk kan ontplooien.





SGP (Staatkundig Gereformeerde Partij)



Conservatieve standpunten, vindt dat bijbelse normen en waarden goed zijn voor iedereen.



PVV (Partij voor de Vrijheid)



Populistische en nationalistische standpunten.


















§ 4 Verkiezingen




  • Alle Nederlands van boven de 18 heeft actief kiesrecht: bij verkiezingen mogen ze hun stem uitbrengen.



Ook heeft iedere Nederlander passief kiesrecht: het recht om je verkiesbaar te stellen. Als je een politieke partij op wil richten, moet je je registreren bij de Kiesraad, steunbetuigingen inleveren en een borgsom van € 11.250,- betalen.



Mensen met een buitenlands paspoort die meer dan vijf jaar in Nederland wonen, hebben alleen actief en passief kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen.




  • De meeste partijen hebben een verkiezingsprogramma met daarin de standpunten van de partij, en een verkiezingsleus. De bekendste kandidaat van een partij staat op nummer één op de kandidatenlijst en wordt lijsttrekker genoemd.

  • Je kunt een aantal redenen hebben om een partij te kiezen.




  • De standpunten van de partij komen overeen met jouw ideeën.

  • De partij let goed op jouw belangen.

  • Je stemt strategisch – je kijkt welke partij kans maakt om in de regering te komen.

  • Aantrekkingskracht van de lijsttrekker  - hoe ze op je overkomen.




  • Verkiezingen worden gehouden volgens het stelsel van evenredige vertegenwoordiging: elke partij krijgt het aantal zetels dat in verhouding is met het totaal aantal geldig uitgebrachte stemmen.

  • Soms worden er voorkeursstemmen op een Kamerlid uitgebracht, bijvoorbeeld op een vrouw of een allochtoon.

  • Ruim voor de verkiezingen stellen de partijen een campagneteam samen, met de partijleiders en spin-doctors: communicatiedeskundigen die de partij en de lijsttrekker adviseren. Het campagneteam bepaalt de verkiezingsstrategie.




  • Tijdens de verkiezingscampagne worden dagelijks opiniepeilingen gehouden, waarbij wordt gekeken welke partijen het goed doen of niet. Sommige kiezers stemmen dan juist voor de partij die het goed doet, om bij de winnende te horen. Anderen stemmen juist voor de verliezende partij, om die te helpen.

  • De avond voor de verkiezen wordt een groot tv-debat gehouden tussen de belangrijkste lijsttrekkers. Doel daarvan is om zwevende kiezers te trekken: kiezers die niet bij elke verkiezing op dezelfde partij stemmen.



Omdat de media zo’n grote rol speelt tijdens de verkiezingen, wordt er soms gesproken van een tv- en internetdemocratie.




  • Bij Tweede Kamerverkiezingen bepaalt de uitslag welke partijen samen het nieuwe kabinet vormen.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.