Dilemma H2: Rechtsstaat

Beoordeling 5.9
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas vwo | 2379 woorden
  • 28 maart 2016
  • 21 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.9
  • 21 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!

ML Samenvatting H2



Aantekeningen van Dilemma hoofdstuk 2 ‘Rechtsstaat’.



1.Hoeveel vrijheid mogen burgers hebben?



Opvoeding




  • Socialisatie: het bewust of onbewust aanleren van de waarden en normen en andere cultuurkenmerken van de groep

  • Sociale controle: het toezien op de naleving van regels door mensen uit eigen groep

  • Internalisatie: het totaal eigen maken van regels en het automatisch handelen volgens deze regels

  • Sociaal contract: een fictieve overeenkomst tussen burgers en overheid, waarin burgers een deel van hun vrijheid afstaan in ruil voor orde en veiligheid



Regels




  • Regels beperken gedrag of geven vrijheid

  • Regels zijn nodig om te voldoen aan:

    • maatschappelijke normen

    • rechtsnormen





Maatschappelijke normen kunnen ook rechtsnormen zijn.




  • Regels ‘werken’ alleen als er een maatschappelijk draagvlak voor is

  • Soorten regels:

    • ongeschreven regels: regels die niet op papier staan

    • geschreven regels: regels die wél op papier staan en die mogelijk in de wetboeken te vinden zijn





Ontstaan




  • 1215: Magna Carta: bescherming tegen willekeur

  • 1789: Absolute macht beëindigt na Franse revolutie

    • verklaring van de rechten van de Mens en Burger => Artikel 1: gelijkheid

    • artikel 4: Vrijheid (zolang het de vrijheid van anderen niet beperkt)



  • 1798: Nederland krijgt een eigen grondwet

  • 1814: Koninkrijk der Nederlanden krijgt zijn eerste grondwet, waarin een jaar later de vrijheid van godsdienst en van drukpers werd opgenomen.

    • macht nog volledig in handen van koning



  • 1848: Willem II zet zijn handtekening onder een nieuwe Grondwet waarbij hij een deel van zijn macht aan het volk afstond (om opstand te voorkomen).

    • basis van onze huidige grondwet





Rechten




  • Rechtsstaat: een staat waarin burgers met grondrechten worden beschermd tegen machtsmisbruik door de overheid

  • Klassieke grondrechten (mensenrechten): fundamentele rechten die vastgelegd zijn in de Grondwet om de vrijheid van burgers te beschermen tegen willekeurig overheidsoptreden

    • vormen basis voor andere wetten

    • onderscheid tussen gelijkheidsrechten, politieke rechten en vrijheidsrechten

    • moeten door overheid gegarandeerd worden

    • niet onbeperkt!



  • Sociale grondrechten: grondrechten waarbij de overheid een zorgplicht heeft op het gebied van onderwijs, bestaanszekerheid, huisvesting en volksgezondheid

    • niet af te dwingen bij rechter, i.t.t. klassieke grondrechten





Gelijkheidsrecht



Artikel 1 van de Grondwet, wat niet wil zeggen dat dit het belangrijkste artikel is.



“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie […] is niet toegestaan.”



Dit wordt ook wel het gelijkheidsbeginsel genoemd.



Politieke rechten




  • Maken het voor burgers mogelijk om aan de democratie deel te nemen door te gaan stemmen (actief kiesrecht) en zich verkiesbaar te stellen (passief kiesrecht)

  • De overheid mag dit recht niet zomaar afnemen, waardoor kiesgerechtigde gevangenen meestal hun stemrecht behouden



Vrijheidsrechten




  • Bieden burgers bepaalde vrijheden waarbij overheden zich zo terughoudend mogelijk moeten opstellen

    • vrijheid van meningsuiting

    • vrijheid van godsdienst

    • recht op vereniging

    • recht op vergadering



  • Mogelijkheid tot het kenbaar maken van hun mening over een bepaald onderwerp of probleem



2.Wie kan de macht van de overheid controleren?



Je recht halen



De ombudsman




  • Komt op voor burgers die zich door de overheid slecht behandeld voelen (maar pas nadat de burger zelf al een klacht bij de instantie zelf heeft ingediend)

  • Door de Tweede Kamer voor zes jaar benoemd

  • Onafhankelijk van de regering

  • Heeft beschikking over verscheidene middelen, zoals getuigen thuis op laten halen om aan onderzoek mee te werken

  • In strafzaken (en daarbuiten) géén macht, maar wél gezag (dus zijn advies wordt vaak wel iets mee gedaan)



College bescherming persoonsgegevens (CBP)




  • Houdt toezicht op naleving en toepassing van wetten die gaan over persoonsgegevens

  • Kan bij overtreding van de wet boetes opleggen aan particulieren, bedrijven en organisaties die de privacyregels overtreden



Raad van State (RvS)




  • Kom je bij terecht als je een rechtszaak tegen de overheid wil aanspannen

  • Kan rechtspreken over kwesties waarin burgers, asielzoekers en particuliere organisaties het niet eens zijn met beslissingen van de overheid, zoals verleende vergunningen. De RvS is de hoogste instantie die een uitspraak kan doen over een geschil tussen burger en overheid.

  • Is tevens een adviseur van de regering en het parlement over wetgeving en bestuur (= hoogste bestuursrechter) waarbij de regering volgens de wet verplicht is om de afdeling advisering van de Raad van State om advies te vragen over:

    • wetsvoorstellen

    • algemene maatregelen van bestuur

    • goedkeuringswetten voor internationale verdragen





Europees Hof voor de Rechten van de Mens



Hierbij kunnen burgers o.a. terecht bij eventueel machtsmisbruik van de overheid of wanneer de overheid zich niet houdt aan het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. De burger kan hier als het ware een rechtszaak tegen het land (de overheid) aanspannen.



De rechtsstaat




  • Staat waarin de staat ook gebonden is aan het recht

  • Kern: hoogste gezag => legitimiteit

  • Rechtsstaat vormen(d): liberaal, democratisch, sociaal

  • Kernelementen:

    • bescherming tegen willekeur van de overheid

    • rechtszekerheid (zekerheid dat je erop kunt rekenen dat je rechten geëerbiedigd worden)

    • gelijke rechten



  • Kenmerken/grondbeginselen (vastgelegd in grondwet):

    • aanwezigheid van grondrechten

    • machtenscheiding (trias politica)

    • legaliteitsbeginsel

      • je mag pas voor iets gestraft worden als het strafbaar is gesteld

      • de overheid is ook aan de rechtsregels gebonden



    • onafhankelijke rechtspraak





Rechtsgebieden




  • Rechten: datgene waar je recht op hebt

  • Plichten: datgene wat je moet doen

  • Het recht van de een, betekent vaak een plicht voor de ander



Rechten



Rechtsbronnen




  • Wetten: gemaakt door volksvertegenwoordigers op lokaal, provinciaal en nationaal niveau, samen met het bestuur

  • Rechtspraak: één of meer rechters komen altijd tot een uitspraak (jurisprudentie: alle rechterlijke uitspraken samen)

  • Gewoonterecht: als alle betrokken partijen de ongeschreven regels al jaren volgen, dan vormt de gewoonte een rechtsbron waar mensen zich op kunnen beroepen bij een conflict

  • Verdragen (UVRM, EVRM): Nederlandse overheid móét zich aan dit verdrag houden

    • Naleving kan door de burger geëist worden bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)





Paradigma: criminaliteit en veiligheid



3.Hoe ver mogen politie en justitie gaan?



Rechtsbescherming en rechtshandhaving




  • Rechtsbescherming: verdachten hebben dezelfde rechten als burgers

  • Rechtshandhaving: geweldsmonopolie



Echter tot zover en niet verder! (?)




  • Hiervoor maatschappelijk draagvlak nodig



Misdrijven en overtredingen




  • Misdrijven/criminaliteit: ernstige overtredingen => hoge(re) straf: heeft gevolgen later

  • Overtredingen: minder ernstige overtredingen

  • Beide geregistreerd door justitie



Een verdachte mag, nog voordat hij door een rechter tot ‘schuldig’ is verklaard, vastgehouden worden. Het bepalen hoe lang iemand vastgehouden mag worden gaat als volgt:




  • Politie: maximaal 15 uur

  • Officier van Justitie: maximaal 2x drie dagen

  • Rechter-commissaris: maximaal 14 dagen

  • Raadkamer van de rechtbank: maximaal 90 dagen



Procedure




  • Bevoegdheden: regels staan in het Wetboek van Strafrecht

  • Proces-verbaal:

    • Verslag waarin zowel de eigen bevindingen staan als de verklaringen van de verdachte, het slachtoffer en/of getuigen

    • Wordt bij elke geconstateerde overtreding opgemaakt

    • Vormt de basis voor verder onderzoek (vervolging) of, bij een verkeersovertreding, voor de op te leggen boete

      • Bij wildplassen o.i.d. spreekt men van een ‘miniproces-verbaal’ (mini-pv)



    • Kan onjuistheden bevatten (verdachte kan liegen, getuigen of slachtoffers kunnen zich vergissen of niet de hele waarheid vertellen), maar politie moet het wél waarheidsgetrouw invullen



  • Procedure:

    1. opsporing en aanhouding

    2. vervolging

    3. rechtszaak



  • Samen vormt dit het strafrecht (?)



Als het te lang duurt voordat een zaak voor de rechter komt, of wanneer het delict te lang geleden is gepleegd, is het mogelijk dat deze verjaart.



Politie




  • Hoofdtaken: ordehandhaving, opsporing en hulpverlening

  • Heeft samen met het leger geweldsmonopolie

  • Moet voor het gebruik van zijn opsporingsbevoegdheden een redelijk vermoeden van schuld van verdachte hebben

  • Opsporingsbevoegdheden / dwangmiddelen:

    • aantasting grondrechten => toestemming nodig van rechter-commissaris

    • zonder toestemming: staande houden (vragen naar persoonsgegevens), aanhouden (arresteren) en voor verhoor mee naar bureau nemen, fouilleren, vasthouden, in beslagname

    • met toestemming (van officier van justitie): binnentreden voor aanhouding, huiszoeking, afluisteren, opvragen gegevens, preventief fouilleren, verlenging voorarrest, infiltratie





Regelmatige controle noodzakelijk om grondrechten te waarborgen!



Openbaar Ministerie (OM)




  • Maakt deel uit van twee machten: rechterlijke macht (met rechters) en uitvoerende macht (met politie) => machtig

  • Rol in strafrechtketen:

    • leidt het opsporingsonderzoek (ook wel ‘politieonderzoek’)

    • beslist of iemand strafrechtelijk wordt vervolgd

    • kan bepaalde verdachten zelf straffen

    • zorgt ervoor dat het vonnis van de rechter wordt uitgevoerd



  • Heeft directe invloed op de bewijslast en dus inhoud van het proces-verbaal (door officier van justitie)

  • Is de enige instantie die verdachten voor de strafrechter kan brengen of juist kan beslissen een zaak te seponeren => opportuniteitsbeginsel

    • technisch sepot: het OM ziet af van een vervolging omdat het toch niet tot een veroordeling zal komen

    • beleidssepot: wél voldoende bewijs e.d., maar te klein vergrijp of de dader heeft de schade al aan het slachtoffer vergoed

    • Het gerechtshof kan het OM verplichten om alsnog tot vervolging over te gaan



  • Kan in lichte zaken zelf een verdachte straffen: OM-afdoening

    • Als het gaat om delicten waar maximaal zes jaar gevangenisstraf op staat

    • Mag geen vrijheidsstraf opleggen, maar wel geldboete of taakstraf geven, schadevergoeding laten betalen, stadionverbod opleggen, etc.

    • Kan door verdachte niet mee akkoord gegaan worden, waardoor de zaak alsnog door de rechter zal worden beoordeeld





Officier van justitie




  • Werkt voor het OM (is aanklager)

  • Beoordeelt bij ieder opsporings- of politieonderzoek of agenten en rechercheurs zich aan de regels hebben gehouden

  • Leidt het opsporingsonderzoek en beslist daarbij welke bevoegdheden de politie mag gebruiken (zoals afluisteren, opvragen bankgegevens, huiszoeking, etc.)



4.Hoeveel vrijheden mag de staat van een gevangene afnemen?



Strafvervolging




  • Tenlastelegging: formulering van de aanklacht => exact

  • Politierechter: spreekt in zijn eentje recht; bij kleine misdrijven, waaronder bedreiging

  • Meervoudige kamer: drie rechters; openbaar (niet bij minderjarigen en staatsgeheimen)



Volgens de onschuldpresumptie is iemand onschuldig totdat het tegendeel is bewezen en de rechter hem of haar veroordeelt.



Terechtzitting




  • Rechtszaak => dagvaarding

    • Verdachte, bepaald moment, bepaalde plaats en bepaald delict

    • Tijdstip zitting

    • Minimaal 7 dagen voor de zitting verstuurd





Rechtszaak



Acht stappen:




  1. Opening



De rechter opent de zaak, controleert de persoonsgegevens van de verdachte en wijst hem op zijn rechten.




  1. Tenlastelegging/aanklacht



De officier van justitie leest de tenlastelegging voor.




  1. Onderzoek



Tijdens het onderzoek ter terechtzitting stelt de rechter vragen aan de verdachte. Ook de officier van justitie mag vragen stellen.




  1. Requisitoir



De officier van justitie komt met een strafeis, het requisitoir




  1. Pleidooi



De advocaat houdt zijn pleidooi waarin hij opkomt voor de belangen van de verdachte.




  1. Repliek



De officier van justitie mag reageren op het pleidooi van de advocaat (repliek). Daarna krijgt de advocaat de mogelijkheid om hier op te reageren (dupliek).




  1. Laatste woord



De verdachte heeft het recht op het laatste woord. De verdachte hoeft hier geen gebruik van te maken.




  1. Vonnis



Uitspraak van de rechter



Het vonnis



Bij een veroordeling is de rechter voor de maximumstraf gebonden aan het Wetboek van Strafrecht, waarin de delicten omschreven staan en welke maximumstraffen daarbij horen.



Bij het opleggen van een straf wordt ook nagedacht over het doel dat ermee bereikt moet worden. Eén van die doelen is preventie: voorkomen dat de verdachte opnieuw de fout in gaat.



Verschillende straffen zijn:




  • Vrijheidsstraf:

    • Bij overtredingen maximaal 1 jaar

    • Bij misdrijven maximaal 30 jaar => tijdelijke straf

    • Levenslang = levenslang



  • Taakstraf:

    • Opvoedend karakter

    • Werkstraf of leerstraf



  • Geldboete:

    • Oplichting en fraude => maximaal €400.000, - boete

    • Niet betalen is zitten



  • Bijkomende straffen:

    • Rijontzegging, in beslag name, ontzetting uit beroep



  • Maatregelen:

    • TBS, verbeurdverklaring





Na de uitspraak:




  • Hoger beroep: de zaak wordt door het gerechtshof (bij misdrijven) of door de meervoudige kamer (bij overtredingen) opnieuw behandeld

  • Niet eens met uitspraak bij hoger beroep? Mogelijkheid tot in cassatie gaan bij de hoogste rechtbank van Nederland, de Hoge Raad. Hier wordt uitsluitend nagegaan of eerdere rechters de rechtsregels e.d. goed hebben toegepast



Minderjarigen




  • Onder de 12 jaar: Kinderbescherming

  • 12-18 jaar: jeugdstrafrecht

    • Lichte misdrijven: haltbureau

    • Zware misdrijven: kinderrechter

      • Jeugddetentie/jeugdgevangenis

      • Behandelcentrum







Na de gevangenis



Recidivecijfer: aantal gevangenen dat (binnen korte tijd) na vrijlating tóch weer een strafbaar feit pleegt. In Nederland érg hoog.



Beperkingen bij gevangenen




  • Niet zelf dagindeling bepalen

  • Maar één euro per uur verdienen

  • Zelf huur televisie en telefoontjes naar familie en vrienden betalen

  • Telefoongesprekken worden afgeluisterd en post gelezen (behalve dat van advocaat)

  • Mogelijke mediabeperkingen

  • Celinspecties en urinecontroles

  • Strenge controle van bezoek



Zij mogen echter nog wel:




  • Klagen over dingen waar zij het niet mee eens zijn

  • Hun stem uitbrengen bij verkiezingen

  • Onderwijs volgen en religieuze diensten bijwonen



5.Wanneer is de staat een rechtsstaat?



Macht van het staatshoofd




  • Rusland: Er is maar één baas, namelijk Poetin

  • VS: Machtshoofd heeft sterke positie door presidentieel vetorecht

  • Nederland: Bij beslissingen goedkeuring nodig van het parlement

  • China: Officieel benoemd door het parlement en Nationaal Volkscongres => absolute macht!



Rechterlijke macht




  • VS:

    • Hooggerechtshof toetst alle wetten aan de Amerikaanse grondwet

    • Rechters zijn bekender door hun publieke/politieke rol

    • Rechters worden om politieke gronden benoemd



  • China:

    • Rechters zijn lid van de Chinese Communistische Partij (CCP)

    • Rechters worden om politieke gronden benoemd



  • Nederland:

    • Leden van de Hoge Raad worden voor het leven benoemd door de kroon

    • De Hoge Raad heeft alleen bevoegdheid om rechtszaken in cassatie te behandelen

    • Volgens VS te besloten. De bevolking is minder betrokken bij de rechtsspraak, want er is geen jury





Rechten verdachten




  • VS:

    • Verdachten hebben minder rechten (uitlokking, ruimere bevoegdheden (Patriot Act))

    • Grondwetten en internationale verdragen wordt niet veel aandacht aan besteed / worden overtreden



  • Nederland: het opsporen van verdachten is gebonden aan veel regels

  • China:

    • In theorie recht op een advocaat en een eerlijk proces, maar in de praktijk gebeurt dit niet.

    • Veel martelingen





De straffen




  • Rusland:

    • niet bekend hoeveel

    • veel geheime executies



  • China:

    • tussen de 3000 en 10.000 executies per jaar

    • de doodstraf geldt voor vijftig misdrijven



  • VS

    • Plea bargaining: kiezen uit twee kwaden

    • Zero tolerance beleid => three strikes and you’re out law (3x gewelddadige overtreding betekent dat je levenslang krijgt)

    • Klassenjustitie:

      • Hogere sociale klasse bevoordeeld

      • Rassenjustitie





  • Nederland

    • Arbeiders vs werklozen, witteboordencriminaliteit





6.Staat de rechtsstaat onder druk



Overheid




  • Belangen: criminelen oppakken

  • Vrijheid vs. waarheid: deals, strafvermindering

  • Nederland: de overheid is gebonden aan de kaders van de wet



De overheid stelt grenzen aan gedragingen en opvattingen van zijn burgers. Daarbij wordt steeds de vrijheid van mensen met radicale of afwijkende opvattingen afgewogen tegen het maatschappelijke belang en de (sociale) veiligheid van andere burgers.



Transparantie




  • Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) is géén politiedienst en mag geen mensen arresteren. Haar informatie wordt bovendien niet gedeeld met de media etc., omdat dit gaat om de nationale veiligheid.

  • Wet Openbaarheid Bestuur (WOB): Verplicht overheid om in beginsel alle overheidsinformatie openbaar te maken



Het ne bis in idem-beginsel houdt in dat bij een veroordeling of een vrijspraak iemand niet nogmaals voor hetzelfde strafbare feit berecht mag worden.



Machten




  1. Wetgevende macht

  2. Uitvoerende macht

  3. Rechterlijke macht

  4. Ambtelijke macht

  5. Media

    • machtig doordat zij een groot publiek bereiken en daardoor een grote invloed hebben op de politiek





De vierde en vijfde macht zijn beide schaduwmachten.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.