Zit je in 4/5 havo en heb je een N&T of N&G profiel? Vul deze korte vragenlijst in over chemie-opleidingen en maak kans op 20 euro Bol.com tegoed.

Meedoen

Criminaliteit (Hoofdstuk 1)

Beoordeling 4.7
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas vwo | 2102 woorden
  • 3 februari 2009
  • 3 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.7
  • 3 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Hoofdstuk 1: Criminaliteit
Paragraaf 1.1
Rechtsregels zijn er om:
- ongewenst gedrag tegen te gaan;
- orde aan te brengen in maatschappij;
- conflicten naar behoren te regelen;
- onafhankelijke rechtspraak en dus rechtvaardigheid waarborgen
1881  Wetboek van Strafrecht, die verandert steeds door:
- verandering normen en waarden
- complexer worden samenleving
- nieuwe vormen criminaliteit
- aanscherping recht op privacy
Paragraaf 1.2
Soorten misdrijven:

- delicten tegen openbare orde en gezag (verbranden NL vlag, gesprekken afluisteren)
- misdrijven tegen leven en persoon (moord/mishandeling)
- ruwheidsmisdrijven (vernieling)
- vermogensmisdrijven (diefstal, verduistering)
- seksuele misdrijven (aanranding/verkrachting)
- verkeersmisdrijven (rijden onder invloed)
- tegen Opiumwet (verkoop/bezit van hard- en softdrugs)
- economische delicten (verkoop v. voedsel met teveel conserveermiddelen)
- milieudelicten (lozen v afval)
Georganiseerde criminaliteit = speciale vorm v zware criminaliteit (zoals prostitutie, mensen- en drugshandel) Organisaties hebben vaak gemeen:
- aanwezigheid v intern sanctiesysteem
- gebruik v. geweld om positie te versterken

- witwassen van zwart verdiend geld
- plegen van meerdere misdrijven
- gebruik van bedrijven als dekmantels
- activiteiten in meer landen tegelijk
Paragraaf 1.3
Geregistreerde criminaliteit = misdrijven die door politie zelf ontdenkt zijn of aangegeven zijn. Aantal werkelijke misdaden ligt hoger dan geregistreerde criminaliteit omdat:
- mensen niet altijd aangifte doen (dader wordt toch niet wordt gepakt)
- delicten niet worden ontdekt (zakkenrollerij, dronken rijden, etc.).
- er heerst taboe over het delict
- slordigheidsfouten in de registratie.
- opsporingsactiviteit v invloed (politie meer surveilleren  meer ontdekt)
1980  CBS  slachtofferenquêtes, nadelig door: persoonlijke beleving v ondervraagde, CBS meet alleen veelvoorkomende criminaliteit en slachtofferloze criminaliteit telt niet mee.
Daarom => daderenquêtes.
Paragraaf 1.4
Kleine diefstallen verminderd door beter beveiligde huizen. Onveiligheidsgevoel versterkt door veel criminaliteit in media (zinloos geweld bvb moord op Meindert Tjoelker).
Toename v geweld door betere beveiliging (meer geweld nodig) en verandering in uitgaansleven.
NL relatief veilig: doden meestal door persoonlijke drama’s/afrekeningen in criminele circuit.
Paragraaf 1.5
Door criminaliteit veel materiële schade (vandalisme), immateriële schade (geweld, seksueel delict) en psychische problemen (slaap-, concentratieproblemen). Criminaliteit is politiek probleem geworden.
Paragraaf 2.1
Verschillen crimineel gedrag te maken met:
- geslacht, meer mannen dan vrouwen.
- leeftijd, vooral adolescenten.
- maatschappelijke positie, mensen met lage positie sneller in aanraking met politie.
- afkomst, waar men vandaan komt
- locatie, inwoners v grote steden vaker delicten dan dorpelingen
Paragraaf 2.2
De invloed van de sociale omgeving op criminaliteit speelt zich af op 2 niveaus:
- primaire socialisatie v individu = microniveau: 1e sociale milieu = gezin, 2e = school, buurt, kerk, leeftijdsgenoten (rollenpatroon) vereniging etc. 
- maatsch. omstandigheden/ontwikkelingen v individu = macroniveau:
* maatschappelijke achterstanden ( geen vertrouwen in samenleving)
* vervaging van maatsch. normen en waarden
* afneming sociale controle = meer anonimiteit dan vroeger
* afnemende pakkans  kans dat je wordt aangehouden bij is klein.
Paragraaf 2.3
1. Lombroso  biologische theorie  crimineel gedrag biologisch bepaald, bepaald uiterlijk.
2. Psychologen  psychische stoornissen zijn de oorzaak.
3. Sigmund Freud  persoonlijkheidstheorie, (id, ego, superego).
4. Sutherland  aangeleerd-gedrag-theorie, crimineel gedrag wordt aangeleerd.
5. Merton  anomietheorie, om welvaart te bereiken  crimineel gedrag gebruiken.
6. Hirschi  bindingstheorie, mensen zetten bindingen niet zomaar op het spel.
7. Howard Becker  etiketteringstheorie, sociale afkeuring oorzaak v crimineel gedrag.
Paragraaf 3.1
Rechtsstaat = rechterlijke macht niet gebonden aan overheidsbeslissingen (Trias Politica).
1948  VN  Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aan. Belangrijke zaken zijn:
- niet discrimineren
- niet martelen
- niet zomaar iemand gevangen zetten.
- recht op een eerlijk proces
- recht op vrijheid v meningsuiting.
Bepalingen waar de overheid zich aan moet houden bij bestraffing:
- legaliteitsbeginsel
- Nauwkeurig omschrijven v delict en strafmaat die rechter max. mag geven.
- Ne bis idem regel = niet twee keer voor het zelfde.
- Verdachte onschuldig totdat hij door rechter schuldig bevonden is.
Paragraaf 3.2
Linkse partijen  nadruk op maatschappelijke oorzaken v criminaliteit, verbeteren maatsch. omstand.
Rechtse partijen  nadruk op individuele verantwoordelijkheid v daders, handhaving van rechtsregels.
- CDA = geformuleerde regels strikt naleven. Om criminaliteit te voorkomen  belang v sociale instanties (gezin/school), maatschappelijk middenveld (=niet-commerciële organisaties die zorgen voor algemeen belang).
- PvdA = samenleving grenzen stellen, misdaad straffen. Normen moeten duidelijk zijn en men moet perspectief hebben voor deelname in samenleving.
- VVD = overtuigd v belang v rechtsregels. Taak v overheid: toezien op naleving v wetten door opsporing&bestraffing v overtreders. Ook: vrijheid v burgers, maar niet teveel.
Paragraaf 3.3
Tweesporenbeleid = het zoeken naar combinatie van preventie en repressie criminaliteitsbestrijding.
1. bij veelvoorkomende criminaliteit  preventieve maatregelen (versterking sociale controle),bedoeld om criminaliteit te voorkomen. Bij winkels: cameratoezicht, spiegels etc. bij voetbal: meer stewards, pasjesregeling, alcoholverbod etc.
2. repressieve maatregelen (gevangenisstraffen) = als preventie niet werkt.
procedure: 1. vermoeden v schuld => verdacht => opsporingsonderzoek. 2. zoeken naar bewijs. 3. dossier naar rechter => rechtszaak.
In het bezit zijn v softdrugs (hasj,marihuana) is alleen een overtreding.
Drugshandel (met name harddrugs)  misdrijf.
Paragraaf 3.4
3 taken v politie: hulpverlening (wijzen vd weg, opsporen v ouders v verdwaald kind, etc.), handhaving openbare orde (bemiddelen bij burenruzies, alcoholcontrole, regelen v verkeer etc) en opsporing
Bij opsporing mag politie alleen tegen iemand optreden die verdacht is. Er is redelijk vermoeden v schuld als: politie iemand op heterdaad betrapt of aangifte is gedaan.
Basisrecht v verdachte = verdachte hoeft niet actief mee te werken en mag zwijgen.
Wél moet iedereen meewerken aan alcoholcontrole, anders ben je strafbaar.
Dwangmiddelen = speciale bevoegdheden 
- staande houden: iemand vasthouden en naar personalia vragen, legitimeren.
- Aanhouden: arresteren, verdachte naar OvJ brengen  die bepaalt wat er met verdachte gebeurt.
- Fouilleren: alleen als het bijdraagt aan oplossen v strafbaar feit.
- Vrijheidsbeneming: iemand paar dagen op bureau vasthouden, voorarrest is in Huis van Bewaring  max 3 maanden.
- Huiszoeking: alleen met machtiging tot binnentreding (bevel)
- Inbeslagneming: van bewijsmateriaal zoals gestolen cd’s of opgevoerde brommer.
Paragraaf 4.1
Officier v justitie is de openbare aanklager omdat hij namens samenleving bewijzen zoekt tegen verdachte en een straf eist. Officier v justitie leidt sporenonderzoek, breng verdachten voor de rechter, eist bepaalde straf en is verantwoordelijk voor uitvoering van straf. Alle officieren = Openbaar Ministerie, onderdeel v Ministerie v Justitie.
Paragraaf 4.2
Met dossier van opsporingsonderzoek, kan officier v justitie 3 dingen doen:
- seponeren = iemand wordt niet vervolgd door gebrek aan bewijs, klein vergrijp of als dader al genoeg is gestraft. Voorwaardelijk sepot = als iemand zich niet houdt aan de voorwaarden en alsnog voor de rechter moet.
- transactie aanbieden bij lichte overtredingen  vorm: boete/schikking/voortijdige afdoening; als verdachte dit aanvaardt hoeft hij niet voor de rechter.
- vervolgen: verdachte officieel voor de rechter brengen  rechtszaak.
Paragraaf 4.3
Opsporing v criminaliteit moeilijker door betere organisatie v criminelen (leiders moeilijk arresteren  houden zich niet bezig met delicten) en verfijnde informatietechnologie (mobiele telefoons  moeilijk afluisteren). Nu nieuwe opsporingsmethoden opgesteld door enquêtecommissie van Tweede Kamer, conclusie: opsporing moet effectiever worden, opsporingsbevoegdheden duidelijker omschreven en samenwerking tussen politie/justitie beter.
In Wetboek van Strafvordering  nieuwe richtlijnen!
In Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden (Wet BOB) werd het volgende geregeld:
- politie mag richtmicrofoons gebruiken en telefoons afluisteren.
- infiltranten worden ingezet (mensen die ongemerkt misdaadorganisaties binnendringen en info over die organisatie verzamelen.
- Gecontroleerde doorvoer toegestaan: politie kan drugs doorlaten om leiders te pakken.
- Politie mag informanten geld betalen (soort spionnen).
- Inkijkoperaties toegestaan: politie mag in geheim gebouwen binnentreden om te kijken of er strafbare feiten worden gepleegd.
Paragraaf 5.1
Rechtspraak gebeurt door onafhankelijke rechters: bevoordelen niemand. Onafhankelijkheid is gewaarborgd doordat: rechter voor het leven wordt benoemd (kan niet ontslagen worden door regering/parlement), salaris v rechter bij wet is geregeld en aantal rechters in elke rechtszaak van tevoren vaststaat. Rechters bijgestaan door griffiers (die maken proces-verbaal en vonnis v rechter).
Paragraaf 5.2
3 Rechtsinstanties: de Hoge Raad, gerechtshoven en arrondissementsrechtbanken.
- Arrondissementsrechtbank = laagste rechtscollege, bezig met berechting v alle overtredingen/misdrijven, 19 rechtbanken in NL, kent verschillende rechters:
* politierechter: bezig met lichte misdrijven (vernielingen)
* kinderrechter: misdrijven door jongeren v 12 t/m 18 jaar.
* kantonrechter: spreekt recht in kantons, vestigingen v rechtbank binnen arrondissement.  bezig met berechting v overtredingen.
* meervoudige kamer: 3 rechters, behandelt misdrijven (mishandeling/moord)
- Gerechtshof = 5 in NL; Amsterdam, Arnhem, Den Haag, Den Bosch en Leeuwarden. Taak: vooral hoger beroep van misdrijven door arrond. rechtbank behandeld. 3 rechters.
- Hoge Raad = hoogste rechtscollege  in Den Haag, kamers van 3 of 5 rechtsheren, Hoge Raad spreekt rechts als verdachte of OM niet eens is met uitspraak van hof  cassatie: geen nieuw onderzoek naar zaak, maar of recht goed is toegepast ? ja: uitspraak HR is geldig, nee: ander gerechtshof. Doel v cassatie: ervoor zorgen dat er rechtseenheid en rechtszekerheid in NL is.
Paragraaf 5.3
Om schuld v verdachte vast te kunnen stellen moet aan 3 voorwaarden worden voldaan:
- dader is mens, rechtspersoon, bedrijf of stichting.
- Strafbaar feit is geheel bewezen. (geen auto die n uur later op zelfde plek staat).
- Feit is strafbaar. geen rechtsgrond voor straf?  gedachte vrijuit.
- Dader is strafbaar. Strafbaar feit wordt dader niet aangerekend als hij ontoerekeningsvatbaar is of onder psychische druk gehandeld  verdachte ontslagen v rechtsvervolging.
Oproep/dagvaarding = hierin staat dat verdachte op welk moment, plaats een bepaald delict heeft begaan en wanneer zitting plaatsvindt  wordt verstuurd door OvJ.
Opbouw rechtszaak:
1. opening: verdachte bevestigd personalia en is niet verplicht op de rest te antwoorden.
2. aanklacht: officier v justitie leest aanklacht voor, toelichting op dagvaarding.
3. onderzoek: rechter onderzoekt bewijs. Hij maakt gebruik van getuigen en proces-verbaal. Getuigen staan onder ede en móeten waarheid vertellen. Doettie dat niet dan pleegt hij meineed  staat gevangenisstraf op van max. 4 jaar of geldboete v 11.000 euro.
4. verhoor v gedachte: verdachte legt eerst verklaring af, daarna volgt ondervraging door rechter, officier en door eigen advocaat. Verdachte staat niet onder ede en mag dus liegen.
5. requisitoir: officier houdt zijn requisitoir: probeert aan te tonen dat verdachte schuldig is en eist bepaalde straf.
6. pleidooi: advocaat verdedigt verdachte, probeert geringe bewijsmateriaal aan te tonen of verzachtende omstandigheden, hij vraagt vrijspraak /strafvermindering.
7. laatste woord: is altijd voor verdachte  mag spijt betuigen, onschuld benadrukken o.i.d.
8. vonnis: rechter doet uitspraak. Kantonrechter en politierechter meteen, arrond. na 2 week.
Paragraaf 5.4
Voor rechtshulp kan men terecht bij:
- advocaat: kent alle juridische procedures, is goed getraind.
- Bureau voor rechtshulp: infor/advies bij kleine zaken, soms doorverwezen naar adv.
- Rechts- of wetswinkel: rechtenstudenten die gratis advies geven.
Paragraaf 6.1
Motieven om een dader te straffen:
- vergelding: kwaad mag niet ongestraft blijven.
- Afschrikking van dader (speciale preventie): dader moet het niet nog eens te doen.
- Afschrikking samenleving (generale preventie): moet men ervan weerhouden dat te doen.
- handhaving van rechtsorde: straffen is taak van òverheid, wraakacties voorkomen.
- resocialisatie: met straf dader corrigeren, en normen/waarden v samenleving aanleren.
- Beveiliging van samenleving: sommige criminelen  gevaar voor samenleving.
Paragraaf 6.2
In Middeleeuwen wilde met vaak wraak. Er bestonden bijna geen wetten en rechtspraak door adel was oneerlijk. 12e Eeuw  meer steden. Afschrikking werd belangrijk doel van straffen dus overheid maakte wrede/openbare straffen zoals schandpaal of stokslagen op marktplein, ook radbraken, vierendelen, verbanding en ophanging.
In het begin alleen rechtszaak als iemand klacht indiende (accusatoire (beschuldigende) rechtspraak), later ging overheid zelf misdadigers opsporen en voor rechter brengen, daarmee werd de rechtspraak inquisitoire (opsporend).
1870  doodstraf in NL afgeschaft. Wrede straffen vervangen door gevangenisstraffen. Met voltooiing van Nederlandse Wetboek v Strafrecht in 1886 werd strafrecht milder en rechtvaardiger. Na 2e WO resocialisatie: straf moest gericht zijn op verbetering/heropvoeding crimineel.
Paragraaf 6.3
Rechter bepaald hoogte van straf (strafmaat) en baseert die op Wetboek v Strafrecht (daarin staan alle maximum straffen). Rechter geeft vaak niet maximum straf omdat hij kijkt naar omstandigheden van strafbaar feit.
De wet kent 3 hoofdstraffen:
- geldboete: varieert van €220 - €440.000, als dader niet betaald  gevangenis in.
- Vrijheidsstraf: dader wordt in hechtenis genomen (max. 1 jaar) en krijg gevangenisstraf voor misdrijven (max. 20 jaar).
- Alternatieve straf: ook wel ‘onbetaalde arbeid ten algemene nutte’. Opvoedend karakter, dader moet nuttig werk doen, komt niet in criminele spiraal en wordt geconfronteerd met handelen.
Soms wordt een deel van de straf voorwaardelijk opgelegd, hij krijgt de straf dan niet, maar indien hij id proeftijd fout gaat krijgt hij toch de straf +de nieuwe.
Dader kan naast hoofdstraf nog bijkomende straf krijgen: schadevergoeding, ontneming van gemaakte winst met misdrijf, elektronisch toezicht (enkelband met zender maakt controle mogelijk), TBS (terbeschikkingstelling, gaat om daders die psychisch in de war zijn)
Paragraaf 7.1
Bij burgerlijk recht gaat het om conflict tussen burgers, daarbij staat eiser (degene die zaak aan rechter voorlegt) tegenover gedaagde (persoon van wie iets wordt gevraagd). Dagvaarding bevat altijd naam v eiser, eis, motivatie v eis en tijdstip+plaats v rechtzaak. Gedaagde kan ook schriftelijk reactie sturen. Rechter beoordeelt eis en verweer v gedaagde. Eerst onderling oplossing zoeken. Geen overeenstemming  rechter zal vonnis wijzen.
Paragraaf 7.2
Beide partijen kunnen in hoger beroep, als de boete hoog genoeg is. Als 1 partij afspraken niet nakomt kan de ander hem dwingen door dwangsom (voor elke dag dat iemand zijn verplichtingen niet nakomt moet hij bedrag betalen aan tegenpartij) of loonbeslag (deurwaarder legt beslag op loon of uitkering van verliezer).
Paragraaf 7.3
Als een burgerlijk proces te lang duurt, kan een kort geding aangespannen worden: vereenvoudigde procedure voor spoedeisende zaken, die wordt behandeld door voorzieningenrechter.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.