H1.

Rechtsregels zijn voor de overheid een belangrijk instrument om:

- Ongewenst gedrag tegen te gaan.

- Orde aan te brengen in de maatschappij.

- Conflicten naar behoren te regelen.

- Onafhankelijke rechtspraak en daardoor rechtvaardigheid te waarborgen.



Wetten aangepast door:

- Veranderde normen en waarden

- De samenleving is complexer geworden.



Misdrijven zijn de meer ernstige strafbare feiten zoals diefstal, mishandeling, moord, maar ook bijvoorbeeld rijden onder invloed.

Overtredingen zijn de minder ernstige strafbare feiten, zoals rijden door rood licht.





Criminaliteit kun je omschrijven als alle misdrijven die in de wet staan omschreven.



Het wetboek van strafrecht onderscheidt de volgende soorten misdrijven:

- delicten tegen de openbare orde en het gezag (verbranden van de Nederlandse vlag, afluisteren telefoongesprekken)

- misdrijven tegen leven en persoon (moord en mishandeling)

- ruwheidmisdrijven (vernieling)

- vermogensmisdrijven (diefstal, verduistering)

- seksuele misdrijven ( aanranding, verkrachting)

- verkeersmisdrijven (rijden met teveel alcohol op)

- misdrijven tegen de opiumwet (verkoop van drugs)

- economische delicten (onwettig manipuleren met BV’s)

- milieudelicten



Veelvoorkomende of kleine criminaliteit:

Ze versterken de gevoelens van onveiligheid en worden relatief licht gestraft.

Voorbeelden: winkeldiefstal, voetbalvandalisme, fietsendiefstal, vernielingen, graffiti, zwartrijden en te snel rijden.





Zware criminaliteit omvat ernstige vormen van criminaliteit, zoals moord, inbraak, overvallen en de verkoop van harddrugs.

Een special e vorm van zware criminaliteit is de Georganiseerde criminaliteit. Hiervan is sprake als er misdrijven worden begaan door een organisatie met een hiërarchische structuur en een min of meer vaste taakverdeling, waarvan de criminele activiteiten zich bovendien over een lange periode uitstrekken.

(vooral actief in drugshandel, mensensmokkel en prostitutie.)



Kenmerken criminele organisaties:

- De aanwezigheid van een intern sanctiesysteem.

- Het gebruik van geweld om de positie van de eigen organisatie in de criminele wereld te versterken.

- Het witwassen van zwart verdiend geld.

- Het plegen van meerdere soorten misdrijven.

- Het gebruik van bedrijven als dekmantels.

- Activiteiten in meerdere landen tegelijkertijd.



Waarom werkelijke aantal misdaden hoger ligt dan de geregistreerde criminaliteit.

- Mensen doen niet altijd aangifte van misdrijven.

- Sommige delicten worden niet ontdekt.



Cijfers van geregistreerde criminaliteit geven geen goed beeld van de criminaliteit, waardoor het lastig is te bepalen of de criminaliteit groeit of afneemt. Dit wordt versterkt door:

- De opsporingsactiviteit is van invloed op de cijfers.

- De registratie gebeurt niet voldoende nauwkeurig en systematisch. (slordig)



Nadelen slachtofferenquêtes:

- Het gaat niet om een objectieve meting. (persoonlijke beleving)

- CBS meet alleen veelvoorkomende delicten.

- Slachtofferloze criminaliteit valt buiten deze methode.(te hard rijden, belastingontduiking, illegale vuilstortingen)



Feiten criminaliteit Nederland:

- 1,5 miljoen geregistreerde misdrijven.

- 35% van jongeren van 15 jaar en ouder, en 50% van 15 tot 30 jarigen in grote steden is jaarlijks slachtoffer van 1 of meer misdrijven.

- Slechts 45% van alle geweldsmisdrijven wordt opgehelderd.



Criminaliteit: materiële schade en immateriële schade (spullen en geestelijk of lichamelijk)



H2.

Verschillen waarom criminaliteit niet onder alle lagen van de bevolking evenveel voorkomt:

- Geslacht, meer mannen dan vrouwen

- Leeftijd, adolescenten (jongeren) plegen veelvoorkomende criminaliteit en iets oudere mannen plegen zware criminaliteit.

- Maatschappelijke positie, vooral mensen met lage positie, rijke mensen hebben vaker vermogensdelicten.

- Etnische afkomst, harde kern: evenveel, maar diefstal en drugs meer allochtone groepen.

- Locatie: stedelingen vaker delicten dan dorpelingen.



Criminaliteit vooral door sociale omgeving en weinig door biologische aspecten. Deze invloed speelt zich af op 2 niveaus:

- Het niveau van de primaire socialisatie van het individu (microniveau)

- Het niveau van de maatschappelijke omstandigheden en ontwikkelingen waarmee het individu te maken heeft (macroniveau)



Primaire socialisatie (microniveau):

Eerste sociale milieu: gezin, tweede sociale milieu: de school, de buurt en groepen leeftijdsgenoten, eventueel aangevuld met verenigingen of de kerk.

- Het gezin is de voedingsbodem voor het latere functioneren van mensen. Ouders moeten verkenningen van kinderen corrigeren zodat zij de geldende normen leren kennen.

- Jongeren die mislukken op school lopen een grotere kans met justitie in aanraking te komen.

- Veel jeugdcriminaliteit zoals agressie en vernieling is het gevolg van een bepaald rollenpatroon, bij vooral jongens. (groepsgedrag stimuleert stoerdoenerij.)



Maatschappelijke omstandigheden en ontwikkelingen (macroniveau):

De belangrijkste:

- maatschappelijke achterstanden

- vervaging van maatschappelijke normen en waarden

- afnemende sociale controle, er is meer anonimiteit dan vroeger.

- Afnemende pakkans.



Biologische theorieën

Lombroso stelde dat bij sommige mensen het crimineel gedrag biologisch is bepaald.

Dit is niet zo. Tegenwoordig probeert de sociobiologie het sociale gedrag van mensen uit biologische factoren te verklaren.



Psychologische theorieën

Psychiatrische stoornissen zijn vaak oorzaken van crimineel gedrag.



Volgens Sigmund Freud, de grondlegger van de psychoanalyse, is er een verband tussen crimineel gedrag van volwassenen en hun ervaringen tijdens de kindsfase. Freud gaat ervan uit dat elke persoonlijkheid is opgebouwd uit 3 delen: het id, ego en superego.

Id: bevat aangeboren instinctieve driften in dhet onderbewuste van de mens, zoals seks en agressie.

Ego: is het bewuste deel van de persoonlijkheid, dat de overhadn krijgt als we ‘volwassen’worden.

Superego: ontwikkelt zich doordat de samenleving op mensen inwerkt. We vormen een geweten en ontwikkelen gevoelens van schuld en schaamte.



Als de balans tussen deze delen van de persoonlijkheid verstoord raakt, kan dit tot afwijkend of crimineel gedrag leiden.



Sociologische Theorieën.

- de aangeleerd-gedrag-theorie: Criminaliteit wordt aangeleerd en overgedragen.

- De anomietheorie: mensen willen hun levensdoelen bereiken, zonodig via criminaliteit.

- De bindingstheorie: In ieder mens schuult een misdadiger. Maar de meeste mensen gedragen zich netjes omdat zij bindingen hebben die ze niet zomaar op het spel zetten:(bijvoorbeeld familie). Mensen zonder binidingen zijn eerder geneigd te vervallen tot onmaatschappelijk en crimineel gedrag. Sociale controle om maatschappelijke bindingen te versterken zijn belangrijk.

- De etiketteringtheorie: Als mensen het ‘etiket ’afwijkend of crimineel krijgen opgeplakt, kunnen zij worden gestimuleerd om zichzelf als zodanig te gaan gedragen.



H3.

Belangrijke zaken die de VN hebben geregeld:

- men mag niet discrimineren.

- Men mag mensen niet martelen.

- Men mag niet zomaar iemand gevangen zetten.

- Iedereen heeft recht op een eerlijk proces.

- Iedereen heeft recht op vrijheid van meningsuiting.

Al deze mensenrechten zijn onder meer vastgelegd in de Nederlandse wetgeving.



Specifieke bepalingen waar de overheid zich aan moet houden bij de bestraffing van crimineel gedrag:

- Het legaliteitsbeginsel: je kunt alleen gestraft worden voor iets dat in de wet strafbaar gesteld is.

- Elk wetsartikel in het strafrecht bevat telkens een nauwkeurige omschrijving van het delict en de strafmaat die een rechter maximaal kan opleggen.

- Je mag niet twee keer voor hetzelfde strafbare feit worden vervolgd, de ne bis in idem-regel: niet voor twee keer het zelfde.

- Een verdachte is onschuldig totdat hij door de rechter schuldig is bevonden.



Oplossingen en oorzaken van het criminaliteitsprobleem door politieke partijen:

Linkse partijen leggen de nadruk op de maatschappelijke oorzaken van criminaliteit en de rechtse partijen benadrukken meer de individuele verantwoordelijkheid van de daders.



Het tweesporenbeleid:

- Bij veelvoorkomende criminaliteit wordt gezocht naar preventieve maatregelen zoals de versterking van de sociale controle.

- Bij zware, georganiseerde misdaad wordt de oplossing juist gezocht in repressieve maatregelen, zoals gevangenisstraffen.



De meeste preventieprojecten van de overheid rusten op twee pijlers:

- meer functioneel toezicht

- meer binding van (potentiële) daders met de samenleving.



Maatregelen winkeliers tegen criminaliteit:

- technisch-preventieve maatregelen, zoals camera’s, spiegels, afsluitbare vitrines en poorten.

- Meer winkel- en bewakingspersoneel

- Training van het personeel zoals betere kassa instructie.

Maatregelen overheid:

- centrale registratie van winkeldieven in een landelijk computersysteem.

- Uitbreiding van de bevoegdheden van de politie om meteen een boete op te leggen.

- Zwaardere aanpak van heling.



De overheid en betaald voetbalclubs proberen voetbalvandalisme op allerlei manieren tegen te gaan door:

- het aanstellen van stewards die supporters van de eigen club in de gaten houden, ook tijdens het vervoer.

- Een verkoopverbod van alcohol in stadions.

- De invoering van een pasjesregeling

- Een terughoudende berichtgevind door de media.

- Het toepassen van snelrecht en het uitdelen van een flinke straf en een stadionverbod aan schuldigen van voetbalvandalisme.



Repressie als preventie niet werkt en in het geval van zware criminaliteit. Procedure van repressie:

- opsporing en aanhouding ( politie + officier van justitie)

- vervolging (officier van justitie)

- rechtszaak (rechter)



preventie bij drugsgebruik en repressie bij drugshandel.



Taken politie:

- hulpverlening

- handhaving van de openbare orde. (bemiddeling bij burenruzies, alcoholcontrole, enz)

- opsporing (voorkomen van strafbare feiten en het opsporen van verdachten)



verdachte: redelijk vermoeden van schuld als:

- de politie iemand op heterdaad betrapt

- er aangifte is gedaan

er moeten dus verdenkingen, aanwijzingen of getuigenverklaringen aanwezig zijn.



Basisrecht verdachte: hij hoeft niet actief mee te werken en mag weigeren iets te zeggen



Belangrijke bevoegdheden van politie:

- staande houden: alleen als iemand verdacht is

- aanhouden: Ook alleen bij verdachte

- fouilleren: alleen bij verdachte, en alleen als het bijdraagt aan de oplossing van een strafbaar feit. (preventief fouilleren: als er sprake is van een veiligheidsrisicogebied, de toestemming is tijdelijk)

- vrijheidsbeneming: vasthouden op het bureau, daarna in voorarrest in een Huis van Bewaring, maximaal 3 maanden

- huiszoeking: alleen met een machtiging tot binnentreding.

- Inbeslagneming



H4.

Officier van justitie = de openbare aanklager, omdat hij namens de samenleving bewijzen zoekt tegen de verdachte en een straf tegen hem eist. Hij:

- leidt het opsporingsonderzoek

- brengt verdachten voor de rechter(vervolging)

- eist een bepaalde straf in een rechtszaak

- is verantwoordelijk voor de uitvoering van de straf.

Alle officieren bij elkaar vormen het Openbaar ministerie. Dit is een onderdeel van het Ministerie van justitie



Politie voert het opsporingsonderzoek uit, nadat ze toestemming hebben gekregen van de hoofdofficier van justitie, de hoogste ambtenaar van het Openbaar Ministerie in een politieregio.



Een officier kan:

- seponeren

- een transactievoorstel aanbieden

- vervolgen



Seponeren:

Als er te weinig bewijs is gevonden, als het om een klein vergrijp gaat of als de verdachte al genoeg is gestraft.

Transactie:

Geldboete, ook wel voortijdige afdoening genoemd.

Vervolgen:

Verdachte komt voor de rechter, er komt een rechtszaak.



Opsporen moeilijker door:

- Georganiseerde misdaad:

- Verfijnde informatietechnologie.



Aanbevelingen na enquête over opsporingsmethoden:

- de opsporing moest effectiever worden

- de opsporingsbevoegdheden moesten duidelijker worden omschreven

- de samenwerking tussen politie en justitie moest beter verlopen.



Bij alle opsporingsmethoden moet de inbreuk op de privacy van een burger worden afgewogen tegen het maatschappelijk belang: de handhaving van het strafrecht.



Nieuwe richtlijnen

- De politie mag richtmicrofoons gebruiken en telefoons afluisteren.

- Infiltranten mogen worden ingezet. Dit zijn personen die ongemerkt een misdaadorganisatie binnendringen om informatie over die organisatie te verzamelen.

- Gecontroleerde doorvoer is toegestaan. De politie kan partijen drugs doorlaten om zo de leiders te kunnen pakken.

- De politie mag informanten geld be3talen. Dit zijn leden van een misdaadorganisatie die de politie informatie doorspelen.

- Inkijkoperaties zijn toegestaan. De politie mag in sommige gevallen in het geheim een gebouw binnentreden om te kijken of daar stafbare feiten worden gepleegd.



Kroongetuige: Als een crimineel een belastende verklaring oflegt tegen een grotere crimineel dan hijzelf is.



H5.

De onafhankelijkheid van de rechters is gewaarborgd doordat:

- een rechter voor het leven wordt benoemd. Hij kan dus niet door de regering of het parlement worden ontslagen.

- Het salaris van rechters bij wet is geregeld. Ook hier is geen beïnvloeding mogelijk.

- Het aantal rechters in elke rechtszaak van tevoren vaststaat.



Griffiers, tegenwoordig gerechtssecretarissen helpen de rechter. Ze leggen onder andere schriftelijk vast wat er door de partijen op een terechtzitting is gezegd: het proces-verbaal. Verder maken zij de vonnissen van de rechters op.



In Nederland zijn drie soorten rechtsinstantie: de Hoge Raad, gerechtshoven en arrondissementsrechtbanken.



Arrondissementsrechtbanken:

Het laagste rechtscollege. Houdt zich bezig met de berechting van alle overtredingen en misdrijven. Het kent verschillende rechters:

- De politierechter (lichte misdrijven, zoals vernielingen)

- De Kinderrechter (jongeren 12 tot 18 jaar)

- De kantonrechter (de berechting van overtredingen)

- De meervoudige kamer: 3 rechters en behandelt zware misdrijven zoals mishandeling en moord en zaken van de kantonrechter in hoger beroep.



Gerechtshof:

5 in Nederland: Amsterdam, Arnhem, Den Haag, Den Bosch en Leeuwarden. Taak: de rechtspraak in hoger beroep van alle misdrijven die door de arrondissementsrechtbank zijn behandeld.



Hoge Raad

Hoogste rechtscollege, in Den Haag.

Spreekt recht als een verdachte of het Openbaar Ministerie het niet eens is met de uitspraak van het hof: Cassatie.

Belangrijke taak: ervoor zorgen dat in Nederland rechtseenheid en rechtszekerheid bestaat. De Hoge Raad controleert daarom of rechtbanken in dezelfde soort zaken zo gelijk mogelijk oordeelt.



Vier voorwaarden om de schuld van de verdachte tijdens de rechtszaak vast te kunnen stellen:

- De dader is een mens of een rechtspersoon

- Het ten laste gelegde feit is geheel bewezen.

- Het feit is strafbaar

- De dader is strafbaar (ontoerekeningsvatbaar of psychische druk.



8 stappen van een rechtszaak:

1. Opening, controle persoonsgegevens verdachte.

2. aanklacht

3 onderzoek, met evt. getuigen. Getuigen onder ede, onwaarheid: Meineed.

4. verhoord van de verdachte

5. requisitoir, verhaal van de officier en de officier probeert aan te tonen dat de verdachte schuldig is en vraagt om een bepaalde straf, de eis.

6. pleidooi, verdediging verdachte door advocaat.

7. laatste woord (door verdachte, bijv spijt)

8. vonnis, (uitspraak rechter, onderscheid tussen schuldig met rechtsvervolging, schuldig zonder rechtsvervolging, of onschuldig met vrijspraak)



Rechtshulp bij:

- advocaat

- bureau voor rechtshulp, vooral bij kleine zaken. Mogelijke doorverwijzing naar advocaat als het een ernstiger zaak is.

- Een rechts- of wetswinkel, gratis advies.



H6.

Motieven om een dader te straffen:

- vergelding.

- Afschrikking van de dader, ofwel speciale preventie

- Afschrikking van de samenleving, ofwel generale preventie

- Handhaving van de rechtsorde, voorkoming wraakacties.

- Resocialisatie dader corrigeren, zodat hij zich aanpast aan de normen en waarden van de samenleving.

- Beveiliging van de samenleving.



Accusatoire rechtspraak, beschuldigende rechtspraak, alleen een rechtszaak als iemand een klacht indiende.

Inquisitoire rechtspraak, opsporende rechtspraak, ook overheid spoort misdadigers op en brengt ze voor de rechter.



Nieuw doel van gevangenisstraf na WOII: Resocialisatie: de straf moest tevens gerecht zijn op verbetering en heropvoeding van de crimineel.



Hoofdstraffen:

- geldboete

- vrijheidsstraf, 1 jaar = hechtenis, levenslang = gevangenisstraf

- alternatieve straf, vanwege opvoedende karakter hiervan.



Bijkomende straffen of maatregelen:

- schadevergoeding

- ontneming, afneming van de winst die hij met zijn misdrijven heeft gemaakt.

- Elektronisch toezicht, het thuis uitzitten van een straf.

- TBS: terbeschikkingstelling, doel: dader tegen zichzelf beschermen of de samenleving te beschermen tegen de dader. De rechter veroordeelt iemand hiertoe wanneer hij deze niet of verminderd toerekeningsvatbaar acht.



H7.

Procedure burgerlijk recht:

De eiser is degene die de zaak aan de rechter voorlegt.

De gedaagde is de persoon van wie iets wordt gevraagd en daarom voor de rechter wordt gedaagd.



Dagvaarding = een mededeling aan een persoon dat hij voor de rechter moet verschijnen. Deze bevat:

- de naam van de eiser.

- De eis, bijvoorbeeld een afkoopsom of de betaling van iets.

- De motivatie van de eis, bijvoorbeeld het feit dat de gedaagde nog niets heeft betaald.

- Het tijdstip en de plaats van de rechtszaak.



Een advocaat is alleen verplicht in ingewikkelde zaken.



Als een partij het vonnis niet nakomt, kan de andere partij hem dwingen tot tenuitvoerlegging of executie van de uitspraak. Hiervoor bestaan verschillende manieren:

- Dwangsom, iedere dag te laat, moet geld worden betaald.

- Loonbeslag. Deurwaarder legt beslag op het loon of de uitkering van de verliezer.



Kort geding: vereenvoudigde procedure voor spoedeisende zaken die worden behandeld door de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter doet alleen uitspraak.

De voorzieningenrechter geeft altijd een voolopig oordeel.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.